(1999), die is toegepast bij het uitvoeren van de metingen, niet verplicht tot het verstrekken van de door [appellant] genoemde x- en y-coördinaten. Het heeft verder onbestreden aangegeven dat het akoestisch rapport voldoende informatie bevat om een controle van het akoestisch onderzoek door een andere deskundige mogelijk te maken. Aangezien, mede gelet op wat hiervoor is overwogen, er geen concrete aanknopingspunten zijn op grond waarvan tot het oordeel moet worden gekomen dat het akoestisch onderzoek onzorgvuldig tot stand is gekomen of inhoudelijk niet juist is, heeft de rechtbank terecht overwogen dat het college de rapporten mocht volgen en aan zijn besluitvorming ten grondslag mocht leggen. Het betoog slaagt niet.
- [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college voldoende heeft gemotiveerd waarom het heeft besloten medewerking te verlenen aan de gebruikswijziging. Hij wijst er daarbij op dat het college in het besluit op bezwaar niet naar de in deze zaak uitgebrachte stedenbouwkundige adviezen van Urban Jazz, BRO en het Gelders Genootschap heeft verwezen en het advies van Urban Jazz niet kenbaar aan zijn besluitvorming ten grondslag heeft gelegd. Volgens [appellant] is het vreemd dat het college medewerking heeft verleend aan het plan, terwijl het zich aanvankelijk op het standpunt stelde dat de voorgenomen gebruikswijziging zou leiden tot een stedenbouwkundig onwenselijke situatie. Het is in dat verband bijzonder dat de voorwaarden die in het advies van Urban Jazz zijn opgenomen niet als voorschriften aan de vergunning zijn verbonden, aldus [appellant]. 9.
- Uit de dossierstukken, waaronder het verweerschrift van het college van 16 september 2022, en het verhandelde op de zitting blijkt het volgende. Voordat [vergunninghoudster] de aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning heeft ingediend, heeft hij over zijn plan om het voormalig bedrijfspand op het perceel te gebruiken als woning overleg gehad met het college. Het college stond op basis van een advies van het Gelders Genootschap van 30 november 2020 positief tegenover dat plan, maar alleen onder voorwaarden en via een herziening van het bestemmingsplan. Het college vond de situering en uitstraling van het pand niet stedenbouwkundig aanvaardbaar. Met het verlenen van een omgevingsvergunning zou de fysieke situatie en de onderliggende bedrijfsbestemming ongewijzigd blijven, wat niet wenselijk werd geacht. Nadat [vergunninghoudster] een aanvraag om omgevingsvergunning had ingediend, heeft het college aanleiding gezien het plan opnieuw te beoordelen en daarbij advies te vragen aan Urban Jazz. In het advies van 20 januari 2020 (lees: 2021) werd positief geadviseerd over het omzetten van de bestaande situatie naar een woonfunctie. Volgens het college bevestigde het advies van Urban Jazz het eerdere advies van het Gelders Genootschap en leidde dat advies tot de conclusie dat het alsnog medewerking wilde verlenen aan een gebruikswijziging door het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2o, van de Wabo, gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor. 9.
- [appellant] wijst er terecht op dat in het besluit op bezwaar de in deze zaak uitgebrachte stedenbouwkundige adviezen niet zijn genoemd. Maar, zoals de rechtbank heeft overwogen, heeft het college in beroep, namelijk in zijn verweerschrift, wel uitgelegd hoe de besluitvorming tot stand is gekomen en hoe de in deze zaak uitgebrachte adviezen daarin zijn betrokken en de stedenbouwkundige afweging is gemaakt. De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat het college niet op basis van het advies van Urban Jazz een ander standpunt heeft kunnen innemen dan het innam voordat de aanvraag werd ingediend, en de gebruikswijziging toch stedenbouwkundig aanvaardbaar heeft kunnen achten en daarvoor een omgevingsvergunning heeft verleend. De Afdeling wijst er daarbij op dat [appellant] de juistheid van het advies van Urban Jazz niet heeft bestreden. Dat het college geen eisen heeft gesteld aan het gevelbeeld, terwijl in het advies van Urban Jazz daar aandacht voor was gevraagd, maakt het besluit van het college niet onrechtmatig. Het college heeft toegelicht dat het niet nodig was om eisen te stellen aan de uiterlijke verschijningsvorm. Het betoog slaagt niet.
- De Afdeling overweegt tot slot over het betoog van [appellant] over de niet uitgevoerde toets aan het Bouwbesluit 2012 dat de aanvraag geen betrekking heeft op bouwactiviteiten. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo is ook niet aangevraagd. Dat het de bedoeling is om in de toekomst het pand te verbouwen en daarover in deze procedure ook stukken zijn overgelegd, maakt dat niet anders. Als er vergunningplichtige werkzaamheden worden verricht, zal daar een omgevingsvergunning voor moeten worden aangevraagd. Het betoog slaagt niet. Conclusie
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
- Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier. w.g. Van Gastel lid van de enkelvoudige kamer w.g. Pieters griffier Uitgesproken in het openbaar op 14 mei 2025 473