ECLI:NL:RVS:2025:2379
202500946/3/R1.
Datum uitspraak: 22 mei 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen: [appellante], gevestigd in [plaats], appellante, en de raad van de gemeente Amstelveen, verweerder.
Procesverloop [appellante] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van 27 november 2024 waarbij het bestemmingsplan en het exploitatieplan "De Scheg Midden" zijn vastgesteld.
Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan of een exploitatieplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd, het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan respectievelijk het exploitatieplan onherroepelijk zijn.
Het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpexploitatieplan zijn op 20 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding 3. Het onderhavige bestemmingsplan gaat over de realisatie van 457 nieuwe woningen en een nieuwe gebiedsontsluitingsweg, in combinatie met verkeersfuncties, groen(voorzieningen) en water(gangen). Het plangebied kent in de huidige situatie voor het grootste deel agrarische en glastuinbouw percelen. Het bestemmingsplan is grotendeels gelegen ten zuiden van de wijk Westwijk. Het grootste deel van het plangebied is gelegen in het glastuinbouwgebied van de Legmeerpolder en heeft betrekking op de beoogde woonwijk Scheg Midden.
Belanghebbendheid 4. Op grond van artikel 8:1 van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Ingevolge artikel 6:13 van de Awb, voor zover hier van belang, kan geen beroep worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 van de Awb naar voren heeft gebracht.
Proceskosten 9. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, griffier. w.g. Ten Veen lid van de enkelvoudige kamer w.g. Sparreboom griffier Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2025 195 BIJLAGE ALGEMENE WET BESTUURSRECHT Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Artikel 1:2 1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. […] 2. Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.
Hoofdstuk 3 Algemene bepalingen over besluiten Afdeling 3.4. Uniforme openbare voorbereidingsprocedure Artikel 3:15 1. Belanghebbenden kunnen bij het bestuursorgaan naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen.
Hoofdstuk 8 Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter Titel 8.1. Algemene bepalingen over het beroep in eerste aanleg Afdeling 8.1.1. Bevoegdheid Artikel 8:1 Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.
WET RUIMTELIJKE ORDENING Hoofdstuk 3 Bestemmings- en inpassingsplannen Afdeling 3.1. Bepalingen omtrent de inhoud van het bestemmingsplan Artikel 3.6 […] 4. Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen omtrent een voorgenomen nadere eis als bedoeld in het eerste lid naar voren te brengen.
Hoofdstuk 6. Financiële bepalingen Afdeling 6.4. Grondexploitatie Artikel 6.14 1. Op de voorbereiding van een exploitatieplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat de kennisgeving tevens geschiedt aan degenen die in de kadastrale registratie staan vermeld als eigenaar van gronden in het exploitatiegebied. […]