(1998)van kracht is geworden. Het perceel heeft daarin de bestemming "Agrarische doeleinden met landschappelijke waarden" gekregen. Het gemeentebestuur stelt zich op het standpunt dat het wonen in de stal illegaal is aangevangen onder het regime van het bestemmingsplan uit 1973 en, omdat het bestemmingsplan uit 1998 het wonen ook niet toestaat bij recht, het gebruik onder het algemene overgangsrecht van het plan uit 1998 is komen te vallen. In de gedoogbeslissing is verder vermeld dat het perceel de bestemming "Agrarische doeleinden met landschappelijke waarden" heeft. In totaal mogen er niet meer dan 41 woningen bestaan op de gronden binnen het plangebied met die bestemming. Volgens het gemeentebestuur is dat aantal al bereikt. Inhoudelijke gronden
- [appellant sub 2] kan zich niet verenigen met artikel 22.7 van de planregels van het voorliggende plan. Op grond van deze bepaling is persoonsgebonden overgangsrecht toegekend voor het gebruik van het gebouw op het perceel. [appellant sub 2] betoogt dat ofwel een woonbestemming aan het perceel moest worden toegekend of het gebruik van de stal als woning onder het algemene overgangsrecht had moeten worden gebracht. [appellant sub 2] voert aan dat het gebruik van de stal nooit in strijd is geweest met vorige bestemmingsplannen. Onder het voorgaande plan "Saendelft" uit 1998 was het perceel onder meer bestemd voor bebouwing ten behoeve van wonen. Het gebruik van de stal als woning was dus niet verboden. 11.
- De raad stelt dat de vergunning is verleend voor een stal, berging en garage. Het gebruik als woning is volgens hem nooit in overeenstemming met de voorgaande bestemmingsplannen geweest. Op grond van artikel 12 van de voorschriften van het bestemmingsplan "Saendelft" waren de gronden onder meer bestemd voor bebouwing ten behoeve van wonen. Gelet op de hoge geluidbelasting van de N246 heeft de raad niet mee willen werken aan een woonbestemming of uitsterfregeling. Ook de aangekondigde sloop van een vervallen schuurtje achter de stal - wat dan deels de geluidreflectie zal wegnemen en daarmee op één gevel de geluidbelasting laat verminderen - heeft de gemeente er niet toe doen besluiten om een woonbestemming toe te kennen. Op twee gevels is de geluidbelasting namelijk 59 dB en 57 dB, terwijl 53 dB de maximale waarde is voor een nieuwe woning. Ook heeft de stal geen geluidluwe gevel. Daarmee wordt ook niet voldaan aan het Zaans geluidbeleid. Omdat de geluidsituatie niet valt op te lossen en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat niet valt te borgen, heeft de raad persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen. 11.
- Artikel 22.7 van de planregels van het voorliggende plan luidt: "Het gebruik van het gebouw aan [locatie 2] te Assendelft voor wonen mag worden voortgezet en wel uitsluitend door de persoon die op het moment van kracht worden van dit plan volgens de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Zaanstad als hoofdbewoner en diens partner staan ingeschreven op het betreffende adres. Een persoon of groep personen die deel uitmaakt van het huishouden van de hoofdbewoner mogen in het gebouw wonen zolang ze inwonen bij degene, die als hoofdbewoner dan wel als diens partner volgens de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Zaanstad op het betreffende adres staat ingeschreven op het moment van het van kracht worden van dit plan." Artikel 12, eerste lid, van de voorschriften van het plan "Saendelft" luidt: "De op de plankaart als uit te werken agrarische doeleinden met landschappelijke waarden aangewezen gronden zijn bestemd voor: […] b. bebouwing ten behoeve van het wonen; […]". Artikel 12, tweede lid, luidt: "Burgemeester en wethouders werken de bestemming van gronden vermeld in dit artikel uit met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en de volgende regels: […] h. Het totale aantal woningen en agrarische bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan
- […]" Artikel 29, eerste lid, luidt: "Het is verboden de in dit plan begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met het in dit plan bepaalde." 11.
- De Afdeling overweegt dat [appellant sub 2] en zijn rechtsvoorgangers de bebouwing op het perceel hebben gebruikt om te wonen. Artikel 12, eerste lid, onder b, in samenhang met artikel 29, van de voorschriften van het bestemmingsplan "Saendelft" staan aan dat gebruik niet in de weg. De raad is er ten onrechte van uitgegaan dat het gebruik voor wonen in die bebouwing niet was toegestaan onder de werking van het bestemmingsplan "Saendelft" en daarmee onder het algemene overgangsrecht van dat plan viel. Evenmin heeft de raad inzichtelijk gemaakt waarom artikel 12, tweede lid, aanhef en onder h, van de planvoorschriften, dat betrekking heeft op een uit te werken bestemming, van toepassing was op het perceel [appellant sub 2]. Ook heeft de raad niet gemotiveerd hoe wordt bepaald of het totale aantal woningen en agrarische bedrijfswoningen meer bedraagt dan
- Het bestreden besluit is in zoverre onzorgvuldig voorbereid. Het betoog slaagt. Conclusie [appellant sub 2]
- Reeds omdat [appellant sub 2] geen gronden naar voren heeft gebracht met betrekking tot de besluiten van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024, zijn de beroepen hiertegen ongegrond.
- Met het oog op finale beslechting van het geschil ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:51d van de Awb op te dragen om het hiervoor onder 9.3 geconstateerde gebrek te herstellen binnen 26 weken na verzending van deze uitspraak. De raad zal alsnog moeten beoordelen of een woonbestemming kan worden toegestaan. Hij zal daarbij de geluidbelasting ter plaatse moeten meenemen in de beoordeling. Proceskosten
- Wat betreft [appellant sub 1] en anderen hoeft de raad geen proceskosten te vergoeden. Wat betreft [appellant sub 2] zal in de einduitspraak worden beslist over de eventuele proceskosten en de vergoeding van het betaalde griffierecht. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: Einduitspraak: I. verklaart de beroepen van [appellant sub 1] en anderen ongegrond; II. verklaart de beroepen van [appellant sub 2] tegen de besluiten van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024 ongegrond; Tussenuitspraak: III. draagt de raad van de gemeente Zaanstad op om binnen 26 weken na verzending van deze tussenuitspraak: - het gebrek geconstateerd onder 11.3 van deze tussenuitspraak in het besluit van 17 oktober 2024 met inachtneming van wat in deze tussenuitspraak is overwogen, te herstellen; - de Afdeling en partijen de uitkomst mee te delen en een eventueel nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, griffier. w.g. Van Ravels lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Helvoort griffier Uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2025 361