BWBR0002548_2005-03-23_0 Besluit van 20 december 1966, houdende vaststelling van een algemeen reglement voor het vervoer op de spoorwegen Algemeen Reglement Vervoer Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 15 september 1966, no. A-2/038143, Directoraat-Generaal van het Verkeer; Gelet op artikel 27 van de Spoorwegwet en op artikel 4 van de Locaalspoor- en Tramwegwet; De Raad van State gehoord (advies van 9 november 1966, nr. 36); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 19 december 1966, nr. A-2/039467, Directoraat-Generaal van het Verkeer; Hebben goedgevonden en verstaan: Titel I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen § 1 In dit reglement wordt onder spoorwegpersoneel mede begrepen het personeel, behorende tot buitenlandse spoorwegen, dat hier te lande dienst doet. § 2 In dit reglement wordt onder station mede begrepen halte. § 3 In dit reglement wordt onder spoorweg mede begrepen locaalspoorweg. Artikel 2 Aansprakelijkheid voor personen § 1 Voor de toepassing van dit reglement is de spoorweg aansprakelijk voor de bij hem in dienst zijnde personen en voor andere personen van wier diensten hij gebruik maakt bij de uitvoering van het vervoer, waarmede hij is belast, voorzover deze personen handelen binnen de kring van de hun opgedragen werkzaamheden. § 2 Indien evenwel de personen, bedoeld in § 1 van dit artikel, op verzoek van de belanghebbende diensten bewijzen, waartoe de spoorweg niet is verplicht, worden zij geacht te handelen in opdracht van degene, aan wie zij deze diensten bewijzen. § 3 Voor de toepassing van dit reglement zijn de afzender, de aanvrager van een wagen, als bedoeld in artikel 55, § 4, en de geadresseerde aansprakelijk voor de bij hen in dienst zijnde personen en voor andere personen van wier diensten zij gebruik maken, voor zover deze personen handelen binnen de kring van de hun opgedragen werkzaamheden. Artikel 3 Verplichting van begeleiders van kinderen Wordt een kind jonger dan twaalf jaar begeleid door een persoon van achttien jaar of ouder, dan is deze begeleider verplicht er voor zorg te dragen, dat dit kind niet in strijd met de bepalingen van dit reglement handelt. Artikel 4 Vervallen Artikel 5 Veiligheid, orde en rust op de stations 1 Het is een ieder, behoudens uit de aard van zijn betrekking, verboden zich in of op een station dan wel in een trein in een zodanige toestand te bevinden of zich zodanig te gedragen, dat orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang wordt of kan worden verstoord. 2 Als verstoring van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang worden beschouwd: a. gedragingen waardoor de bediening en het gebruik van voorzieningen of van een trein dan wel de taakuitoefening van het personeel van de vervoerder worden verhinderd of belemmerd; b. misbruik maken van voorzieningen dan wel gebruik maken van voorzieningen of van een trein op een tijdstip waarop deze niet voor gebruik beschikbaar zijn dan wel op een andere wijze dan waarvoor deze bestemd zijn; c. uit een trein werpen van stoffen of van voorwerpen; d. zich in kennelijke staat van dronkenschap of onder kennelijke invloed van verdovende middelen bevinden; e. afsteken van vuurwerk, rumoer maken dan wel op zodanige wijze geluid voortbrengen dat anderen daarvan hinder ondervinden; f. uitoefenen van beroep of bedrijf; g. tentoonstellen van voorwerpen, maken van reclame of propaganda, verspreiden van drukwerk, bedelen of houden van inzamelingen; h. meenemen in een trein van dieren, stoffen of voorwerpen die hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging veroorzaken of kunnen veroorzaken; i. roken in een trein of station, of gedeelten daarvan, ten aanzien waarvan de spoorweg heeft aangegeven dat roken niet is toegestaan; j. zich bevinden op een station op een tijdstip dat dit kenbaar gesloten is of op een gedeelte van een station dat kenbaar daartoe niet toegankelijk is; k. zich op een station begeven langs een andere dan de daarvoor bestemde weg; l. op een andere wijze hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging veroorzaken. 3 Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing voor zover de spoorweg daarvoor, met inachtneming van de belangen van reizigers, toestemming heeft gegeven. Artikel 6 Vervallen Artikel 7 Overtredingen. Aanwijzingen in het belang van de veiligheid, orde en rust. Beslissing over onenigheden 1 Een ieder is verplicht de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang op te volgen, die door of vanwege de spoorweg duidelijk kenbaar zijn gemaakt. 2 Een aanwijzing om zich te verwijderen, kan worden gegeven voor een bij de aanwijzing te bepalen tijdsduur. Artikel 8 Vervallen Artikel 9 Vervallen Titel II Bepalingen voor het vervoer van reizigers, handbagage, fietsen, bromfietsen en andere voorwerpen Artikel 10 Vervallen Artikel 11 Vervallen Artikel 12 Vervallen Artikel 13 Vervallen Artikel 14 Vervallen Artikel 15 Vervallen Artikel 16 Toegang tot de treinen § 1 Het is een ieder verboden zich zonder geldig plaatsbewijs in een trein te bevinden, behalve in het geval van het verlenen van hulp aan een reiziger bij het in- of uitstappen. Niet strafbaar is hij, die zich zonder geldig plaatsbewijs in een trein bevindt uit de aard van zijn betrekking of met toestemming van de spoorweg. § 2 Vervallen. § 3 Vervallen. § 4 Vervallen. § 5 Vervallen. § 6 Hij, die in strijd met het bepaalde in § 1 handelt en nalaat dit aan de conducteur zo tijdig mede te delen als in de §§ 7 tot en met 11 is bepaald, is niet strafbaar, indien hij op eerste vordering van het spoorwegpersoneel de vrachtprijs, bedoeld in de §§ 7 tot en met 11, en een verhoging, waarvan het bedrag in de tarieven wordt vastgesteld, betaalt. § 7 Hij, die op een station, waar geen plaatsbewijzen verkrijgbaar zijn, wenst in te stappen zonder te zijn voorzien van een geldig plaatsbewijs, is verplicht dit bij het instappen aan de conducteur mede te delen en op eerste vordering van het spoorwegpersoneel de verschuldigde vrachtprijs te betalen. § 8 Hij, die op een station, waar plaatsbewijzen verkrijgbaar zijn, wenst in te stappen zonder te zijn voorzien van een geldig plaatsbewijs, is verplicht dit vóór het instappen aan de conducteur mede te delen en op eerste vordering van het spoorwegpersoneel de verschuldigde vrachtprijs en een verhoging, waarvan het bedrag in de tarieven wordt vastgesteld, te betalen. § 9 Hij, die, voorzien van een plaatsbewijs tweede klasse, wenst plaats te nemen in de eerste klasse, is verplicht dit vóór het plaatsnemen in de eerste klasse aan de conducteur mede te delen en op eerste vordering van het spoorwegpersoneel de verschuldigde vrachtprijs en een verhoging, waarvan het bedrag in de tarieven wordt vastgesteld, te betalen. § 10 Hij, die verder zal reizen dan het station, tot waar zijn plaatsbewijs geldig is, is verplicht dit vóór of gedurende de reis, waarvoor dat plaatsbewijs geldt, aan de conducteur mede te delen en op eerste vordering van het spoorwegpersoneel de verschuldigde vrachtprijs en een verhoging, waarvan het bedrag in de tarieven wordt vastgesteld, te betalen. § 11 Hij, die zich zonder geldig plaatsbewijs in een trein bevindt, waarmede hij Nederland over de grens is binnengekomen, is verplicht dit zo spoedig mogelijk aan de conducteur mede te delen en op eerste vordering van het spoorwegpersoneel de verschuldigde vrachtprijs en een verhoging, waarvan het bedrag in de tarieven wordt vastgesteld, te betalen. Artikel 17 Vervallen Artikel 18 Vervallen Artikel 19 Vervallen Artikel 20 Vervallen Artikel 21 Vervallen Artikel 22 Vervallen Artikel 23 Vervallen Artikel 24 Vervallen Artikel 25 Vervallen Artikel 26 Vervallen Artikel 27 Vervallen Artikel 28 Vervallen Artikel 29 Vervallen Artikel 30 Vervallen Artikel 31 Vervallen Artikel 32 Vervallen Artikel 33 Vervallen Artikel 34 Vervallen Artikel 35 Vervallen Artikel 36 Vervallen Artikel 37 Vervallen Artikel 38 Vervallen Artikel 39 Vervallen Artikel 40 Vervallen Artikel 41 Vervallen Artikel 42 Vervallen Artikel 43 Vervallen Artikel 44 Vervallen Artikel 45 Vervallen Titel III Vervoer als vrachtgoed en als expresgoed Artikel 46 Vervallen Artikel 46a Vervoer per spoor van gevaarlijke stoffen en voorwerpen Vervallen Artikel 47 Van het vervoer uitgesloten goederen Vervallen Artikel 48 Voorwaardelijk ten vervoer toegelaten goederen Vervallen Artikel 49 Aansprakelijkheid voor schade, ontstaan door van het vervoer uitgesloten goederen of voorwaardelijk ten vervoer toegelaten goederen Vervallen Artikel 50 Toestand van het goed. Verpakking Vervallen Artikel 51 Aanbrengen en laden van goederen. Aanvraag en verstrekking van wagens Vervallen Artikel 52 Vervallen Artikel 53 Afhalen Vervallen Artikel 54 Gebruik van gesloten of open wagens. Speciale wagens. Dekkleden Vervallen Artikel 55 Beladen van wagens § 1
- De afzender moet zó laden, dat geen gevaar kan ontstaan voor personen of goederen.
- De afzender moet met name bij de belading van de wagens de toelaatbare belading en het laadprofiel geldende voor de lijnen, waarover het vervoer plaats zal hebben, in acht nemen. De voor het vervoer over de in Nederland gelegen lijnen in acht te nemen toelaatbare belading en het geldende laadprofiel worden in de tarieven vermeld. De spoorweg geeft de afzender op diens verzoek de toelaatbare belading op. Artikel 56 Vorm en inhoud van de vrachtbrief. Adreskaart Vervallen Artikel 57 Aansprakelijkheid voor de vermeldingen op de vrachtbrief. Onderzoek van de zending. Weging, telling en meting Vervallen Artikel 57a Aansprakelijkheid met betrekking tot gegevens van de afzender Vervallen Artikel 58 Sluiting van de vervoerovereenkomst Vervallen Artikel 58a Sluiting van de vervoerovereenkomst bij aanbieding van de zending zonder een vrachtbrief Vervallen Artikel 59 Tarieven Vervallen Artikel 60 Betaling van de kosten Vervallen Artikel 61 Correctie van bedragen Vervallen Artikel 62 Boeten Vervallen Artikel 63 Voorschotten Vervallen Artikel 64 Krachtens douane- of andere wettelijke dan wel ambtelijke voorschriften vereiste formaliteiten Vervallen Artikel 65 Wijziging van de vervoerovereenkomst door de afzender Vervallen Artikel 66 Belemmeringen in het vervoer Vervallen Artikel 67 Leveringstermijnen Vervallen Artikel 68 Aflevering Vervallen Artikel 68a Aflevering zonder een vrachtbrief Vervallen Artikel 69 Bestelling Vervallen Artikel 70 Kennisgeving van aankomst Vervallen Artikel 71 Weging, telling en meting op het station van bestemming Vervallen Artikel 72 Afvoeren van goederen, welke niet door de spoorweg worden besteld Vervallen Artikel 73 Belemmering in de aflevering en de afvoer Vervallen Artikel 74 Omvang van de aansprakelijkheid Vervallen Artikel 75 Bewijslast Vervallen Artikel 76 Vermoeden bij doorzending met een nieuwe vrachtbrief Vervallen Artikel 77 Vermoeden van verlies van het goed. Terugvinden van het goed Vervallen Artikel 78 Bedrag van de schadevergoeding bij geheel of gedeeltelijk verlies van het goed Vervallen Artikel 79 Beperking van de aansprakelijkheid bij gewichtsvermindering tijdens het vervoer Vervallen Artikel 80 Bedrag van de schadevergoeding bij beschadiging van het goed Vervallen Artikel 81 Bedrag van de schadevergoeding wegens overschrijding van de leveringstermijn Vervallen Artikel 82 Beperking van de schadevergoeding in speciale tarieven Vervallen Artikel 83 Aangifte van het belang bij de aflevering en invloed daarvan op het bedrag van de schadevergoeding Vervallen Artikel 84 Bedrag van de schadevergoeding bij opzet of grove schuld van de spoorweg Vervallen Artikel 85 Aansprakelijkheid bij kernongevallen Vervallen Artikel 86 Vorderingen buiten rechte Vervallen Artikel 87 Vorderingen in rechte Vervallen Artikel 88 Vaststelling van gedeeltelijk verlies of beschadiging van het goed Vervallen Artikel 89 Vervallen van de uit de vervoerovereenkomst tegen de spoorweg voortvloeiende vorderingen Vervallen Artikel 90 Verjaring van uit de vervoerovereenkomst voortvloeiende vorderingen Vervallen Artikel 91 Zon-, feest- en zaterdagen Vervallen Titel IV Vervoer van levende dieren Artikel 92 Algemene bepalingen Vervallen Artikel 93 Treinen, waarmede het vervoer geschiedt Vervallen Artikel 94 Gevallen, waarin het vervoer uitgesloten of slechts voorwaardelijk toegelaten is Vervallen Artikel 95 Aanbrengen en inladen Vervallen Artikel 96 Begeleiding. Zorg voor het drenken Vervallen Artikel 97 Vorm en inhoud van de vrachtbrief Vervallen Artikel 98 Leveringstermijnen Vervallen Artikel 99 Aflevering en afvoer Vervallen Artikel 100 Aansprakelijkheid voor schade door de dieren veroorzaakt Vervallen Artikel 101 Bedrag van de schadevergoeding in geval van verlies of beschadiging der dieren Vervallen Titel V Vervoer van lijken Artikel 102 Algemene bepaling Vervallen Artikel 103 Treinen, waarmede het vervoer geschiedt Vervallen Artikel 104 Aanbieding ten vervoer Vervallen Artikel 105 Begeleiding Vervallen Artikel 106 Vorm en inhoud van de vrachtbrief Vervallen Artikel 107 Betaling van de vracht Vervallen Artikel 108 Boete Vervallen Artikel 109 Aflevering en afvoer Vervallen Titel VI Behandeling van gevonden, niet opgevraagde en overbevonden goederen Artikel 110 Vervallen Artikel 111 Vervallen Artikel 112 Vervallen Titel VII Slotbepalingen Artikel 113 Verkeer met het buitenland § 1 Voor het vervoer van reizigers en goederen van of naar het buitenland kunnen door de Minister van Verkeer en Waterstaat afwijkingen van dit reglement worden toegestaan. § 2 Zendingen, die ten vervoer zijn aangenomen met een internationale vrachtbrief voor vervoer als "grande vitesse"/"Eilgut", worden op Nederlands gebied aangemerkt als vrachtgoed, behoudens de in de tarieven te bepalen uitzonderingen. § 3 Ten aanzien van buitenlandse spoorwegen, die hun dienst hier te lande uitoefenen, kunnen door de Minister van Verkeer en Waterstaat afwijkingen van dit reglement worden toegestaan. Artikel 114 Ontheffing bij gebruik van bijzonder materieel De Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd ontheffing te verlenen van bepalingen van dit reglement, indien het gebruik van bijzonder materieel dit nodig maakt. Artikel 115 Beperking van bepaalde bevoegdheden van de spoorweg § 1 De Minister van Verkeer en Waterstaat kan terzake van de in de artikelen en 91, § 3, aan de spoorweg toegekende bevoegdheden: a. de spoorweg voorschriften geven; b. de spoorweg opdragen de op grond van die bevoegdheden getroffen maatregelen weer op te heffen, indien hij van mening is, dat de in genoemde artikelen gestelde voorwaarden niet vervuld waren of niet meer vervuld zijn. § 2 Terzake van de aan de spoorweg in de artikelen 51, § 7, en 72, § 6, toegekende bevoegdheden is de Minister van Verkeer en Waterstaat slechts bevoegd tot het geven van de voorschriften bedoeld in § 1, onder a. § 3 De spoorweg is verplicht aan deze voorschriften en opdrachten te voldoen. Artikel 115a Bijzondere bepalingen voor locaalspoorwegen § 1 In geval van staking van de dienst op een locaalspoorweg zijn, in afwijking van artikel 8, eerste lid, van de Spoorwegwet, bestuurders niet verplicht te zorgen voor het vervoer van goederen in de richting van de locaalspoorweg. § 2 De Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd voor locaalspoorwegen, welke uitsluitend bestemd zijn voor het vervoer van goederen, geheel of gedeeltelijk ontheffing te verlenen van de bepalingen van dit reglement. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. Artikel 116 Intrekking reglement Het Algemeen Reglement Vervoer, vastgesteld bij Koninklijk besluit van 9 november 1928 (Stb. 415), wordt ingetrokken, behoudens de daarbij behorende Bijlage I, welke als Bijlage I bij het onderwerpelijke besluit wordt geacht te behoren. Artikel 117 Vervallen Artikel 118 Verkorte titel Dit besluit kan worden aangehaald als "Algemeen Reglement Vervoer" of "ARV". Artikel 119 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari
- Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State. Soestdijk 20 december 1966 JULIANA. De Minister van Verkeer en Waterstaat, J. DE QUAY. de negenentwintigste december
- De Minister van Justitie, STRUYCKEN. Bijlage I Vervallen. Bijlage II Reglement betreffende het vervoer van particuliere wagens Artikel 1 Onderwerp en draagwijdte van het reglement §
- Dit reglement is van toepassing op het vervoer van ledige of beladen particuliere wagens, als bedoeld in artikel 2, die ten vervoer zijn aangeboden onder de voorwaarden van het Algemeen Reglement Vervoer (ARV). §
- Voor zover dit reglement geen bijzondere bepalingen bevat, zijn de voorschriften van het ARV van toepassing op het in § 1 bedoelde vervoer. Artikel 2 Definitie Onder particuliere wagens of P-wagens worden verstaan wagens, die door een spoorweg door het afsluiten van een immatriculatie-overeenkomst op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon in zijn wagenpark zijn opgenomen en van het onderscheidingsteken P zijn voorzien. In dit reglement wordt deze persoon, wiens naam op de wagen moet zijn aangebracht, particulier genoemd. Artikel 3 Gebruik van de wagens De afzender mag de wagen slechts gebruiken voor het vervoeren van krachtens de immatriculatie-overeenkomst toegelaten goederen. Alleen de afzender is aansprakelijk voor de gevolgen, die voortvloeien uit het niet in acht nemen van deze bepaling. Artikel 4 Bijzondere inrichtingen Indien de wagen is uitgerust met bijzondere inrichtingen (koelinrichtingen, waterbakken, machine-installaties enz.), is de particulier verplicht voor de bediening van deze inrichtingen te zorgen of te doen zorgen. Artikel 5 Aanbieding ten vervoer §
- Het recht een wagen ten vervoer aan te bieden berust bij de particulier. Iedere andere afzender van een ledige of beladen wagen moet aan het station van afzending tegelijk met de vrachtbrief een machtiging van de particulier overleggen, welke op meer dan één wagen betrekking kan hebben.
- Deze machtiging is niet vereist in de volgende gevallen: a. indien de geadresseerde van een door de particulier toegezonden ledige wagen deze, na belading, ter verzending aanbiedt; b. indien de geadresseerde van een beladen aangekomen wagen deze, na lossing, naar het depotstation, aan het adres van de particulier terugzendt. §
- Behoudens een tegenstelde opdracht van de particulier is de spoorweg bevoegd iedere ledig aangekomen wagen, waarvan de belading tien dagen na de ter beschikkingstelling niet is begonnen, en iedere beladen aangekomen wagen, die niet uiterlijk vijf dagen na het einde van het lossen opnieuw wordt verzonden, ambtshalve en op kosten van de particulier naar zijn depotstation terug te zenden met een vrachtbrief ten name van en aan het adres van deze laatste.
- Indien de spoorweg geen gebruik maakt van deze bevoegdheid, moet hij direct na afloop van de hiervoor genoemde termijnen de particulier over de stand van zaken betreffende zijn wagen in kennis stellen; in dat geval mag de spoorweg de wagen niet binnen vijf dagen na de verzending van de mededeling aan de particulier ambtshalve terugzenden.
- De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op wagens, die zich op particuliere spooraansluitingen bevinden. §
- De huurder, wiens naam met toestemming van de spoorweg, die de wagen in zijn wagenpark heeft opgenomen, op de wagen is aangebracht, treedt met betrekking tot de uitvoering van de bepalingen van dit artikel van rechtswege in de plaats van de particulier. Artikel 6 Aanduidingen op de vrachtbrief De afzender moet behalve de in het ARV voorgeschreven aanduidingen de volgende op de vrachtbrief vermelden: a. indien het een ledige wagen betreft: de aanduiding "ledige P-wagen", benevens de soort en de kenmerken van de wagen; b. indien het een beladen wagen betreft: na de aard van het goed, de aanduiding "geladen in een P-wagen", benevens de kenmerken van de wagen. Artikel 7 Aangifte van het belang bij de aflevering §
- De aangifte van het belang bij de aflevering is niet toegestaan bij zendingen ledige wagens. §
- De aangifte van het belang bij de aflevering geldt bij het vervoer van een beladen wagen slechts met betrekking tot het geladen goed. Artikel 8 Verlenging van de leveringstermijn §
- Behalve in de in artikel 67, § 5, ARV bedoelde gevallen wordt de leveringstermijn tevens verlengd in het geval van een onderbreking van het vervoer ten gevolge van een beschadiging van de wagen en wel met de duur van deze onderbreking, tenzij de spoorweg volgens de bepalingen van artikel 11 voor deze beschadiging aansprakelijk is. §
- Indien het in de beschadigde wagen geladen goed wordt overgeladen in een andere wagen, eindigt de onderbreking voor het goed op het moment, waarop het, na overlading, verder vervoerd kan worden. Artikel 9 Vaststelling van beschadiging van de wagen of van verlies van onderdelen §
- Indien een beschadiging van de wagen of een verlies van onderdelen door de spoorweg wordt ontdekt of wordt vermoed of door de rechthebbende wordt beweerd, moet de spoorweg overeenkomstig de bepalingen van artikel 88 van het ARV een proces-verbaal opmaken, waarin de aard van de beschadiging of het verlies en voor zover mogelijk, de oorzaak en het tijdstip van ontstaan worden vermeld. §
- Een afschrift van dit proces-verbaal wordt door de spoorweg kosteloos aan de particulier verstrekt, eventueel door bemiddeling van de spoorweg in wiens wagenpark de wagen is opgenomen. Indien het een wagen betreft, waarop met toestemming van de spoorweg die de wagen in zijn wagenpark heeft opgenomen de naam van een huurder is aangebracht, moet rechtstreeks een afschrift van het proces-verbaal aan deze huurder worden verstrekt. §
- Indien de wagen beladen is, moet, zo daartoe aanleiding bestaat, overeenkomstig de bepalingen van artikel 88 ARV een afzonderlijk proces-verbaal voor het geladen goed worden opgemaakt. Artikel 10 Beschadiging van een wagen, waardoor de voortzetting van het vervoer wordt verhinderd §
- Wordt een ledig verzonden wagen zodanig beschadigd, dat hij niet verder kan worden vervoerd of voor belading ongeschikt is, dan moet het station, waar de beschadiging is vastgesteld, de afzender en de particulier daarvan onverwijld per telegram kennisgeven, waarbij, voor zover mogelijk, de aard van de beschadiging wordt aangegeven. §
- Iedere ledige wagen, welke opgehouden wordt, moet door de spoorweg loopbaar worden gemaakt, tenzij de wagen, als gevolg van de ernst van de beschadiging, op een andere wagen geladen moet worden.
- De toepassing van de voorgaande bepalingen houdt geen oordeel omtrent de aansprakelijkheid in. §
- Wanneer de spoorweg herstelwerkzaamheden overeenkomstig § 2 uitvoert en hij verwacht, dat de uitvoering van deze werkzaamheden meer dan vier dagen zal duren, verzoekt hij per telegram aan de afzender hem mede te delen of de vervoerovereenkomst na uitvoering der werkzaamheden verder uitgevoerd of gewijzigd moet worden. Bijlage IV model 1 Afmetingen: 65 mm * 65 mm. model 2 Vierkant met standaardafmetingen: 15 cm * 15 cm 30 cm * 30 cm 50 cm * 50 cm