Besluit houdende beleidsvoornemens voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling algemene organisaties voor ontwikkelingssamenwerking Besluit medefinancieringsprogramma-breed De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking; Gelet op de artikelen 1.1.6, 1.1.7, derde lid, 1.1.10, onder a, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken Besluit: Voor subsidieverlening op grond van de Subsidieregeling algemene organisaties voor ontwikkelingssamenwerking geldt voor de periode 1 januari 2003 tot en met 31 december 2006 het als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidskader. Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst. Den Haag 18 december 2001 De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, E.Herfkens Bijlage Beleidskader MFP-breed 1 Doel Het doel van het Medefinancieringsprogramma-breed is een bijdrage te leveren aan de structurele vermindering van armoede in de landen in het Zuiden en de armste landen in Midden en Oost Europa i Verderop in de tekst zal geschreven worden over het Zuiden waaronder verstaan wordt het Zuiden én Midden- en Oost-Europa. en aan de realisering van de internationaal erkende mensenrechten iiMensenrechten zoals die geschraagd zijn in het Internationaal Statuut voor de Rechten van de Mens. Het Statuut omvat de burgerlijke, politieke, sociale, economische en culturele mensenrechten, waarbij het gaat om respectering, bescherming én realisering van deze rechten, en zoals die vertaald zijn in actieprogramma's gedurende de wereldconferenties georganiseerd door de VN in de jaren '90.. Het MFP-breed verstaat onder structurele armoedebestrijding het verbeteren van levensomstandigheden en het bouwen aan sociale verbanden waardoor mensen die leven in armoede meer zeggenschap krijgen over hun eigen leven, opdat zij en volgende generaties op duurzame en menswaardige wijze in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Dit algemene doel kan verder gespecificeerd worden. Leidraad daarbij zijn de internationaal afgesproken doelen voor armoedereductie en duurzame ontwikkeling, -waaronder de seven pledges-; evenwel binnen een bredere set van doelstellingen (zie verder paragraaf 4). De ambitie is dat wezenlijke stappen gezet worden ten behoeve van armoedebestrijding op wereldschaal. Binnen het MFP wordt structurele armoedebestrijding vorm gegeven door middel van drie interventiestrategieën die een onderlinge samenhang vertonen: directe armoedebestrijding, maatschappijopbouw en beleidsbeïnvloeding. 2 Visie op armoede en structurele armoedebestrijding Armoede Het MFP-breed heeft deze doelstelling vanuit de analyse dat armoede veeldimensionaal en een zeer taai verschijnsel is. Zelfs de rijkste landen weten hun eigen armoede niet volledig op te lossen. Armoede in de wereld kent veel gradaties en is harder voor specifieke groepen zoals minderheden, vrouwen, kinderen, gehandicapten en ouderen. Het wordt in stand gehouden door uitbuiting en onrecht binnen sociale verbanden, een gebrek aan democratische verhoudingen op lokaal, nationaal en internationaal niveau en soms door absolute tekorten, of natuurrampen. Er bestaat een wederzijds versterkende samenhang tussen armoede en onrecht. Derhalve benadert het MFP-breed armoede en armoedebestrijding vanuit een rechtenperspectief: mensen hebben het recht op een duurzaam en menswaardig bestaan. Dit betekent dat mensen recht hebben op zeggenschap (ownership) over hun eigen ontwikkelingsproces, individueel en in groepsverband. Daarbij is de ommezijde van dergelijke rechten de verantwoordelijkheid voor eerlijke verhoudingen binnen families, organisaties, de samenleving - op welk niveau iemand zich ook bevindt. Context Armoede en armoedebestrijding vinden plaats in een context van een mondiale economie (globalisering) en de internationalisering van overige relaties tussen (groepen) mensen. Deze context biedt kansen en bedreigingen voor mensen die leven in armoede en voor arme landen. Globalisering leidt tot groei en nieuwe werkgelegenheid, maar dit heeft ook een keerzijde. Verschillende maatschappelijke geledingen maken zich zorgen dat de economische groei die ontstaat als gevolg van globalisering van de wereldeconomie erin resulteert dat de verschillen tussen arm en rijk alleen maar groter worden en leiden tot marginalisering van mensen en landen. En, hoewel de `global governance' achterblijft bij de economische globalisering, neemt het besef toe dat veel problemen een mondiale dimensie hebben en gezamenlijk zullen moeten worden opgelost. ICT biedt hierbij kansen, maar toont ook in harde termen de uitsluiting van bijvoorbeeld mensen die niet kunnen lezen of schrijven. Zeggenschap van burgers over de opbouw van de eigen gemeenschap, op lokaal, nationaal en internationaal niveau is overal een knelpunt. De rol van burgers en hun organisaties dient juist vergroot te worden; zij moeten de mogelijkheid krijgen om grotere verantwoordelijkheid te nemen in hun eigen leven. Naast economische globalisering en versterkte global governance, moeten ook de mogelijkheden voor global citizenship worden versterkt. Structurele armoedebestrijding Structurele armoedebestrijding combineert directe hulp met duurzame verbetering van sociale verhoudingen en is gericht op rechtvaardige verdeling, economische groei, democratisering en ecologische duurzaamheid. Daarvoor moet er een democratisch samenspel, checks and balances, zijn tussen staat, markt en civiele samenleving waarbij deze partijen verschillende relevante functies hebben. De relaties tussen de partijen verschillen van land tot land, en zijn aan voortdurende veranderingen onderhevig maar er zijn enkele duidelijke patronen: daar waar politieke en economische elites geen verantwoordelijkheid voelen voor (soms specifieke delen van) de bevolking, en niet gecontroleerd worden binnen een democratisch bestel, is onrecht, uitbuiting en armoede aan de orde van de dag. Structurele armoedebestrijding gaat onder andere over het doorbreken van een dergelijk destructief patroon.De functie van een civiele samenleving is een kader te bieden voor het zich organiseren van burgers in collectieve verbanden, voor vormen van zelfhulp, en voor het leveren van kritisch mee- en tegenspel, bijvoorbeeld het claimen van rechten en het eisen van democratisering. Telkens weer blijkt dat de veerkracht van groepen mensen sterk afhangt van de kwaliteit van het web van sociale verbanden dat tegenwoordig van het lokale tot het internationale niveau, van zuid naar noord en oost naar west reikt. Als het goed is werkt dit web niet als vangnet maar als trampoline. Een goed functionerende overheid is niet alleen verantwoordelijk voor armoedebestrijding en basisvoorzieningen, maar zorgt eveneens voor democratische wet- en regelgeving waarmee de grenzen van marktmechanismen bepaald worden en uitbuiting wordt tegengegaan. Zo'n overheid stimuleert en faciliteert niet alleen economische bedrijvigheid, maar ook de opbouw van een civil society. Een marktsector zorgt voor economische groei, werkgelegenheid, goederen en diensten. Maar winst kan niet meer de enige doelstelling zijn. Bedrijven hebben ook een sociale en ecologische verantwoordelijkheid. Steeds meer bedrijven doen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. Lokale maatschappelijke organisaties kunnen een belangrijke rol spelen bij de ontplooiing van lokaal ondernemerschap. In een goed samenspel tussen deze actoren kan armoede structureel bestreden worden. Dat van structurele armoedebestrijding en waar de effectiviteit van afzonderlijke functies erkend samenspel wordt daar gevonden waar gemeenschappelijke doelstellingen bestaan ten aanzien worden. Zulke opbouwprocessen kunnen wreed verstoord worden door negatieve (sociale) effecten van het internationale handelsbeleid, door politieke en sociale conflicten, door natuurrampen en door ingrijpende ziektes zoals AIDS. Particuliere ontwikkelingssamenwerking: Zuidelijke en internationale actoren De basis van particuliere ontwikkelingssamenwerking is de onderkenning van het belang van de burger die in georganiseerd verband bepaalde doelen nastreeft: emancipatie (de eigen situatie verbeteren), solidariteit (die van anderen) of bredere doelen (rechtvaardigheid, duurzaamheid, veiligheid, etc.). De primaire rol van Zuidelijke en internationale organisaties, werkzaam in particuliere ontwikkelingssamenwerking, is het stimuleren dat mensen die leven in armoede zich kunnen scholen, organiseren en participeren in besluitvormingsprocessen (ownership), waardoor zij beter in hun primaire levensbehoeften kunnen voorzien: voedsel, water, gezondheidszorg, een veilige leefomgeving, scholing en inkomen. Door middel van verbindingen met processen van maatschappijopbouw en beleidsbeïnvloeding kan deze directe armoedebestrijding leiden tot structurele ontwikkeling. De organisaties zijn dragers van verandering in hun eigen maatschappij. De organisaties zijn onderling verschillend, en dragen daarin bij aan de pluriformiteit en democratie van de eigen samenleving. Zij verbinden zich met specifieke achterbannen en vinden hun wortels in verschillende sociale, politieke en/of levensbeschouwelijke stromingen. Maar deze organisaties hebben gemeen dat zij zich inzetten voor structurele armoedebestrijding waarbij de rechten van kinderen, vrouwen en mannen die gemarginaliseerd worden, centraal staan. De organisaties zullen, ter versterking, bondgenootschappen opbouwen met aanpalende bewegingen en organisaties die door hun kennis en ervaring een bijzondere bijdrage kunnen leveren. Dit zijn bewegingen zoals vakbonden, vrouwenbeweging, progressieve sociale, politieke, en/of levensbeschouwelijke stromingen, milieu- en consumentenorganisaties. Bondgenootschap betreft deze organisaties in zoverre zij zich verbinden met doelstellingen als een rechtvaardige wereld en structurele armoedebestrijding. Allianties worden tevens aangegaan met overheids- en marktpartijen en internationale instellingen, ook weer onder voorwaarde dat doelstellingen gedeeld worden. Het bouwen van deze strategische dwarsverbanden is een fragiel en complex spel waarvoor ruimte nodig is. Een bestuurlijke ordening zou dergelijke dwarsverbindingen moeten stimuleren en zeker niet hinderen. Civiele organisaties die sterk naar voren komen in dit soort processen zijn in staat geweest hun organisaties te ontwikkelen, contact te onderhouden met hun achterban, met bondgenoten, onderzoek en scholing te (laten) doen en politieke processen te volgen. Soms vervullen zij niet al deze rollen zelf, maar geven zij hier vorm aan in intensieve samenwerking met andere organisaties (waaronder ook lokale overheden). Samenwerking vergt specifieke deskundigheid en vaardigheden, en dat betekent tijd en dus geld. Particuliere ontwikkelingssamenwerking: Noordelijke actoren De Noordelijke particuliere ontwikkelingsorganisaties hebben de verantwoordelijkheid die organisaties en mensen te vinden die bovenstaande op doeltreffende en doelmatige wijze waar kunnen maken. Om dan daaraan bij te dragen middels financiering, kritische dialoog, kennisuitwisseling en stimulering van contacten en netwerken (linking & learning). Noordelijke organisaties zijn niet alleen donor. Zij vervullen ook een functie als Noordelijke civiele organisatie als zodanig. Het belang van de rol en (meer)waarde van Noordelijke civiele organisaties komt op verschillende manieren tot uiting: Ten eerste kunnen Noordelijke particuliere ontwikkelingsorganisaties zorgen dat, dankzij hun financieringsstromen, een pluriform scala van Zuidelijke organisaties meer autonomie en vrijheid van handelen heeft. De Zuidelijke partnerorganisaties die hun legitimatie, en soms gedeeltelijk hun geld krijgen van de eigen achterban, worden dan niet te afhankelijk van geldstromen van hun eigen overheid of van andere overheden die beschuldigd kunnen worden van interventionisme. Geldstromen tussen civiele organisaties die zich ten doel stellen een countervailing power te zijn versterken het principe van checks and balances in landen. Bij repressieve overheden is dat evident en gaat het niet alleen om de bescherming van civiele mensenrechten maar ook om ondersteuning van elementaire levensbehoeften. Bij zwakke overheden (bureaucratische onmacht en corruptie) zullen NGO's afstand willen houden om de kwaliteit van hun eigen werk te kunnen beschermen. Zich goed ontwikkelende overheden zullen ter versterking van zichzelf baat hebben bij een kritische dialoog met krachtige autonome civiele actoren, die hun wortels hebben in verschillende delen van de eigen samenleving, en die vanuit die pluriformiteit bijdragen aan een vitale democratie. Ten tweede bezitten effectieve Noordelijke particuliere ontwikkelingsorganisaties de ervaring en professionaliteit om goede Zuidelijke civiele actoren te identificeren, te faciliteren en mee samen te werken. Goed donorschap uit zich o.a. in: realistische groeistrategieën overeen komen, bureaucratische subsidiesystemen vermijden die strategisch en effectief handelen belemmeren, Zuidelijke stakeholders consulteren, een balans vinden tussen enerzijds continuïteit bieden (meerjarige financieringen) en anderzijds flexibel zijn en innovatieve risico's willen nemen, zich niet beperken tot outputfinanciering maar deze inbedden in financiering van organisatieontwikkeling, capaciteitsopbouw en opbouw van strategische verbanden (linking & learning) en ondersteuning bieden bij inbedding in eigen maatschappij. Ten derde zijn mondiale verbanden tussen civiele actoren van groeiend belang vooral vanwege de negatieve gevolgen van globalisering en een zwakke global governance. Civiele organisaties moeten een mondiaal samenspel organiseren dat enorme impact kan hebben. Schuldencampagnes, campagnes voor onderwijs, voor goede gezondheidszorg en betaalbare medicijnen, voor coherentie in hulp en handel en voor eerlijke handel en campagnes tegen kinderarbeid en wapenhandel en voor de uitbanning van landmijnen iiiConcrete voorbeelden zijn: Schuldencampagnes als Jubilee 2000, Global March against Child Labour, Education Now, Social Watch, Campagnes voor medicijnen en vaccins, Vlees- en viscampagnes, Fair Trade, Landmijnencampagne, Kleine wapenhandel. zijn daar voorbeelden van; en ook de stille diplomatie door vrouwengroepen, vredesbeweging en/of religieuze actoren voor preventie of de-escalatie van conflicten in en tussen staten. Noordelijke organisaties nemen daarin bovendien verantwoordelijkheid voor het beïnvloeden van noordelijke overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en individuele burgers. Zuidelijke, internationale en Noordelijke NGO's werken met elkaar samen op mondiaal niveau en kunnen dankzij hun contacten die zich tot op micro niveau uitstrekken, standpunten zeer goed onderbouwen en illustreren. Deze internationale dimensie maakt dat de Nederlandse NGO's steeds meer afstemming zoeken in de internationale netwerken waarvan zij deel uitmaken. Tenslotte is een belangrijke rol van Noordelijke NGO's het zorgen dat in eigen land aandacht en steun voor armoedebestrijding en een rechtvaardige wereld op de agenda's blijven staan van overheden, bedrijven, politiek en burgers. De eigen Nederlandse rol binnen ontwikkelingssamenwerking (particulier, bilateraal, multilateraal) maar ook breder binnen het buitenlandbeleid zoals handel, landbouw en diplomatie, wordt kritisch gevolgd. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij de in Nederland bestaande grondwettelijke verplichting de internationale rechtsorde te bevorderen en de daarvan afgeleide inzet voor een coherent buitenlands beleid en een coherente opstelling van overheid, bedrijven, politiek en burgers. Nederlandse burgers worden aangesproken in hun rollen als consumenten, als werknemers, als ondernemers, als reizigers en als ouders. Belangrijk hierbij is contact tussen organisaties en tussen mensen wereldwijd. Noordelijke organisaties steunen en bemiddelen daarbij. 3 De aard en strategie van het MFP-breed Het MFP-breed is een programma van een aantal brede ontwikkelingsorganisaties die ieder voor zich en gezamenlijk een bepaald draagvlak vertegenwoordigen in de Nederlandse samenleving en werken aan de doelstelling van het programma (een aantoonbare bijdrage leveren aan structurele armoedebestrijding). Zij werken binnen een vastgesteld beleidskader van het MFP-breed dat gebaseerd is op het hierboven omschreven doel en de visie. Een medefinancieringsorganisatie (MFO), die het MFP-breed uitvoert, steunt mensen die in armoede leven via hun organisaties en organisaties die dienstverlenend zijn. Het MFP-breed definieert partnerorganisaties als organisaties van burgers die werkzaam zijn op het gebied van structurele armoedebestrijding middels directe armoedebestrijding en/of maatschappijopbouw en/of beleidsbeïnvloeding en daarmee een bijdrage leveren aan de internationale doelstellingen vanuit een eigen autonome positionering . Daartoe onderhouden deze partnerorganisaties strategische samenwerkingsverbanden met civiele netwerken en allianties (waar relevant op meerdere niveaus: lokaal, nationaal en internationaal) en met overheden, bedrijven en internationale instellingen. Het MFP-breed kent als programma een regelmatig overleg met de Minister, waarbij onder andere de beleidsmatige samenhang en samenwerkingsmogelijkheden met andere delen van het particuliere, bilaterale en multilaterale veld besproken worden. Het MFP-breed onderkent de volgende samenhangende interventiestrategieën: Directe armoedebestrijding is rechtstreeks gericht op het verbeteren van de levensomstandigheden van mensen die in armoede leven middels gerichte dienstverlening, dan wel het versterken van het vermogen van mensen om zelf te kunnen voorzien in hun basisbehoeften. Maatschappijopbouw is het versterken van pluriforme en democratische maatschappelijke structuren en organisaties met als doel het bewerkstelligen van rechtvaardiger machtsverhoudingen en zeggenschap van gemarginaliseerde groepen in sociale, economische en politieke besluitvorming. Dit kan bijvoorbeeld gaan over het verkrijgen van zeggenschap over de kwaliteit van onderwijs en gezondheidszorg die door lokale en nationale overheden geboden worden, maar ook over mensenrechten, stemrecht, biodiversiteit, toegang tot duurzame hulpbronnen en ICT ontwikkeling. Beleidsbeïnvloeding heeft tot doel het veranderen van lokaal, nationaal en internationaal beleid en processen en structuren die armoede en ongelijkheid in stand houden of verergeren. Binnen het MFP-breed wordt beleidsbeïnvloeding uitgeoefend door partnerorganisaties, MFO's en hun netwerken. Het MFP-breed zal vanuit de eigen positionering oordelen ontwikkelen en die in adviserende zin wereldkundig maken over de rol, kwaliteit en financiële verhoudingen van particuliere, bilaterale en multilaterale actoren. Het MFP-breed samen en desgewenst de individuele MFO's, adviseren de Minister over inhoudelijke zaken van het ontwikkelingsbeleid. De MFO's ondersteunen particuliere organisaties in het Zuiden en wereldwijd, voor zover gericht op structurele armoedebestrijding; financieel, middels kritische dialoog, door uitwisseling en stimulering van onderlinge contacten en netwerken (linking&learning), en als samenwerkingspartners in internationale campagnes. Goed donorschap, zoals eerder gedefinieerd, vormt de basis van de kwaliteitsgarantie die het MFP-breed biedt. Dit impliceert zowel donorschap als zodanig, als de wijze waarop de MFO's dit met andere functies, zoals samenwerkingspartner zijn, combineren. Ook betekent het dat de MFO's zelf lerende organisaties zijn. De MFO's werken zelf actief aan structurele en incidentele internationale allianties als strategie en als antwoord op toenemende mondialisering en internationaliserende verhoudingen. De afzonderlijke MFO's zorgen voor voortschrijdende afstemming binnen hun eigen internationale netwerken waarbij zij afwegingen maken over de wijze van samenwerken met `like-minded' internationale en Nederlandse organisaties. Ook hebben de individuele MFO's specifieke achterbannen en partnerorganisaties. Dus heeft iedere MFO een eigen profiel met daarbij behorende specialisaties. Binnen het MFP-breed vindt hierover onderlinge afstemming plaats, maar wel in samenhang met de internationale samenwerkingsverbanden van iedere MFO. De MFO's spelen een rol in het bouwen van sterkere verbanden tussen civiele, bilaterale en multilaterale actoren. De MFO's kunnen deze rol (beter) vervullen naarmate de andere partijen die taakstelling (inhoudelijk en financieel) ook meer hebben en realiseren. Zo kan een sterker web van strategische en praktische verbanden ontstaan. Op deze wijze worden samenwerking en synergie binnen ontwikkelingssamenwerking gestimuleerd en worden afspraken gemaakt op basis van gelijkwaardigheid zodat partijen geen onderaannemers van elkaar hoeven te worden. De MFO's versterken hun strategische allianties met die delen van het bedrijfsleven die interesse tonen in het ontwikkelen van een aantoonbare invulling van het begrip `maatschappelijk verantwoord ondernemen' en samen met ontwikkelingsorganisaties en anderen (vakbonden, consumenten-, vrouwen-, levensbeschouwelijke bewegingen en dergelijke) willen werken aan duurzame en eerlijke verhoudingen in de wereld. De MFO's doen dit alles door zorg te dragen voor een permanente en groeiende verankering en draagvlak voor structurele armoedebestrijding in Nederland. Een deel van het MFP-breed bestaat dan ook uit educatieve en beleidsbeïnvloedende activiteiten in Nederland en elders in het Noorden. De MFO's zullen in hun verslaglegging uitleg geven over het strategische belang van de gemaakte keuzen en de nodige gegevens aanleveren voor OESO/DAC categorisering. De MFO's zullen samen met relevante anderen (zoals de NCDO) een `front-office' organiseren voor de afhandeling van verzoeken om financiering van kleine Nederlandse initiatieven op het gebied van ontwikkelingssamenwerking die nu aan de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking worden voorgelegd. Het betreft hier werkzaamheden buiten het reguliere MFP-breed die, behalve aan noties van structurele armoedebestrijding en ownership in het Zuiden, getoetst worden aan de wens om draagvlak te vergroten in Nederland. Vanuit de hier beschreven visie op armoede, de rol van particuliere organisaties, en de inhoud van het MFP-breed is het duidelijk dat de MFO's een vanuit de Nederlandse overheid erkende strategische autonomie hebben. Dat houdt in dat zij een kritische dialoog voeren met verschillende stakeholders over visie zoals vastgelegd in meerjarenplannen, aan hen verantwoording afleggen maar uiteindelijk zelf verantwoordelijk zijn voor genomen besluiten. Hierbij kan gedacht worden aan stakeholders als partners, allianties, vrijwilligers en donateurs, overheid en politiek. Strategische autonomie en belang van samenwerking vertalen de MFO's ook in het aanboren van andere financieringsbronnen dan die van de Nederlandse overheid. Uit deze visie volgt een bestuurlijk model dat hierbij past. 4 Resultaten Het MFP-breed wil bijdragen aan verwezenlijking en versterking van de internationale rechten van de mens en daartoe op aantoonbare en plausibele wijze: mensen die leven in armoede ondersteunen om op duurzame en menswaardige wijze in hun basisbehoeften en levensonderhoud te kunnen voorzien; een actieve participatie en zeggenschap van mensen bevorderen in de ontwikkelingen van hun maatschappij en een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van democratische samenlevingen in het Zuiden; werken in conflictgebieden aan preventie en de-escalatie van conflicten om te komen tot samenlevingen waar vrede en veiligheid heerst, waar mensen kunnen voorzien in hun bassisbehoeften en waar sprake is van duurzame sociale, economische en ecologische ontwikkeling; de ontwikkeling van draagvlak in Nederland, en (inter)nationale netwerken, en bewegingen stimuleren; een bijdrage leveren aan de realisering van de internationale doelstellingen voor armoede reductie en duurzame ontwikkeling zoals overeengekomen in de wereldconferenties georganiseerd door de VN in de jaren '90 en vastgelegd in internationale verdragen. Een aantal hebben internationaal een zeer breed draagvlak gekregen (The seven pledges): halveren van extreme armoede vóór 2015; basis onderwijs voor iedereen vóór 2015; beëindigen van gender-ongelijkheid in het onderwijs vóór 2005; terugdringen kindersterfte met tweederde vóór 2015; terugdringen `maternal mortality' met driekwart vóór 2015; basisgezondheidszorg voor iedereen vóór 2015; een duurzame ontwikkelingsstrategie op nationaal niveau in ieder land vóór 2005 om te verzekeren dat de huidige trends in de verliezen van natuurlijke hulpbronnen effectief omgekeerd worden zowel op globaal als op nationaal niveau vóór
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.