(2019), geen parkeernorm is opgenomen voor een maatwerkvoorziening voor dak- en thuislozen. De parkeernormen die in het beleid naar woontype zijn opgenomen, sluiten niet goed aan bij een maatwerkvoorziening voor tijdelijk wonen voor voormalig dak- en thuislozen. In het onderzoek van Goudappel is daarom maatwerk toegepast en gemotiveerd uitgegaan van een parkeernorm van 0,25 parkeerplaatsen per woning (0,15 per bewoner en 0,10 voor bezoekers). Dat maakt dat de parkeerbehoefte uitkomt op 6 parkeerplaatsen (4,75 parkeerplaatsen voor de woningen en 0,9 parkeerplaatsen voor het beoogde buurtontmoetingscentrum). Aangezien het bouwplan niet voorziet in parkeerplaatsen op eigen terrein is in het parkeeronderzoek vervolgens onderzocht of de parkeerbehoefte kan worden opgelost in de bestaande parkeercapaciteit. Bij gebruik van openbare parkeerplaatsen moet door middel van een onafhankelijk parkeeronderzoek aangetoond worden dat de toename niet leidt tot een overschrijding van de maximale parkeerbezetting van 90%. In het parkeeronderzoek van Goudappel is inzichtelijk gemaakt dat de parkeerdruk in de directe omgeving van de Cyclamenstraat 1 onder de 90% ligt, met uitzondering van de vrijdagmiddag wanneer de weekmarkt plaatsvindt. Op dat moment is er een overschrijding van 3% (3 parkeerplaatsen) en is de parkeerdruk 93%. Voor alle andere werkdagen en de gemeten weekenddag (zaterdag) is de parkeerdruk op alle meetmomenten niet hoger dan 80%. Het gemeentelijk beleid voorziet in de mogelijkheid van afkoop van de parkeereis als bestaande en/of nieuwe parkeercapaciteit geen gewenste en/of haalbare invulling is van de parkeereis. Aangezien als gevolg van de markt op de vrijdagmiddag op die dag geen sprake is van voldoende restcapaciteit, wordt de volledige parkeereis afgekocht. Volgens de gemeentelijke parkeernota bedraagt deze bijdrage € 5.000,00 per parkeerplaats, wat in dit geval neerkomt op € 30.000,
- Storting van dit bedrag is als voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden. 8.
- Naar het oordeel van de voorzieningenrechter geeft wat [verzoeker] heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat het parkeeronderzoek zodanige gebreken bevat dat het college zich bij de verlening van de omgevingsvergunning niet op dit onderzoek heeft mogen baseren. De voorzieningenrechter stelt daarbij voorop dat het enkele feit dat onderzoeken worden uitgevoerd in opdracht van het bevoegd gezag of de initiatiefnemer van een project geen reden is om op voorhand te twijfelen aan de objectiviteit van de inhoud van die onderzoeken. Het parkeeronderzoek is opgesteld door een deskundig adviesbureau. Het betoog over de objectiviteit van het onderzoek bevat geen concrete aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid van de inhoud daarvan. Daarnaast overweegt de voorzieningenrechter dat het college zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de parkeernormen die in het beleid zijn opgenomen, niet goed aansluiten bij een maatwerkvoorziening voor dak- en thuislozen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college voldoende gemotiveerd, mede onder verwijzing naar het in het parkeeronderzoek genoemde praktijkvoorbeeld van een andere, vergelijkbare bestaande maatwerkvoorziening van Springplank040, dat de beoogde doelgroep niet of nauwelijks in het bezit is van een auto en dat een parkeernorm van 0,25 per wooneenheid in dit geval een passende parkeernorm is. De voorzieningenrechter ziet verder in hetgeen [verzoeker] heeft aangevoerd over de berekening van de parkeerdruk, vooralsnog geen aanleiding om aan te nemen dat het college deze onjuist heeft vastgesteld. Het betoog slaagt niet. Conclusie
- Gelet op het voorgaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
- Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Engelen, griffier. w.g. Daalder voorzieningenrechter w.g. Van Engelen griffier Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2025 842