202502661/1/V
- Datum uitspraak: 6 oktober 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 26 maart 2025 in zaak nr. NL24.47412 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 8 november 2024 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd. Bij uitspraak van 26 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.M. van der Marel, advocaat in Eindhoven, hoger beroep ingesteld. De rechtbank heeft op verzoek van de Afdeling schriftelijke inlichtingen gegeven. Overwegingen
- De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 24 april
- Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen. Appellant heeft het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. De gemachtigde van appellant betoogt in het hogerberoepschrift dat het hoger beroep ontvankelijk is, omdat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Hij betoogt dat hij geen notificatie heeft ontvangen dat de uitspraak aan het digitaal systeem voor gegevensverwerking van de rechtspraak, bedoeld in artikel 8:36c van de Awb (hierna: Mijn Rechtspraak) was toegevoegd. Nadat gemachtigde op 30 april 2025 een notificatie ontving dat het dossier werd afgesloten, heeft hij voor het eerst kennis kunnen nemen van de uitspraak, waarna hij het hogerberoepschrift naar eigen zeggen zo spoedig mogelijk heeft ingediend.
- Op verzoek van de Afdeling heeft de rechtbank onderzocht op welke datum de uitspraak in Mijn Rechtspraak is geplaatst en op welke datum daarvan een notificatie is verzonden. Uit het door de rechtbank toegezonden rapport van technisch onderzoek van 14 augustus 2025 blijkt dat de uitspraak op 26 maart 2025 in Mijn Rechtspraak is geplaatst en dat op dezelfde dag een notificatie van plaatsing van de uitspraak is verzonden naar de gemachtigde. Het rapport vermeldt ook dat op 26 maart 2025 geen verstoringen geregistreerd zijn. 2.
- De gemachtigde is in de gelegenheid gesteld op het onderzoek van de rechtbank te reageren. Daarvan heeft hij geen gebruik gemaakt. Gelet hierop gaat de Afdeling ervan uit dat de uitspraak op 26 maart 2025 in Mijn Rechtspraak is geplaatst en dat op dezelfde dag daarvan een notificatie is verstuurd. Omdat uit het rapport ook blijkt dat er op 26 maart 2025 geen verstoringen geregistreerd zijn, is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
- Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.S. Jiawan, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Jiawan griffier Uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2025 1017
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.