BRS.25.002094 ECLI:NL:RVS:2025:6203 Datum uitspraak: 19 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van [verzoeker] (hierna: verzoeker) om opheffing of wijziging van een voorlopige voorziening (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 2 september 2025 in zaak nr. NL25.23934 in het geding tussen: [verzoeker] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 27 mei 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 2 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Bij uitspraak van 13 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4882, heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de uitspraak van de rechtbank wordt geschorst. Verzoeker heeft bij brief van 21 november 2025 de voorzieningenrechter verzocht de getroffen voorlopige voorziening te wijzigen. Overwegingen Uitspraak van 13 oktober 2025
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.