(2013)van het Comité voor de Rechten van het Kind over het recht van het kind dat zijn belangen de eerste overweging vormen (artikel 3, lid 1), CRC/C/GC/14, punt 6].
- Daarnaast bepaalt artikel 24, lid 1, van het Handvest dat kinderen vrijelijk hun mening mogen uiten en dat daaraan in hen betreffende aangelegenheden in overeenstemming met hun leeftijd en rijpheid passend belang wordt gehecht.
- In de eerste plaats dienen de lidstaten, zoals blijkt uit overweging 18 van richtlijn 2011/95, bij de beoordeling van het belang van het kind in het kader van een procedure voor internationale bescherming met name terdege rekening te houden met het beginsel van eenheid van gezin, het welzijn en de sociale ontwikkeling van het kind - waartoe zijn gezondheid, zijn gezinssituatie en zijn opvoeding behoren - en met overwegingen van veiligheid.
- Dienaangaande bepaalt artikel 4, lid 3, onder c), van richtlijn 2011/95 dat de beoordeling van een verzoek om internationale bescherming op individuele basis moet plaatsvinden en rekening houdt met onder meer de leeftijd van de verzoeker, teneinde te beoordelen of op basis van zijn persoonlijke omstandigheden, de daden waaraan hij blootgesteld is of blootgesteld zou kunnen worden, met vervolging of ernstige schade overeenkomen. In dit verband preciseert artikel 9, lid 2, onder f), van deze richtlijn dat een dergelijke daad van vervolging onder meer de vorm kan aannemen van een daad „van kindspecifieke aard".
- De beoordeling van de aan de leeftijd van de verzoeker te verbinden consequenties, waaronder de in aanmerkingneming van het belang van het kind wanneer de verzoeker minderjarig is, behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de bevoegde nationale autoriteit (zie in die zin arrest van 22 november 2012, M., C-277/11, EU:C:2012:744, punten 69 en 70).
- Uit de voorgaande overwegingen volgt dat de bevoegde nationale autoriteit, wanneer de persoon die om internationale bescherming verzoekt minderjarig is, bij de beoordeling van de gegrondheid van diens verzoek om internationale bescherming na een onderzoek op individuele basis noodzakelijkerwijs rekening moet houden met het belang van deze minderjarige.
- In de tweede plaats blijkt uit overweging 18 van richtlijn 2011/95 dat de lidstaten in het kader van een procedure voor internationale bescherming rekening moeten houden met de mening van de minderjarige in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit. Daarnaast kunnen de lidstaten overeenkomstig artikel 14, lid 1, vierde alinea, van richtlijn 2013/32 in hun nationale wetgeving voorschrijven in welke gevallen een minderjarige de gelegenheid moet krijgen voor een persoonlijk onderhoud. Wanneer de minderjarige die gelegenheid geboden wordt, is artikel 15, lid 3, onder e), van deze richtlijn van toepassing, dat bepaalt dat de lidstaten ervoor dienen te zorgen dat dit onderhoud wordt afgenomen op een kindvriendelijke manier. In dit verband moeten de lidstaten er overeenkomstig artikel 10, lid 3, onder d), van die richtlijn voor zorgen dat de bevoegde nationale autoriteiten de mogelijkheid hebben om, telkens wanneer dat nodig is, advies te vragen van deskundigen over specifieke kwesties, zoals onder meer kindgerelateerde kwesties.
- Bij gebreke aan meer gedetailleerde bepalingen in richtlijn 2011/95 en richtlijn 2013/32 staat het aan de lidstaat om de nadere regels vast te stellen voor de beoordeling van het belang van het kind in het kader van een procedure voor internationale bescherming, waaronder het tijdstip of de tijdstippen waarop die beoordeling moet worden verricht en in welke vorm, mits daarbij artikel 24 van het Handvest en de in de punten 75 tot en met 79 van het onderhavige arrest genoemde bepalingen worden geëerbiedigd. […]
- Gelet op het voorgaande dient op het eerste onderdeel van de derde vraag en op de vierde vraag te worden geantwoord dat artikel 24, lid 2, van het Handvest aldus moet worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat de bevoegde nationale autoriteit op een door een minderjarige ingediend verzoek om internationale bescherming beslist zonder het belang van deze minderjarige eerst in het kader van een individuele beoordeling concreet te hebben vastgesteld. […]" Overwegingen van het Hof van Justitie in het arrest van 12 september 2024, Sagrario, ECLI:EU:C:2024:739, voor zover nu van belang: "
- Wat de vraag betreft of die autoriteit ook minderjarige kinderen moet horen, zij eraan herinnerd dat artikel 24, lid 1, van het Handvest vereidat kinderen vrijelijk hun mening uiten en dat aan hun mening in hen betreffende aangelegenheden in overeenstemming met hun leeftijd en rijpheid passend belang wordt gehecht.
- Artikel 24, lid 2, van het Handvest verplicht de bevoegde nationale autoriteit bovendien om bij alle handelingen in verband met kinderen rekening te houden met de belangen van het kind.
- Volgens vaste rechtspraak vereist deze laatste bepaling dat bij alle handelingen die door de lidstaten bij de toepassing van richtlijn 2003/86 worden verricht, de belangen van het kind een essentiële overweging vormen [zie in die zin arrest van 1 augustus 2022, Bundesrepublik Deutschland (Gezinshereniging met een minderjarige vluchteling), C-273/20 en C-355/20, EU:C:2022:617, punt 42 en aldaar aangehaalde rechtspraak].
- Aldus moet de vraag of het nuttig is het kind te horen - wat de belangen van het kind niet noodzakelijkerwijs vereisen - in elk afzonderlijk geval in het licht van de noden in verband met deze belangen van het kind worden beoordeeld […].
- Aldus moet de vraag of het nuttig is het kind te horen - wat de belangen van het kind niet noodzakelijkerwijs vereisen - in elk afzonderlijk geval in het licht van de noden in verband met deze belangen van het kind worden beoordeeld […].
- Hieruit volgt dat artikel 24 van het Handvest niet het horen van het kind op zich oplegt maar de mogelijkheid voor het kind om te worden gehoord […].
- Het recht van het kind om te worden gehoord vereist dus niet dat het kind noodzakelijkerwijs wordt gehoord, maar impliceert wel dat de procedures en wettelijke voorwaarden aanwezig zijn om het kind in staat te stellen vrijelijk zijn mening te geven, alsook dat van deze mening kennis wordt genomen.
- Wanneer het besluit tot weigering van verlenging van een verblijfstitel een minderjarig kind betreft, staat het dus aan de lidstaten om alle passende maatregelen te nemen om dat kind een daadwerkelijke en effectieve mogelijkheid te bieden om te worden gehoord, in overeenstemming met zijn leeftijd of rijpheid. […]"