zigingswet Pensioen- en spaarfondsenwet, enz. (wettelijk recht op waarde-overdracht en enige andere maatregelen op het aanvullende pensioenterrein) Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een wettelijk recht op waarde-overdracht in het leven te roepen, alsmede enige andere maatregelen te treffen op het aanvullende pensioenterrein. Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Artikel I Bevat wijzigingen in andere regelgeving. Artikel II Bevat wijzigingen in andere regelgeving. Artikel III Bevat wijzigingen in andere regelgeving. Artikel IV Bevat wijzigingen in andere regelgeving. Artikel V Bevat wijzigingen in andere regelgeving. Artikel VI Bevat wijzigingen in andere regelgeving. Artikel VII Bevat wijzigingen in andere regelgeving. Artikel VIII Bevat wijzigingen in andere regelgeving. Artikel IX Bevat wijzigingen in andere regelgeving. Overgangsbepalingen Artikel X 1 Het bestuur van een bedrijfspensioenfonds zorgt dat de deelnemers, die zijn toegetreden vóór de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, binnen een jaar na dat tijdstip schriftelijk op de hoogte gesteld worden van de inhoud van de in artikel 17, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet bedoelde statuten en reglementen. 2 De Verzekeringskamer stelt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet de in artikel 29, derde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet bedoelde beleidsregels vast. 3 Artikel 32, zesde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet vindt voor het eerst toepassing op 1 januari volgend op de inwerkingtreding van deze wet. 4 Artikel 32b, eerste en tweede lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet is niet van toepassing indien de deelneming is geëindigd vóór de inwerkingtreding van deze wet. 5 De statuten en reglementen van een vóór de inwerkingtreding van deze wet opgericht pensioenfonds, moeten binnen twee jaar na dat tijdstip aan het in deze wet bepaalde voldoen. Artikel XI De intrekking van artikel 72 van de Algemene Ouderdomswet heeft geen betrekking op aanspraken op pensioen die zijn opgebouwd voor de inwerkingtreding van deze wet en kan uitsluitend na een wijziging van de pensioenregeling in verband met bedoelde intrekking gevolgen hebben voor nog op te bouwen aanspraken op pensioen. Artikel XII De intrekking van artikel 21a van de Algemene Weduwen- en Wezenwet heeft geen betrekking op aanspraken op pensioen die zijn opgebouwd voor de inwerkingtreding van deze wet en kan uitsluitend na een wijziging van de pensioenregeling in verband met bedoelde intrekking gevolgen hebben voor nog op te bouwen aanspraken op pensioen. Artikel XIII 1 De aan de Pensioenkamer toe te rekenen goederen gaan onder algemene titel over op de Sociaal-Economische Raad, ingesteld bij de Wet op de Bedrijfsorganisatie. 2 De op de Pensioenkamer rustende verplichtingen gaan onder algemene titel over op het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering, ingesteld bij Wet van 13 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.