BRS.25.000996 ECLI:NL:RVS:2025:4047 Datum uitspraak: 26 augustus 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 7 juli 2025 in zaak nr. NL24.38647 in het geding tussen: [wederpartij 1], [wederpartij 2] en [wederpartij 3] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 17 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 25 september 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 7 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkenen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit gedeeltelijk vernietigd en bepaald dat de minister binnen acht weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Betrokkenen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.