ECLI:NL:RVS:2026:473
202401794/1/A3.
Datum uitspraak: 28 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op de hoger beroepen van:
Procesverloop Bij brief van 27 september 2022 heeft het college een verzoek van de Stichting voor het wijzigen van de straatnaam Coudenhovelaan in Delft afgewezen.
Bij besluit van 18 april 2023 heeft het college het door de Stichting daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 1 februari 2024 heeft de rechtbank het door de Stichting daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de Stichting en [appellant sub 2] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Stichting heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 18 december 2025, waar [appellant sub 2] en de Stichting, vertegenwoordigd door [appellant sub 2], en het college, vertegenwoordigd door mr. R.A. Verduijn en M.J.J. de Bruijn, zijn verschenen.
Overwegingen Inleiding 1. De Stichting heeft op 4 juli 2022 een verzoek gedaan voor het wijzigen van de straatnaam Coudenhovelaan in Delft in verband met de verplichtingen die het college volgens de Stichting op grond van het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide (hierna: Genocideverdrag) heeft. Volgens de Stichting wekt het in stand houden van deze straatnaam genocide in de hand. Het college heeft deze aanvraag van de Stichting met een brief van 27 september 2022 afgewezen.
1.1. Het college heeft het bezwaar van de Stichting hiertegen niet-ontvankelijk verklaard, omdat de Stichting geen belanghebbende is, haar verzoek daarom niet is aan te merken als een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb en de afwijzing daarvan dus ook geen besluit is.
Wettelijk kader 2. De relevante wet- en regelgeving staat in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.
Uitspraak rechtbank 3. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar van de Stichting terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat zij niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Haar verzoek is daarmee niet aan te merken als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb waarop het college een besluit moet nemen waartegen bezwaar en beroep open staat. De rechtbank heeft het beroep van de Stichting daarom niet inhoudelijk behandeld.
3.1. Voor zover van belang in hoger beroep heeft de rechtbank daartoe allereerst overwogen dat het niet in geschil is dat de Stichting niet aan de Coudenhovelaan in Delft is gevestigd, maar in Amsterdam en dat zij daarom met de beslissing van het college niet in haar belangen wordt geraakt. Daarom is de Stichting geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.
Verder heeft de rechtbank overwogen dat de Stichting geen voldoende specifiek algemeen of collectief belang heeft dat rechtstreeks wordt geraakt door de beslissing van het college. Zij is daarom ook geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb. De rechtbank heeft daarvoor vastgesteld dat het doel van de Stichting zoals omschreven in haar oprichtingsakte zeer ruim en algemeen is omschreven. Het toedelen van straatnamen is van belang voor de bewoners van een stad, maar raakt de belangen van de Stichting niet.
Hoger beroep Ontvankelijkheid [appellant sub 2] 4. Artikel 6:13 van de Awb bepaalt dat geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld. Op grond van artikel 6:24 van de Awb is dit artikel van overeenkomstige toepassing in hoger beroep. Dat betekent dat als de belanghebbende verweten kan worden geen beroep te hebben ingesteld, geen hoger beroep kan worden ingesteld.
4.1. De Afdeling is van oordeel dat het hoger beroep van [appellant sub 2] op grond van artikel 6:13 en artikel 6:24 van de Awb niet-ontvankelijk is, omdat hij verwijtbaar geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank tegen het besluit van 18 april 2023. [appellant sub 2] heeft geen redenen gegeven waarom hij dat niet heeft gedaan. Omdat het hoger beroep van [appellant sub 2] niet-ontvankelijk is, kan hij niet deelnemen aan het geding in hoger beroep.
Beoordeling hoger beroep van de Stichting 5. De Stichting betoogt allereerst dat de rechtbank artikel 8:56 van de Awb heeft geschonden, omdat de rechtbank haar niet heeft uitgenodigd om op een fysieke zitting te worden gehoord. Zij voert daarvoor aan dat de rechtbank alleen een algemene vooraankondiging heeft gedaan dat de zitting via een videoverbinding zou worden gehouden. Verder betoogt de Stichting dat de rechtbank ten onrechte niet op haar inhoudelijke gronden is ingegaan. Ook heeft de rechtbank het begrip belanghebbende onjuist toegepast. Ze voert daarvoor aan dat de rechtbank de door haar gestelde feitelijke werkzaamheden niet bij haar beoordeling heeft betrokken. Volgens de Stichting heeft de rechtbank verder ten onrechte geen toepassing gegeven aan artikel 8:71 van de Awb. Tot slot betoogt de Stichting dat de straatnaam Coudenhovelaan in Delft in strijd is met het Genocideverdrag.
Conclusie 10. Het hoger beroep van [appellant sub 2] is niet-ontvankelijk. Het hoger beroep van de Stichting is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep van [appellant sub 2] niet-ontvankelijk;
II. bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Y. Soffner, griffier. w.g. Lange lid van de enkelvoudige kamer w.g. Soffner griffier Uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2026 818-1171 BIJLAGE Wettelijk kader Algemene wet bestuursrecht Artikel 1:2 1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
Artikel 1:3 1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Artikel 8:56 Na afloop van het vooronderzoek worden partijen ten minste drie weken tevoren uitgenodigd om op een in de uitnodiging te vermelden plaats en tijdstip op een zitting van de bestuursrechter te verschijnen.
Verordening naamgeving nummering en (adressen) Delft 2022 Artikel 2 2. Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de openbare ruimte en zo nodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken.
Artikel 5 1. Als het college het nodig oordeelt dat de door hen toegekende aanduidingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, dan is de rechthebbende daarvan verplicht toe te laten dat de hier bedoelde borden vanwege of op verzoek van en overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.