(2)" van Tauw van 13 mei 2020 bij de plantoelichting gevoegd. De Afdeling is van oordeel dat, zoals zij ook geoordeeld heeft over het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier", de raad het gegeven dat als gevolg van de planontwikkeling meer mensen slachtoffer kunnen worden van een gifwolk van Albemarle niet of onvoldoende heeft betrokken bij de bepaling van het groepsrisico. De STAB heeft behalve over het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier" ook over het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" geconstateerd dat uit de stukken zoals die ten tijde van het bestreden besluit beschikbaar waren, niet valt op te maken wat de gevolgen zijn van uitsluitend het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" voor het groepsrisico. Dit is eerst duidelijk geworden in de stukken die na het bestreden besluit beschikbaar zijn gekomen. Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding om ten aanzien van het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" anders te oordelen dan zij onder 8.12 van de uitspraak van 13 maart 2024 heeft gedaan ten aanzien van het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier". Dit betekent dat de raad naar het oordeel van de Afdeling ten tijde van de besluitvorming niet over berekeningen met betrekking tot de omvang van de overschrijdingen van de oriëntatiewaarde beschikte. En de informatie waar de raad wel over beschikte, was onvolledig of onjuist en daaruit bleek niet wat de gevolgen waren van de bestemmingsplannen "Exclusiva Hamerkwartier" en "Draka Terrein Hamerkwartier". Dit betekent dat de raad het bestreden besluit op het punt van externe veiligheid onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en onvoldoende heeft gemotiveerd. De raad dient zich in zijn hoedanigheid als bestuurlijk-politiek orgaan op basis van volledige en juiste informatie een oordeel over de aanvaardbaarheid van de externe risico’s en het groepsrisico van de planontwikkeling te vormen. Daarbij komt dat de raad, net als in het geval van het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier", nimmer kenbaar het, overigens evidente, belang van woningbouw heeft afgewogen tegen de ter plaatse verhoogde kans op dodelijke slachtoffers, en evenmin op basis van de juiste gegevens de, eveneens evidente, belangen van Albemarle bij zijn besluitvorming heeft betrokken. Uitgaande van de huidige inzichten over de toxiciteit van de stof NHC, is volgens de STAB aannemelijk dat de voorgenomen toekomstige uitbreiding van het bedrijf Albemarle een belangrijke invloed heeft op het groepsrisico ter plaatse van het plangebied. De overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico zal dan namelijk stijgen van 3,57 tot 16,89 (oftewel: van 357% tot 1689%). Zoals ook uiteengezet in de uitspraak over het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier" heeft de aangevraagde wijziging van de bedrijfsvoering van Albemarle volgens de STAB een groot effect op de overschrijding van de oriëntatiewaarde. Mede vanwege de nieuwe inzichten over het toxische karakter van NHC en het ontbreken van een specifieke probitrelatie is er grote onduidelijkheid over de vraag of de aangevraagde en door Albemarle gewenste 90 extra NHC-verladingen vergund zullen worden. Het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" is enkele maanden na het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier" vastgesteld. Dit betekent dat de aanvraag van Albemarle, net als bij "Exclusiva", al was ingediend voordat de raad het bestemmingsplan had vastgesteld. De in de aanvraag opgenomen, door Albemarle gewenste productieproceswijziging van de HPC-3 fabriek was dus al een concreet initiatief van Albemarle. De gevolgen van niet verlening kunnen zeer nadelig zijn voor Albemarle. De raad heeft het belang van Albemarle bij realisatie van deze productieprocesaanpassing niet meegewogen. Hierbij merkt de Afdeling op dat, zoals ook in de uitspraak van 13 maart 2024 is overwogen, het niet zo is dat een nog niet gerealiseerde of niet vergunde bedrijfsaanpassing per definitie een gegeven is dat aan planvaststelling in de weg staat. De raad kan, nadat die gewenste bedrijfsaanpassing kenbaar in de belangenafweging is betrokken, andere belangen zwaarder laten wegen. Maar in dit geval heeft de raad geen kenbare belangenafweging gemaakt. Weliswaar heeft de STAB vastgesteld dat ook in de huidige situatie op basis van het vorige bestemmingsplan "Hamerstraatgebied", zoals vastgesteld op 26 juni 2013, al sprake was van een overschrijding van de oriëntatiewaarde met een factor 2,96 (oftewel: 296%) (inclusief bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier" factor 3,00, oftewel 300%), en dat het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" daar slechts een marginale invloed op heeft. Daarmee kan volgens de STAB niet worden gesteld dat, uitgaande van het huidige aantal NHC-verladingen van 17 per jaar, het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" leidt tot een significante verslechtering van het groepsrisico. Maar, zoals de Afdeling onder 8.12 van de uitspraak van 13 maart 2024 heeft vastgesteld, de raad heeft zich nooit, ook niet onder het vorige bestemmingsplan "Hamerstraatgebied" (en dus ook niet in het, mede om die reden, vernietigde bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier"), uitgesproken over de aanvaardbaarheid van een overschrijding met een overschrijdingsfactor van 2,96 (oftewel: 296%) (dan wel 3,00, oftewel 300%, met "Exclusiva" erbij). Gezien de inhoud van het bestemmingsplan "Hamerstraatgebied", dat voornamelijk voorzag in industrie en bedrijvigheid, is dat weliswaar begrijpelijk, maar door de beoogde transformatie van het Hamerkwartier tot hoog stedelijk gebied verandert de feitelijke situatie aanzienlijk. Het inwonertal van het Hamerkwartier in het algemeen en het plangebied in het bijzonder zal als gevolg van de toekomstplannen van de raad fors toenemen, terwijl de raad niet uitdrukkelijk heeft beoordeeld of 357% overschrijding van wat met betrekking tot het groepsrisico als richtinggevend geldt, ook in die situatie aanvaardbaar is. Wat daarover in het bestreden besluit is vermeld, is voor deze situatie veel te beperkt. Voorts is het zo dat wanneer er een specifieke probitrelatie voor NHC door het RIVM wordt vastgesteld, dit een ander licht kan werpen op de toxiciteit van deze stof en daarmee op het groepsrisico. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 13 maart 2024, betekent dat ook dat de beoordeling van het groepsrisico in het kader van het milieueffectrapport (hierna: MER) ontoereikend is. Het MER dat ten grondslag heeft gelegen aan het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier" ligt ook ten grondslag aan het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier". Gezien het voorgaande is de Afdeling, net als in het geval van het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier", ten aanzien van het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" van oordeel dat de raad niet heeft voldaan aan de verantwoordingsplicht op grond van artikel 13 van het Bevi. Het bestreden besluit is daarom onzorgvuldig voorbereid en het berust niet op een deugdelijke motivering. Dit betekent dat het besluit is vastgesteld in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Het betoog slaagt. Oostbrug
- Albemarle betoogt dat de raad ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de verkeersdeelnemers op de Oostbrug. Zij stelt dat het groepsrisico aanvullend zal toenemen door de aanwezigheid van personen op de geprojecteerde Oostbrug. Uit de door Albemarle overgelegde memo van Tauw van 15 april 2022 volgt dat er dagelijks 29.000 gebruikers van de Oostbrug zich ongeveer 75 seconden binnen de PR 10-6 contour zullen bevinden. Hoewel de brug niet als (beperkt) kwetsbaar object kwalificeert in de zin van artikel 1, eerste lid, onder b, van het Bevi, had de raad in de groepsrisicoverantwoording wel rekening moeten houden met de toename van verkeersdeelnemers binnen de risicocontouren van Albemarle. Dit omdat in de nota van toelichting bij het Bevi staat dat het aantal verkeersdeelnemers de omvang van het groepsrisico kan beïnvloeden. Als bij de berekening van het groepsrisico geen rekening wordt gehouden met verkeersdeelnemers, dan kan sprake zijn van een onderschatting van de mogelijke effecten van een ongeval. Volgens de nota van toelichting is het van belang dat het bevoegd gezag met een dergelijke onderschatting rekening houdt bij het nemen van besluiten in het kader van de ruimtelijke ordening en bij de voorbereiding van de rampenbestrijding. Dit heeft de raad ten onrechte niet gedaan, zo stelt Albemarle. 8.
- De Afdeling stelt vast dat Albemarle deze beroepsgrond ook heeft aangevoerd in het kader van het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier". In wat Albemarle heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding om anders te oordelen dan onder 9.2 van de uitspraak van 13 maart 2024 is gedaan. Dit omdat de raad heeft toegelicht dat op voorhand duidelijk is dat de mogelijke toekomstige aanlanding van de Oostbrug niet samenvalt met het plangebied van het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" en er geen programmatische samenhang is tussen het bestemmingsplan en de mogelijke brug. Het betoog slaagt niet. Handmatig te bedienen mechanische ventilatie
- Albemarle betoogt dat de handmatig te bedienen mechanische ventilatie als maatregel niet effectief is. In de groepsrisicoverantwoording in het bestemmingsplan wordt in het kader van zelfredzaamheid beschreven dat het mogelijk is dat Albemarle een toxisch invloedsgebied heeft dat over het plangebied is gelegen en dat met de ontwikkeling van het plangebied het groepsrisico toeneemt. In de toelichting bij het bestemmingsplan staat in paragraaf 4.11.6 dat men in geval van een gifwolk dient te schuilen in een gebouw en de ramen en deuren gesloten dient te houden. Gebouwen kunnen geschikt worden gemaakt als schuillocatie. De geschiktheid als schuillocatie wordt verhoogd wanneer mechanische ventilatie wordt voorzien van een centraal bediende noodschakelaar. Albemarle stelt zich op het standpunt dat uitsluitend de maatregelen van een handmatig te bedienen mechanische ventilatie onvoldoende zijn om een aanvaardbare situatie te waarborgen in geval van een toxisch scenario. Anders dan de raad stelt, biedt deze maatregel volgens Albemarle slechts beperkte bescherming en is deze onvoldoende effectief. Zij wijst hierbij op de responstijd. De hoogste concentratie toxische stoffen bereikt de eerste woningen in zeer korte tijd, waardoor het onaannemelijk is dat de maatregel effectief genoeg is. Daarnaast dient bij de beoordeling of de handmatig te bedienen mechanische ventilatie effectief genoeg is rekening te worden gehouden met de faalkans van het uitschakelen van de ventilatievoorziening, omdat dit een handmatige bediening betreft die in de woningen door de bewoners dient te worden uitgevoerd. 9.
- Gelet op wat hiervoor is overwogen is de groepsrisicoverantwoording in het bestemmingsplan ontoereikend. Dit betekent dat de Afdeling niet toekomt aan de vraag of de maatregelen die de raad in het bestemmingsplan heeft opgenomen effectief genoeg zijn in het kader van de groepsrisicoverantwoording. Risicocommunicatie
- Albemarle betoogt dat risicocommunicatie met bewoners als maatregel ontoereikend is. In de groepsrisicoverantwoording in het bestemmingsplan wordt in het kader van een toxisch scenario genoemd dat gerichte risicocommunicatie met bewoners ertoe kan bijdragen dat alarmering in geval van een calamiteit sneller verloopt. Maar voorlichting aan bewoners is volgens Albemarle in het kader van externe veiligheid een laatste remedie. Dat bewoners kunnen worden voorgelicht, kan volgens haar op zichzelf niet worden beschouwd als een effectieve maatregel bij een toxisch scenario. 10.
- De Afdeling stelt vast dat deze beroepsgrond en de weerlegging daarvan door de raad identiek zijn aan wat in de beroepsprocedure over het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier" aan de orde was. Daarom ziet de Afdeling geen aanleiding om anders te oordelen dan zij onder 11.2 van de uitspraak van 13 maart 2024 heeft gedaan. Gelet hierop slaagt het betoog niet. Alternatievenonderzoek
- Albemarle betoogt dat de raad ten onrechte geen onderzoek heeft gedaan naar alternatieven om het groepsrisico te beperken. Hierbij wijst zij op aanpassingen van het inrichtingsplan voor het Hamerkwartier in combinatie met aanvullende bronmaatregelen bij Albemarle. 11.
- Wat betreft deze beroepsgrond verwijst de Afdeling naar wat onder 36.2 van de uitspraak van 13 maart 2024 is overwogen. Gelet hierop slaagt het betoog niet. Advies veiligheidsregio
- Albemarle betoogt dat het bestemmingsplan is vastgesteld in strijd met artikel 13, derde lid, van het Bevi. Op grond van dit artikellid stelt het bevoegd gezag voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid om in verband met het groepsrisico advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van een inrichting. Maar Albemarle stelt dat het door de brandweer uitgebrachte advies te summier is om aan de verplichting als bedoeld in het derde lid van artikel 13 van het Bevi te voldoen. 12.
- De Afdeling stelt vast dat de brandweer een overlegreactie heeft gegeven op het (voor)ontwerpbestemmingsplan. Deze reactie is samengevat weergegeven in de Nota vooroverleg en van een reactie van de raad voorzien. In wat Albemarle heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet aan de verplichting als bedoeld in artikel 13, derde lid, van het Bevi heeft voldaan. Het betoog slaagt niet. Richtafstanden VNG-brochure
- Albemarle betoogt dat niet wordt voldaan aan de richtafstanden uit de Brochure Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG-brochure). Daarbij gaat de raad ten onrechte uit van kortere richtafstanden die gelden voor gemengd gebied. Volgens Albemarle is geen sprake van gemengd gebied. De raad is volgens Albemarle ook uitgegaan van een onjuiste milieucategorie voor haar bedrijf. In het bestemmingsplan is beschreven dat Albemarle een bedrijf met categorie 4.2 is. Maar Albemarle is een zogenoemd Brzo-bedrijf, zodat zij onder milieucategorie 5.2 valt. De VNG-richtafstanden voor een bedrijf met milieucategorie 4.2 zijn 300 m voor een rustige woonwijk en voor een bedrijf met milieucategorie 5.2 700 m. In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt daarnaast gesteld dat het zuidwestelijke deel van het bedrijventerrein van Albemarle milieucategorie 3.1 betreft, maar ook dit is volgens Albemarle onjuist. Ook dit zuidwestelijke deel van het bedrijventerrein betreft milieucategorie 5.
- Dit deel van het bedrijventerrein is in gebruik voor de opslag van gevaarlijke stoffen en omvat een schakelhuis wat het terrein onlosmakelijk verbonden maakt met de nabij gelegen productie-installaties. De raad heeft het bestemmingsplan "Nieuwendam Zuid II" als vertrekpunt genomen, maar Albemarle stelt dat het bestemmingsplan dient te vermelden dat Albemarle feitelijk een Brzo-bedrijf is met milieucategorie 5.2, zodat het bestemmingsplan een juiste weergave geeft van de feitelijke situatie in plaats van de juridische situatie. Tot slot stelt Albemarle dat de raad ten onrechte stelt dat de richtafstanden moeten worden berekend vanaf het deel van de inrichting met milieucategorie 4.
- Volgens Albemarle schrijft de VNG-brochure voor dat moet worden gemeten vanaf de grens van de bestemming die een milieubelastende functie toelaat. Dit betekent dat moet worden gemeten vanaf de grens van de inrichting van Albemarle.
- De Afdeling stelt vast dat Albemarle deze beroepsgrond ook heeft aangevoerd in het kader van het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier". Omdat de door de raad aan het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" op dit punt ten grondslag gelegde motivering min of meer gelijkluidend is aan die van het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier", ziet de Afdeling geen aanleiding anders te oordelen dan onder 14.4 van de uitspraak van 13 maart 2024 is gedaan. Dit betekent dat de raad terecht van gemengd gebied is uitgegaan en van milieucategorie 4.
- Ter aanvulling hiervan merkt de Afdeling op dat de locatie van het terrein van Albemarle in het bestemmingsvlak met de functieaanduiding "bedrijf tot en met categorie 4" in het gebied van het bestemmingsplan "Nieuwendam Zuid II" ligt op een afstand van ongeveer 505 m van de locatie waar het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" woningbouw mogelijk maakt. De grens van het bestemmingsvlak met de bedrijfsbestemming zonder functieaanduiding ligt op een afstand van ongeveer 410 m van de locatie waar het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" woningbouw mogelijk maakt. Omdat de raad gelet op de uitspraak van 13 maart 2024 terecht milieucategorie 4.2 heeft gehanteerd, ziet de Afdeling ook in het geval van dit bestemmingsplan geen aanleiding voor het oordeel dat de raad de VNG-richtafstanden niet juist heeft toegepast. De richtafstand bij milieucategorie 4.2 is voor gemengd gebied 200 m. De hierboven genoemde afstanden voldoen daar ruimschoots aan. Het betoog slaagt niet. Geluid Gevelhoogtes hogere waarden
- Albemarle betoogt dat het bestemmingsplan geen duidelijkheid verschaft over vanaf welke hoogte hogere waarden zijn vastgesteld. Ook uit het besluit hogere waarden blijkt dit niet. Dit is volgens Albemarle in strijd met de rechtszekerheid. Albemarle stelt dat de correcties van Peutz in de akoestische rapporten en uiteengezet in de notitie van 20 februari 2023 fouten bevatten. Voor verschillende punten waar volgens de resultaten van het onderzoek industrielawaai van Peutz overschrijding optreedt van de wettelijke voorkeursgrenswaarde, is in deze tabel pas op grotere hoogtes een hogere waarde opgenomen, zo stelt Albemarle. Albemarle verwijst naar de toelichting van Tauw in de notitie van 14 augustus
- 15.
- De raad stelt in het verweerschrift dat de constatering van Albemarle gedeeltelijk terecht is. Hij stelt dat in de planregels wel is aangegeven vanaf welke hoogte zogenoemde dove gevels verplicht zijn. Maar het besluit hogere waarden vermeldt ten onrechte niet vanaf welke hoogte een hogere waarde vereist is. Peutz heeft alsnog een voorstel gedaan voor de aan te houden hoogte in de notitie van 20 februari
- Gelet hierop verzoekt de raad wat betreft het besluit hogere waarden om op dit punt zelf in de zaak te voorzien en de tabel in bijlage A bij het besluit hogere waarden dienovereenkomstig aan te passen. Ook stelt de raad onder verwijzing naar de notitie van Peutz van 4 oktober 2023 dat de door Albemarle overgelegde notitie van Tauw van 14 augustus 2023 onjuist is. Hierop bestaat één uitzondering en dat betreft het gestelde door Tauw dat bijlage A bij het besluit hogere waarden, ook zoals gecorrigeerd in het verweerschrift, onzorgvuldig is. Per abuis zijn de correcte hoogtes niet in de betreffende tabel aangegeven. Peutz heeft alsnog een voorstel gedaan voor de aan te houden hoogte in de notitie van 4 oktober
- Er wordt door het college aan de Afdeling verzocht om het beroep van Albemarle om die reden gegrond te verklaren en op grond van artikel 8:72, derde lid, onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien door te bepalen dat de tabel uit bijlage A bij het besluit hogere waarden integraal wordt vervangen door een nieuwe tabel waaruit per bouwdeel en gevelzijde volgt vanaf welke hoogte de hogere waarde vereist is. Deze tabel is weergegeven op pagina 19 van het nadere stuk van het college en de raad van 6 oktober
- Daarop zijn in rood de aangepaste hoogtes aangegeven. 15.
- Ter zitting heeft Albemarle aangegeven dat de in rood aangebrachte hoogtes in de tabel correct zijn weergegeven. 15.
- De Afdeling stelt vast dat de raad terecht stelt dat de planregels aangeven vanaf welke hoogte dove gevels verplicht zijn. Dit gelet op artikel 3.2.2, onder t tot en met x, van de planregels. Het bestemmingsplan bevat in zoverre geen gebrek. Wat betreft het gebrek in het besluit hogere waarden komt dit verderop aan de orde in deze uitspraak. Het betoog slaagt. Dit omdat het college heeft erkend dat er een onvolkomenheid in het Wgh-besluit zit. Daarom is ook het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan op dat punt in strijd met artikel 3:2 van de Awb, omdat dat besluit daarmee ook onzorgvuldig is voorbereid. Geluidwerend vlies
- Albemarle betoogt dat het bestemmingsplan ten onrechte geen definitie van het begrip "geluidwerend vlies" bevat. Dit terwijl in artikel 3.2.2, onder t tot en met x, van de planregels een "geluidwerend vlies" is voorgeschreven. 16.
- De raad heeft toegelicht dat het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" inderdaad niet voorziet in een definitie van "geluidwerend vlies". De raad verzoekt de Afdeling om zelf in de zaak te voorzien en de volgende definitie van "geluidwerend vlies" aan artikel 1 van de planregels toe te voegen: "Een bouwkundige constructie aangebracht aan de buitenzijde van een gevel met het doel een geluidsreductie op deze gevel te bewerkstelligen, als gevolg waarvan voldaan wordt aan het gestelde in de Wet geluidhinder, waarbij de afstand tussen geluidwerend vlies en gevel tenminste 0,5 meter is en waarbij er tussen geluidwerend vlies en gevel sprake is van buitenlucht, met openingen ten behoeve van de luchtverversing met een capaciteit van tenminste 6 dm3 per seconde per m2 vloeroppervlak van de achterliggende woning(en).". 16.
- Gelet op wat hiervoor over het onderwerp groepsrisicoverantwoording is overwogen zal de Afdeling het besluit van 13 juli 2022 geheel vernietigen. De raad kan bij een eventueel nieuw te nemen besluit een definitie van het begrip "geluidwerend vlies" toevoegen aan artikel 1 van de planregels. Het besluit van 13 juli 2022 is in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het betoog slaagt. Akoestische onderzoeken
- Albemarle betoogt dat de akoestische onderzoeken die ten grondslag liggen aan het bestemmingsplan onzorgvuldig zijn. Daartoe voert zij aan dat het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai van Peutz van 5 mei 2022 ten onrechte vooruit loopt op de wijziging van de verkeersstructuur, te weten het autoluw/autovrij worden van de wegen, het wijzigen van 50 km/u-wegen naar 30 km/u-wegen en het gebruik van asfaltverharding in plaats van elementenverharding. Daarnaast hanteert het onderzoek industrielawaai, scheepvaartlawaai en beschouwing bedrijven en milieuzonering van Peutz van 5 mei 2022 de verkeerde formule voor het berekenen van de gecumuleerde geluidbelasting en richt het onderzoek zich ten onrechte niet op verschillende piekgeluiden op het industrieterrein van Albemarle. De akoestische onderzoeken zijn hiermee volgens Albemarle onzorgvuldig en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is ter plaatse niet verzekerd. 17.
- De Afdeling gaat op de deugdelijkheid van de door Albemarle genoemde akoestische onderzoeken en de daarin gehanteerde uitgangspunten, in bij de bespreking van de beroepsgronden tegen het besluit hogere waarden. Dit omdat deze onderzoeksrapporten ook ten grondslag liggen aan dat besluit. Zoals uiteengezet onder 42.2 bevatten de aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende onderzoeken van 5 mei 2022, zoals hiervoor onder 17 genoemd, gebreken. Dit betekent dat deze onderzoeksrapporten door de raad niet aan het bestemmingsplan ten grondslag hadden mogen worden gelegd. In zoverre is het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan onzorgvuldig voorbereid. Dit is in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het betoog slaagt. Omgevingsvisie WHO-advieswaarden
- Albemarle betoogt dat de raad het bestemmingsplan in strijd met de "Omgevingsvisie Amsterdam 2050" heeft vastgesteld. Dit omdat in de Omgevingsvisie is vermeld dat schone lucht een voorwaarde is voor de gezondheid van Amsterdammers en bezoekers en dat gezondheid een prioriteit is. Daarom heeft de gemeente het Schone Lucht Akkoord (hierna: SLA) ondertekend en zich als doel gesteld om in 2030 de strengere advieswaarden van de World Health Organization (hierna: WHO) van 2021 te halen. Maar uit het MER volgt dat voor het project Hamerkwartier in 2030 niet aan de normen van de WHO uit 2021 wordt voldaan. Ook wijst Albemarle in dit kader op het voorzorgprincipe en locatie-specifieke omstandigheden, zoals industrie naast hoog stedelijke bebouwing, die ervoor zorgen dat er in dit geval een nadere afweging gemaakt moest worden. Zij verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling van 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:573, onder 7.
- 18.
- De raad heeft toegelicht dat uit de Omgevingsvisie volgt dat de gemeente Amsterdam zich door het ondertekenen van het SLA in 2020 heeft gecommitteerd aan de inmiddels oude WHO-advieswaarden uit
- Verder heeft de raad toegelicht dat wat betreft het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" ruim wordt voldaan aan die WHO-advieswaarden. Verder wijst de raad op rechtspraak van de Afdeling, zoals de uitspraak van 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:573, onder 7.2, die ook door Albemarle is aangehaald, waaruit volgt dat de normen uit de Wet milieubeheer (hierna: Wm), en niet de advieswaarden van de WHO, gelden als kader ter bepaling of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 18.
- De Afdeling stelt vast dat niet is bestreden dat het algemene normniveau voor luchtkwaliteit wordt bepaald door de Wm en dat de Wm-normen nergens in het plangebied worden overschreden. Omdat met de vaststelling van het plan ter plaatse van het plangebied is voldaan aan de wettelijke normering van luchtkwaliteit in de Wm, heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling in beginsel ervan mogen uitgaan dat in zoverre sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Zoals de Afdeling verder heeft overwogen in de uitspraak van 13 maart 2024, onder 19.2, bevatten de door Albemarle genoemde beleidsstukken een inspannings- en geen resultaatverplichting. Los van het feit dat aan de Wm-normen wordt voldaan, mocht de raad wat betreft de toetsing aan de beleidsstukken uitgaan van de WHO-advieswaarden uit 2005 voor fijnstof PM2.5, PM10 en stikstofdioxide (NO2). Deze waarden worden in het plangebied niet overschreden. Dit wordt door Albemarle ook niet betwist. Ook ziet de Afdeling in wat Albemarle heeft aangevoerd over het voorzorgprincipe en locatie specifieke omstandigheden geen aanleiding om te oordelen dat de raad in dit geval een nadere afweging over het aspect luchtkwaliteit had moeten maken. Het betoog slaagt niet. Belangenafweging en gezondheidslogica
- Albemarle stelt dat het aspect gezondheid door de raad ten onrechte niet is meegenomen in de belangenafweging, terwijl dit volgens haar wel is vereist volgens de Omgevingsvisie. Dit omdat in de Omgevingsvisie staat dat het ontwikkelen van een gezonde stad als een kernopgave wordt gezien en gezondheid een vast onderdeel uitmaakt van de belangenafweging in ruimtelijk beleid. Ook stelt Albemarle dat volgens de Omgevingsvisie de "Amsterdamse Gezondheidslogica" hoort te worden gebruikt bij de plannen voor gebiedsontwikkeling. Die bevat twaalf principes voor een gezonde leefomgeving. Uit de toelichting bij het bestemmingsplan blijkt niet dat aan de Amsterdamse Gezondheidslogica is getoetst. 19.
- De Afdeling stelt vast dat Albemarle deze beroepsgronden ook heeft aangevoerd in het kader van het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier". Omdat de door de raad aan het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" op dit punt ten grondslag gelegde motivering vrijwel identiek is aan die van het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier", ziet de Afdeling geen aanleiding anders te oordelen dan onder 21.2 van de uitspraak van 13 maart 2024 is gedaan. Gelet hierop slaagt het betoog niet. MER
- Albemarle verwijst ten aanzien van de beroepsgronden tegen het MER naar haar beroepschrift inzake de vaststelling van het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier". Aan het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier" is dezelfde versie van het MER ten grondslag gelegd als aan het onderhavige bestemmingsplan. De Afdeling verwijst ten aanzien van de beoordeling van deze beroepsgronden naar overweging 22 en verder van de uitspraak van 13 maart 2024, voor zover die gronden niet hieronder worden besproken.
- Het MER is op het gebied van geluid aangevuld met de "Aanvulling MER" van Antea Group van 19 mei
- Albemarle stelt dat in de Aanvulling MER staat dat in het geluidmodel voor deze aanvulling voor alle bronnen de reflectiefactor op de standaardwaarde van 0,8 is gezet. Gezien nieuwe technieken en aanbevelingen in het spelregelkader voor het Hamerkwartier is dit volgens de Aanvulling MER een relatieve "worst-case" benadering. Maar volgens Albemarle is de reflectiefactor van 0,8 niet worst-case. Het is volgens haar onduidelijk op welke nieuwe technieken en aanbevelingen in het spelregelkader voor het Hamerkwartier wordt gedoeld. Albemarle stelt dat het hanteren van de reflectiefactor 0,8 niet worst case, maar standaard en realistisch is. 21.
- De raad stelt dat door Albemarle niet is onderbouwd waarom een reflectiefactor van 0,8 niet worst-case is. Daarnaast ziet deze beroepsgrond volgens de raad feitelijk op de ontwikkeling op de buiten het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" gelegen locatie Hamerkop en valt deze daarmee buiten de reikwijdte van deze procedure. 21.
- De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de Aanvulling MER op dit punt ontoereikend is om aan het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" ten grondslag te liggen. Het betoog slaagt niet.
- Verder stelt Albemarle dat de berekening van de gecumuleerde geluidbelasting in strijd is met het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, zodat de Aanvulling MER onzorgvuldig tot stand is gekomen. 22.
- De raad stelt dat artikel 110g van de Wgh betrekking heeft op het stiller worden van het verkeer en de raad meent dat het juist zinvol is om in een MER dit effect te laten zien, omdat het MER uitgaat van de toekomstsituatie
- Volgens de raad geeft dit een goed inzicht bij de gecumuleerde geluidbelasting en is geen sprake van overschatting van de toekomstige geluidbelastingen. 22.
- De Afdeling ziet in wat Albemarle heeft aangevoerd geen aanleiding om de Aanvulling MER op dit punt onjuist te achten. Het betoog slaagt niet.
- Albemarle stelt dat het akoestisch onderzoek dat aan het MER ten grondslag ligt afwijkende maximumsnelheden op wegen hanteert ten opzichte van de akoestische onderzoeken die ten grondslag liggen aan het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier" en het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier". Volgens Albemarle dient in alle akoestische onderzoeken uit te worden gegaan van een worst-case benadering en dus 50 km/u-wegen. 23.
- De raad heeft toegelicht dat het voormalige Draka-terrein in de huidige situatie is gelegen binnen de geluidzone van de volgende 50 km/u-wegen: het Gedempt Hamerkanaal, de Hamerstraat, de Ketelstraat, de Aambeeldstraat, de Mokerstraat, de Beitelkade, de Spijkerhaven en de Meeuwenlaan. Ten tijde van het verrichten van het akoestisch onderzoek dat ten grondslag is gelegd aan het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier", was het besluit al genomen tot verlaging van de maximumsnelheid op het Gedempt Hamerkanaal van 50 km/u naar 30 km/u. Bij besluit van 23 december 2021 heeft de raad ingestemd met de beleidsnota "Amsterdam Veilig en Leefbaar - 30 km/u in de stad". Het akoestisch onderzoek is uitgegaan van de Investeringsnota waar het raadsbesluit in is verdisconteerd, zo stelt de raad. Genoemde wegen zullen in vervolg op het raadsbesluit wijzigen naar een 30 km/u-regime. Daartoe zijn geen planologische wijzigingen nodig, alleen verkeersbesluiten om het 30 km/u-regime te effectueren. De verkeersbesluiten zullen worden genomen voor ingebruikname van het plangebied van het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier". Daarmee is volgens de raad voldoende verzekerd dat het snelheidsregime dat als uitgangspunt heeft gegolden voor het akoestisch onderzoek ook daadwerkelijk en tijdig zal gelden. Op de zitting heeft de raad toegelicht dat er op 16 mei 2023 door het college verkeersbesluiten zijn genomen en dat deze inmiddels onherroepelijk zijn en in werking treden op 8 december
- Deze zijn gepubliceerd in het Gemeenteblad van Amsterdam op 24 mei 2023 (Gemeenteblad 2023, 226118 en 226193). 23.
- De Afdeling volgt, gelet op de door de raad gegeven toelichting, niet de stelling van Albemarle dat in de akoestische onderzoeken voor alle wegen had moeten worden uitgegaan van 50 km/u als maximumsnelheid. De Afdeling ziet in wat Albemarle heeft aangevoerd geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de akoestische onderzoeken in zoverre onzorgvuldig tot stand zijn gekomen of zijn gebaseerd op onjuiste uitgangspunten. Het betoog slaagt niet.
- Albemarle betoogt dat het MER op meerdere onderdelen in strijd is met artikel 7.23, eerste lid, van de Wm. Zo voert Albemarle aan dat de beschrijvingen in het MER van de doelstellingen, de referentiesituatie en de milieueffecten gebrekkig zijn. Ook heeft Albemarle in dit kader aangevoerd dat het alternatievenonderzoek gebrekkig is, onder meer omdat het MER ten onrechte geen alternatieven in het kader van externe veiligheid onderzoekt en het alternatief voor een groenstrook om het terrein van Albemarle niet onderzoekt. 24.
- Het MER dat ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" is hetzelfde MER als dat aan het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier" ten grondslag ligt. Wat Albemarle aanvoert over artikel 7.23, eerste lid, van de Wm komt grotendeels overeen met wat zij in het kader van de beroepsprocedure over het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier" heeft aangevoerd. De Afdeling is daar in de uitspraak van 13 maart 2024 uitvoerig op ingegaan. Gelet op wat in die uitspraak is overwogen over de groepsrisicoverantwoording in het kader van externe veiligheid treft het betoog van Albemarle in zoverre doel en heeft de raad het MER, wat dit onderdeel betreft, ook niet aan het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" ten grondslag mogen leggen. Wat Albemarle heeft aangevoerd over de beschrijving van de doelstellingen, de referentiesituatie, de milieueffecten en het alternatievenonderzoek heeft daarbij geen aanleiding gegeven voor het oordeel dat het MER gebrekkig is. In zoverre is het MER dus niet in strijd met artikel 7.23, eerste lid, van de Wm. Het betoog slaagt voor zover het MER gebrekkig is wat betreft de groepsrisicoverantwoording in het kader van externe veiligheid. Het MER had in zoverre niet aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd mogen worden. Omdat dit door de raad wel is gedaan, is het besluit ook in zoverre in strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Awb vastgesteld. Overige betogen
- Wat Albemarle voor het overige heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het bestemmingsplan niet heeft kunnen vaststellen. Conclusie beroep Albemarle tegen het bestemmingsplan
- Gelet op wat onder 7.5, 15.3, 16.2, 17.1 en 24.1 is overwogen is het beroep van Albemarle tegen het bestemmingsplan gegrond. Het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" is door de raad vastgesteld in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb en artikel 13 van het Bevi. Dit betekent dat het besluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan van 13 juli 2022 moet worden vernietigd. Het beroep van Murialdo en anderen
- Murialdo Vastgoed is erfpachter van het appartementsrecht dat recht geeft op het uitsluitend gebruik van de bedrijfsruimte gelegen op de begane grond en op de tussenverdieping en het dak, met hellingbaan en laadperron, aan de Meeuwenlaan
- Dit pand ligt aan de westrand van het Hamerkwartier, buiten het gebied van het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier". Het pand wordt door Murialdo Vastgoed verhuurd aan Detailconsult Supermarkten en Dirck III. In het pand wordt door Detailconsult een Dirk van den Broek-supermarkt geëxploiteerd. Daarnaast exploiteert Dirck III in het pand een Dirck III-slijterij. Murialdo en anderen kunnen zich niet verenigen met het bestemmingsplan, omdat niet duidelijk is of de supermarkt en de slijterij in het toekomstige Hamerkwartier kunnen worden voortgezet. Volgens Murialdo en anderen is het pand en de supermarkt- en slijterijexploitatie door de raad ten onrechte "weggedacht" in de herontwikkeling van het Hamerkwartier. Integraliteit onvoldoende geborgd
- Murialdo en anderen betogen dat de raad een ongeoorloofde "salamitactiek" heeft toegepast met het doel om de haalbaarheid van losse postzegelbestemmingsplannen in het Hamerkwartier te vergroten. De ontwikkeling van het plangebied maakt onderdeel uit van de transformatie van het gehele Hamerkwartier. De raad heeft bestemmingsplannen voor deelgebieden, namelijk "Exclusiva Hamerkwartier" en "Draka Terrein Hamerkwartier" vastgesteld, terwijl er meerdere samenhangende plannen zijn voor het Hamerkwartier. De raad had daarom volgens Murialdo en anderen één integraal bestemmingsplan voor het gehele Hamerkwartier moeten vaststellen, waarbij de verschillende bouwprojecten in samenhang kunnen worden bezien. De vastgestelde planbegrenzing strekt daarmee volgens Murialdo en anderen niet ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. De planbegrenzing leidt tot versnippering van de omgeving. De gronden die buiten het plangebied zijn gelaten hangen ruimtelijk gezien zodanig samen met de gronden in het plangebied, dat de raad deze gronden in het bestemmingsplan had moeten betrekken. 28.
- De Afdeling stelt vast dat deze beroepsgrond hetzelfde is als de beroepsgrond die Murialdo en anderen in het kader van de beroepsprocedure over het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier" heeft aangevoerd. De Afdeling ziet geen aanleiding om ten aanzien van het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" anders te oordelen dan zij heeft gedaan onder 38.2 van de uitspraak van 13 maart 2024 over het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier". Gelet hierop slaagt het betoog niet. Vervangende detailhandelsfuncties
- Murialdo en anderen betogen dat de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten onrechte is voorbijgegaan aan haar positie en de aanwezigheid van het pand Meeuwenlaan
- Daartoe voeren zij aan dat het pand in de Investeringsnota Deel B Hamerkwartier van december 2021 en het bijbehorende Beeldkwaliteitsplan is "weggedacht". Er wordt niet gesproken over een vervangend pand voor de eigenaar of een passende vervangende locatie voor de in het pand geëxploiteerde supermarkt en slijterij. Het bestemmingsplan voorziet volgens Murialdo en anderen ten onrechte niet in vervangende detailhandelsfuncties. De raad verwijst naar het Investeringsbesluit Hamerkwartier, maar daarmee is volgens Murialdo en anderen niet geborgd dat een vervangend pand wordt gerealiseerd, dan wel binnen het plangebied in vervangende detailhandelsfuncties wordt voorzien. 29.
- De Afdeling stelt vast dat het pand Meeuwenlaan 76 op ongeveer 250 m afstand van het plangebied ligt. Het nu aan de orde zijnde bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" voorziet niet in het wegbestemmen van het pand van Murialdo en anderen. Murialdo en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij zijn weggedacht bij het inschatten van de behoefte aan winkels in dit plangebied. Wel is de aanwezigheid van Murialdo en anderen een belang dat relevant kan zijn bij eventueel in de toekomst nog vast te stellen plannen voor het Hamerkwartier. Murialdo en anderen hebben deze beroepsgrond ook aangevoerd in het kader van het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier" en de feiten zijn vergelijkbaar met die in deze zaak. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding om nu anders te oordelen dan zij onder 39.2 van de uitspraak van 13 maart 2024 heeft gedaan. Dit betekent dat de Afdeling Murialdo en anderen ook ten aanzien van het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" niet volgt in het betoog dat het pand Meeuwenlaan 76 door de raad is weggedacht bij de vaststelling van het bestemmingsplan dan wel dat bij die vaststelling haar belangen onvoldoende zijn betrokken. Het betoog slaagt niet. Verkeer en bereikbaarheid
- Murialdo en anderen betogen dat de voorziene ontwikkelingen zullen leiden tot een toename van de verkeersgeneratie, wat negatieve gevolgen heeft voor het verkeersnetwerk. Uit paragraaf 4.3 van de plantoelichting volgt dat er in de huidige situatie al problemen zijn met de afwikkeling van het verkeer. Ter plaatse van de rotonde Meeuwenlaan-Johan van Hasseltweg zijn er al problemen met de doorstroming in de ochtend- en avondspits. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling is het onaanvaardbaar als al bestaande verkeersproblematiek zodanig verslechtert dat de grens van wat uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nog aanvaardbaar kan worden geacht, wordt overschreden. Zij wijzen hierbij op de uitspraak van de Afdeling van 13 augustus 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD
- Ook wijzen zij op de uitspraak van de Afdeling van 9 juni 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP1081, waaruit volgens hen volgt dat het is vereist om eerst maatregelen te treffen voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld, zodat de afwikkeling van extra verkeer op adequate wijze is verzekerd. Ook uit paragraaf 5.1.2 van het MER volgt dat bestaande en al verwachte knelpunten door de groei van het verkeer grotere knelpunten worden. Dit zal volgens Murialdo en anderen leiden tot een verkeersonveilige situatie in het plangebied en in het Hamerkwartier. Dit zorgt er volgens hen ook voor dat in het bestemmingsplan de bereikbaarheid van het Hamerkwartier onvoldoende is geborgd. Ten onrechte ontbreekt een integraal onderzoek naar de verkeerseffecten in het gebied zelf en op de aangrenzende infrastructuur. Het Mobiliteitsplan Hamerkwartier van juli 2019, dat als bijlage 4 aan de plantoelichting is gehecht, beschrijft slechts op hoofdlijnen op welke wijze het plangebied bereikbaar kan worden gehouden. Ook volgt uit het mobiliteitsplan dat nader onderzoek is vereist naar de verbinding Hamerkwartier - Noorderpark - Noordelijke IJ-oevers - Zaanstad. Daarnaast staat er in het mobiliteitsplan dat aanvullende randvoorwaarden benodigd zijn om de mobiliteits- en parkeervoorzieningen in het Hamerkwartier collectief op te lossen. Als mogelijkheden worden hiervoor genoemd het openbaar houden van parkeervoorzieningen, het ervoor zorgen dat de parkeervoorzieningen altijd direct ontsluiten aan de Meeuwenlaan, Motorkade of Johan van Hasseltweg en alleen bij uitzondering exclusieve parkeerplaatsen te realiseren. Uit het bestemmingsplan volgt niet dat aan deze in het mobiliteitsplan genoemde punten uitvoering is gegeven. Daarnaast stellen Murialdo en anderen onder verwijzing naar het door hen overgelegde rapport "Second opinion bestemmingsplan Draka Terrein Hamerkwartier" van Aveco de Bondt van 2 oktober 2023, dat door slechte OV-verbinding het autoverkeer in de omgeving van het plangebied alleen maar meer zal toenemen, omdat er te weinig bushaltes zijn. Uit het aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende parkeer- en verkeersonderzoek "Ontwikkeling Draka-terrein Hamerkwartier" van Goudappel van 10 januari 2022 volgt dat de rotonde Meeuwenlaan-Johan van Hasseltweg de autonome verkeersgroei tot 2032 niet kan verwerken en dat de verkeersafwikkeling op de rotonde als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied zal verslechteren. Ook is in het MER opgemerkt dat bij de kruisingen van de Nieuwe Leeuwarderweg (s116)/Johan van Hasseltweg en op de kruisingen in het afritcomplex van Amsterdam-Noord met de Ringweg Noord (A10) langere wachttijden ontstaan in de spits. Naast de rotonde Meeuwenlaan-Johan van Hasseltweg is ook de zogenoemde Johan van Hasseltknoop een belangrijke ontsluiting voor het Hamerkwartier richting de A
- Ook de Johan van Hasseltknoop is in de autonome situatie overbelast, zo stellen Murialdo en anderen. Gelet op de bestaande en komende verkeersbewegingen in en rondom het plangebied zal de al bestaande verkeersproblematiek volgens Murialdo en anderen ernstig verslechteren en zullen nadelige gevolgen voor de verkeersafwikkeling in het plangebied en de omgeving van het plangebied optreden. 30.
- De raad heeft toegelicht dat in het parkeer- en verkeersonderzoek "Ontwikkeling Draka-terrein Hamerkwartier" van Goudappel van 10 januari 2022 is onderzocht of het verkeer dat gegenereerd wordt door de realisatie van de Draka-kavel past binnen de gehanteerde uitgangspunten van het Mobiliteitsplan Hamerkwartier. In het onderzoek van Goudappel is de verkeerstoename getoetst op de verkeersafwikkeling op de rotonde Meeuwenlaan-Johan van Hasseltweg. Daarnaast is gekeken naar de verkeerseffecten van mogelijk extra verkeer als gevolg van de planontwikkeling van het Hamerkwartier op de omliggende kruispunten en wegen. Deze wegen zijn ook opgenomen in het verkeersmodel dat ten grondslag heeft gelegen aan de mobiliteitsberekeningen voor het mobiliteitsplan, zo stelt de raad. De raad heeft toegelicht dat de verkeersgeneratie als gevolg van het bestemmingsplan weliswaar beperkt is, maar dat de verkeersgeneratie in de spits leidt tot een beperkte verslechtering van de afwikkeling op de rotonde Meeuwenlaan-Johan van Hasseltweg. Uit het onderzoek komt naar voren dat het verkeersaanbod door de ontwikkeling van het Draka Terrein met het worst-case functieprogramma op de rotonde Meeuwenlaan-Johan van Hasseltweg met ongeveer 15% zal toenemen in de ochtend- en avondspits ten opzichte van de autonome situatie. Deze rotonde wordt in de autonome situatie al aangepakt waardoor dit knelpunt volgens de raad verdwijnt. De rotonde zal namelijk met het oog op de belasting in de autonome situatie al worden omgebouwd tot een kruising met een verkeersregelinstallatie (VRI), oftewel verkeerslichten. Op 1 oktober 2020 is een Nota van Uitgangspunten vastgesteld en het dagelijks bestuur van stadsdeel Noord heeft op 24 januari 2023 ingestemd met het inmiddels uitgewerkte Definitief Ontwerp kruising Meeuwenlaan-Johan van Hasseltweg. Bij besluit van 22 mei 2023 is de omgevingsvergunning verleend voor het ombouwen van de rotonde, voor zover in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het door Murialdo en anderen ingediende bezwaar daartegen is wegens het ontbreken van gevolgen van enige betekenis niet-ontvankelijk verklaard. In 2017 is een verkeersonderzoek uitgevoerd om tot het eerste voorkeursontwerp te komen en voor de Nota van Uitgangspunten is dit verkeersonderzoek in 2020 geactualiseerd. Daarmee wordt volgens de raad het gesignaleerde toekomstige knelpunt al opgelost en zal de verkeersafwikkeling in de toekomst niet tot problemen leiden. Ook niet als gevolg van het extra verkeer vanwege de ontwikkeling van het Draka Terrein, zo stelt de raad. De stelling van Murialdo en anderen dat een verkeerskundige toetsing voor het ontwerp van de kruising ontbreekt, mist volgens de raad feitelijke grondslag. Verder heeft de raad toegelicht dat de aansluiting van de Johan van Hasseltweg op de Nieuwe Leeuwarderweg, richting de A10, niet rand voorwaardelijk is voor de herontwikkeling van het Hamerkwartier, maar dat dit project momenteel in de planstudiefase zit en dat er wordt gewerkt aan een nota van uitgangspunten om tot een voorkeursalternatief te komen. Er is inmiddels een eerste schetsuitwerking gemaakt voor een alternatieve inrichting, maar ook dit knelpunt wordt al in de autonome situatie aangepakt, zo stelt de raad. Over bushaltes in het Hamerkwartier heeft de raad toegelicht dat de gemeente van plan is om deze onderdeel te laten uitmaken van een hoogwaardig openbaarvervoersverbinding (HOV) tussen Amsterdam en Zaandam. Dit is een lopend project dat momenteel in de planstudiefase zit. Als duidelijk is hoe de losliggende OV-baan kan worden ingepast en waar de Oostbrug precies terecht zal komen, dan wordt de exacte haltelocatie van de HOV bepaald. Dit zijn volgens de raad autonome ontwikkelingen in Amsterdam-Noord waar het Hamerkwartier ook van profiteert. 30.
- Murialdo en anderen hebben over de verkeersgeneratie en bereikbaarheid een soortgelijk betoog aangevoerd in de beroepsprocedure over het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier". De Afdeling ziet, gelet op de uitgebreide toelichting van de raad, geen aanleiding om in wat Murialdo en anderen hebben aangevoerd in de nu aan de orde zijnde beroepsprocedure over het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" anders te oordelen dan onder 41.2 van de uitspraak van 13 maart
- Het betoog slaagt niet. Parkeren
- Murialdo en anderen voeren aan dat het bestemmingsplan niet voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Uit het eerdergenoemde parkeer- en verkeersonderzoek van Goudappel van 10 januari 2022 en paragraaf 4.3 van de plantoelichting volgt dat het aantal benodigde parkeerplaatsen varieert tussen 588 (reëel) tot 595 (worst-case) parkeerplaatsen. Het aanbod van 595 parkeerplaatsen is volgens Murialdo en anderen niet geborgd in het bestemmingsplan. Verder stellen zij onder verwijzing naar het eerdergenoemde rapport van Aveco de Bondt dat de reducties waarmee binnen de parkeerbalans is gerekend niet zijn onderbouwd en niet herleidbaar zijn. De 30% reductiefactor voor deelmobiliteit voor de parkeerbehoefte van bewoners is niet onderzocht en het percentage van 30 is niet onderbouwd. Ook zijn er onduidelijkheden over de toepassing van reductiefactoren voor de fiets en het openbaar vervoer. Er is namelijk niet gespecificeerd welke verbindingen en voorzieningen gerealiseerd moeten worden om de hoogwaardige kwaliteit te garanderen voor fiets- en OV-verbindingen om een reductie van respectievelijk 20% en 10% op de parkeervraag bij nieuwe functies te verantwoorden. Verder is het aantal parkeerplaatsen dat is beoogd te realiseren in de zogenoemde mobiliteitshubs niet onderbouwd, zodat onduidelijk is of de capaciteit van de mobiliteitshubs toereikend is. 31.
- De raad heeft toegelicht dat in het parkeer- en verkeersonderzoek van Goudappel van 10 januari 2022 de verkeersgeneratie is bepaald op basis van kencijfers conform de gemeentelijke standaarden en CROW-kencijfers. Uit de verkeersanalyse blijkt dat op het maatgevende moment, de weekdagavond, het benodigde parkeeraanbod 595 parkeerplaatsen is. Hierbij geldt dat alleen voor de deelmobiliteit (met name voor deelauto’s) exclusieve parkeerplaatsen beschikbaar zijn (38 parkeerplaatsen). De overige gebruikers hebben geen parkeerrecht. Dit zorgt ervoor dat dubbelgebruik van parkeerplaatsen tussen de verschillende doelgroepen mogelijk is. Het huidige ontwerp van de parkeergarage van de Draka-kavel voorziet in 610-730 parkeerplaatsen. Het overschot aan parkeerplaatsen kan worden ingezet voor de andere kavels in het Hamerkwartier die niet volledig op eigen terrein kunnen voorzien in het benodigde parkeeraanbod, zo stelt de raad. Wel ziet de raad in het beroep van Murialdo en anderen aanleiding om te concluderen dat artikel 13.1 van de planregels moet worden aangepast. De raad verzoekt de Afdeling om zelf in de zaak te voorzien en, zoals in het verweerschrift is uiteengezet, artikel 13.1 te wijzigen door onder b, onder 1 toe te voegen: "[…] en openbaar toegankelijk te zijn". Verder heeft de raad toegelicht dat het mobiliteitsplan voor deelmobiliteit het uitgangspunt hanteert dat 30% van het benodigde parkeeraanbod van bewoners wordt ingevuld met deelmobiliteit. Deze 30% gaat verder dan de Nota Parkeernormen die 20% als maximum hanteert. In paragraaf 4.3 van de plantoelichting is een overzicht opgenomen waar een onderscheid wordt gemaakt tussen de basis parkeernormen en de te hanteren parkeernorm inclusief reductie voor gebruik van fiets en openbaar vervoer. De raad stelt dat Goudappel heeft onderzocht wat de parkeervraag is voor het Draka-terrein op basis van het stedenbouwkundig plan, de parkeernormen inclusief 30% reductie en de aanwezigheidspercentages. Hieruit komt naar voren dat de parkeervraag 588 parkeerplaatsen (reëel) is op de werkdagavond. Uit het onderzoeksrapport van Goudappel volgt daarnaast dat indien wordt uitgegaan van het worst-case functieprogramma de parkeervraag op het maatgevende moment 595 parkeerplaatsen is. Door in artikel 13.1 van de planregels de omgevingsvergunning voor bouwen te koppelen aan zowel de Nota Parkeernormen als het mobiliteitsplan is volgens de raad geborgd dat voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Dit omdat deze beleidsdocumenten de uitgangspunten bevatten, zoals hiervoor uiteengezet, op grond waarvan de parkeervraag op 588-595 parkeerplaatsen is vastgesteld. Over het door Murialdo en anderen, onder verwijzing naar het rapport van Aveco de Bondt, gestelde over de parkeerbalans heeft de raad gesteld dat in de Actualisatie Mobiliteitsplan van 16 november 2021 de parkeerbehoefte inzichtelijk is gemaakt voor het hele Hamerkwartier en voor Draka specifiek. Daarnaast heeft Goudappel opdracht gekregen voor het maken van een dynamische parkeerbalans waarmee de parkeervraag en behoefte naar deelmobiliteit gemonitord gaat worden en op tijd kan worden bijgestuurd, bijvoorbeeld door middel van transformeerbare openbare parkeerplaatsen. Over reducties van de parkeernorm heeft de raad toegelicht dat in de Nota Parkeernormen Auto een bandbreedte is opgenomen om maatwerk per ontwikkeling te kunnen leveren. Binnen die bandbreedte is vervolgens een basisnorm voor de ontwikkeling Draka vastgesteld en daarover is een 30% reductie toegepast. Die 30% bestaat uit een 20% reductie vanwege fiets- en loopverbindingen en een extra 10% reductie vanwege hoogwaardige OV-verbindingen. Ook met de 30% reductie blijft de parkeernorm voor het bestemmingsplan Draka binnen de bandbreedte uit de Nota Parkeernormen Auto. Anders dan Murialdo en anderen veronderstellen, is de loopafstand tot de metrohalte Noorderpark vanuit het plangebied Draka 11 minuten en tot de pont IJpleinveer 10 minuten. Deze reductie moet onderscheiden worden van de 30% inzet op deelmobiliteit. De inzet van deelmobiliteit is geen reductie, maar een invulling van de parkeerbehoefte van bewoners. De Nota Parkeernormen Auto maakt 20% mogelijk, maar gelet op de ambitie van een gemengd stedelijke en autoluwe wijk, het huidige Amsterdamse programma Autoluw, de opkomst van deelmobiliteit en de korte afstand tot het centrum en centraal station (trein/metro, trams en bussen) wordt 30% in het Hamerkwartier aanvaardbaar geacht, zo stelt de raad. Verder heeft de raad onder verwijzing naar de Actualisatie Mobiliteitsplan toegelicht dat er in het Hamerkwartier tot en met 2026 voldoende parkeeraanbod in de openbare ruimte beschikbaar is, maar dat er in 2027 een tekort aan parkeerplaatsen in de openbare ruimte ontstaat. In 2026 zal de start van de bouw van de mobiliteitshub moeten plaatsvinden om het tekort vanaf 2027 op te vangen. In het eindstadium