202403942/1/R1. Datum uitspraak: 24 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: TenneT TSO B.V., gevestigd in Arnhem, (hierna: TenneT) appellante, en het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 1 november 2023 heeft het college aan TenneT een last onder dwangsom opgelegd in verband met een overtreding van artikel 13 van de Wet bodembescherming (hierna: de Wbb). Bij besluit van 11 juni 2024 heeft het college het door TenneT hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft TenneT beroep ingesteld. TenneT heeft een nader stuk ingediend. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het college heeft een nader stuk ingediend. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 14 april 2025, waar TenneT, vertegenwoordigd door mr. T.E.P.A. Lam, advocaat te Nijmegen, bijgestaan door [persoon], en het college, vertegenwoordigd door mr. R. Schmidt, C. Koenders en H. Verheij, zijn verschenen. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet een overtreding heeft plaatsgevonden, is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en vóór dat tijdstip een last onder dwangsom is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, dan blijft op grond van artikel 4.23, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet op die opgelegde last onder dwangsom het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet van toepassing tot het tijdstip waarop de last volledig is uitgevoerd, de dwangsom volledig is verbeurd en betaald, of de last is opgeheven. Bij besluit van 1 november 2023 heeft het college aan TenneT een last onder dwangsom opgelegd. Dat betekent dat in dit geval de Wbb, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft. Inleiding Voorgeschiedenis 2. TenneT beheert een hoogspanningsstation aan de Rouwenoordseweg 12 in Hummelo, gemeente Bronkhorst, met kadastrale aanduiding C 1496 (hierna: de locatie). De locatie en het naastgelegen perceel aan de Rouwenoordseweg 10 in Hummelo, gemeente Bronkhorst, met kadastrale aanduiding C 1333 zijn in eigendom van Saranne B.V., waarvan TenneT enig aandeelhoudster is. Op 17 december 2019 is in een van de velden van het hoogspanningsstation als gevolg van een onvoorziene situatie kortsluiting ontstaan als gevolg waarvan er brand heeft gewoed. Diverse brandweerkorpsen uit de veiligheidsregio hebben de brand geblust. Gebleken is dat een of meer van deze bij de brand betrokken brandweerkorpsen de brand met poly- en perfluoralkylstoffen (hierna: PFAS) verontreinigd blusschuim hebben geblust. Verder is er bij de brand transformatorolie uit het hoogspanningsstation vrijgekomen. Het vorenstaande heeft geleid tot bodem- en/of grondwaterverontreinigingen met minerale olie en PFAS op de locatie en het naastgelegen perceel. Na de brand heeft TenneT aan het bureau Almad Eco B.V. diverse (aanvullende) opdrachten verleend om ter plaatse bodem- en grondwateronderzoek uit te voeren en ook heeft TenneT aldaar onder toezicht van het bureau Almad Eco B.V. diverse saneringswerkzaamheden uitgevoerd. De besluiten 3. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de uitgevoerde sanering van de verontreiniging van minerale olie en PFAS in de bodem- en/of grondwater op de locatie en/of het naburige perceel niet adequaat en volledig is geweest. Omdat daarmee niet alle maatregelen zijn genomen om de verontreiniging van de bodem met minerale olie en de verontreiniging van de bodem en het grondwater met PFAS op de locatie en het naastgelegen perceel ongedaan te maken, is volgens het college sprake van een overtreding van artikel 13 van de Wbb. Het college beschouwt TenneT als overtreder van deze bepaling omdat zowel het ontstaan van de verontreinigingen door het vrijkomen van minerale olie als het toepassen van met PFAS verontreinigd blusschuim aan TenneT kunnen worden toegerekend. 4. Bij besluit van 1 november 2023 heeft het college TenneT daarom een last onder dwangsom opgelegd die strekt tot het beëindigen en beëindigd houden van de overtreding van artikel 13 van de Wbb. De last houdt in dat: 1. de nog aanwezige minerale olie en PFAS in de bodem behorende bij het perceel C 1496 (Rouwenoordseweg 12) is gesaneerd tot de achtergrondwaarden als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit (conform bijlage 4); 2. de nog aanwezige PFAS in de bodem behorende bij het perceel C 1333 (Rouwenoordseweg 10) is gesaneerd tot de achtergrondwaarden als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit (conform bijlage 4); 3. de nog aanwezige PFAS in het grondwater behorende bij de percelen genoemd onder 1 en 2 zoveel mogelijk is gesaneerd. Elke week dat TenneT niet aan de last voldoet, verbeurt zij een dwangsom van € 25.000,00, met een maximum van € 500.000,00. 5. Bij besluit van 11 juni 2024 heeft het college, in afwijking van het advies van de bezwaarschriftencommissie, het door TenneT tegen dat besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en de last in stand gelaten. 6. TenneT kan zich niet met de opgelegde last onder dwangsom verenigen. Daartoe heeft zij aangevoerd dat artikel 13 van de Wbb niet is overtreden en dat zij niet kan worden aangemerkt als overtreder. Beoordeling van het beroep Intrekkingen (minerale olie) en omvang van het geschil (PFAS) 7. Op de zitting is door de vertegenwoordiger van het college desgevraagd verklaard dat de aan TenneT opgelegde last onder dwangsom wordt ingetrokken, voor zover deze betrekking heeft op de aanwezigheid van minerale olie in de bodem van de locatie. Tegelijkertijd daarmee heeft TenneT op de zitting haar beroepsgronden over minerale olie ingetrokken. 8. Het geschil spitst zich uitsluitend nog toe op de aanwezigheid van PFAS in de bodem en het grondwater van de locatie en het naastgelegen perceel. De Afdeling stelt vast dat niet wordt betwist dat nu nog PFAS in de bodem en het grondwater van de locatie en het naastgelegen perceel aanwezig is. De Afdeling zal eerst de vraag beantwoorden of TenneT in zoverre terecht als overtreder van artikel 13 van de Wbb is aangemerkt. Is TenneT overtreder? 9. TenneT betoogt dat het college haar ten onrechte als overtreder van artikel 13 van de Wbb heeft aangemerkt. Daartoe betwist TenneT dat, zoals in het besluit van 11 juni 2024 is vermeld, de bluswerkzaamheden met gebruikmaking van PFAS-houdend blusschuim haar dienstig zijn geweest in het door haar uitgeoefende bedrijf. TenneT voert aan dat zij het PFAS niet op de locatie aan het naastgelegen perceel heeft gebracht of doen brengen en bovendien geheel niets van doen heeft gehad met hetgeen op de locatie en het naastgelegen perceel aan PFAS-verontreiniging is aangetroffen. 9.1. Het college heeft zich, zoals hij in het besluit van 11 juni 2024 met een beroep op recente rechtspraak van de Afdeling over het zogenoemd functioneel plegerschap (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2067) heeft gemotiveerd, op het standpunt gesteld dat TenneT als overtreder moet worden aangemerkt, omdat de bluswerkzaamheden met gebruikmaking van PFAS-houdend blusschuim zich hebben voltrokken in de sfeer van de rechtspersoon van TenneT, doordat deze werkzaamheden TenneT dienstig zijn geweest. Hierbij heeft het college er onder meer op gewezen dat TenneT haar bedrijfsvoering op de locatie door de bluswerkzaamheden zo spoedig mogelijk kon hervatten op de wijze waarop die voor de brand plaatsvond. 9.2. Artikel 13 van de Wbb luidt: "Ieder die op of in de bodem handelingen verricht als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging of aantasting te voorkomen, dan wel indien die verontreiniging of aantasting zich voordoet, de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Indien de verontreiniging of aantasting het gevolg is van een ongewoon voorval, worden de maatregelen onverwijld genomen." 9.3. Blijkens de tekst van artikel 13 van de Wbb, is de daarin vervatte zorgplicht gericht tot degene die in of op de bodem handelingen verricht als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd of aangetast. Om iemand te kunnen aanmerken als overtreder van artikel 13 is daarom vereist dat diegene handelingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 heeft verricht. 9.4. De Afdeling stelt vast en tussen partijen is ook niet in geschil dat het blussen met gebruikmaking van PFAS-houdend blusschuim, zoals hier het geval, een handeling is als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 van de Wbb en dus een handeling waarop artikel 13 van de Wbb betrekking heeft. Dat betekent dat de zorgplicht van artikel 13 van de Wbb van toepassing is. Niet in geschil is verder dat TenneT niet zelf, maar de brandweer, de handelingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 van de Wbb heeft verricht. Daarom kan TenneT alleen op grondslag van artikel 13 van de Wbb als mogelijke overtreder worden aangeschreven als die door de brandweer verrichte bluswerkzaamheden met gebruikmaking van PFAS-houdend blusschuim aan haar kunnen worden toegerekend. 9.5. Ingevolge artikel 5:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wordt onder overtreder verstaan degene die de overtreding pleegt of medepleegt. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling is overtreder in de eerste plaats degene die de verboden handeling fysiek verricht. Voor beantwoording van de vraag of een ander dan degene die de verboden handeling fysiek verricht als functionele pleger van de overtreding kan worden aangemerkt, is de Afdeling aangesloten bij de criteria van de Hoge Raad voor de toerekening van verboden gedragingen aan rechtspersonen, waarbij van belang is of een gedraging heeft plaatsgevonden in de sfeer van de rechtspersoon. Daarvan kan sprake zijn indien zich een of meer van de navolgende omstandigheden voordoen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.