(2010)of bij de parkeerkencijfers uit de CROW-publicatie "Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie". Verder zal, door de toename van het aantal parkeerplaatsen, het gebied aantrekkelijker zijn, wat zorgt voor een toename van het aantal bezoekers, waardoor de parkeerdruk toeneemt. Er is geen rekening gehouden met de parkeerbehoefte van het door het bestemmingsplan mogelijk gemaakte nieuwe ontwikkeling van dagrecreatie. Ten onrechte is voor de parkeerbehoefte van die gronden uitgegaan van het bestaande illegale gebruik als ligweide. De maatschap verwijst naar het rapport van De Baan. Volgens De Baan zijn er tussen de 3.810 en 3.750 parkeerplaatsen nodig. Tot slot voert de maatschap aan dat onduidelijk is door wie, hoe, wanneer en met welke frequentie tellingen zijn verricht. Daardoor is niet inzichtelijk of de gedane tellingen representatief zijn en op welke wijze de parkeerbehoefte is bepaald. 6.
- De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat het gaat om een bestaand waterrecreatiegebied. Daarom is niet aangesloten bij parkeernormen volgens de parkeernota of bij de betreffende CROW-richtlijn. De parkeernota, die is gebaseerd op de CROW-kencijfers, ziet namelijk alleen op nieuwe ontwikkelingen. De raad is uitgegaan van het feitelijk gebruik van de afgelopen jaren. Aan de hand van tellingen van geparkeerde auto’s is de parkeerbehoefte bepaald. Op drukke topdagen zijn langs de openbare wegen 500 tot 800 geparkeerde auto’s geteld, op één topdag in het jaar 2019 zijn 850 auto’s en op één topdag in het jaar 2020 zijn 875 auto’s geteld. Het plan voorziet in 1.070 parkeerplaatsen. Tezamen met de al bestaande 200 parkeerplaatsen op het terrein van initiatiefnemer, die direct buiten het plangebied zijn gelegen, is er voldoende parkeerruimte om in de parkeerbehoefte te voorzien. De toekenning van de bestemming "Recreatie" betreft een legalisering van een thans aanwezige feitelijke situatie. De strook grond maakt deel uit van het gebied voor dagrecreatie en wordt als zodanig reeds gebruikt, zodat de parkeerbehoefte al is meegenomen in de telling van de geparkeerde auto’s. 6.
- De Afdeling is van oordeel dat de raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat voor de berekening van de parkeerbehoefte de parkeernormen uit de parkeernota niet gelden. Die normen zien namelijk op nieuwe situaties, op nog te realiseren buitenzwemwater, terwijl het gaat om een bestaand waterrecreatiegebied. De raad heeft met het in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte parkeerterrein geprobeerd om een bestaand parkeerprobleem op te lossen. De raad mocht daarom aansluiten bij de feitelijke situatie en kon aan de hand van geparkeerde auto’s en informatie over bezoekersaantallen de parkeerbehoefte bepalen. De raad heeft zich daarnaast terecht op het standpunt gesteld dat de toekenning van de bestemming "Recreatie" aan de betreffende strook grond niet leidt tot een extra parkeerbehoefte. In zoverre slaagt het betoog niet. 6.
- Maar naar het oordeel van de Afdeling heeft de maatschap terecht naar voren gebracht dat onvoldoende duidelijk is of de verrichte tellingen voldoende representatief zijn geweest om de parkeerbehoefte te bepalen. Onduidelijk is namelijk op welke dagen, op welke locatie en op welk tijdstip de tellingen zijn verricht en hoeveel tellingen aan het besluit tot vaststelling van het plan ten grondslag hebben gelegen. Ook daarom is het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan onvoldoende zorgvuldig voorbereid. In zoverre slaagt het betoog. Vormvrije m.e.r.-beoordeling
- De maatschap betoogt dat de vormvrije m.e.r-beoordeling onvolledig is, omdat daarin de gevolgen van de aanleg en het gebruik van de nieuwe ontsluitingsweg naar het parkeerterrein en ook de realisatie van het parkeerterrein niet zijn meegenomen. Verder is daarin niet betrokken dat het parkeerterrein zelf tot meer verkeersbewegingen leidt. 7.
- Het plan voorziet in de aanleg van een parkeerterrein en aanpassingen aan de infrastructuur. Daarmee wordt voorzien in de realisatie van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.) en dient een beslissing te worden genomen als bedoeld in artikel 7.17, eerste lid, van de Wet milieubeheer (Wm) omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Bij het niet overschrijden van de drempelwaarden, zoals hier aan de orde, is artikel 2, vijfde lid, onder b, van het Besluit m.e.r. van toepassing en dient een zogenoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. 7.
- De Afdeling stelt vast dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling is gemaakt. Deze is aangepast naar aanleiding van wat de maatschap naar voren heeft gebracht in de zienswijze. In deze aangepaste beoordeling is alsnog de aanleg en het gebruik van de nieuwe ontsluitingsweg meegenomen. Daarnaast is aanvullend flora- en faunaonderzoek verricht. Vervolgens is, op basis van deze m.e.r.-beoordeling, de m.e.r.-beslissing genomen als bedoeld in artikel 7.17, eerste lid, van de Wm. Het betoog van de maatschap, dat de aanleg en het gebruik van de nieuwe ontsluitingsweg en de aanleg van het parkeerterrein zijn is meegenomen, mist derhalve feitelijke grondslag. 7.
- Niet aannemelijk is geworden dat de realisatie van het parkeerterrein in dit geval een verkeersaantrekkende werking heeft. Het parkeerterrein voorziet in een bestaande parkeerbehoefte en wordt gerealiseerd voor het oplossen van een bestaand parkeerprobleem bij een bestaande recreatieplas. Het parkeerterrein wordt afgesloten met een slagboom en er wordt een maximum aantal dagtickets verkocht. 7.
- Het betoog faalt. Tussenconclusie
- Gelet op wat hiervoor is overwogen in 5.1 en 6.3 is het beroep gegrond. Het besluit van 31 mei 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Parkeerterrein Fun Beach Panheel" dient te worden vernietigd, wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Rechtsgevolgen in stand laten
- De raad heeft na het besluit van 31 mei 2022 parkeer- en verkeersonderzoek laten doen door Kragten. Kragten heeft de resultaten van dit onderzoek neergelegd in een memo van 10 juli
- De Afdeling ziet, vanwege dit nadere onderzoek, aanleiding om te onderzoeken of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen worden gelaten en zal dit doen aan de hand van wat door de maatschap naar voren is gebracht over dit onderzoek. - verkeer
- De maatschap betoogt dat het onderzoek van Kragten onzorgvuldig tot stand gekomen is, dat het is gebaseerd op onjuiste uitgangspunten en dat daarom niet mocht worden afgegaan op de conclusie in het onderzoek, dat de Rietkamp geschikt is om de toename van het verkeer veilig af te wikkelen. 11.
- Kragten heeft uiteengezet dat wordt uitgegaan van een verkeersgeneratie van 2.462 mvt/e. Dit is gebaseerd op een gemiddeld bezoekersaantal van 40.000 per jaar over de jaren 2017 tot en met
- Daarvan komen gemiddeld 8.000 bezoekers per fiets of te voet en 32.000 bezoekers met de auto. Bij een gemiddelde bezetting van 2,6 personen per auto betekent dit 12.308 autobewegingen per jaar. De piek ligt in de zomerperiode. Worst case wordt een aantal van 4.000 personen per dag in de periode april tot en met september verwacht. Aangezien maximaal 1.231 bezoekers met de auto zullen komen, zal, worst case, in die maanden, voor de Rietkamp de verkeersintensiteit 2.462 mvt/e per dag bedragen. De maximale intensiteit op een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom bedraagt 6.000 mvt/e. De rotonde bij de Pater Jac. Schreursweg vormt geen belemmering, omdat deze voldoende capaciteit heeft. Voor de Rietkamp geldt dat deze weg smaller is. Deze weg is echter, na bermversteviging, breed genoeg om de toename van de verkeersintensiteit veilig af te kunnen wikkelen. Twee auto’s kunnen elkaar normaal passeren en een auto en een landbouwvoertuig kunnen elkaar met lage snelheid passeren. Voor de Rietkamp bedraagt de capaciteit na bermversteviging tussen de 3.000 en 4.000 mvt/e. 11.
- De Afdeling ziet in wat de maatschap heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat het onderzoek door Kragten is gebaseerd op onjuiste uitgangspunten. Zoals hiervoor in 7.3 al is overwogen, is niet aannemelijk geworden dat de realisatie van het parkeerterrein zelf een verkeersaantrekkende werking heeft. De maatschap heeft niet gemotiveerd bestreden dat de toename van het aantal verkeersbewegingen, worst case, 2.462 mvt/e zal bedragen en dat het totaal aantal verkeersbewegingen voor de Rietkamp, inclusief die toename, minder dan 3.000 mvt/e is. Daarnaast heeft de maatschap niet bestreden dat de capaciteit van de Rietkamp 3.000-4000 mvt/e bedraagt. 11.
- Over de verkeersveiligheid overweegt de Afdeling dat uit het memo van Kragten volgt dat na de bermversteviging de rijbaan in ieder geval een breedte heeft van 5,5 m en ter hoogte van het perceel van de maatschap een breedte heeft van 6 m. Voor het perceel van de maatschap is bovendien voorzien in een afzonderlijke inrit vanuit de rotonde, die de laadplaats bij het perceel van de maatschap ontsluit. Kragten heeft in het memo uiteen gezet waarom een breedte van 5,5 m genoeg is voor een veilige verkeersafwikkeling, ook als een landbouwvoertuig een auto of een fietser moet passeren. In wat de maatschap heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding om aan de conclusie in het memo van Kragten, dat de Rietkamp de toename van het verkeer veilig kan afwikkelen, te twijfelen. De maatschap heeft enkel verwezen naar het rapport van De Baan, maar volgens De Baan moet de rijbaan een wegbreedte van tenminste 5,35 m hebben, terwijl volgens Kragten de Rietkamp tenminste een breedte heeft van 5,5 m. 11.
- Het betoog slaagt niet. - parkeren
- De maatschap betoogt dat het onderzoek van Kragten onzorgvuldig tot stand is gekomen. De maatschap voert aan dat het plan, dat inmiddels is uitgevoerd, nog steeds leidt tot parkeeroverlast. Auto’s parkeren aan de zuidzijde van haar perceel, aan de noordzijde van het daar aanwezige water, en/of in de berm, en automobilisten overnachten daar ook. Aangezien op andere plekken langs de Rietkamp maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat langs de berm wordt geparkeerd, terwijl langs het perceel van de maatschap geen maatregelen zijn genomen, wordt juist op haar perceel of in de berm van haar perceel geparkeerd. Dit komt ook omdat de toegangsweg gedurende de nacht wordt afgesloten met een slagboom, zodat automobilisten in de nacht niet kunnen parkeren op het parkeerterrein. De maatschap voert verder aan dat het onderzoek van De Baan nog steeds actueel is en dat het onderzoek van Kragten is gebaseerd op onjuiste uitgangspunten en onvoldoende representatief is, onder meer omdat onvoldoende onderzoek is gedaan tijdens mooie dagen. 12.
- Kragten heeft onderzoek gedaan naar de parkeerbehoefte. Kragten heeft gebruikt gemaakt van een overzicht van verkochte tickets in de periode van 21 mei 2023 tot en met 10 september 2023, van 11 mei 2022 tot en met 12 september 2022 en van 8 juni 2023 tot en met 25 augustus
- Verder heeft Kragten gebruik gemaakt van de gegevens van een parkeeronderzoek door Verkeersonderzoeksbureau BuitenRuimte in de periode van 8 juli 2023 tot en met 10 september
- Tot slot heeft Kragten foto’s van de parkeersituatie aan de hand van dronebeelden en werkbestektekeningen bij het onderzoek betrokken. In het memo van Kragten wordt geconcludeerd dat het aantal parkeerplaatsen waarin het plan voorziet, afdoende is. 12.
- In het betoog van de maatschap ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het onderzoek van Kragten zou zijn gebaseerd op onjuiste uitgangspunten. Zoals hiervoor al is overwogen in 6.2 hoefde de raad niet aan te sluiten bij de normen voor een openluchtzwembad, omdat het geen nieuwe situatie betreft. De raad mocht aansluiten bij de feitelijke situatie en kan aan de hand van geparkeerde auto’s en informatie over bezoekersaantallen de parkeerbehoefte van Fun Beach bepalen. 12.
- Over het parkeeronderzoek overweegt de Afdeling dat Bureau BuitenRuimte voor het bepalen van de bezettingsgraad gedurende 8 weekenddagen rondom Fun Beach parkeerdrukmetingen heeft uitgevoerd. Voorafgaand aan die parkeerdrukmetingen heeft Bureau Buitenruimte de parkeercapaciteit in de openbare ruimte geïnventariseerd en vervolgens op 77 momenten de geparkeerde voertuigen genoteerd. Uit dit onderzoek blijkt dat de maximale parkeerbezetting 1.133 auto’s bedroeg. Aangezien op zulke dagen naast de in het plan voorziene 1.070 ook de reeds bestaande 200 parkeerplaatsen kunnen worden gebruikt, zijn er in totaal 1.270 parkeerplaatsen beschikbaar. Omdat is gebleken dat de maximale bezetting 1.133 parkeerplaatsen bedroeg, voorziet het plan in de parkeerbehoefte. De Afdeling ziet in wat de maatschap heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat het parkeeronderzoek onvoldoende representatief is. Ook tijdens mooie, zonnige dagen, met hoge temperaturen in de zomerperiode is onderzoek gedaan naar de parkeerbezetting. 12.
- De raad heeft verder aan de hand van foto’s aannemelijk gemaakt dat niet op reguliere basis wordt geparkeerd langs de bermen van de Rietkamp. De maatschap heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. De maatschap heeft weliswaar foto’s overgelegd, maar onduidelijk is wanneer deze foto’s precies zijn genomen en of de geparkeerde auto’s afkomstig zijn van bezoekers van Fun Beach. De raad heeft juist aan de hand van foto’s, dronebeelden en een verklaring van een andere agrariër aannemelijk gemaakt dat niet langer in de berm van de Rietkamp wordt geparkeerd. De Afdeling overweegt verder dat, voor zover toch, incidenteel, wordt geparkeerd op of langs het perceel van de maatschap, de raad deze overlast aanvaardbaar heeft mogen achten. De raad hoefde, gelet hierop, niet te voorzien in maatregelen om parkeeroverlast tegen te gaan. De maatschap heeft nog naar voren gebracht dat de gemeente maatregelen heeft getroffen langs de bermen van percelen van andere agrariërs, maar daarover wordt overwogen dat de raad ter zitting onbestreden heeft toegelicht dat deze maatregelen niet zijn getroffen door de gemeente, maar door de betreffende agrariër op eigen kosten, dan wel dat deze niet zijn getroffen vanwege parkeeroverlast door Fun Beach, maar om heel andere redenen. - overig 12.
- Over de gestelde wateroverlast wordt overwogen dat het niet aannemelijk is geworden dat deze wordt veroorzaakt door de aanleg van de in het plan voorziene rotonde. De gemeente hoefde dan ook, anders dan de maatschap ter zitting heeft gesteld, geen maatregelen te treffen, zoals het graven van een greppel, om wateroverlast tegen te gaan. 12.
- Het betoog slaagt niet. Conclusie
- Gelet op wat hiervoor is overwogen ziet de Afdeling aanleiding om de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit met toepassing van artikel 8:72, derde lid, onder a, van de Awb in stand te laten. Dit betekent dat de zaak hiermee finaal is beslecht.
- De raad moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep van de [maatschap] gegrond; II. vernietigt het besluit van 31 mei 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Parkeerterrein Fun Beach Panheel"; III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit geheel in stand blijven; IV. veroordeelt de raad van de gemeente Maasgouw tot vergoeding van de bij de [maatschap] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.814,00; V. gelast dat de raad van de gemeente Maasgouw aan de [maatschap] het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 365,00 vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. M.M. Kaajan, voorzitter, en mr. J.H. van Breda en mr. J.M. Willems, leden, in tegenwoordigheid van mr. F. Nales, griffier. w.g. Kaajan voorzitter w.g. Nales griffier Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025 680-1140