Regeling aanwijzing nationaal park in oprichting Sallandse Heuvelrug Regeling aanwijzing nationaal park in oprichting Sallandse Heuvelrug De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Besluit: Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; b. overlegorgaan: overlegorgaan als bedoeld in artikel 3; c. nationaal park: gebied zoals omschreven in het Structuurschema Groene Ruimte (kamerstukken II 1992/93, 22 880, nr. 5, blz. 9). Artikel 2 Als nationaal park in oprichting wordt aangewezen het natuurgebied Sallandse Heuvelrug, zoals aangegeven op de als bijlage bij deze regeling behorende kaart. Artikel 3 Er is een overlegorgaan nationaal park in oprichting Sallandse Heuvelrug. Artikel 4 1 Het overlegorgaan heeft tot taak, vooruitlopend op de aanwijzing van het natuurgebied Sallandse Heuvelrug, bedoeld in artikel 2, als nationaal park, de inrichting, het beheer en functioneren van het nationaal park in oprichting Sallandse Heuvelrug overeenkomstig de doelstellingen van een nationaal park te bevorderen. 2 Tot die taak behoort onder meer: a. het opstellen van een beheers- en inrichtingsplan, dat als basis kan dienen om het natuurgebied Sallandse Heuvelrug aan te wijzen als nationaal park; b. de onderlinge afstemming van alle voor de inrichting en beheer van belang zijnde activiteiten; c. het doen van voorstellen aan de minister voor de besteding en toekenning van de voor het nationaal park in oprichting Sallandse Heuvelrug beschikbare middelen, onder meer in de vorm van een voortschrijdend meerjarenprogramma en een jaarlijks in te dienen bestedingenplan; d. bevordering en coördinatie van voorlichting en educatie met betrekking tot het nationaal park in oprichting Sallandse Heuvelrug. Artikel 5 Het overlegorgaan neemt bij de uitvoering van zijn taak als uitgangspunt het advies van de Voorlopige Commissie Nationale Parken van 6 juli 1998, kenmerk VCNP 98-34, het plan `Vervlochten functies van de Sallandse Heuvelrug' van de regionale stuurgroep Sallandse Heuvelrug van 16 juni 1997, alsmede de brieven van 21 juli 1999, kenmerk DO. 992860, en van 8 december 1999, kenmerk DO. 994214 en DO. 994215, tezamen inhoudende het beleidsstandpunt van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij daaromtrent. Artikel 6 In het overlegorgaan hebben zitting: a. een door de minister te benoemen lid, tevens voorzitter; b. door de minister te benoemen leden, als vertegenwoordiger en op voordracht van respectievelijk:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.