202306066/1/A
- Datum uitspraak: 23 oktober 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank ZeelandWestBrabant van 22 augustus 2023 in zaak nr. 23/1060 in het geding tussen: [appellant] en de Belastingdienst/Toeslagen (thans: Dienst Toeslagen). Openbare zitting gehouden op 23 oktober 2024 om 11:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.M. Willems Griffier: mr. O. van Loon Jurist: J.E.T. de Regt Verschenen: de Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden]. ==================================== Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 22 augustus 2023 van de rechtbank ZeelandWestBrabant. Beslissing De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Motivering [appellant] heeft op 26 juni 2022 bezwaar gemaakt tegen de definitieve berekening van de zorgtoeslag, het kindgebonden budget en de huurtoeslag over 2019 en 2020, en de herziening van de vaststelling van het kindgebonden budget in
- De relevante beschikkingen dateren van 31 juli 2020, 2 oktober 2020 en 3 september
- De Dienst Toeslagen heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingediend. [appellant] is het hier niet mee eens. Hij stelt dat hij meteen bezwaar heeft gemaakt, zodra hij zich realiseerde dat hij op een zwarte lijst van de Belastingdienst stond. Op grond van artikel 6:7 van de Aw is de termijn voor het maken van bezwaar zes weken. Als buiten die termijn bezwaar wordt gemaakt, is dat bezwaar niet-ontvankelijk en wordt het niet inhoudelijk beoordeeld. Dit is alleen anders als degene die te laat bezwaar heeft gemaakt, daarvan geen verwijt kan worden gemaakt. De bezwaartermijnen van de twee besluiten genomen in 2020 liepen af op 12 september 2020 respectievelijk 14 november
- De bezwaartermijn van het besluit van 3 september 2021 liep af op 16 oktober
- [appellant] heeft zijn bezwaarschrift lang na afloop van deze termijnen ingediend. De rechtbank heeft geoordeeld dat het vermoeden van [appellant] dat hij op een zwarte lijst stond, niet voldoende is voor het oordeel dat hem van deze termijnoverschrijdingen geen verwijt kan worden gemaakt. In hoger beroep herhaalt [appellant] dit betoog, en voert hij aan dat de rechtbank de jaren 2015 tot en met 2018 ten onrechte niet bij haar oordeel heeft betrokken. Het oordeel van de rechtbank dat het enkele feit dat [appellant] dacht dat hij op een zwarte lijst stond niet voldoende is voor het oordeel dat hem van de termijnoverschrijding geen verwijt kan worden gemaakt, is juist. Hij heeft deze stelling verder niet toegelicht. Dat was wel nodig. De Afdeling merkt in dit verband nog op dat sinds de rechtbankuitspraak uit onderzoek van de Dienst Toeslagen is gebleken dat [appellant] niet in de Fraude Signaleringsvoorziening (de zwarte lijst) stond. De Dienst Toeslagen heeft ter onderbouwing daarvan een uitdraai uit het Dagboek FSV overgelegd, waaruit blijkt dat [appellant] daarin niet voorkomt. [appellant] heeft geen aanknopingspunten aangedragen voor het oordeel dat dit niet zou kloppen. In het kader van de afhandeling van een klacht van [appellant] heeft de Dienst Toeslagen nog aan hem toegelicht dat de uitgekeerde voorschotten zorgtoeslag, kindgebonden budget en huurtoeslag over 2019 en 2020 zijn teruggevorderd vanwege een verschil tussen het geschatte en het definitieve inkomen van [appellant] en zijn toeslagenpartner. [appellant] heeft toen aan de klachtbehandelaar aangegeven dat hij dit voldoende vond en dat hij het kon volgen. Er zijn in het dossier ook geen aanknopingspunten dat deze toelichting op de besluiten niet klopt. Ook het standpunt van [appellant] dat de rechtbank ten onrechte niet op alle toeslag jaren is ingegaan, volgt de Afdeling niet. De rechtbank heeft de jaren 2015-2018 namelijk terecht niet betrokken bij haar oordeel, omdat het bezwaarschrift van [appellant] alleen zag op de jaren 2019 en
- De jaren 2015 tot en met 2018 zijn dus geen onderdeel van het geschil. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Willems lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Loon griffier 284-1128
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.