ECLI:NL:RVS:2026:1866
202305313/3/R4.
Datum beslissing: 2 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [appellant A] en [appellant B], wonend in Nunspeet, appellanten, en de raad van de gemeente Nunspeet, verweerder.
Procesverloop [appellanten] hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van 29 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Functieverandering omgeving [locatie] gemeente Nunspeet".
De raad heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het gaat in de eerste plaats om een interne memo van 27 september 2021 over het bestemmingsplan waarin de namen van bepaalde personen niet zijn weggelakt (de ongeschoonde versie van de interne memo). In de tweede plaats gaat het om versies van een koopovereenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer van het plan en een anterieure exploitatieovereenkomst waarin de financiële gegevens niet zijn zwartgelakt (de ongeschoonde versies van de overeenkomsten). [appellanten] hebben gereageerd op het verzoek van de raad.
Overwegingen 1. De raad heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de ongeschoonde versies van de interne memo en de overeenkomsten kennis zal nemen. Volgens de raad zou openbaarmaking van de namen die in de interne memo staan vermeld de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen onevenredig aantasten. Verder zou volgens de raad openbaarmaking van de financiële gegevens in de overeenkomsten de onderhandelingspositie van de gemeente bij toekomstige onderhandelingen zou kunnen schaden. Deze gegevens geven namelijk inzicht in de onderhandelingsstrategie van de gemeente bij het sluiten van koopovereenkomsten en anterieure overeenkomsten.
De Afdeling wijst het verzoek af voor de overige namen die zijn zwartgelakt in de interne memo. Het gaat daarbij namelijk om namen van personen waarmee [appellanten] al bekend zijn of die openbaar zijn (zie ter vergelijking de beslissingen van de Afdeling van 15 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1177, onder 3 en 13 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3245, onder 4). Het gaat in de eerste plaats om de namen van de indieners van zienswijzen. Dat zijn [appellanten] zelf. In de tweede plaats gaat het om de naam van de initiatiefnemer van het plan. Uit het beroepschrift van [appellanten] blijkt dat zij weten wie de initiatiefnemer is. Tot slaat gaat het om de naam van de regioarcheoloog. Het is openbare informatie wie de regio-archeoloog van de regio Noord-Veluwe is.
Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. wijst het verzoek af wat betreft de zwartgelakte namen in de interne memo, met uitzondering van de zwartgelakte namen van ambtenaren die in dienst zijn van de gemeente Nunspeet;
II. wijst het verzoek voor het overige toe;
III. verzoekt de raad van de gemeente Nunspeet om binnen 10 dagen na vandaag een versie van de interne memo waarin de namen waarvoor het verzoek om geheimhouding is afgewezen niet zijn weggelakt toe te sturen aan de Afdeling en de andere partijen.
Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. A.L. van Driel Kluit, griffier. w.g. Van den Biggelaar lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer w.g. Van Driel Kluit griffier Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2026