202300389/1/A
- Datum uitspraak: 18 december 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 december 2022 in zaak nr. 22/2447 in het geding tussen: [appellant] en de burgemeester van Vlaardingen. Procesverloop Bij besluit van 19 november 2021 heeft de burgemeester een door [appellant] verbeurde dwangsom ingevorderd. Bij besluit van 20 april 2022 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 22 december 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 december 2024, waar de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. F. Amouri en vergezeld door E.J. Vruggink, is verschenen. Overwegingen Inleiding
- De burgemeester heeft [appellant] bij besluit van 8 september 2021 een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2.87 van de Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen
- Omdat de burgemeester het op grond van een rapportage van de politie aannemelijk acht dat [appellant] op 7 oktober 2021 opnieuw deze bepaling heeft overtreden, heeft [appellant] een dwangsom verbeurd van € 10.
- In de besluitvorming gaat het om de invordering van dit bedrag. Uitspraak van de rechtbank
- De burgemeester heeft zich volgens de rechtbank op het standpunt kunnen stellen dat [appellant] op 7 oktober 2021 met zijn auto op een parkeerterrein aanwezig was met het kennelijke doel om drugs te verhandelen en dat hij daarom voormelde bepaling heeft overtreden, alsmede dat het aannemelijk is dat [appellant] daarmee de openbare orde heeft verstoord. Verder heeft [appellant] volgens de rechtbank geen bijzondere omstandigheden aangedragen en aannemelijk gemaakt die tot de conclusie leiden dat invordering van de dwangsom in dit geval onevenredig is. Hoger beroep
- De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 7.1 tot en met 8.3 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Conclusie
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier. w.g. Schipper-Spanninga lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van de Sluis griffier Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2024 802
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.