Regeling toekenning aanvullende exploitatiekostenvergoeding svo-lom/mlk Regeling toekenning aanvullende exploitatiekostenvergoeding svo-lom/mlk De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen, Gelet op artikel IV, tweede lid, en artikel VIII, vierde lid, van de wet van 25 mei 1998 (Stb. 1998, 337); Besluit: Artikel 1 Begripsbepalingen In deze ministeriële regeling wordt verstaan onder: wet: de wet van 25 mei 1998 (Stb.1998, 337) (regeling leerwegen mavo en vbo; invoering leerwegondersteunend en praktijkonderwijs); afdeling leerwegondersteunend onderwijs: een afdeling als bedoeld in artikel IV, eerste lid, van de wet verbonden aan een school voor vbo of mavo, dan wel een scholengemeenschap waarin een school voor vbo of mavo is opgenomen; afdeling praktijkonderwijs: een afdeling als bedoeld in artikel VIII, eerste lid, van de wet, verbonden aan een school voor vbo, dan wel een scholengemeenschap waarin een school voor vbo is opgenomen; school voor praktijkonderwijs: een school als bedoeld in artikel VIII, eerste lid, van de wet; svo: speciaal voortgezet onderwijs aan kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (lom) en aan moeilijk lerende kinderen (mlk). svo-leerling: een leerling van het svo-lom of het svo-mlk Artikel 2 Toekenning aanvullende exploitatiekostenvergoeding per svo-leerling 1 . In verband met de invoering van vernieuwde examenprogramma's in het kader van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, wordt aan de school voor vbo en de school voor mavo, voor extra vernieuwing van leermiddelen en inventaris van de aan de school verbonden afdeling leerwegondersteunend onderwijs eenmalig een bedrag van f 330,- per svo-leerling toegekend. 2 Aan de school voor vbo, waaraan een afdeling praktijkonderwijs is verbonden wordt voor extra vernieuwing van leermiddelen en inventaris van die afdeling eenmalig een bedrag van f 330,- per svo-leerling toegekend. 3 In verband met de omzetting in praktijkonderwijs wordt aan de school voor praktijkonderwijs een bedrag van f 330,- per svo-leerling toegekend voor extra vernieuwing van leermiddelen en inventaris. 4 Indien toepassing is gegeven aan artikel VI van de wet, wordt aan de school voor vbo en mavo, waaraan de svo-lom-leerlingen ingevolge artikel VI, derde lid van de wet worden ingeschreven, voor extra vernieuwing van leermiddelen en inventaris van het leerwegondersteunend onderwijs eenmalig een bedrag van f 330,- per svo-leerling toegekend. Indien de svo-lom-leerlingen bij meer dan één school voor vbo of mavo worden ingeschreven, ontvangt de school waaraan het extra vast aantal formatieplaatsen ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van het Besluit van 22 januari 1999 (regeling overgangsmaatregelen mavo-vbo) wordt toegekend, de aanvullende exploitatiekostenvergoeding. 5 In de berekening van de aanvullende exploitatiekostenvergoeding wordt voor het aantal svo-leerlingen, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, uitgegaan van het aantal leerlingen op 1 oktober 1997 dan wel, indien toepassing is gegeven aan artikel 18 of 19 van het Formatiebesluit W.V.O., het aantal leerlingen op 16 januari 1998, zoals dat door de instellingsaccountant is vastgesteld bij de Aanvraag rijksvergoeding
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.