← Nederland

Besluit oprichting waterschap Dollardzijlvest

Besluit van 30 oktober 1991, houdende opheffing van de waterschappen Reiderzijlvest en De Veenmarken, oprichting van het interprovinciale waterschap Dollardzijlvest, vaststelling van een reglement voor het waterschap Dollardzijlvest en vaststelling van een reglement voor de verkiezing van leden van het algemeen bestuur van het waterschap Dollardzijlvest Besluit oprichting waterschap Dollardzijlvest Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 3 juli 1991, nr. RJW 96170, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken; Overwegende dat op grond van artikel 4 van de Waterstaatswet 1900 (Stb. 176) de belangen van waterstaat, twee of meer provincies gemeenschappelijk aangaande, kunnen worden geregeld, indien de Staten van die provincies zich niet met elkaar verstaan; Gedeputeerde Staten der provincies Groningen en Drenthe gehoord; De Raad van State gehoord (advies van 25 september 1991, nr. W 09.91.0353); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 16 oktober 1991, nr. RJW 105492, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken; Hebben goedgevonden en verstaan: I De waterschappen Reiderzijlvest en De Veenmarken worden opgeheven. II Het interprovinciale waterschap Dollardzijlvest wordt opgericht. III Het onder bijlage 1 opgenomen reglement met toelichting voor het interprovinciale waterschap Dollardzijlvest wordt vastgesteld. IV Het onder bijlage 2 opgenomen reglement met toelichting voor de verkiezing van leden van het algemeen bestuur wordt vastgesteld. V Dit besluit treedt in werking op 1 januari

  1. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en de Algemene Rekenkamer. Gegeven te ’s-Gravenhage 30 oktober 1991 Beatrix De Minister van Verkeer en Waterstaat, J. R. H. Maij-Weggen de zesentwintigste november 1991 De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin Bijlage 1 Reglement voor het waterschap Dollardzijlvest 1 Gebied, taak en zetel van het waterschap Artikel 1.1 gebied van het waterschap
  2. Het gebied van het waterschap is aangegeven op de bij dit reglement behorende gewaarmerkte kaart, gedateerd januari 1991, schaal 1 : 50
  3. Het gebied wordt bij gelijkluidend besluit van gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe nader aangeduid met detailkaarten, met een schaal van ten minste 1 : 10
  4. Van deze kaarten berust een exemplaar bij elk van de provincies en bij het waterschap. Artikel 1.2 taak van het waterschap
  5. De taak van het waterschap is gericht op de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied, voorzover deze taak niet tot andere publiekrechtelijke lichamen behoort.
  6. Deze taak omvat de zorg voor: - de waterhuishouding inzake de kwantiteit van het oppervlaktewater en de daarvoor van belang zijnde voorzieningen; - wegen, voorzover de zorg bij de inwerkingtreding van dit reglement bij de waterschappen Reiderzijlvest en De Veenmarken berustte en voor zolang de beheersovergang als bedoeld in de " Wet herverdeling wegenbeheer " niet heeft plaatsgevonden; - vaarwegen, voorzover deze zorg bij de inwerkingtreding van dit reglement bij het waterschap Reiderzijlvest berustte.
  7. De zorg voor de kwantiteit van het oppervlaktewater omvat: - de regeling van het waterpeil; - het beheer en onderhoud van de werken, die dienen tot afvoer, aanvoer of berging van water, een en ander met inachtneming van de Wet op de waterhuishouding (Stb. 1989, 235). Artikel 1.3 zetel van het waterschap Het waterschap is gevestigd op een door het algemeen bestuur te bepalen plaats. 2 Samenstelling en inrichting van het bestuur Artikel 2.1 bestuursorganen en hun benaming Het bestuur van het waterschap bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Artikel 2.2 samenstelling van het algemeen bestuur
  8. Het algemeen bestuur bestaat uit 28 leden en is als volgt samengesteld: - 20 leden voor de categorie van zakelijk gerechtigden tot ongebouwde onroerende goederen (eigenaren ongebouwd); - 8 leden voor de categorie van zakelijk gerechtigden tot gebouwde onroerende goederen (eigenaren gebouwd).
  9. De leden van het algemeen bestuur worden gekozen met inachtneming van het Reglement voor de verkiezing van leden van het algemeen bestuur. Artikel 2.3 kiesdistricten Voor de verkiezing van de vertegenwoordigers van de in artikel 2.2 lid 1 genoemde categorieën wordt het waterschapsgebied verdeeld in de volgende districten: district 1 : gemeente Emmen; district 2 : gemeenten Odoorn, Borger, Gasselte en Stadskanaal (voorzover gelegen ten westen van het kanaal Veendam-Musselkanaal); district 3 : gemeenten Pekela, Veendam, Hoogezand-Sappemeer en Menterwolde; district 4 : gemeenten Vlagtwedde, Stadskanaal (voorzover gelegen ten oosten van het kanaal Veendam-Musselkanaal) en Bellingwedde (voorzover het betreft de secties D en E van de kadastrale gemeente Wedde); district 5 : gemeenten Bellingwedde (met uitzondering van het onder district 4 vallende gedeelte van die gemeente), Reiderland, Winschoten, Scheemda en Delfzijl. Artikel 2.4 aantal leden per district
  10. Het aantal leden voor de categorie eigenaren ongebouwd bedraagt: voor district 1: 4; voor district 2: 4; voor district 3: 3; voor district 4: 5; voor district 5:
  11. Het aantal leden voor de categorie eigenaren gebouwd bedraagt: voor district 1: 1; voor district 2: 2; voor district 3: 2; voor district 4: 1; voor district 5:
  12. Artikel 2.5 samenstelling van het dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur bestaat naast de voorzitter uit vier leden. Artikel 2.6 de benoeming van de voorzitter
  13. De aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter, als bedoeld in artikel 46 van de Waterschapswet wordt door het algemeen bestuur gezonden aan gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe, die de aanbeveling, vergezeld van hun beschouwingen, doorzenden aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.
  14. De aflegging van de eed (verklaring en belofte), als bedoeld in artikel 50 van de Waterschapswet vindt plaats in handen van de commissaris van de Koning in de provincie Groningen. 3 Bevoegdheden van het bestuur Artikel 3.1 bevoegdheden van het algemeen bestuur Het algemeen bestuur heeft de bevoegdheden die voortvloeien uit hoofdstuk X van de Waterschapswet. Artikel 3.2 bevoegdheden van het dagelijks bestuur Tot de bevoegdheden van het dagelijks bestuur behoren, onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde: a. de uitvoering en handhaving van wetten en verordeningen; b. de dagelijkse zorg voor alle werken of andere zaken die bij het waterschap in eigendom, beheer of onderhoud zijn; c. de verzekering van het waterschap tegen schaden en verliezen en tegen wettelijke aansprakelijkheid; d. het verhuren, verpachten of op andere wijze in gebruik geven van werken of andere zaken, bedoeld onder b.; e. het voeren van rechtsgedingen, het vragen van voorlopige voorzieningen en het aanspannen van kort gedingen, alsmede het aangaan van dadingen, het opdragen van geschillen aan scheidslieden en het berusten in rechtsvorderingen, een en ander onder de verplichting deze handelingen te melden aan het algemeen bestuur; f. de vaststelling van de bestekken en van de voorwaarden van aanbesteding van voor het waterschap uit te voeren werken en te verrichten leveringen en van de voorwaarden van verkopingen, voorzover het algemeen bestuur zich die vaststelling niet heeft voorbehouden; g. het houden van alle aanbestedingen van werken en leveringen en verkopingen, tenzij het algemeen bestuur anders heeft beslist; h. het doen van bekendmakingen, bedoeld in artikel 73 van de Waterschapswet; i. het benoemen, schorsen of ontslaan van het personeel anders dan de secretaris van het waterschap; j. het wijzigen van de voor het personeel van het waterschap geldende rechtspositieregeling, een en ander voorzover daarover overeenstemming bestaat in het georganiseerd overleg. Artikel 3.3 bevoegdheden van de voorzitter De voorzitter heeft de bevoegdheden die voortvloeien uit hoofdstuk XII van de Waterschapswet. Artikel 3.4 delegatiebevoegdheid van het algemeen bestuur
  15. Het algemeen bestuur kan - onverminderd het bepaalde in artikel 83, lid 2, van de Waterschapswet - bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur, met dien verstande dat overdracht geen betrekking kan hebben op het vaststellen van verordeningen, als bedoeld in de artikelen 78 en 79 van de Waterschapswet.
  16. Overdracht van een bevoegdheid kan geheel of gedeeltelijk gebeuren; het algemeen bestuur kan daarbij regels stellen. 4 Beheer van waterstaatswerken Artikel 4.1 besluitvorming ingevolge de Wet op de waterhuishouding Bij het ontwerpen van een beheersplan, een waterakkoord of een ander besluit, dat wordt genomen krachtens bepalingen van de Wet op de waterhuishouding wordt door het dagelijks bestuur rekening gehouden met hetgeen in de provinciale waterhuishoudingsplannen van zowel Groningen als Drenthe is vastgelegd. Artikel 4.2 besluitvorming ingevolge de Waterschapswet Bij het ontwerpen van een keur, als bedoeld in artikel 75 van de Waterschapswet en de legger van werken, als bedoeld in artikel 78, lid 2, van de Waterschapswet, houdt het dagelijks bestuur rekening met de standpunten, die te dien aanzien door de provinciale besturen van Groningen en van Drenthe worden ingenomen. Artikel 4.3 onderhoudsplicht van het waterschap Het waterschap is onderhoudsplichtig voor de oppervlaktewateren en de werken, behorende tot de watergangen, die - krachtens het ingevolge de Wet op de waterhuishouding op te maken beheersplan of de ingevolge artikel 78 van de Waterschapswet op te maken legger - deel uit maken van het hoofdwatergangenstelsel van het waterschap. Artikel 4.4 vervangende bijdrage onderhoud Het voldoen aan een in de legger aangewezen onderhoudsplicht kan door het dagelijks bestuur op schriftelijk verzoek van de onderhoudsplichtige worden vervangen door betaling van een bijdrage. 5 Overeenkomst met waterschap Ommelanderzeedijk Artikel 5.1 onderhoudswerkzaamheden Het waterschap sluit met het waterschap Ommelanderzeedijk een overeenkomst met betrekking tot de uitvoering door de technische dienst van het waterschap van de nodige werkzaamheden terzake van het onderhoud van de aan het waterschap grenzende of daarbinnen gelegen zee- en slaperdijken. Artikel 5.2 instructie hoofd technische dienst In de overeenkomst worden in ieder geval bepalingen opgenomen, waarin tot uiting komt dat het hoofd van de technische dienst van het waterschap tevens is aangesteld als waterbouwkundige van het waterschap Ommelanderzeedijk, waaruit voortvloeit dat - ingeval gecommitteerden uit het hoofdbestuur van het waterschap Ommelanderzeedijk besluiten tot bewaking en verdediging van waterkeringen bij dreigend gevaar of tot verlening van hulp ingeval van dijkdoorbraak - de instructie voor het hoofd van de technische dienst buiten twijfel stelt dat hij in die situatie volledig ten dienste staat van en mitsdien terzake uitsluitend opdrachten ontvangt van het bestuur van dat waterschap. Artikel 5.3 verkiezingen De overeenkomst bevat voorts regels met betrekking tot het verlenen van medewerking aan kandidaatstellingen en verkiezingen voor het hoofdbestuur van het waterschap Ommelanderzeedijk. Artikel 5.4 verrekening kosten De overeenkomst bevat een regeling over de wijze waarop met het waterschap Ommelanderzeedijk een verrekening plaats vindt van kosten, die worden gemaakt terzake van de uitvoering van de in dit hoofdstuk genoemde werkzaamheden. Artikel 5.5 overgangsbepaling Voorzolang de overeenkomst nog niet in werking is getreden of de instructie voor het hoofd van de technische dienst nog niet is vastgesteld, blijven de bepalingen van kracht, zoals deze werden toegepast ingevolge het bijzonder reglement voor het waterschap Reiderzijlvest. 6 Financiën van het waterschap Artikel 6.1 uitgangspunten van de kostentoedelingsverordening
  17. Bij de toedeling van kostendelen in het kader van de ingevolge artikel 119 van de Waterschapswet vast te stellen verordening neemt het waterschapsbestuur de volgende uitgangspunten in acht: a. De kosten van waterkwantiteitszorg worden tussen de categorieën, genoemd in artikel 2.2 lid 1, op een zodanige wijze verdeeld, dat rekening wordt gehouden met het belang van die categorieën bij het niveau van de door het waterschap getroffen voorzieningen en de door die categorieën veroorzaakte kosten van het waterschap. Bijlage 2 Reglement voor de verkiezing van leden van het algemeen bestuur van het waterschap Dollardzijlvest Hoofdstuk 1 Stemgerechtigden Artikel 1 Stemgerechtigd voor de verkiezing van de vertegenwoordigers voor de categorieën eigenaren ongebouwd en eigenaren gebouwd zijn degenen die behoren tot de desbetreffende categorie, als zodanig belastingplichtig zijn aan het waterschap en zijn opgenomen in het register van stemgerechtigden bedoeld in artikel
  18. Artikel 2
  19. Ten aanzien van onroerende goederen bezwaard met het recht van beklemming, van erfpacht, van opstal of van vruchtgebruik is niet de eigenaar maar de genothebbende van het betrokken zakelijk recht stemgerechtigd. Niettemin is inzake het recht van opstal de eigenaar stemgerechtigd indien dat recht uitsluitend is gevestigd ten behoeve van de aanleg of het onderhoud, dan wel ten behoeve van de aanleg en het onderhoud, van ondergrondse dan wel bovengrondse leidingen.
  20. Indien het onroerend goed met meer dan een van die zakelijke rechten is bezwaard, heeft voor het bezit van het stemrecht de vruchtgebruiker voorrang boven zowel de opstalhouder als de erfpachter dan wel de beklemde meier en heeft de opstalhouder voorrang boven de erfpachter dan wel de beklemde meier. Artikel 3 De bevoegdheid tot het uitoefenen van het stemrecht wegens onroerende goederen die in het kadaster zijn gesteld op naam van meer dan een zakelijk gerechtigde of van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, kan door elk der medegerechtigden of medevennoten worden uitgeoefend met dien verstande dat slechts eenmaal stem kan worden uitgebracht. Artikel 4 Ten aanzien van de in huwelijkse gemeenschap vallende goederen die op naam van één der echtgenoten zijn gesteld, kan in diens plaats de andere echtgenoot het stemrecht uitoefenen. Ten aanzien van zodanige goederen die op beider naam zijn gesteld, zijn elk van beide echtgenoten bevoegd tot uitoefening van het stemrecht, met dien verstande dat slechts eenmaal stem kan worden uitgebracht. Artikel 5
  21. Zij die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak uit het kiesrecht in de zin van de Kieswet zijn ontzet, zijn niet bevoegd tot uitoefening van het stemrecht.
  22. De bevoegdheid tot de uitoefening van het stemrecht van hen: a. die op de dag van de stemming minderjarig zijn; b. die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak tot ondercuratelestelling de beschikking of het beheer over hun goederen hebben verloren; c. die in een krankzinnigengesticht zijn opgenomen of d. die afwezig zijn en van wie de goederen daarom bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak onder bewind zijn gesteld; berust bij de wettelijke vertegenwoordigers Artikel 6 Een stemgerechtigde heeft per district slechts een stem in elk der categorieën waarin hij stemgerechtigd is. De stemming op de kandidaten is geheim. Artikel 7
  23. Een stemgerechtigde kan zijn stem laten uitbrengen door een gemachtigde. Hij is in dat geval niet bevoegd in persoon aan de stemming deel te nemen. Zijn gemachtigde wordt vervolgens voor hem stemgerechtigd.
  24. Een stemgerechtigde mag niet voor meer dan twee andere stemgerechtigden een stem uitbrengen.
  25. Een stemgerechtigde kan stemmen van andere stemgerechtigden uitsluitend tegelijk met zijn eigen stem uitbrengen. Artikel 8 De aanwijzing of machtiging tot uitoefening van het stemrecht als bedoeld in dit reglement gebeurt op een door het dagelijks bestuur te verstrekken formulier, dat bij het uitbrengen van de betrokken stem aan het stembureau moet worden overhandigd. Hoofdstuk 2 Het register van stemgerechtigden Artikel 9 Het dagelijks bestuur houdt een register bij, waarin per categorie en per district, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, worden opgenomen: a. zij, die blijkens het kadaster behoren tot de categorie belanghebbenden, bedoeld in artikel 11, lid 2, onderdeel a, van de Waterschapswet (eigenaren ongebouwd); f. een afsluitbare stembus.
  26. De voorzitter van het stembureau geeft van de ontvangst van de stembiljetten een gedagtekend bewijs af, waarop het aantal ontvangen stembiljetten is vermeld. Artikel 25
  27. Op de stembiljetten staan in alfabetische volgorde de namen van de kandidaten, op wie een stem kan worden uitgebracht.
  28. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het bepalen van de verdere wijze van inrichting van de stembiljetten en de inrichting van de door de stembureaus op te maken verslagen van de stemming. Artikel 26
  29. De voorzitter van het stembureau draagt er zorg voor dat de stemgerechtigde zijn stembiljet kan invullen zonder dat door anderen gezien kan worden op wie hij zijn stem uitbrengt.
  30. De voorzitter van het stembureau is belast met de handhaving van de orde in het stemlokaal. Artikel 27
  31. De stemming begint om 8.00 uur op de dag van de stemming en eindigt om 19.00 uur op deze dag.
  32. Vóór 8.00 uur sluit de voorzitter de stembus zodra het stembureau zich heeft overtuigd dat deze leeg is.
  33. Na 19.00 uur worden alleen de nog in het stemlokaal aanwezige stemgerechtigden tot de stemming toegelaten. Nadat dezen in de gelegenheid zijn gesteld te stemmen, verklaart de voorzitter de stemming gesloten. Artikel 28
  34. Degene die wil stemmen, overhandigt aan de voorzitter van het stembureau de door hem ontvangen oproepingskaart voor de stemming, dan wel de oproepingskaart van degene voor wie hij als gemachtigde optreedt met de machtiging als bedoeld in artikel
  35. Het stembureau beoordeelt de geldigheid van de machtiging en maakt daarvan melding in het verslag van de stemming.
  36. De voorzitter noemt duidelijk verstaanbaar het nummer waaronder de stemgerechtigde volgens de oproepingskaart in het uittreksel uit het register voorkomt. Het ene lid van het stembureau noemt de naam die in het uittreksel uit het register bij het door de voorzitter genoemde nummer is vermeld, alsmede de categorieën waarin de desbetreffende stemgerechtigde een stem kan uitbrengen. De voorzitter controleert deze gegevens aan de hand van de oproepingskaart.
  37. Het stembureau reikt aan de stemgerechtigde per categorie waarin deze stemgerechtigd is, een stembiljet uit. De voorzitter van het stembureau houdt aantekening van het aantal uitgereikte stembiljetten.
  38. De stemgerechtigde gaat na ontvangst van het stembiljet of de stembiljetten naar een daartoe ingerichte plaats en stemt daar door invulling van het hokje voor de naam van een kandidaat op wie hij wil stemmen.
  39. Na invulling van het stembiljet of de stembiljetten werpt de stemgerechtigde deze vervolgens in de stembus. Het andere lid van het stembureau houdt aantekening van het aantal in de stembus geworpen stembiljetten. Artikel 29
  40. Indien een stemgerechtigde zich bij de invulling vergist, kan de voorzitter van het stembureau hem voor elk stembiljet waarop hij recht heeft, éénmaal een nieuw stembiljet uitreiken tegen teruggave van de eerder uitgereikte biljetten.
  41. De teruggegeven biljetten worden onmiddellijk onbruikbaar gemaakt door aan weerskanten daarop het woord "ongeldig" te plaatsen. Artikel 30
  42. Nadat de stemming gesloten is verklaard, wordt de aantekening van het aantal uitgereikte stembiljetten samen met het aantal der niet uitgereikte stembiljetten vergeleken met het aantal stembiljetten dat bij het begin van de stemming aanwezig was. Eventuele verschillen worden in het verslag vermeld.
  43. Vervolgens verzamelt het stembureau de niet gebruikte stembiljetten en de ingevolge artikel 29 onbruikbaar gemaakte stembiljetten, de ingeleverde oproepingskaarten en de ingeleverde machtigingsbewijzen in afzonderlijk te verzegelen pakken. Van het aantal niet gebruikte en het aantal onbruikbaar gemaakte stembiljetten wordt aantekening gehouden. Artikel 31
  44. De voorzitter van het stembureau opent vervolgens de stembus, telt de stembiljetten en vergelijkt het aantal met de aantekening van het aantal in de stembus geworpen en het aantal uitgereikte stembiljetten. Eventuele verschillen worden in het verslag gemeld.
  45. Het stembureau stelt daarna onmiddellijk vast: a. het op iedere kandidaat uitgebrachte aantal geldige stemmen naar de volgorde van voorkeur;

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.