osten en tijdelijke regeling van de subsidiëring van verzorgingshuizen door de Ziekenfondsraad (Overgangswet verzorgingshuizen) Overgangswet verzorgingshuizen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de zorg, bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis, onder te brengen in de aanspraken op zorg op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, te regelen dat de Ziekenfondsraad tijdelijk tot taak heeft verzorgingshuizen, alsmede enige activiteiten van deze instellingen, te subsidiëren en enige daarmee verband houdende onderwerpen te regelen; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Hoofdstuk I Begripsbepalingen Artikel 1 Vervallen Hoofdstuk II Subsidiëring van verzorgingshuizen door het College en subsidievoorschriften Artikel 2 Vervallen Artikel 3 Vervallen Artikel 4 Vervallen Artikel 5 Vervallen Artikel 6 Vervallen Artikel 7 Vervallen Artikel 8 Vervallen Artikel 9 Vervallen Artikel 10 Vervallen Artikel 11 Vervallen Artikel 12 Vervallen Artikel 13 Vervallen Hoofdstuk III Financiële voorschriften Artikel 14 Vervallen Hoofdstuk IV Eigen bijdragen Artikel 15 Vervallen Artikel 16 Vervallen Hoofdstuk V Beoordeling door provincies en grote steden van subsidieverstrekking aan verzorgingshuizen en regiovisies Artikel 17 Vervallen Artikel 18 Vervallen Hoofdstuk VI Informatieverstrekking Artikel 19 Vervallen Artikel 20 Vervallen Artikel 21 Vervallen Artikel 22 Vervallen Hoofdstuk VII Taakverwaarlozing Artikel 23 Vervallen Hoofdstuk VIII Strafbepalingen Artikel 24 Vervallen Hoofdstuk IX Intrekking wet op de bejaardenoorden Artikel 25 Vervallen Hoofdstuk X Het onderbrengen van zorg, bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis, in de aanspraken op zorg op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Artikel 26 De aanspraken op zorg, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, omvatten zorg, bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis. Hoofdstuk XI Overgangs- en slotbepalingen in verband met de intrekking van de Wet op de bejaardenoorden Artikel 27 1 In wettelijke procedures en rechtsgedingen tegen besluiten die op grond van de Wet op de bejaardenoorden zijn genomen, dan wel op tegen deze besluiten in te stellen of ingestelde beroepen, blijven, zowel in eerste aanleg als in verdere instantie, de regels van toepassing, geldende voor de intrekking van die wet. 2 Indien een plan voor de planperiode 1997 – 2001 wordt vastgesteld na 1 november van het jaar waarin enig artikel van deze wet in werking treedt, blijft artikel 6 van de Wet op de bejaardenoorden van toepassing op dat plan tot twee maanden na de vaststelling daarvan. 3 Indien Onze Minister een aanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Wet op de bejaardenoorden, blijft artikel 6, van die wet van toepassing tot een gewijzigd dan wel nieuw plan is vastgesteld, dat past binnen het door Onze Minister voor dat plan bekend gemaakte bedrag. Artikel 27a 1 Indien op het tijdstip waarop artikel 25 in werking treedt geen plan op grond van de Wet op de bejaardenoorden is vastgesteld voor de periode tot 1 januari 2001, wordt zodanig plan zo spoedig mogelijk vastgesteld met toepassing van de daarop betrekking hebbende artikelen van de Wet op de bejaardenoorden. 2 Voor zover geen plan is vastgesteld, zijn de artikelen 4, 5, 8, 9 en 10 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, onverminderd de op grond van de Wet op de bejaardenoorden ten aanzien van een verzorgingshuis genomen besluiten: a. de verzorgingshuizen ten behoeve waarvan onmiddellijk voor het in het eerste lid bedoelde tijdstip subsidie werd verleend op grond van de Wet op de bejaardenoorden, gelden als opgenomen in een plan; b. de toegestane capaciteit van een verzorgingshuis onmiddellijk voor het in het eerste lid bedoelde tijdstip geldt als de in een plan opgenomen capaciteit; c. de omvang van andere activiteiten dan het verlenen van zorg, bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis, welke onmiddellijk voor het in het eerste lid bedoelde tijdstip voor subsidie op grond van de Wet op de bejaardenoorden in aanmerking werd gebracht, geldt als de in een plan opgenomen omvang van activiteiten. Artikel 28 1 De Wet op de bejaardenoorden blijft van toepassing op de financiële verantwoording, vaststelling en uitbetaling van op grond van die wet verleende subsidies en uitkeringen, met dien verstande, dat: a. overschotten als bedoeld in artikel 16b, tweede lid, van de Wet op de bejaardenoorden, bij de afrekening, bedoeld in artikel 16b, eerste lid, van die wet, over het kalenderjaar 1999 worden teruggevorderd; b. bij afrekeningen als bedoeld in artikel 16b, eerste lid, van de Wet op de bejaardenoorden, een verklaring wordt toegevoegd, waaruit blijkt voor zover er uit artikel 27 en dit artikellid nog kosten voortvloeien. 2 In afwijking van het eerste lid worden overschotten als bedoeld in artikel 16b, tweede lid, van de Wet op de bejaardenoorden, teruggevorderd: a. vanaf het tijdstip van intrekking van die wet, voor zover aan deze overschotten een bestemming is gegeven in plannen; b. terstond, indien uit de in het eerste lid, onder b, bedoelde verklaring blijkt dat overschotten of een deel daarvan niet meer aangewend worden voor de uitvoering van artikel 27 en het eerste lid van dit artikel. Artikel 29 1 Adviezen van een commissie als bedoeld in artikel 6j van de Wet op de bejaardenoorden, waaruit blijkt dat zorg, verleend door een bejaardenoord, aangewezen is, en artikel 6h, derde lid, van die wet, worden gelijkgesteld met besluiten van een indicatieorgaan als bedoeld in artikel 11, onder a. 2 Met betrekking tot degenen die onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van intrekking van de Wet op de bejaardenoorden dienstverlening ontvangen als bedoeld in artikel 2b van die wet, wordt geacht voldaan te zijn aan artikel 11, onder a. Artikel 30 Artikel 12, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing, indien de sluiting of de vermindering van de capaciteit van het verzorgingshuis het gevolg is van een besluit als bedoeld in artikel 12a, eerste lid, 22 juncto 12a, eerste lid, of 24d juncto 12a, eerste lid, van de Wet op de bejaardenoorden. Artikel 31 Gemeenten, onderscheidenlijk provincies, zijn verplicht op verzoek van het College aan het College of aan een daartoe door of vanwege het College aangewezen persoon de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van artikel 15, onderscheidenlijk de uitvoering van hoofdstuk II. De verstrekking van de gegevens geschiedt kosteloos, tenzij bij of krachtens wet anders is bepaald. Artikel 32 Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Artikel 33 Wijzigt de Wet ziekenhuisvoorzieningen. Artikel 34 Wijzigt de Wet financiering volksverzekeringen. Artikel 35 Wijzigt de Kwaliteitswet zorginstellingen. Artikel 36 Wijzigt de Wet klachtrecht cliënten zorgsector . Artikel 37 Wijzigt de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen. Artikel 38 Vervallen Artikel 39 Wijzigt de Wet van 15 december 1988, houdende invoering van een gedeeltelijk nominale premie in de ziekenfondsverzekering, uitbreiding van het verstrekkingenpakket van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en enige andere wijzigingen in de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, alsmede daarmee samenhangende wijzigingen in enige andere wetten en regelingen met betrekking tot de sociale zekerheid en de belastingwetgeving (Stb. 610). Artikel 40 Wijzigt de Welzijnswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.