(2)is beslist dat geen dwangsom verschuldigd is vanwege het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek een pro-actieve aanwijzing te geven. De Afdeling zal dat beroep hieronder behandelen. Is een dwangsom verschuldigd? 8.1. De Afdeling is van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het geen dwangsom verschuldigd was vanwege het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek een pro-actieve aanwijzing te geven. Uit artikel 4:17, eerste lid, van de Awb volgt dat alleen een dwangsom kan worden verbeurd, als niet tijdig een beschikking op aanvraag wordt gegeven. Een pro-actieve aanwijzing is geen beschikking, ook niet in het geval daaraan een aanvraag ten grondslag ligt. Het is een besluit van algemene strekking (vergelijk ABRvS 4 mei 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM3260 en ABRvS 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:291). Het betoog slaagt niet. De weigering een pro-actieve aanwijzing te geven 8.2. Het college heeft het bezwaar voor zover dat betrekking heeft op de weigering een pro-actieve aanwijzing te geven niet-ontvankelijk verklaard, omdat er volgens het college op grond van artikel 8:5 van de Awb, gelezen in verbinding met artikel 1 van bijlage 2 bij de Awb, geen beroep en daarom ook geen bezwaar open staat tegen zo’n besluit. Uit wat hiervoor onder 5.1-5.3 is overwogen volgt dat [appellanten] in beroep terecht betogen dat het college hun bezwaar ten onrechte om die reden niet-ontvankelijk heeft verklaard. 8.3. Het beroep is gegrond. Het besluit op bezwaar is in strijd met artikel 7:12 van de Awb genomen en wordt vernietigd voor zover dat betrekking heeft op de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de weigering een pro-actieve aanwijzing te geven. De Afdeling ziet echter aanleiding de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten en licht dat als volgt toe. 8.4. Het bosperceel heeft de bestemming "Natuur-1". Op grond van artikel 4.1 van de planregels zijn gronden met deze bestemming bestemd voor (
- a)het behoud, beheer, herstel en ontwikkeling van ecologische, natuurlijke en landschappelijke waarden, met daaraan ondergeschikt (
- b)bestaande dagrecreatieve voorzieningen; (
- c)een uitkijkpunt uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van natuur - uitkijkpunt". De bouwregels voor het uitkijkpunt zijn opgenomen in artikel 4.2.2. Daaruit volgt dat het uitkijkpunt een maximale oppervlakte van 6,5 m2 en een bouwhoogte van 7,5 m mag hebben. 8.5. [appellanten] beogen met hun verzoek dat het college een pro-actieve aanwijzing aan de raad van de gemeente Staphorst geeft die ertoe strekt dat de bestemmingsregeling voor het bosperceel wordt aangepast in de zin dat het recreatieve medegebruik en een uitkijkpunt niet zijn toegestaan. Gelet op de afstand tot de woning (340 m), is de Afdeling van oordeel, dat de ruimtelijke uitstraling en de feitelijke gevolgen van het recreatieve medegebruik en een uitkijkpunt met een oppervlakte van 6,5 m2 en een bouwhoogte van 7,5 meter, voor de woon- en leefsituatie van [appellanten] dermate gering zijn, dat zij daarvan geen gevolgen van enige betekenis zullen ondervinden. Zij zijn daarom niet belanghebbend bij de weigering een proactieve aanwijzing te geven. Dit betekent dat het college het bezwaar terecht maar op verkeerde gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard. 8.6. Het college moet de proceskosten van het beroep vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep van [appellant A] en [appellant B] gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 26 mei 2023 in zaak nr. 22/1545, voor zover a. de rechtbank daarin het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de weigering een pro-actieve aanwijzing te geven, en b. het beroep tegen het niet vaststellen van een dwangsom tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek een pro-actieve aanwijzing te geven, ongegrond heeft verklaard; III. bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige; IV. verklaart de rechtbank onbevoegd kennis te nemen van de onder II, onder a en b genoemde onderdelen van het beroep; V. verklaart het beroep gegrond; VI. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Overijssel van 2 september 2022, voor zover daarbij het bezwaar tegen de weigering een pro-actieve aanwijzing te geven niet-ontvankelijk is verklaard; VII. bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte van het onder VI bedoelde besluit in stand blijven; VIII. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Overijssel tot vergoeding van bij [appellant A] en [appellant B] in verband met de behandeling van het hoger beroep en beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.814,00 met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het college aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; IX. bepaalt dat de griffier van de Raad van State aan [appellant A] en [appellant B] het door hen betaalde griffierecht ten bedrage van € 274,00 voor de behandeling van het hoger beroep terugbetaalt. Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier. w.g. Minderhoud lid van de enkelvoudige kamer w.g. Verbeek griffier Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2025 Bijlage Wet natuurbescherming Artikel 4.2 1. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. […] Artikel 4.3 1. Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. Wet ruimtelijke ordening Artikel 4.2 1. Indien provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen gedeputeerde staten aan de gemeenteraad een aanwijzing geven om binnen een daarbij te bepalen termijn een bestemmingsplan vast te stellen overeenkomstig daarbij gegeven voorschriften omtrent de inhoud van dat bestemmingsplan. Algemene wet bestuursrecht Artikel 4:17 1. Indien een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven, verbeurt het bestuursorgaan aan de aanvrager een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen. De Algemene termijnenwet is op laatstgenoemde termijn niet van toepassing. […] 6. Geen dwangsom is verschuldigd indien: […] b.de aanvrager geen belanghebbende is, of […] Artikel 6:2 Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden met een besluit gelijkgesteld: a. de schriftelijke weigering een besluit te nemen, en […] Artikel 8:1 Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Artikel 8:5 1. Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit als bedoeld in artikel 1 van de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak. Artikel 8:6 1. Het beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank, tenzij een andere bestuursrechter bevoegd is ingevolge hoofdstuk 2 van de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak dan wel ingevolge een ander wettelijk voorschrift. Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak Artikel 1 Geen beroep Tegen een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan geen beroep worden ingesteld. […] Wet ruimtelijke ordening: […] d. artikel 4.2, eerste lid, tenzij de aanwijzing betrekking heeft op een daarbij concreet aangegeven locatie waarvan geen afwijking mogelijk is Artikel 2 Beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Tegen een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. […] Wet ruimtelijke ordening: […] f. de artikelen 4.2, eerste lid, en 4.4, eerste lid, voor zover het besluit betrekking heeft op een daarbij concreet aangegeven locatie waarvan geen afwijking mogelijk is