← Nederland

Besluit loondagen Werkloosheidswet en Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

Besluit van 13 september 1991, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 42, tiende lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet Besluit loondagen Werkloosheidswet en Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 mei 1991, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid, nr. SZ/SVW/2171; Gelet op artikel 42, tiende lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet (Stb. 1987, 93); De Raad van State gehoord (advies van 27 augustus 1991, nr. W.12.91.0263); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 4 september 1991, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid nr. SZ/HSV/WR/SVW/91/4283; Hebben goedgevonden en verstaan: Hoofdstuk 1 Bepaling en gelijkstelling loondagen voor 1 januari 2013 Artikel 1 1 Voor de toepassing van artikel 42, tweede lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet en artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen worden dagen, waarover de werknemer: a. van zijn werkgever geen loon doch vakantiegeld heeft ontvangen; of b. tijdens dienstbetrekking vakantiebonnen of daarmee overeenkomende aanspraken bestemd voor die dagen heeft verkregen, gelijkgesteld met dagen waarover loon is ontvangen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien de in onderdeel b van dat lid bedoelde vakantiebonnen of daarmee overeenkomende aanspraken bestemd zijn voor dagen, waarover recht op uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet dan wel hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen bestaat of over dagen, waarin dat recht wegens vakantie of het in aanmerking nemen van deze aanspraken wordt onderbroken. Artikel 2 Voor de toepassing van artikel 42, tweede lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet en artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen worden dagen waarover een werknemer geen loon heeft ontvangen wegens werkstaking of uitsluiting gelijkgesteld met dagen waarover loon is ontvangen. Artikel 3 1 Voor de toepassing van artikel 42, tweede lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet wordt de persoon, die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering op grond van die wet, geacht loon te hebben ontvangen over tijdvakken waarover premie is betaald. 2 Voor de toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt de persoon die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering op grond van die wet, geacht loon te hebben ontvangen over tijdvakken waarover premie is betaald. 3 Voor de toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt de persoon die was toegelaten tot de vrijwillige verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals deze wet luidde op de dag voorafgaand aan de dag waarop artikel 15 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen in werking is getreden, geacht loon te hebben ontvangen over tijdvakken waarover premie is betaald. Artikel 3a Voor de toepassing van artikel 42, tweede lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet en artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt: a. de werknemer die uitsluitend als gevolg van ploegendienst op minder dan vijf dagen per week arbeid verrichtte, geacht over het tijdvak waarin hij in ploegendienst werkzaam was, over vijf dagen per week loon te hebben genoten; b. arbeid in een aaneengesloten nachtdienst op twee dagen verricht, gerekend als arbeid op één dag; c. het aantal dagen waarover de werknemer gemiddeld per werkweek loon heeft genoten, geacht niet meer dan vijf te bedragen. Artikel 3b Dit hoofdstuk is van toepassing ten aanzien van loondagen gelegen voor 1 januari

  1. Hoofdstuk 2 Bepaling en gelijkstelling uren vanaf 1 januari 2013 Artikel 3c 1 Voor de toepassing van artikel 42, tweede lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet en artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen worden uren gelijkgesteld met uren waarover loon is ontvangen, indien de werknemer: a. van zijn werkgever geen loon maar wel vakantiegeld heeft ontvangen; of b. tijdens dienstbetrekking vakantiebonnen of daarmee overeenkomende aanspraken bestemd voor die uren heeft verkregen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien de in onderdeel b van dat lid bedoelde vakantiebonnen of daarmee overeenkomende aanspraken bestemd zijn voor uren, waarover recht op uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet dan wel hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen bestaat of bestemd zijn voor uren, waarin dat recht wegens vakantie of het in aanmerking nemen van deze aanspraken wordt onderbroken. Artikel 3d Voor de toepassing van artikel 42, tweede lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet en artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen worden dagen waarover een werknemer geen loon heeft ontvangen wegens werkstaking of uitsluiting gelijkgesteld met dagen waarover loon is ontvangen, waarbij een dag gelijkgesteld wordt met acht uren. Artikel 3e 1 Voor de toepassing van artikel 42, tweede lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet wordt de persoon, die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering op grond van die wet, geacht loon te hebben ontvangen over tijdvakken waarover premie is betaald, waarbij een tijdvak van een dag gelijkgesteld wordt met acht uren. 2 Voor de toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt de persoon die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering op grond van die wet, geacht loon te hebben ontvangen over tijdvakken waarover premie is betaald, waarbij een tijdvak van een dag gelijkgesteld wordt met acht uren. 3 Voor de toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt de persoon die was toegelaten tot de vrijwillige verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals deze wet luidde op de dag voorafgaand aan de dag waarop artikel 15 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen in werking is getreden, geacht loon te hebben ontvangen over tijdvakken waarover premie is betaald, waarbij een tijdvak van een dag gelijkgesteld wordt met acht uren. Artikel 3f Dit hoofdstuk is van toepassing ten aanzien van uren vanaf 1 januari
  2. Artikel 4 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari
  3. Artikel 5 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit loondagen Werkloosheidswet en Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State. 's-Gravenhage 13 september 1991 Beatrix De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, E. ter Veld de derde oktober 1991 De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.