Eindexamenbeschikking m.h.n.o. Eindexamenbeschikking m.h.n.o. De Minister van Onderwijs en Wetenschappen, Gelet op de artikelen 5, eerste lid, 6 en 29 van het Eindexamenbesluit m.h.n.o. (Stb. 1973, 39); De Onderwijsraad gehoord (adviezen van 31 januari 1972, OR/78 WVO en van 19 mei 1972, OR/78 WVO-I), Besluit: Artikel 1 De vakken waarin eindexamen wordt afgelegd, de verplichte en de keuzevakken, de wijze waarop vakken bij het schoolonderzoek worden geëxamineerd en de wijze waarop vakken bij het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen worden geëxamineerd, worden vastgesteld volgens de bij deze beschikking behorende bijlage I. Artikel 2 Het eindexamenprogramma wordt vastgesteld volgens de bij deze beschikking behorende bijlage II. Artikel 3 De regels van slagen, afwijzen en verlenging van de praktische oefening/praktijktijd worden vastgesteld volgens de bij deze beschikking behorende bijlage III. Artikel 4 1 Deze beschikking kan worden aangehaald als ‘Eindexamenbeschikking m.h.n.o.’. 2 Zij wordt bekendgemaakt in de Staatscourant en treedt voor elke afdeling in werking op hetzelfde tijdstip waarop het Eindexamenbesluit m.h.n.o. voor die afdeling in werking treedt. De Minister van Onderwijs en Wetenschappen, C.vanVeen Bijlage I Eindexamenvakken Hoofdstuk I Aantal, soorten, verplichte en keuzevakken A. Vervallen B.
- Voor de kandidaten van de afdeling interim algemene schakelopleiding omvat het eindexamen van het kernprogramma 6 vakken.
- Verplichte examenvakken zijn. Nederlandse taal en omgang met mensen.
- Voor de overige vier examenvakken kiezen zij: a. twee examenvakken uit de vakken moderne taal huishoudkunde (zorg v.d. voeding, woning, kleding) gezondheidszorg gezondheidsleer biologie administratie natuur- en scheikunde oriëntatie in het beroepenveld b. één examenvak uit de vakken handenarbeid tekenen textiele werkvormen (naaldvakken en stofversieren) het gecombineerde vak handenarbeid/tekenen/textiele werkvormen c. één examenvak uit de vakken genoemd onder a en b. C.
- Voor de kandidaten van de afdeling kinderverzorging/jeugdverzorging omvat het eindexamen 6 vakken.
- Verplichte examenvakken zijn: Nederlandse taal, kinderverzorging en -opvoeding gezondheidsleer en ziekenverzorging, spelleiding, handvaardigheid (handenarbeid);
- het zesde examenvak kiezen zij uit de vakken: moderne taal, biologie, tekenen, muziek. D.
- Voor de kandidaten van de afdeling kostuumnaaien omvat het eindexamen 4 vakken.
- Verplichte examenvakken zijn. Nederlandse taal, naaldvakken (waaronder patroontekenen).
- Voor de overige twee examenvakken kiezen zij één examenvak uit de vakken: moderne taal, handelskennis, en één examenvak uit de vakken: tekenen, stofversieren. E.
- Voor de kandidaten van de afdeling couture omvat het eindexamen 3 vakken.
- Verplichte examenvakken zijn: naaldvakken (waaronder patroontekenen), tekenen (ontwerptekenen)
- Het derde examenvak kiezen zij uit de vakken: handelskennis, geschiedenis van de kleding, stofversieren. F.
- Voor de kandidaten van de afdeling vormingsklas omvat het eindexamen 4 vakken.
- Verplichte examenvakken zijn: zorg voorde woning, de voeding en de kleding en gezondheidszorg, naaldvakken.
- De overige twee examenvakken kiezen zij uit de vakken: biologie, gezondheidsleer en ziekenverzorging, kinderverzorging en -opvoeding, stofversieren, handvaardigheid (handenarbeid), tekenen. G.
- Het eindexamen van de afdeling vooropleiding voor hoger beroepsonderwijs omvat de vakken: a. Nederlandse taal en letterkunde; b. Moderne vreemde taal en letterkunde; c. Eén van de volgende vier vakken: Textiele werkvormen; Huishoudkunde; Gezondheidskunde; Informatica; d. Drie vakken uit de vakken: Tweede moderne vreemde taal en letterkunde, derde moderne vreemde taal en letterkunde, wiskunde-A, ‘wiskunde- B, natuurkunde, scheikunde, biologie, aardrijkskunde, geschiedenis en staatsinrichting, economie, handelswetenschappen en recht, tekenen, handvaardigheid en muziek, met dien verstande dat uit de vakken tekenen, handvaardigheid en muziek slechts één vak kan worden gekozen.
- Aan de kandidaat is toegestaan naast de vakken die door hem zijn gekozen als bepalend voor de uitslag van het eindexamen, in een of meer van de in het eerste lid, onder d, genoemde eindexamenvakken eindexamen af te leggen. Hoofdstuk II Wijze van examineren van eindexamenvakken bij schoolonderzoek
- In elk geval worden mondeling ge-examineerd: Nederlandse taal, moderne taal, tweede moderne taal, derde moderne taal, omgang met mensen, en voor de afdeling kinderverzorging/jeugdverzorging bovendien: kinderverzorging en opvoeding.
- In elk geval worden praktisch geëxamineerd: spelleiding, en voor de afdeling interim algemene schakelopleiding bovendien handenarbeid, tekenen en textiele werkvormen Hoofdstuk III Volgens centraal vastgestelde opgaven voor het schriftelijk werk en richtlijnen voor het praktijkwerk worden geëxamineerd: a. Vervallen b. voor de afdeling interim algemene schakelopleiding schriftelijk Nederlandse taal, administratie, scheikunde natuurkunde. c. voor de afdeling kinderverzorging jeugdverzorging schriftelijk Nederlandse taal, gezondheidsleer en ziekenverzorging, kinderverzorging en opvoeding. praktisch: handvaardigheid (handenarbeid); d. voor de afdeling kostuumnaaien schriftelijk Nederlandse taal en het vak handelskennis het onderdeel boekhouden praktisch: naaldvakken (waaronder patroontekenen). e. voor de afdeling couture schriftelijk van het vak handelskennis het onderdeel bedrijfseconomisch tekenen; 2e gedeelte praktisch: naaldvakken (waaronder patroontekenen). f. Voor de afdeling vooropleiding voor hoger beroepsonderwijs. schriftelijk: Nederlandse taal en letterkunde, eerste, tweede en derde moderne vreemde taal en letterkunde, wiskunde-A, wiskunde-B, natuurkunde, scheikunde, biologie, aardrijkskunde, geschiedenis en staatsinrichting, economie, handelswetenschappen en recht. Behoort bij de beschikking van de Minister van Onderwijs en Wetenschappen dd. 2 april 1973, BVO/J-216.
- Bijlage II Eindexamenprogramma's A Vervallen B Afdeling interim algemene schakelopleiding Nederlandse taal Het onderzoek naar kennis, belangstelling en/of vaardigheid heeft betrekking op: luistervaardigheid laten blijken dat een gesproken tekst begrepen is door het geven van een samenvatting en het beantwoorden van vragen. spreekvaardigheid uitbrengen van een verslag van iets dat beleefd, gehoord, gelezen is voeren van een gesprek over gelezen boeken, een zelfgekozen en/of gegeven onderwerp formuleren en verdedigen van een eigen mening gebruik maken van goed geformuleerde en goed lopende zinnen. leersvaardigheid voorlezen van een tekst die van tevoren gedurende korte tijd is ingezien, lettend op intonatie, interpunctie, verstaanbaarheid en vlotheid laten blijken dat de tekst begrepen is door het geven van een samenvatting en het beantwoorden van vragen schrijfvaardigheid verslag doen van eigen ervaringen produceren van een tekst over een zelfgekozen en/of gegeven onderwerp in een vrije of gebonden vorm formuleren en toelichten van een eigen mening gebruik maken van goed lopende zinnen en een aan de opdracht aangepaste stijl Maximumduur van het centraal schriftelijk examen: 150 minuten. Moderne taal Het onderzoek naar kennis, belangstelling en/of vaardigheid heeft betrekking op: luistervaardigheid Reageren op een mondeling aangeboden tekst door: het geven van een samenvatting het beantwoorden van vragen het uitvoeren van instructies spreekvaardigheid Met een redelijke uitspraak in begrijpelijke zinnen: een gesprek voeren verslag doen van een gebeurtenis een mening geven voor een onderwerp leesvaardigheid Een niet behandelde tekst, die van tevoren gedurende korte tijd is ingezien: correct en met goede intonatie voorlezen er blijk van geven deze tekst begrepen te hebben. Schrijfvaardigheid in goed lopende zinnen eigen gedachten schriftelijk weergeven verslag doen van ervaringen schriftelijk uitvoeren van verstrekte opdrachten Huishoudkunde (zorg voor de woning, de voeding en de kleding) Her onderzoek naar kennis, belangstelling en/of vaardigheid heeft betrekking op: hanteren van de voedingsmiddelentabel bij het samenstellen van gezinsmaaltijden klaarmaken van gezinsmaaltijden met ingepaste eenvoudige dieetgerechten aanbrengen van variaties in recepten en menu's - inkopen, bewaren en beoordelen op kwaliteit van voedingsmiddelen samenstellen van menu's voor verschillende omstandigheden, rekening houdend met dieetpatiënten bereiden van uitheemse gerechten en dranken - treffen van voorbereidingen voor en het verzorgen van feestjes en kleine ontvangsten omgaan met en onderhouden van huishoudelijke apparaten aan de hand van gebruiksaanwijzingen verrichten van kleine reparaties in de huishouding - noemen en beoordelen van functies van de Keuringsdienst van Waren noemen en raadplegen van bronnen op het gebied van consumentenvoorlichting noemen en raadplegen van veiligheidskeuringen voor woon- en werkmilieu beoordelen van reklame op huishoudelijk gebied - beoordelen van werkkleding, werkmateriaal, textiel en woninginventaris op hun praktische toepasbaarheid hygiënisch omgaan met voeding, woning, kleding en werkkleding en het hygiënisch gebruiken van werkruimte onderhouden van eigen kleding en het kunnen beoordelen op geschiktheid - lezen van plattegronden met betrekking tot de woon- en werkruimte aangeven hoe grondstoffen en voedingsstoffen zo goed en zuinig mogelijk gebruikt kunnen worden noemen en beoordelen van waren en middelen die het milieu niet benadelen milieubewust kunnen handelen met betrekking tot afvalverwijdering, schoonhouden en schoonmaken - kiezen van milieuveilige grondstoffen en producten beoordelen van economisch gebruik van tijd, geld en arbeid tijdens huiselijke werkzaamheden. Gezondheidszorg Het onderzoek naar kennis, belangstelling en/of vaardigheid heeft betrekking op: aangeven van de motieven ten aanzien van de persoonlijke hygiëne en de hygiëne met betrekking tot de huishouding treffen van maatregelen ter bestrijding van besmettingsgevaar noemen van ongedierte en de bestrijding daarvan noemen van maatschappelijke voorzieningen op het gebied van de gezondheidszorg noemen van enkele taken van de Wereld Gezondheids Organisatie aangeven van werkzaamheden van nationale en internationale hulporganisaties uitleggen van enkele actuele problemen met betrekking tot het wereldbevolkingsvraagstuk en de ontwikkelingshulp noemen van milieu-invloeden met betrekking tot het algemeen welzijn van de mens noemen van maatregelen die getroffen worden door instanties die zich bezig houden met voorzieningen op het gebied van de gezondheidszorg weergeven van de overheidsmaatregelen betreffende de bevordering van de gezondheid voor speciale leeftijdsgroepen noemen van instellingen voor lichamelijk en geestelijk gehandicapten weten om te gaan met ventilatie, met verwarmings- en verlichtingsapparatuur beoordelen van de verhouding tussen arbeid, rust en ontspanning beoordelen van enkele vormen van vrije tijdsbesteding - beoordelen en toepassen van veiligheidsvoorschriften in woon- en werksituaties beoordelen van voorschriften met betrekking tot gezondheid in leer- en werksituaties Gezondheidsleer Het onderzoek naar kennis, belangstelling en vaardigheid heeft betrekking op: formuleren van het begrip gezondheid en ziekte - noemen van bouw en functies van het menselijk lichaam aangeven van oorzaken en gevaren van over- en ondervoeding noemen van preventieve maatregelen tegen ziekten noemen van de symptonen van besmettelijke ziekten noemen van maatregelen en voorschriften ter voorkoming van besmettelijke ziekten aangeven van enkele algemene regels met betrekking tot het gebruik van medicijnen verlenen van eenvoudige hulp bij ongevallen beschrijven van de werking van een aantal genotmiddelen formuleren van eigen mening betreffende het gebruik van genotmiddelen geven van een overzicht betreffende de bijzondere voorzieningen voor lichamelijk en geestelijk gehandicapten doorzien van de reklame met betrekking tot de gezondheid aangeven van verschillende vormen van anti-conceptie Biologie Het onderzoek naar kennis, belangstelling en/of vaardigheid heeft betrekking op: verzorgen en kweken van planten voor huis en tuin verzorgen van huisdieren beschrijven van het evenwicht in de natuur aan de hand van een bioscoop in eigen omgeving benoemen van het menselijk lichaam in anatomische termen beschrijven van de fysiologische processen van het menselijk lichaam beschrijving van de functie micro-organismen - noemen van factoren die het milieu verstoren kiezen van bestrijdingsmiddelen die het milieu niet verstoren beschrijven van een biologische kringloop en de consequenties van verstoring beschrijven van de wijze waarop de wisselwerking tussen mens en milieu plaatsvindt onderhouden van een aangelegde sier-, balkon-, dak-, of groententuin aanleggen en onderhouden van een kruidentuin de begrippen pasteuriseren en steriliseren Administratie Het onderzoek naar kennis, belangstelling en/of vaardigheid heeft betrekking op: uitvoeren van eenvoudige rekenkundige bewerkingen toepassen van het decimale en metrieke stelsel berekenen van percentages, promillages, indexcijfers en gemiddelden samenstellen van grafieken berekeningen maken met behulp van tabellen en grafieken berekeningen maken met vreemde valuta werken met meet- en weegapparatuur werken met tel- en rekenapparatuur beoordelen van spaarregelingen en geldbeleggingsmogelijkheden op toepasbaarheid -vergelijken van de voor- en nadelen van afbetalingssystemen hanteren van ordeningssystemen samenstellen van een kostenberekening maken, omgaan en begrijpen van een eenvoudige begroting toepassen van boekhoudkundige bewerkingen in verschillende vormen begrijpen van een arbeidsovereenkomst en het omgaan daarmee omgaan met en begrijpen van salaristabellen en salarisspecificaties begrijpen van enkele hoofdzaken van ons belastingsysteem met betrekking tot de toekomstige werksituatie beoordelen van verzekeringen die men kan afsluiten met betrekking tot voorwaarden en premies noemen en de bedoeling aangeven van de sociale verzekeringswetten aangeven van de bedoeling van de verschillende sociale wetten geven van een waarde-oordeel over onze sociale wetgeving aangeven hoe en wanneer gebruik te maken van de diensten van P.T.T., bankwezen, vervoersbedrijven en besteldiensten berekeningen maken over mengsels, verdunningen en oplossingen Maximum duur van het centraal schriftelijk examen: 150 minuten. Oriëntatie in het beroepenveld de leerling maakt tenminste 2 werkstukken: één werkstuk handelt over een aantal diensten en/of beroepen binnen de gezondheidszorg, waarbij in ieder geval aandacht wordt besteed aan doel, opleidingsmogelijkheden en eisen te stellen aan de beroepsbeoefenaren; één werkstuk handelt over een aantal diensten en/of beroepen binnen de welzijnszorg, waarbij in ieder geval aandacht wordt besteed aan doel, opleidingsmogelijkheden en eisen te stellen aan de beroepsbeoefenaren de leerling geeft een mondelinge toelichting op ten minste één van de werkstukken Het verdere onderzoek naar kennis, belangstelling en/of vaardigheid heeft betrekking op: aangeven van het verschil tussen ethisch en professioneel gedrag weergeven van een eigen opvatting over cummunicatie weergeven van een eigen opvatting over sociale relaties. Omgang met mensen Het onderzoek naar kennis, belangstelling en/of vaardigheid heeft betrekking op: oordelen over het eigen functioneren in de groep en het functioneren van de groepsleden daarin beoordelen welke factoren het samenleven en samenwerken positief of negatief beïnvloeden in verschillende situaties oordelen over eigen gedrag in verschillende leersituaties beoordelen welke factoren het eigen gedrag in verschillende situaties beïnvloeden oordelen over de noodzaak van het beroepsgeheim in gegeven situaties formuleren van een eigen mening over gedragingen van individuen en groepen in de samenleving herkennen en begrijpen van menselijke gedragingen in diverse leeftijdsfasen en in bijzondere situaties formuleren van een eigen mening over individuen en groepen met niet-gangbaar gedrag aangeven van mogelijkheden tot het hanteren van probleemsituaties in de omgang met individuen en groepen. Geïntegreerd vak handenarbeid/tekenen/ textiele werkvormen Het onderzoek naar kennis, belangstelling en/of vaardigheid heeft betrekking op: gebruiken van materialen en gereedschappen alleen of met anderen een werkstuk maken, vrij of volgens opdracht, waarbij vaardigheden uit twee of drie vakgebieden worden toegepast creatief bezig zijn met materialen geven van een waarde-oordeel over creatief werk geven van een oordeel over bepaalde modeverschijnselen ontwerpen en aanbrengen van versieringen kiezen en beoordelen van kledingcombinaties naar kleur, vorm en materiaal Handenarbeid Het onderzoek naar kennis, belangstelling en/of vaardigheden heeft betrekking op: gebruiken van materialen en gereedschappen alleen of met anderen een werkstuk maken, vrij of volgens opdracht creatief bezig zijn met materialen geven van een waarde-oordeel over creatief werk. Tekenen Het onderzoek naar kennis, belangstelling en/of vaardigheden heeft betrekking op: gebruiken van materialen en gereedschappen alleen of met anderen een werkstuk maken, vrij of volgens opdracht creatief bezig zijn met materialen geven van een waarde-oordeel over creatief werk Textiele werkvormen Het onderzoek naar kennis, belangstelling en/of vaardigheid heeft betrekking op: gebruiken van materialen en gereedschappen; alleen of met anderen een werkstuk maken, vrij of volgens opdracht creatief bezig zijn met materialen geven van een waarde-oordeel over creatief werk geven van een oordeel over bepaalde modeverschijnselen ontwerpen en aanbrengen van versieringen kiezen en beoordelen van kledingcombinaties naar kleur, vorm en materiaal Natuur- en scheikunde Natuurkunde Het onderzoek naar kennis, belangstelling en/of vaardigheid heeft betrekking op herkennen van de meest voorkomende stoffen aan de hand van vorm inhoud soortelijke massa aggregatietoestanden herkennen en verklaren van de aggregatietoestandsveranderingen aan de hand van de moleculairtheorie omschrijven van het begrip kracht spierkracht zwaartekracht magnetische kracht elektrische kracht veerkracht en de gevolgen van deze krachten zoals beweging en gewicht af te leiden omschrijven van de gedragingen van vloeistoffen in communicerende vaten en in cappillaire vaten aan de hand van cohesie en adhesie verklaren en toepassen van de Wet van Archimedes uitleggen van de scheidings- en zuiveringsmethoden oplossen kristalliseren destilleren filtreren verklaren en toepassen van het begrip luchtdruk hevels injectiespuiten koken bij hoge, normale en lage druk Wet van Boyle barometer manometer weergeven van de gevolgen van temperatuurveranderingen in de aggregatietoestanden aan de hand van de moleculairtheorie warmte verklaren warmtevoortplanting (geleiding, stroming, straling) verklaren temperatuurmeting (kamer- en koortsthermometer; Celsius en Kelvin) berekening van hoeveelheden warmte herkennen van het verstandig gebruik van energie het begrip geluid ontstaan verklaren; geluid als golfbeweging geluidsvoortplanting in gassen, vloeistoffen en vaste stoffen verklaren hoge en lage tonen; frequentie uitleggen van het begrip resonantie aangeven van hard en zacht geluid; amplitudo herkennen van lichtbronnen zon kunstmatig licht omschrijven van de begrippen lichtvoortplanting lichtbreking lichtterugkaatsing lichtabsorptie omschrijven van de begrippen magneet en magnetisch veld uitleggen van het begrip elektriciteit statistische en dynamische elektriciteit stroombronnen toepassen van de begrippen spanning stroomsterkte weerstand Wet van Ohm vermogen warmte-ontwikkeling Scheikunde Het onderzoek naar kennis, belangstelling en vaardigheden heeft betrekking op: weergeven van de opbouw van een atoom proton neutron elektron elektronenverdeling over de schillen (2, 8, 8) periodiek systeem weergeven van symbolen en eigenschappen van de elementen Al – Ba – Ca – Fe – K – Cu – Hg – Pb – Mg – Na – Ag – Zn – Br – Cl – F – P – He – J – C – N – H – O – S en de toepassingen van koolstof, waterstof en zuurstof omschrijven van de begrippen mengsel verbinding molecuul atoom ion samenstellen van chemische formules aan de hand van de ionentheorie Wet van Proust opstelling van chemische reactievergelijkingen soorten reacties: verbindingsreacties ontledingsreacties endotherme reacties exotherme reacties covalente binding en ionbinding toepassen van de begrippen relatieve atoommassa en relatieve molecuulmassa begrijpen van oxydatie en reductie weergeven van formules, namen en algemene eigenschappen van de volgende zuren en basen HCl – H2SO4 – HNO3 – H3PO4 – H2CO3 – NaOH – KOH – Ca(OH)2 – NH4OH – Al(OH)3 verklaren van het ontstaan van zouten met behulp van de ionentheorie weergeven van namen, formules en enkele toepassingen van de eerste 8 alkanen en de eerste 3 alkenen vergelijken van de alkaancarbonzuren mierezuur en azijnzuur met anorganische zuren vergelijken van alkanolen met anorganische basen Maximum duur van het centraal schriftelijk examen: 100 minuten. C Afdeling kinderverzorging/jeugdverzorging Nederlandse taal Een onderzoek naar kennis van en inzicht en vaardigheid in het a. receptief – schriftelijk –, b. receptief – mondeling –, c. produktief – schriftelijk –, d. produktief – mondeling –, gebruik van de Nederlandse taal, waaruit moet blijken dat de kandidaat in staat is: een gegeven tekst te begrijpen en de antwoorden op vragen naar aanleiding van de tekst te kiezen of in goedlopende zinnen weer te geven; een gesprek naar aanleiding van een gelezen boek te voeren, waaruit blijkt dat de kandidaat met begrip kan luisteren (b) en een mening begrijpelijk kan weergeven (d); een door de kandidaat zelf te bepalen gedachteninhoud of bepaalde hem verschafte gegevens in goed lopende zinnen en een goede stijl schriftelijk weer te geven (c); een niet behandelde tekst, die van te voren gedurende korte tijd is ingezien, correct en met goede intonatie voor te lezen (d); een gesprek te voeren naar aanleiding van de tekst, waaruit blijkt dat de kandidaat de tekst heeft begrepen (a) en zich duidelijk kan uitdrukken in de omgangstaal. Maximumduur van het centraal schriftelijk examen: 150 minuten. Moderne taal Een onderzoek naar kennis van en inzicht en vaardigheid in het gebruik van de moderne taal, waaruit moet blijken dat de kandidaat in staat is: een niet behandelde tekst, die van te voren gedurende korte tijd is ingezien, correct en met goede intonatie voor te lezen; vragen te beantwoorden en een gesprek te voeren naar aanleiding van een gegeven tekst waaruit blijkt dat de kandidaat de tekst heeft begrepen, met begrip kan luisteren en zich duidelijk kan uitdrukken in deze taal. Biologie Een onderzoek naar kennis van en inzicht en vaardigheid in het geven van leiding aan of de begeleiding van kinderen in verschillende leeftijden tot ± 14 jaar, bij het contact met de natuur, waaruit moet blijken dat de kandidaat: a. op de hoogte is van voorwaarden voor het zich handhaven van levend organisme (stofwisseling en voortplanting) en in dit verband de hygiëne van het leefmilieu (lucht, water, bodem); voorwaarden waaraan voldaan moet zijn wanneer men wil overgaan tot het houden van huisdieren, tot het inrichten van een volière, een aquarium, een terrarium; mogelijkheden tot het houden van kamerplanten, het inrichten van kamertuin, balcontuin en andere recreatieve tuinen; mogelijkheden tot contact van de mens met de natuur en het daarbij voorkómen van nadelige invloed op flora en fauna; enkele levensgemeenschappen; f. het kind in het tehuis en hetgeen in deze situatie van invloed is zoals: redenen van uithuisplaatsing; organisatie van een tehuis en verantwoordelijkheid der medewerkers; verhouding van het kind en de leider tot de ouders van het kind; verhouding van het tehuis tot de gemeenschap (buurt, het dorp, clubwerk, feesten, vriendjes); verhouding van het tehuis tot onderwijs en werk; de groep (de groepssamenstelling, verticale, horizontale en coëducatieve groepssamenstelling, de structuur van de groep, de wederzijdse beïnvloeding van groep en leden, de rol van de leider in de groep); het benutten van de mogelijkheden van het tehuis (inrichting van groeps- en slaapkamers en keuken; vieren van verjaardagen en feesten); het scheppen van groei- en ontwikkelingsmogelijkheden (vrije expressie, creatief spel, vrije groepsvorming); functie van specialistische medewerkers (arts, psycholoog, pedagoog, psychiater, maatschappelijk werkster); sexuele voorlichting; sportbeoefening, zakgeld; jeugdlectuur, radio, televisie, verkeersopvoeding; vakliteratuur (boeken en tijdschriften). Duur van het centraal schriftelijk examen: 90 minuten. Spelleiding Een onderzoek naar kennis van en inzicht en vaardigheid in het geven van leiding aan of de begeleiding van kinderen in verschillende leeftijden tot ± 14 jaar bij het spel en de lectuurkeuze alsmede in het vertellen aan kinderen, waaruit moet blijken dat de kandidaat: a. op de hoogte is van informatiebronnen op het gebied van het bovenvermelde en de wijze van raadplegen van die bronnen; typen van spelen zoals kringspelen, balspelen, stilte-spelen, wedstrijdspelen, gezelschapsspelen, tik- en vangspelen, bewegings- en fantasiespelen, dansspelen, schimmenspel, poppenkastspel, kinderkermis; toepasbaarheid, voorbereiding, regels, spelopbouw en wijze van aanleren van spelen als de hiervoor genoemde;
- Dagboeken kasboek bankboek giroboek; enkelvoudig en tabellarisch: ook gecombineerd; boeken van alle bovengenoemde boekingsdocumenten; tevens boeken van: kasverschillen; kortingen (ontvangsten en uitgaven); wederzijds schuldvereffeningen; lonen en inhoudingen op lonen; kruisposten; afsluiten en heropenen. verkoopboek: met kolommen voor datum, document-nummer, afnemer, bruto-omzet, netto-omzet en omzetbelasting; inkoopboek: met kolommen voor datum, document-nummer, leverancier, totaalinkoopbedrag, netto-inkoopbedrag en omzetbelasting: verkoopretourenboek: kolommenindeling als verkoopboek: inkoopretourenboek: kolommenindeling als inkoopboek; diversenpostenboek: boeken van; privé-opnamen in natura; afschrijvingen; vooruitbetaalde kosten; nog te betalen kosten; afboeken van inkoopwaarde van de omzet op de voorraadrekeningen.
- Bijboeken debiteurenkaarten: met kolommen voor datum, omschrijving, debet, credit en saldo crediteurenkaarten: met kolommen voor datum, omschrijving, debet, credit en saldo saldilijsten: debiteuren en crediteuren. voorraadkaarten: met kolommen voor datum, omschrijving, bij, af en saldo voorraadstaten: met kolommen voor codenummer, voorraad in aantallen, prijs per eenheid en waarde van de voorraad.
- Journaal enkelvoudige en collectieve overdrachts posten; journaliseren vanaf boekingsdocumenten door middel van codering
- Grootboekrekeningen scontrovorm en gewijzigde scontrovorm; zuivere rekeningen; coderen volgens decimaal rekeningstelsel; grootboekrekeningen: rubriek O: gebouwen transportmiddelen inventaris eigen vermogen privé hypotheek o/g, u/g geldlening o/g, u/g of soortgelijke benamingen; rubriek 1: kas bank giro debiteuren crediteuren loonbelasting A.O.W./A.W.W. omzetbelasting nog te betalen kosten vooruitbetaalde kosten; of soortgelijke benamingen; rubriek 2: kruisposten rubriek 3: voorraad goederen voorraad materialen of soortgelijke benamingen; rubriek 4: inkoopwaarde van de omzet materialenverbruik loonkosten gewaardeerd loon sociale lasten personeelskosten autokosten huisvestingskosten onderhoudskosten klein gereedschap en hulpmaterialen afschrijvingskosten reclamekosten porti- telefoon- en administratiekosten rente vreemd vermogen rente eigen vermogen algemene kosten; of soortgelijke benamingen; rubriek 8 omzet; of soortgelijke benamingen; rubriek 9 kortingen kasverschillen algemene resultaten rekening; of soortgelijke benamingen;
- Balans: in scontrovorm kolommenbalans berekenen van saldo algemene verlies- en winstrekening berekenen van eigen vermogen controle van resultaat en eigen vermogen
- Uitdrukken in procenten:
- Verhoudingen en verdeelsleutels
- Gemiddelden: berekening van: ongewogen en gewogen gemiddelde; gemiddelde looptijd; gemiddelde voorraad, – debiteuren en – crediteurensaldo.
- Berekeningen i.v.m. omzetbelasting:
- Loonberekeningen: berekenen van: bruto- naar nettoloon; ziekengeld; bijzondere beloningen.
- Afschrijvingen: van aanschaffingsprijs (met en zonder restwaarde); van boekwaarde.
- Buitenlandse valuta: aan- en verkoop; factureren in vreemde valuta.
- Verzekeringen: berekenen van: premie, poliskosten en assurantiebelasting; uitkering bij onder- en oververzekering; no-claim korting; eigen risico.
- Indexcijfers: berekenen van: indexcijfers; hoeveelheden en bedragen uit indexcijfers. Een onderzoek naar kennis van en inzicht in:
- De organisaties, lichamen en instellingen wat betreft het midden- en kleinbedrijf: abstracte en concrete markt, jaarmarkt, beurs, tentoonstelling, veiling; informatiebureau, incassobureau; handelsregister, octrooi, Kamer van Koophandel en Fabrieken, Centraal Bureau voor de Statistiek; Benelux, E.E.G., S.E.R.. P.B.O. organen, E.I.M., C.J.M.K., N.M.B.
- Handelsgebruiken: leverings- en betalingscondities; offertes, factureren, kortingen op gewicht en prijs; gebruiks- en verbruiksgoederen; roerende en onroerende goederen.
- Bank- en kredietwezen: algemene banken algemene bankzaken: rekeningcourant en à deposito, betalingsverkeer, valutahandel, effectenbemiddeling. aandelen, obligaties, dividendbewijzen, coupons, verzekering, safehuur, reizen, gedekte en ongedekte kredieten, lang en kort krediet; bijzondere banken: Nederlandsche Bank, hypotheekbanken, spaarbanken.
- Binnen- en buitenlands betalingsverkeer: posterijen: aangetekende brief, incasso, rembours, postwissel; Postcheque- en Girodienst: stortingskaart, girokaart, acceptgirokaart, girocheque, automatische overschrijving, kascheque, girobetaalkaart; bank: bankstorting, bankgiro, bankcheque, automatische overschrijvingen, betaalcheque, eurocheque, reischeque; internationale overschrijvingen en betalingsmiddelen: postwissels, overschrijvingen, eurocheque, girobetaalkaart, reischeque.
- Binnen- en buitenlands transportwezen en opslag: functie, tariefstelling, formulieren; vervoer over land, water, door de lucht; posterijen: brief, briefpakje, drukwerk, postpakket, verrekenpakket, aantekenen, expressegoed; transportbedrijf, bodedienst, expediteur, eigen vervoer spoorwegen: stukgoed, wagonlading, expressegoed; binnen- en zeevaart; lijnvaart, trampvaart, lankvaart; luchtvaart: lijnvlucht, chartervlucht; moderne vormen van vervoer: pallets, roll on roll off, kangoeroevervoer, lashvervoer, duwvaart, pijpleiding.
- Verzekeringswezen: schade- en sommen verzekeringen; brand-, transport-, bedrijfsschade-, kapitaal-, compagnons-, W.V.-. W.A. + casco-, lijfrenteverzekering en gemengde verzekering; onder-, over-, en herverzekering; premier risque, expertisekosten, eigen risico, no claim, polis, poliskosten, assurantiebelasting; tussenpersonen: agent, makelaar.
- De sociale wetgeving sociale wetten algemeen doel, rechten, verplichtingen, uitvoering; beschermende wetten: arbeidswet, veiligheidswet; werknemersverzekeringen: ziektewet (Z.W.), wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (W.A.O.), ziekenfondswet (Z.F.W.) werkloosheidswet (W.W.), kinderbijslagwet loontrekkenden (K.W.I.); volksverzekeringen: algemene arbeidsongeschiktheidswet (A.W.W.), algemene ouderdomswet (A.O.W.), algemene weduwen- en wezenwet (A.W.W.), algemene wet bijzondere ziektekosten (A.W.B.Z.), algemene kinderbijslagwet (A.K.W.), algemene bijstandswet (A.B.W.).
- Doelmatig beheer van een onderneming: de begrippen: ondernemer, onderneming, opbrengst, kosten, winst; verband tussen: inkoop, verkoop, brutowinst; nettowinst, ondernemersloon, rente eigen vermogen en vreemd vermogen, economisch resultaat; afschrijvingen en de bestemming daarvan
- Vestigen en overnemen van een zaak: definities, aansprakelijkheid, voor- en nadelen, continuïteit van: eenmanszaak, vennootschap onder firma, besloten vennootschap, naamloze vennootschap, coöperatieve vereniging;
- Externe organisatie: voortstuwingsproces, bedrijfskolom: betekenis en vorm van handel, functies van de handel, afzet en handelsverkeer.
- Verkoopbevordering: functies handel en ambacht, horizontale en verticale samenwerking, concrete en abstracte markt, marktgebied, marktsegmentatie, koopkracht, potentiële omzet, commerciële taken van de ondernemer, inkoop- en verkoopbeleid, verkoopsysteem, winkelinrichting, reclame, service, prijs, parallellisatie, specialisatie, communicatie.
- Zekerheidsrechten pand, hypotheek, krediethypotheek, borgtocht.
- Overeenkomsten: eisen voor geldigheid: koop, verkoop, huur, verhuur, koop of afbetaling, huurkoop, arbeidsovereenkomst, lastgeving.
- Bedrijfswetten: Vestigingswet bedrijven 1954, Vestigingswet detailhandel
- Handelsregisterwet, Handelsnaamwet, Uitverkoopwet, Winkelsluitingswet, Warenwet, IJkwet, Wet op het ordelijk economisch verkeer, Hinderwet, Wet op de ruimtelijke ordening, Colportagewet.
- Faillissement: aanvraag, publikatie, curator: preferente en concurrente schulden; onderhands of gerechtelijk accoord; slotuitdelingslijst; surséance van betaling. Bijlage III Regels van slagen, afwijzen en verlenging van praktische oefening/praktijktijd A Vervallen B Afdeling interim algemene schakelopleiding
- De kandidaat is geslaagd, indien: a. alle eindcijfers ten minste 6 bedragen b. één eindcijfer 5 en de andere eindcijfers ten minste 6 bedragen c. één eindcijfer 4 en de andere eindcijfers ten minste 6 bedragen en de som van alle eindcijfers 36 of meer bedraagt, of d. twee eindcijfers 5 en de andere eindcijfers ten minste 6 bedragen en de som van alle eindcijfers 37 of meer bedraagt
- De overige kandidaten zijn afgewezen. C Afdeling kinderverzorging/jeugdverzorging
- De kandidaat is geslaagd, indien a. alle eindcijfers ten minste 6 bedragen en de beoordeling van de praktische oefening ten minste voldoende is, of f. twee eindcijfers 5 en de andere eindcijfers waaronder dat voor het vak kinderverzorging en -opvoeding ten minste 6 bedragen en de som van alle eindcijfers 36 bedraagt en de beoordeling van de praktische oefening goed is.
- De overige kandidaten zijn afgewezen. D Afdeling kostuumnaaien
- De kandidaat is geslaagd, indien a. alle eindcijfers ten minste 6 bedragen, of b. één eindcijfer 3 en de andere eindcijfers ten minste 6 bedragen en de som van alle eindcijfers 35 of meer bedraagt, of c. twee eindcijfers 5 en de andere eindcijfers ten minste 6 bedragen en de som van alle eindcijfers 34 of meer bedraagt, of d. één eindcijfer 4, één eindcijfer 5 en de andere eindcijfers ten minste 6 bedragen en de som van alle eindcijfers 35 of meer bedraagt.