(2018)inzichtelijk gemaakt hoeveel verkeersbewegingen het bestemmingsplan genereert. Hieruit volgt dat de verkeersgeneratie maximaal 399 mvt/etm bedraagt. De capaciteit van de omliggende erftoegangswegen, waaronder de A. Mauvestraat en de Jozef Israëlsstraat, is volgens de plantoelichting voldoende om deze toename van de verkeersintensiteit te kunnen verwerken. In wat [appellant] en anderen betogen ziet de Afdeling dan ook geen reden om te oordelen dat de raad zich redelijkerwijs niet op het standpunt mocht stellen dat er een aanvaardbare verkeerssituatie en verkeersafwikkeling in en om het plangebied kan komen. 13.2.
- Voor zover [appellant] en anderen verkeerscongestie vrezen bij de ingang van de parkeergarage aan de Jozef Israëlsstraat, stelt de Afdeling vast dat het bestemmingsplan geen concrete locatie voor de in- en uitrit van de parkeergarage voorschrijft. Binnen de gehele groenbestemming zijn in- en uitritten naar de (ondergrondse) parkeervoorzieningen mogelijk. De Afdeling acht het - ook gelet op wat hiervoor is overwogen over de capaciteit van de omliggende wegen en de voorziene gebruiksmogelijkheden binnen de omliggende groen- en verkeersbestemming - op voorhand niet aannemelijk dat er bij de ontsluiting van de parkeergarage geen goede verkeersafwikkeling kan komen. Hoe een ontsluiting verkeerstechnisch exact wordt ingericht, hoeft niet in een bestemmingsplan te worden geregeld. Verkeerstechnische aspecten hebben namelijk geen betrekking op het plan zelf, maar op de uitvoering daarvan. Uitvoeringsaspecten kunnen in deze procedure niet aan de orde komen. 13.2.
- Op het punt dat [appellant] en anderen hebben aangevoerd dat bij de berekening van het aantal verkeersbewegingen voor de gymzaal ten onrechte is uitgegaan van 500 m2 brutovloeroppervlak (hierna: bvo) in plaats van 700 m2 bvo stelt de Afdeling vast dat daardoor maximaal 28,6 verkeersbewegingen per etmaal buiten beschouwing zijn gebleven. Dat volgt namelijk uit de verkeersgeneratiecijfers in paragraaf 4.8 van de plantoelichting. De Afdeling acht niet aannemelijk dat het alsnog betrekken van dit aantal verkeersbewegingen de conclusie in die paragraaf 4.8 anders maakt. 13.2.
- Ditzelfde geldt voor het betoog van [appellant] en anderen dat bij de berekening van de verkeersgeneratiecijfers niet is uitgegaan van een maximale invulling van de planologische mogelijkheden waarbij in alle 50 appartementen een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf zal worden geëxploiteerd. Deze invulling acht de Afdeling namelijk niet representatief. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 25 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3151, onder 6.
- Dat betekent dat de raad bij de berekening van de verkeersgeneratiecijfers redelijkerwijs niet hoefde uit te gaan van zo'n invulling van de voorziene gebruiksmogelijkheden. Mocht in een aantal appartementen al een beroep of bedrijf aan huis worden geëxploiteerd, dan acht de Afdeling niet aannemelijk dat de verkeersintensiteit op de A. Mauvestraat en de Jozef Israëlsstraat daardoor zo erg toeneemt dat dit extra verkeer niet langer op aanvaardbare wijze kan worden afgewikkeld op de A. Mauvestraat en de Jozef Israëlsstraat. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat in de planregels bepalingen zijn opgenomen om de ruimtelijke gevolgen - waaronder het aantal verkeersbewegingen - van een eventueel beroep of bedrijf aan huis zoveel mogelijk te beperken. Zo mag op grond van artikel 5.1.2 in samenhang bezien met artikel 1.3 van de planregels maximaal 40% van het totale brutovloeroppervlak van de woning worden benut voor een aan huis verbonden beroep of bedrijf. Daarnaast moet het gaan om een dienstverlenend beroep of bedrijf als bedoeld in artikel 1.17 van de planregels of een webwinkel- of postorderbedrijf als bedoeld in artikel 1.32 van de planregels, waarbij opslag van goederen niet is toegestaan en op grond waarvan uitstalling voor de verkoop niet is toegestaan en de goederen uitsluitend worden verkocht door middel van een schriftelijke en/of elektronische opdracht. Verder moet de beroeps- of bedrijfsuitoefening een ruimtelijke uitstraling hebben die in overeenstemming is met de woonfunctie. Bij een groot aantal bezoekers per etmaal zullen de activiteiten al snel niet meer in overeenstemming zijn met de woonfunctie. Het betoog slaagt niet. Parkeren
- [appellant] en anderen betogen dat het bestemmingsplan niet voorziet in de parkeerbehoefte die het zal genereren. In dit verband lichten zij toe dat de voorziene woningen een parkeerbehoefte genereren van 69 parkeerplaatsen en de bijbehorende bezoekers 29 parkeerplaatsen, terwijl de parkeergarage maar een capaciteit heeft van 74 parkeerplaatsen. Hoewel de raad volgens [appellant] en anderen uitgaat van dubbelgebruik, volgt uit de plantoelichting dat op zaterdagavond een tekort ontstaat. Het gaat om een tekort waarbij de raad volgens hen nog niet eens rekening heeft gehouden met de maximale planologische invulling van het bestemmingsplan, waarbij is voorzien in 50 dienstverlenende bedrijven. Verder stellen [appellant] en anderen dat in de plantoelichting voor de gymzaal - uitgaande van een parkeernorm van 2,9 parkeerplaats per 100 m2 - ten onrechte een parkeerbehoefte is berekend van (afgerond naar beneden) 14 parkeerplaatsen in plaats van (afgerond naar beneden) 20 parkeerplaatsen. 14.
- In paragraaf 4.8 van de plantoelichting wordt beschreven welke parkeerbehoefte de voorziene ontwikkelingen genereren en waar kan worden voorzien in die parkeerbehoefte. Hieruit volgt dat de voorziene woningen een parkeerbehoefte genereren van (afgerond naar beneden) 77 parkeerplaatsen (exclusief bezoekers), maar dat die parkeerbehoefte uitgaande van twee deelauto’s kan worden gereduceerd tot 69 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte voor bezoekers bedraagt - uitgaande van een parkeernorm van 0,3 parkeerplaatsen per woning - blijkens de plantoelichting 15 parkeerplaatsen. In totaal genereren de woningen (inclusief bezoekers) een parkeerbehoefte van 84 parkeerplaatsen. 14.
- De Afdeling stelt voorop dat artikel 7.2 van de planregels voorschrijft dat een omgevingsvergunning voor bouwen of uitbreiden of wijzigen van de functie van een bouwwerk slechts wordt verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat functioneel bij het bouwwerk hoort, in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien. Hoewel de vraag of er voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd pas in het kader van de procedure van de omgevingsvergunning voor bouwen aan de orde zal komen, moet de raad bij de vaststelling van het plan al wel bezien of kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 26 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:248, onder 9.
- De Afdeling begrijpt het betoog van [appellant] en anderen zo dat gelet op artikel 7.2 van de planregels het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is, omdat niet duidelijk is waar de benodigde parkeerplaatsen binnen het plangebied kunnen worden gerealiseerd. Dit betoog volgt de Afdeling niet. Niet in geschil is dat het bestemmingsplan met artikel 5.1.1 van de planregels voorziet in een parkeergarage met ruimte voor 74 parkeerplaatsen en dat in zoverre kan worden voldaan aan artikel 7.2 van de planregels. Daarnaast voorziet het bestemmingsplan binnen de bestemmingen "Groen" en "Maatschappelijk" in parkeergelegenheid. Mocht in de praktijk blijken dat niet binnen het plangebied kan worden voorzien in de parkeerbehoefte, dan bevat artikel 7.3 van de planregels een uitzondering op artikel 7.2 van de planregels. De raad heeft op de zitting toegelicht dat aan de overkant van de Jozef Israëlsstraat in de openbare ruimte, ter hoogte van het oostelijke bouwvlak met de bestemming "Wonen", voldoende ruimte is voor de aanleg van 26 parkeerplaatsen ten behoeve van de gymzaal en de bezoekers van de woningen. De Afdeling ziet geen aanleiding om aan de juistheid van deze stelling van de raad te twijfelen. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling op voorhand geen reden om te oordelen dat het bestemmingsplan vanwege de parkeerbehoefte niet uitvoerbaar is. Het betoog slaagt niet. Welstand
- [appellant] en anderen betogen dat het plangebied deel uitmaakt van het zogenoemde "Komgebied", waar volgens de gemeentelijke welstandseisen alleen grondgebonden woningen mogen komen. Appartementen zijn volgens hen dan ook in strijd met de gemeentelijke welstandseisen. 15.
- In de gemeente Schagen zijn de gemeentelijke welstandseisen neergelegd in de nota "Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit", zoals vastgesteld door de raad op 2 april 2019 (hierna: de welstandsnota). De Afdeling stelt voorop dat in een bestemmingsplan in beginsel geen welstandsnormen kunnen worden opgenomen. De Afdeling verwijst ter vergelijking naar haaruitspraak van 19 januari 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AS
- De vraag of de voorziene ontwikkeling voldoet aan de redelijke eisen van welstand komt dus in beginsel niet aan de orde bij de vaststelling van het bestemmingsplan, maar pas bij de verlening van de omgevingsvergunning voor bouwen op grond van artikel 2.10, eerste lid, onder d, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 maakt dat in dit geval overigens niet anders, omdat de welstandsnota vanwege artikel 4.114 van de Invoeringswet Omgevingswet als beleidsregel zoals bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet, deel is gaan uitmaken van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Schagen. Gelet op artikelen 22.7 en 22.29 van het Omgevingsplan gemeente Schagen (Bruidsschat) komt de welstandsnota nog steeds (pas) aan de orde bij bouwaanvragen. 15.
- Het voorgaande laat onverlet dat uit artikel 3.1.6, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening volgt dat de raad zich bij de vaststelling van het bestemmingsplan in het kader van de uitvoerbaarheid van dat plan ervan moet vergewissen dat de beoogde bebouwing wat betreft haar ruimtelijke eigenschappen past in de omgeving. De gemeentelijke welstandsnota kan daarbij een rol spelen. Dat heeft de raad gedaan. In paragraaf 3.4.2 van de plantoelichting wordt ingegaan op de welstandsnota. In wat [appellant] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen reden om te oordelen dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met de redelijke eisen van welstand die op grond van de welstandsnota voor het gebied gelden. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het beeldkwaliteitsplan is voorgelegd aan de welstandscommissie. Uit het welstandsadvies dat als bijlage 2 bij de plantoelichting is gevoegd, volgt dat de welstandscommissie het plan voor de twee appartementencomplexen op hoofdlijnen akkoord vindt. Het betoog slaagt niet. Overig
- Wat [appellant] en anderen voor het overige hebben aangevoerd, is geen reden om te oordelen dat het bestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening of anderszins in strijd is met het recht. Conclusie
- Het beroep is ongegrond. Proceskosten
- De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, voorzitter, en mr. J. Gundelach en mr G.O. van Veldhuizen, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Stoof, griffier. w.g. Verburg voorzitter w.g. Stoof griffier Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2024 749 BIJLAGE Regels bestemmingsplan Artikel 7 Algemene gebruiksregels […] 7.2 Parkeervoorzieningen "Een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden of wijzigen van de functie van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat functioneel bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van de normen die zijn opgenomen in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode. Aan de omgevingsvergunning wordt de voorwaarde verbonden dat de te realiseren parkeerplaatsen, na realisatie in stand moeten worden gehouden." Artikel 7.3 Uitzondering "Het bepaalde in lid 7.2 is niet van toepassing indien: a. het voldoen aan deze regel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; onder de voorwaarde dat dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse."