BRS.26.000452 ECLI:NL:RVS:2026:780 Datum uitspraak: 13 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 13 januari 2026, gerectificeerd bij uitspraak van 16 januari 2026, in zaak nr. NL25.14174 in het geding tussen: [betrokkene] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 23 oktober 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Bij besluit van 25 maart 2025 heeft de minister een verzoek van betrokkene om bestuurlijke heroverweging van een besluit van 2 juli 2021, afgewezen. Bij uitspraak van 13 januari 2026, gerectificeerd bij uitspraak van 16 januari 2026, heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, bepaald dat het verzoek om bestuurlijke heroverweging wordt ingewilligd, de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel vastgesteld op 18 augustus 2019 en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Betrokkene heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en incidenteel hoger beroep ingesteld. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.