Subsidieregeling leraren in opleiding 1999 - 2000 Subsidieregeling leraren in opleiding 1999 - 2000 De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen, Gelet op artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies, Besluit: Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: • de minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen • bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een of meerdere scholen voor basisonderwijs • leraar in opleiding: de laatstejaarsstudent van een lerarenopleiding basisonderwijs, bedoeld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, die wordt benoemd op een leerarbeidsplaats bij een basisschool. Artikel 2 Doel omschrijving De minister verstrekt subsidie als tegemoetkoming in de kosten voor het benoemen en het begeleiden van een leraar in opleiding (lio) met leerarbeidsovereenkomst. Artikel 3 Subsidieaanvrager Subsidie wordt slechts verleend aan het bevoegd gezag dat in het schooljaar 1999 - 2000 een of meer lio's met leerarbeidsovereenkomst benoemt. Artikel 4 Vaststelling subsidieplafond Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is maximaal een bedrag van ƒ 5.504.720,- beschikbaar. Artikel 5 Subsidiebedrag per subsidieontvanger 1 De subsidie voor de subsidieontvanger is per benoemde lio met leerarbeidsovereenkomst gelijk aan 50% van de salariskosten van de lio over een periode van 5 maanden en een bedrag van ƒ 1500,- bestemd voor de begeleiding van de lio met leerarbeidsovereenkomst. 2 Indien de benoeming van een lio met leerarbeidsovereenkomst op vervangingsbasis gebeurt en er sprake is, of zal zijn, van een volledige vergoeding van de salariskosten door het vervangingsfonds, bestaat er voor de periode waarover deze vergoeding zal worden gegeven, geen aanspraak op subsidie van de salariskosten als bedoeld in het eerste lid. Hoofdstuk 2 Subsidieaanvraag Artikel 6 Subsidieaanvraag Subsidie wordt op aanvraag verleend. Artikel 7 Aanvraagprocedure en vereisten 1 Om voor subsidie, als bedoeld in artikel 5 in aanmerking te komen dient het bevoegd gezag een aanvraag in met inachtneming van het hierna volgende. 2 De aanvraag omvat naast het administratienummer van het bevoegd gezag per school de volgende gegevens: • brinnummer, • naam en adres van de school, • aantal lio's dat ten behoeve van die school is benoemd of zal worden benoemd. 3 In de aanvraag wordt een contactpersoon genoemd onder vermelding van diens functie en het telefoonnummer waaronder deze contactpersoon bereikbaar is. 4 De aanvraag dient te worden ingediend bij: • De Centrale Financiën Instellingen, Postbus 606, 2700 MI. Zoetermeer, t.a.v. CFI/FTO, onder vermelding van 'aanvrage LIO 1999 - 2000' Artikel 8 Termijn indiening De subsidieaanvraag wordt ingediend voor 1 januari
- Indien een aanvraag voor 2 december 1999 door Cfi is ontvangen, krijgt de aanvrager voor 24 december 1999 bericht. De overige aanvragers ontvangen voor 1 februari 2000 bericht. Hoofdstuk 3 Subsidieverlening Artikel 9 Criteria verdeling bij subsidieverlening De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen. Artikel 10 Tijdvak subsidieverlening De subsidie wordt toegekend voor een tijdvak van vijf maanden dat valt in de periode van 1 januari 2000 tot de eerste dag van de zomervakantie die geldt voor de desbetreffende basisschool. Artikel 11 Niet vervullen begrotingsvoorwaarde Subsidie ten laste van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. Hoofdstuk 4 Verplichtingen subsidieontvanger Artikel 12 Toekenningsvoorwaarden voor subsidie 1 Voor subsidie als bedoeld in artikel 5 kan een bevoegd gezag in aanmerking komen wanneer in ieder geval wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De lio met leerarbeidsovereenkomst wordt benoemd op basis van een leerarbeidsovereenkomst conform hoofdstuk I-T van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel. (RPBO). b. Het bevoegd gezag verplicht zich tot een goede begeleiding van de lio met leerarbeidsovereenkomst op de werkplek, waarbij minimaal de beschikbaar gestelde bijdrage in de begeleidingskosten van ƒ 1500,- wordt aangewend voor de begeleiding in de school. De begeleiding bestaat in elk geval uit: • goede introductie van de lio met leerarbeidsovereenkomst in de school; • begeleiding bij het reflecteren op diens ervaringen in de school; • bereidheid de lio met leerarbeidsovereenkomst te laten oefenen in een diversiteit aan leer- en werksituaties. Hoofdstuk 5 Subsidievaststelling Artikel 13 Vaststellen van de subsidie 1 Binnen 13 weken na afloop van het schooljaar 1999 - 2000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling van de projectsubsidie in bij de Centrale Financien Instellingen. De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van een financieel verslag, een activiteitenverslag en een afschrift van de leerarbeidsovereenkomst. 2 Het bevoegd gezag waarvan de definitieve subsidie wordt vastgesteld verneemt dit uiterlijk 13 weken na indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling. Hoofdstuk 6 Betaling Artikel 14 Betaling van de subsidie Het bevoegd gezag waarvan de aanvraag is toegekend ontvangt voor 1 maart 2000 het subsidiebedrag bedoeld in artikel 5 in de vorm van een voorschot. Hoofdstuk 7 Slotbepalingen Artikel 15 Bekendmaking Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OcenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant. Artikel 16 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling wordt geplaatst. Artikel 17 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling leraren in opleiding 1999 -
- De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappendrs. L.M.L.H.A.Hermans