ECLI:NL:RVS:2025:4985
202203860/4/R4.
Datum beslissing: 16 oktober 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op het verzoek om verschoning (ex artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht: hierna: Awb) van: mr. P.H.A. Knol Procesverloop Ten aanzien van zaak nr. 202203860/1/R4, die op 17 oktober 2025 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad mr. P.H.A. Knol (hierna: de staatsraad), die als lid van de enkelvoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 15 oktober 2025 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.
Overwegingen 1. Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Awb kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen.
In artikel 8:15 is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. E.J. Daalder en mr. A. ten Veen, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier. w.g. Drop voorzitter w.g. Pieters griffier Uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2025 473