ECLI:NL:RVS:2025:5848
202405225/1/A2.
Datum uitspraak: 3 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend in [woonplaats], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2024 in zaak nr. 24/665 in het geding tussen: [appellante] en de minister van Financiën.
Procesverloop Bij besluiten van 16 maart 2023 en 7 april 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen zeven aanvragen van [appellante] om overneming van private schulden afgewezen.
Bij besluiten van 18 december 2023 heeft de minister, in diens hoedanigheid van rechtsopvolger van de Belastingdienst/Toeslagen, het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 18 juli 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 18 december 2023 gedeeltelijk vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte van dat besluit in stand blijven.
Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 19 november 2025, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. R.A. Dayala, advocaat in Amsterdam, en de minister, vertegenwoordigd door mr. J. Rhebergen en mr. A. Divis-Stein, zijn verschenen.
Overwegingen 1. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: de Wht).
5.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, loopt een overeenkomst door, indien een betrokkene de beleentermijn verlengt (uitspraak van de Afdeling van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2069). Wanneer de overeenkomst niet wordt verlengd en de beleentermijn afloopt zonder dat de pandbelener de leensom terugbetaalt, ontstaat voor dat bedrag geen opeisbare vordering van het pandhuis op de pandbelener, maar is de vordering op het pand verhaald, zoals bedoeld in artikel 3:227 van het Burgerlijk Wetboek. Hieruit volgt dat het betoog faalt.
Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.
Aldus vastgesteld door mr. J.F. de Groot, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, griffier. w.g. De Groot lid van de enkelvoudige kamer w.g. Hazen griffier Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2025 452-1175