← Nederland

Tijdelijke regeling regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten

Tijdelijke regeling regionale meld- en coordinatiefunctie voortijdig schoolverlaten Tijdelijke regeling regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, handelende in overeenstemming met de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Gelet op artikel 2.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 75d van de Wet op het voortgezet onderwijs, Besluit: Paragraaf 1 Artikel 1 Deze regeling verstaat onder: a. de minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; b. regio: een regio als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, zoals luidend op 31 december 1997; c. effectrapportage: de effectrapportage, bedoeld in paragraaf 4; d. contactgemeente: de gemeente die op grond van artikel 5 is aangewezen; e. onderwijsinstelling: een school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs voor zover het betreft het voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een school voor voortgezet onderwijs of een school voor speciaal voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, of een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; f. ondersteunende organisatie: een organisatie die ondersteunende werkzaamheden verricht bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten; g. RBA-gebied: het werkgebied van een Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Arbeidsvoorzie-ningswet, zoals luidend op 31 december 1995; h. voortijdig schoolverlater: degene die voor het bereiken van de leeftijd van 23 jaren

  1. het onderwijs aan de onderwijsinstelling waaraan hij is ingeschreven, gedurende een aaneengesloten periode van ten minste twee maanden niet meer volgt,
  2. niet meer aan een onderwijsinstelling staat ingeschreven en niet in het bezit is van ten minste een diploma van een opleiding tot beginnende beroepsuitoefening als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, of een diploma van een opleiding middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 15a, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs zoals luidend op 31 december 1995,
  3. niet meer aan een onderwijsinstelling staat ingeschreven en niet in het bezit is van ten minste een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs, of
  4. niet meer aan een onderwijsinstelling staat ingeschreven en niet in het bezit is van ten minste een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of een diploma van een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, van die wet, indien het ten minste betreft een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk artikel 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs; i. Tijdelijk besluit: het Tijdelijk besluit regionale meld- en co`rdinatiefunctie voortijdig schoolverlaten. Artikel 2 Reikwijdte De artikelen 3 tot en met 10 bevatten voorschriften voor het toekennen van een bijdrage aan contactgemeenten ter bevordering van activiteiten van gemeentebesturen in een regio, gericht op het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Paragraaf 2 Samenwerking Artikel 3 Samenwerking 1 Ter bestrijding van het voortijdig schoolverlaten werken de gemeentebesturen in een regio samen. 2 Indien in een regio één of meer gemeentebesturen niet voldoen aan het eerste lid, meldt de contactgemeente in die regio dit in de effectrapportage aan de minister. Artikel 4 Verantwoordelijkheden 1 Het gemeentebestuur in een regio is, onverminderd het bepaalde in de Leerplichtwet 1969, verantwoordelijk voor een integrale aanpak van de problematiek van het voortijdig schoolverlaten. 2 Wat de niet-leerplichtige voortijdige schoolverlaters betreft, nemen de gemeentebesturen het initiatief tot het opzetten en instandhouden van een sluitende melding, registratie en doorverwijzing. 3 De gemeentebesturen maken in het kader van de in het tweede lid bedoelde taak afspraken met de onderwijsinstellingen en ondersteunende organisaties in de regio. Artikel 5 Aanwijzing contactgemeente 1 Indien de gemeentebesturen in een regio een andere gemeente als contactgemeente aanwijzen dan de gemeente die is aangewezen op grond van artikel 5, eerste lid, van het Tijdelijk besluit, draagt de laatstbedoelde gemeente alle bescheiden die betrekking hebben op de uitvoering van deze regeling over aan de gemeente die als contactgemeente is aangewezen. De wijziging van de aanwijzing wordt gemeld aan de minister. 2 Indien de gemeentebesturen in een regio inzake de aanwijzing van de contactgemeente, bedoeld in het eerste lid, niet tot overeenstemming kunnen komen, wijst de minister de contactgemeente aan. Artikel 6 Afstemming binnen RBA-gebied De gemeentebesturen stemmen de afspraken die zijn gemaakt op grond van deze regeling zoveel mogelijk af met de overige binnen het RBA-gebied gelegen regio’s. Artikel 7 Taken contactgemeente De contactgemeente heeft tot taak: a. het maken van afspraken met de onderwijsinstellingen en de ondersteunende organisaties in een regio over de inzet en verantwoordelijkheid bij het bestrijden van het voortijdig schoolverlaten, b. zorg te dragen voor de totstandkoming van een regionaal netwerk van onderwijsinstellingen en ondersteunende organisaties in een regio, c. het organiseren en coördineren van regionale melding, registratie en doorverwijzing van voortijdig schoolverlaters, en d. het coördineren van het opstellen van een effectrapportage met betrekking tot de in de onderdelen a tot en met c genoemde taken. Paragraaf 3 Toekennen bijdrage Artikel 8 Budget 1 In het jaar 2001 is voor de uitvoering van deze regeling een budget beschikbaar van € 5.446.
  5. 2 Het budget, bedoeld in het eerste lid, wordt op de navolgende wijze verdeeld over de regio's: a. een vast bedrag van € 90.800 per regio, b. een bedrag van f 4.200.000,- dat aan de hand van de in het derde lid genoemde percentages en berekeningsmaatstaven over de regio's wordt verdeeld; c. een bedrag van f 10.000.000,- dat aan de hand van de in het derde lid genoemde percentages en berekeningsmaatstaven over de regio's wordt verdeeld, met dien verstande dat bij de berekeningsmaatstaven de volwassen inwoners van de G25, bedoeld in de Bijdrageregeling sociale integratie en veiligheid G25 buiten beschouwing worden gelaten. 3 Het in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde deel van de specifieke uitkering wordt per gemeente in de betreffende regio berekend aan de hand van de berekeningsmaatstaven educatie, bedoeld in artikel 3.2.2, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB, met dien verstande dat: a. voor de berekeningsmaatstaf, bedoeld in artikel 3.2.2, eerste lid onderdeel a, van dat besluit, als peildatum geldt 1 januari 2000, b. voor de berekeningsmaatstaf, bedoeld in artikel 3.2.2, eerste lid onderdeel b, van dat besluit, wordt geteld het gemiddelde over de jaren 1994 tot en met 1999, c. voor de berekeningsmaatstaf, bedoeld in artikel 3.2.2, eerste lid onderdeel c, van dat besluit, als peildatum geldt 1 januari
  6. 4 De minister berekent het budget, bedoeld in het derde lid, voor 20% aan de hand van de maatstaf, bedoeld in het derde lid onderdeel a, voor 60% aan de hand van de maatstaf, bedoeld in het derde lid onderdeel b, en voor 20% aan de hand van de maatstaf, bedoeld in het derde lid onderdeel c. 5 Het budget dat voor iedere regio beschikbaar is, staat vermeld in de bijlage behorende bij deze regeling. 6 De budgetten, bedoeld in de bijlage, worden jaarlijks voor 15 december aan de contactgemeenten uitbetaald, met dien verstande dat het budget, berekend op grond van het tweede lid onderdeel c, uiterlijk 1 juli aan de contactgemeenten wordt uitbetaald. 7 Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling of een grenscorrectie wordt het deel van het budget dat op grond van het eerste en tweede lid is berekend voor een gemeente die geheel of gedeeltelijk opgaat in 1 of meer andere gemeenten, vanaf de datum van herindeling aan de gemeenten toegerekend naar rato van het aantal inwoners dat in de desbetreffende gemeente blijft onderscheidenlijk naar de desbetreffende gemeente overgaat. Indien een gemeente die niet behoort tot de G25, bedoeld in het tweede lid onder c, geheel of gedeeltelijk opgaat in een gemeente die daar wel toe behoort, wordt het voor eerstgenoemde gemeente berekende bedrag als bedoeld in het tweede lid onder c, voor het jaar waarin de herindeling in werking treedt in zijn geheel aangemerkt als bedrag voor een gemeente die niet behoort tot de G
  7. 8 Het budget kan met inachtneming van het eerste tot en met zevende lid door Onze Minister worden aangepast in verband met uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen. Artikel 9 Beschikbaar stellen budget Het budget voor een regio wordt jaarlijks overeenkomstig de verdeling, bedoeld in artikel 8, tweede lid, aan de contactgemeente betaald na toetsing door de minister in overeenstemming met de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van de effect-rapportage van het vorige kalenderjaar aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 10, tweede lid. Paragraaf 4 Effectrapportage Artikel 10 Effectrapportage 1 De contactgemeente dient uiterlijk op 1 oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarop deze rapportage betrekking heeft, bij de minister een effectrapportage in. 2 In de effectrapportage zijn ten minste opgenomen: a. de namen van de contactgemeente en de overige gemeenten in de regio, b. de namen van de gemeenten die niet voldoen aan artikel 3, eerste lid, c. een overzicht van de ondersteunende organisaties die werkzaamheden verrichten in het kader van deze regeling, d. een kwantitatieve beschrijving van de regionale problematiek, e. een kwantitatieve verplichting inzake het terugdringen van de regionale problematiek, f. een volledig beeld over de resultaten van het gevoerde beleid, ten einde inzicht te verschaffen in de mate waarin de geformuleerde afspraken zijn gerealiseerd, g. de inzet van de eigen en de in het kader van deze regeling beschikbaar gestelde middelen. en h. de wijze waarop de middelen worden besteed om de registratie te verbeteren. 3 Indien naar het oordeel van de minister de effectrapportages niet of niet voldoende het in het tweede lid bedoelde inzicht geven, kan ten behoeve van het volgende kalenderjaar de verdeling van het in artikel 8, eerste lid, genoemde budget over de regio’s geheel of gedeeltelijk worden gewijzigd. Paragraaf 5 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 11 Vervallen Artikel 12 Bekendmaking Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Artikel 13 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari
  8. Artikel 14 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, L.M.L.H.A.Hermans Bijlage Verdeling budgetten Vaste voet 12.000.000 verdeling TOTAAL min vaste voet (niet GSB) 200.000 4.200.000 10.000.000 In guldens In guldens In guldens Regio 1 Oost Groningen 200.000 42.456 148.697 391.153 Regio 2 Noord Groningen en Eemsmond 200.000 27.365 97.006 324.371 Regio 3 Centraal en West. Groningen 200.000 67.587 105.458 373.045 Regio 4 Friesland Noord 200.000 60.455 135.732 396.188 Regio 5 Zuidwest Friesland 200.000 31.477 110.077 341.554 Regio 6 Friesland Oost 200.000 56.739 198.763 455.502 Regio 7 Noord en Midden Drenthe 200.000 38.372 136.475 374.847 Regio 8 Zuidoost Drenthe 200.000 44.485 155.699 400.184 Regio 9 Zuidwest Drenthe 200.000 31.263 109.848 341.110 Regio 10 IJssel-Vecht 200.000 92.471 237.425 529.896 Regio 11 Stedendriehoek 200.000 103.762 292.758 596.519 Regio 12 Twente 200.000 160.943 258.579 619.522 Regio 13 Achterhoek 200.000 65.529 233.382 498.911 Regio 14 Arnhem/Nijmegen 200.000 163.868 301.911 665.779 Regio 15 Rivierenland 200.000 62.559 225.243 487.802 Regio 16 Eem en Vallei 200.000 132.123 498.164 830.286 Regio 17 Noordwest Veluwe 200.000 41.258 147.227 388.485 Regio 18 Flevoland 200.000 80.933 320.753 601.686 Regio 19 Utrecht 200.000 186.654 437.514 824.168 Regio 20 Gooi- en Vechtstreek 200.000 52.837 200.455 453.292 Regio 21 Agglomeratie Amsterdam 200.000 431.547 565.907 1.197.454 Regio 22 Westfriesland 200.000 44.250 162.302 406.551 Regio 23 Kop van Noord Holland 200.000 37.689 135.218 372.907 Regio 24 Noord Kennemerland 200.000 55.059 207.387 462.446 Regio 25 West Kennemerland 200.000 93.326 201.642 494.968 Regio 26 Zuid Holland Noord 200.000 86.504 211.676 498.180 Regio 27 Zuid Holland Oost 200.000 84.480 314.844 599.323 Regio 28 Haaglanden/Westland 200.000 284.376 463.454 947.831 Regio 29 Rijnmond 200.000 423.045 535.778 1.158.824 Regio 30 Zuid Holland Zuid 200.000 123.310 318.277 641.586 Regio 31 Oosterschelde regio 200.000 38.232 134.030 372.262 Regio 32 Walcheren 200.000 27.346 101.668 329.014 Regio 33 Zeeuwsch Vlaanderen 200.000 28.344 100.627 328.971 Regio 34 West Brabant 200.000 171.477 473.783 845.259 Regio 35 Midden Brabant 200.000 97.955 159.044 456.999 Regio 36 Noordoost Brabant 200.000 154.166 436.854 791.020 Regio 37 Zuidoost Brabant 200.000 172.850 327.384 700.234 Regio 38 Gewest Limburg Noord 200.000 127.728 389.047 716.775 Regio 39 Gewest Zuid-Limburg 200.000 175.182 409.913 785.095 TOTAAL 7.800.000 4.200.000 10.000.000 22.000.000

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.