← Nederland

Wijzigingsbesluit Besluit hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden (uitbreiding tot badinrichtingen, onderscheid tussen de verschillende typen bassins,

Besluit van 1 november 2000, houdende wijziging van het Besluit hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden (uitbreiding tot badinrichtingen, onderscheid tussen de verschillende typen bassins, wijziging van de normen voor zwem- en badwater, voorschriften ter preventie van legionellabesmetting, wijziging van de citeertitel) Wijzigingsbesluit Besluit hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden (uitbreiding tot badinrichtingen, onderscheid tussen de verschillende typen bassins, enz.) Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 23 februari 2000, nr. MJZ2000020590, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving; Gelet op de artikelen 1, 3, 4 en 10a, derde lid juncto eerste lid, van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden; De Raad van State gehoord (advies van 28 april 2000, nr. W08.00.0075/V); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 25 oktober 2000, nr. MJZ 2000127896, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving; Hebben goedgevonden en verstaan: Artikel I Wijzigt het Besluit hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden. Artikel II Wijzigt het Besluit kwaliteitsdoelstellingen en metingen oppervlaktewateren. Artikel III 1 Ten aanzien van badinrichtingen die reeds bestaan op het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt en waarop het Besluit hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden, zoals dat luidde op de dag, voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit, niet van toepassing was, blijven de in het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden gegeven voorschriften – behoudens het in het tweede lid en artikel IV bepaalde – buiten toepassing tot drie maanden na de inwerkingtreding van dit besluit. 2 Voor zover met betrekking tot een inrichting als bedoeld in het eerste lid, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit niet wordt voldaan aan: a. de artikelen 3, 4, tweede lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, 8, derde lid, 19, 20, tweede lid, 21, 22, 24, derde en vierde lid, 27, 40, eerste en derde lid, of 42 van het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden, b. de artikelen 7, tweede lid, 14, 15, 17, eerste lid, 18, eerste lid, 20, derde lid of 23 van het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden, dan wel c. de artikelen 4, eerste lid, 5, 13, 20, eerste lid, 28, 39 of 40, tweede lid, van het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden, blijven na dat tijdstip met betrekking tot die inrichting de onder a genoemde bepalingen één jaar, de onder b genoemde bepalingen drie jaar en de onder c genoemde bepalingen vijf jaar buiten toepassing. Artikel IV Ten aanzien van badinrichtingen die reeds bestaan op het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt, wordt een risicoanalyse als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden, alsmede een daarop gebaseerd beheersplan als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, van genoemd besluit, voor de eerste maal uitgevoerd respectievelijk opgesteld binnen een jaar na de inwerkingtreding van dit besluit, dan wel binnen zes maanden na dat tijdstip indien het betreft een badinrichting die uitsluitend of in hoofdzaak toegankelijk is voor de in artikel 1a, onder b, van genoemd besluit bedoelde personen. Artikel V De tekst van het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden wordt in het Staatsblad geplaatst. Artikel VI De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. 's-Gravenhage 1 november 2000 Beatrix De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. P. Pronk de zestiende november 2000 De Minister van Justitie, A. H. Korthals

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.