← Nederland

Regeling aanvullende bijdrage inburgering oudkomers 54 gemeenten

BWBR0013023_2002-03-16_0 Regeling aanvullende bijdrage inburgering oudkomers 54 gemeenten Regeling aanvullende bijdrage inburgering oudkomers 54 gemeenten De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, Handelend in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de Staatssecre-taris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Besluit: Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister:de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie; b. regeling: de Bijdrageregeling sociale integratie en veiligheid G25, de Bijdrageregeling inburgering oudkomers of de Bijdrageregeling inburgering oudkomers 12 gemeenten; c. gemeentebestuur: het college van burgemeester en wethouders van een gemeente waaraan krachtens een regeling een bijdrage is verstrekt; d. oudkomers: leden van etnische minderheidsgroepen die al voor langere tijd legaal in Nederland verblijven; e. aanvullend meerjarig plan: het plan, bedoeld in artikel 2, eerste lid; f. aanvullende bijdrage: de bijdrage, bedoeld in artikel 2, eerste lid; g. programma: een aanbod van voorzieningen ter verbetering van de inburgering van een oudkomer; h. monitor: het door de minister vastgestelde model-formulier aan de hand waarvan het gemeentebestuur de minister informatie verschaft over het gemeentelijk beleid ter verbetering van de inburgering van oudkomers, zoals dat beleid is neergelegd in het aanvullend meerjarig plan en het meerjarig ontwikkelingsprogramma dan wel het meerjarig plan dat het gemeentebestuur op grond van een regeling aan de minister heeft voorgelegd. Artikel 2 1 De minister verstrekt het gemeentebestuur ter intensivering van de uitvoering van het gemeentelijk beleid ter verbetering van de inburgering van oudkomers, een aanvullende bijdrage ter hoogte van het in de bij deze regeling behorende bijlage vermelde bedrag voor de periode 2001 tot en met 2003, indien het gemeentebestuur de minister uiterlijk 1 april 2002 een concept-aanvullend meerjarig plan en uiterlijk 15 mei 2002 een aanvullend meerjarig plan voorlegt waarin een samenstel van maatregelen is opgenomen dat naar het oordeel van de minister voldoet aan de in de artikelen 3 en 4 genoemde voorwaarden. 2 Het bedrag dat ingevolge artikel 8, tweede lid, in het jaar 2001 wordt verstrekt, kan worden aangewend ten behoeve van de ontwikkeling, de voorbereiding en de start van het aanvullend meerjarig plan. Artikel 3 Aan het aanvullend meerjarig plan legt het gemeentebestuur de volgende doelstelling ten grondslag: het vergroten van deelname aan en afronding van programma's voor de beheersing van de Nederlandse taal door werklozen en opvoeders uit de groep oudkomers die in een maatschappelijke achterstandssituatie verkeren. Artikel 4 1 Het gemeentebestuur geeft in het aanvullend meerjarig plan aan welke prestaties in termen van streefcijfers zullen worden bereikt ten opzichte van de prestaties zoals deze zijn neergelegd in het meerjarig ontwikkelingsprogramma dan wel het meerjarig plan dat het gemeentebestuur op grond van een regeling aan de minister heeft voorgelegd. 2 Het gemeentebestuur geeft in het aanvullend meerjarig plan een beschrijving van de aanvullende maatregelen die met het oog op de in artikel 3 genoemde doelstelling worden genomen. 3 Het gemeentebestuur geeft in het aanvullend meerjarig plan een begroting van de kosten voor het realiseren van het aanvullend meerjarig plan die ten laste van de aanvullende bijdrage zullen worden gedaan. 4 Het gemeentebestuur geeft in het aanvullend meerjarig plan aan op welke wijze de aanvullende maatregelen, bedoeld in het tweede lid, aansluiten op de maatregelen zoals die zijn neergelegd in het meerjarig ontwikkelingsprogramma dan wel het meerjarig plan dat het gemeentebestuur op grond van een regeling aan de minister heeft voorgelegd. 5 Het gemeentebestuur geeft in het aanvullend meerjarig plan een beschrijving van de maatregelen die met het oog op de verplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, worden genomen. Artikel 5 Indien de minister van oordeel is dat het aanvullend meerjarig plan niet voldoet aan de artikelen 3 en 4, stelt hij het gemeentebestuur in de gelegenheid het aanvullend meerjarig plan aan te passen. Hij stelt daarbij een termijn en geeft aan op welke onderdelen het aanvullend meerjarig plan aanpassing behoeft. Artikel 6 1 Het gemeentebestuur dat een aanvullende bijdrage ontvangt, verstrekt de minister informatie en bescheiden over de gegevens die in de monitor worden gevraagd, uiterlijk 1 oktober 2002 over de periode januari tot en met juni 2002, uiterlijk 1 april 2003 over de periode juli tot en met december 2002, uiterlijk 1 oktober 2003 over de periode januari tot en met juni 2003 en uiterlijk 1 april 2004 over de periode juli tot en met december

  1. De monitor is voorzien van een accountantsverklaring. 2 In de monitor worden in ieder geval de volgende prestatiegegevens gevraagd: a. het aantal oudkomers dat een programma start; b. het aantal oudkomers dat een programma afrondt; c. het aantal oudkomers dat een programma voortijdig beëindigt; en d. het taalniveau dat de oudkomer bij de afronding van een programma heeft behaald ten opzichte van het taalniveau bij de start van dat programma. 3 In de monitor wordt voor oudkomers, behorend tot de groep werklozen, behalve de prestatiegegevens, genoemd in het tweede lid, het aantal oudkomers gevraagd dat na afronding van een programma arbeid verricht dan wel gestart is met het volgen van een opleiding. 4 De minister verstrekt het gemeentebestuur uiterlijk 12 december 2001 een bedrag van f 50.000,- (€ 22.689,01) ten behoeve van de maatregelen die met het oog op de verplichting, genoemd in het eerste lid, worden genomen. Artikel 7 Met ingang van 1 juli 2002 sluit het gemeentebestuur een overeenkomst met de oudkomer die op grond van een regeling of deze regeling een programma start. In deze overeenkomst is in ieder geval opgenomen: a. de elementen van het programma dat het gemeentebestuur de oudkomer aanbiedt; b. de verplichtingen van het gemeentebestuur; c. de verplichtingen van de oudkomer; d. de informatieoverdracht tussen het gemeentebestuur, de betrokken instellingen en de oudkomer over de voortgang van die oudkomer in het programma; en e. de gevolgen van het niet-nakomen van de overeenkomst door de oudkomer. Artikel 8 1 Het gemeentebestuur ontvangt de aanvullende bijdrage in drie jaarlijkse termijnen die telkens uiterlijk 1 juli betaalbaar worden gesteld. 2 In afwijking van het eerste lid wordt de eerste jaartermijn uiterlijk 12 december 2001 verstrekt onder voorbehoud van goedkeuring van het aanvullend meerjarig plan. Artikel 9 1 Het gemeentebestuur dient de bijdrage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, uiterlijk 31 december 2004 te hebben besteed. 2 Het gemeentebestuur brengt uiterlijk 15 juli 2005 aan de minister verslag uit over de besteding van de aanvullende bijdrage. 3 Het financieel verslag, bedoeld in het eerste lid, maakt deel uit van het financieel verslag dat het gemeentebestuur ingevolge een regeling uitbrengt. Artikel 10 1 De minister kan de aanvullende bijdrage geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit het financieel verslag, bedoeld in artikel 9, blijkt dat de aanvullende bijdrage niet is besteed aan de ontwikkeling, de voorbereiding, de start en de uitvoering van het aanvullend meerjarig plan. 2 De minister kan de aanvullende bijdrage geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien het gemeentebestuur niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of de verplichting, bedoeld in artikel
  2. 3 De minister kan de bijdrage, genoemd in artikel 6, vierde lid, geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien het gemeentebestuur niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid. Artikel 11 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 15 november
  3. Artikel 12 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bijdrage inburgering oudkomers 54 gemeenten. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, R.H.L.M. vanBoxtel Bijlage Extra Middelen Oudkomers G 54 2001 2001 2002 2003 Hfl. Euro Euro Euro Beschikbaar 67.338.000 30.556.652 30.556.652 30.556.652 Almelo 554.794 251.754,0 251.754,0 251.754,0 Alkmaar 562.624 255.308,0 255.308,0 255.308,0 Almere 1.475.273 669.450,0 669.450,0 669.450,0 Amersfoort 917.347 416.274,0 416.274,0 416.274,0 Amsterdam 14.160.352 6.425.688,0 6.425.688,0 6.425.688,0 Arnhem 1.242.706 563.916,0 563.916,0 563.916,0 Bergen op Zoom 481.578 218.531,0 218.531,0 218.531,0 Breda 868.407 394.066,0 394.066,0 394.066,0 Capelle aan den Ijssel 463.959 210.536,0 210.536,0 210.536,0 Culemborg 191.848 87.057,0 87.057,0 87.057,0 Delft 645.236 292.795,0 292.795,0 292.795,0 Deventer 583.767 264.902,0 264.902,0 264.902,0 Diemen 262.323 119.037,0 119.037,0 119.037,0 Dordrecht 1.153.438 523.407,0 523.407,0 523.407,0 Eindhoven 1.537.526 697.699,0 697.699,0 697.699,0 Enschede 1.106.455 502.087,0 502.087,0 502.087,0 Gorinchem 277.984 126.144,0 126.144,0 126.144,0 Gouda 586.507 266.145,0 266.145,0 266.145,0 Groningen 643.670 292.085,0 292.085,0 292.085,0 Haarlem 1.005.441 456.249,0 456.249,0 456.249,0 Harderwijk 241.964 109.798,0 109.798,0 109.798,0 Heerlen 335.930 152.438,0 152.438,0 152.438,0 Helmond 504.678 229.013,0 229.013,0 229.013,0 Hengelo O 481.578 218.531,0 218.531,0 218.531,0 Hoogezand-Sappemeer 234.916 106.600,0 106.600,0 106.600,0 Hoorn 392.310 178.022,0 178.022,0 178.022,0 IJsselstein 190.674 86.524,0 86.524,0 86.524,0 Leerdam 165.224 74.976,0 74.976,0 74.976,0 Leeuwarden 356.289 161.677,0 161.677,0 161.677,0 Leiden 805.762 365.639,0 365.639,0 365.639,0 Lelystad 643.357 291.943,0 291.943,0 291.943,0 Maassluis 321.835 146.042,0 146.042,0 146.042,0 Maastricht 372.342 168.961,0 168.961,0 168.961,0 Nieuwegein 366.078 166.119,0 166.119,0 166.119,0 Nijmegen 975.293 442.569,0 442.569,0 442.569,0 Oss 382.522 173.581,0 173.581,0 173.581,0 Purmerend 415.018 188.327,0 188.327,0 188.327,0 Roermond 391.918 177.845,0 177.845,0 177.845,0 Roosendaal 450.647 204.495,0 204.495,0 204.495,0 Rotterdam 11.412.225 5.178.642,0 5.178.642,0 5.178.642,0 Schiedam 909.517 412.721,0 412.721,0 412.721,0 ’s-Gravenhage 7.855.203 3.564.536,0 3.564.536,0 3.564.536,0 ’s-Hertogenbosch 736.070 334.014,0 334.014,0 334.014,0 Spijkenisse 454.171 206.094,0 206.094,0 206.094,0 Tiel 308.915 140.179,0 140.179,0 140.179,0 Tilburg 1.543.790 700.542,0 700.542,0 700.542,0 Utrecht 3.317.799 1505551,0 1505551,0 1505551,0 Venlo 528.561 239851,0 239851,0 239851,0 Vlaardingen 561.841 254952,0 254952,0 254952,0 Weesp 128.812 58452,0 58452,0 58452,0 Zaanstad 1.185.152 537798,0 537798,0 537798,0 Zeist 357.856 162388,0 162388,0 162388,0 Zoetermeer 851.179 386248,0 386248,0 386248,0 Zwolle 437.336 198454,0 198454,0 198454,0 67.337.997 30.556.652 30.556.652 30.556.652

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.