Examenreglement buitengewoon opsporingsambtenaar 2002 Examenreglement buitengewoon opsporingsambtenaar 2002 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 In dit examenreglement wordt verstaan onder: a. Onze Minister: de Minister van Justitie; b. Citogroep: in deze vertegenwoordigd door de Stichting Cito Markt te Arnhem. Artikel 2 Het examenreglement is van toepassing ter verkrijging van het Getuigschrift buitengewoon opsporingsambtenaar. Artikel 3 Het examen strekt zich uit over de examenstof, omschreven in het examenprogramma voor de buitengewoon opsporingsambtenaar en bestaat uit twee examenonderdelen, te weten het onderdeel rechtskennis en het onderdeel proces-verbaal. Hoofdstuk 2 Regeling van het examen Artikel 4 1 De examencommissie stelt de examendata vast. 2 De examencommissie maakt jaarlijks de examendata, de sluiting van de inschrijfdata, de kosten van het examen en de voorwaarden voor de deelname aan het examen bekend. Artikel 5 Tot het examen worden toegelaten personen die zich tijdig hebben ingeschreven en aan de betalingsverplichting hebben voldaan. Artikel 6 1 Het examen wordt tenminste twee maal per jaar afgenomen. 2 Een kandidaat kan deelnemen aan het gehele examen of aan een onderdeel daarvan. 3 Het examen wordt afgenomen onder verantwoordelijkheid van de examencommissie Hoofdstuk 3 De afname van het examen Artikel 7 1 De Citogroep draagt zorg voor de uitvoering van het examen buitengewoon opsporingsambtenaar. 2 De Citogroep draagt zorg voor voldoende toezicht en voor het tijdig beschikbaar zijn van de examenopgaven in de examenlocatie. 3 De Citogroep wijst de examenleiders en de surveillanten aan ten behoeve van de uitvoering van de afname van het examen. 4 Direct na het examen worden alle examenmaterialen en de werkstukken van de kandidaten in aparte dozen of enveloppen verpakt, afgesloten en door de examenleider gesigneerd, waarna de examenleider onverwijld zorg draagt voor de aflevering van de examenmaterialen bij de Citogroep. 5 De examenleider maakt van het verloop van het examen een protocol op en stuurt dit protocol zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één week na afloop van het examen, naar de Citogroep. De Citogroep stuurt de protocollen voorzien van een toelichting naar de voorzitter van de examencommissie. 6 De Citogroep verschaft de examencommissie de inlichtingen die zij voor de uitoefening van haar taak nodig heeft. Artikel 8 1 Kandidaten dienen 15 minuten voor aanvang van het examen aanwezig te zijn. 2 Voor de aanvang van het examen ontvangen de kandidaten mondeling instructie van de examenleider. 3 Ten overstaan van de kandidaten opent de examenleider de verzegelde enveloppen met examenopgaven. 4 Tijdens de afname van het examen worden aan de kandidaten geen mededelingen gedaan aangaande de examenopgaven, van welke aard dan ook. 5 De examenleider draagt zorg voor de controle van de oproep voor het examen en van een geldig legitimatiebewijs ten name van de kandidaat. Als geldig legitimatiebewijs worden uitsluitend de volgende documenten toegestaan: paspoort, een rijbewijs, een toeristenkaart, een Europese of Nederlandse identiteitskaart waarvan de geldigheidsduur nog niet is verstreken. Een kandidaat die geen oproep en/of geldig legitimatiebewijs kan tonen, wordt (verdere) deelname aan het examen ontzegd en dient de examenlocatie, onder achterlating van de examenbescheiden, te verlaten. 6 Gedurende het examen is het kandidaten niet geoorloofd: a. zonder toestemming van de examenleider de examenlocatie te verlaten; b. andere dan volgens de kandidaatsinstructie toegestane materialen en/of hulpmiddelen te gebruiken; c. de examenlokaliteit definitief te verlaten voor 30 minuten na aanvang van het examen; d. de examenlokaliteit definitief te verlaten na 15 minuten voor het einde van het examen. 7 Een kandidaat die te laat komt, wordt uiterlijk tot 30 minuten na aanvang van een examenonderdeel tot de examenlocatie toegelaten. De kandidaat levert het werk uiterlijk in op het tijdstip dat voor de andere kandidaten geldt. 8 Een kandidaat die de examenlokaliteit tussentijds wil verlaten met het doel om na terugkeer het examen te hervatten, meldt dit door handopheffing. Na toestemming van de examenleider mag de kandidaat onder achterlating van de examenbescheiden en onder begeleiding van een surveillant de examenlocatie verlaten. 9 Kandidaten die hun examen gereed hebben, melden dit door handopheffing aan de surveillant en kunnen de examenbescheiden inleveren. Een surveillant controleert of alle bescheiden ingeleverd zijn. 10 De examenleider wijst de kandidaten 15 minuten voor het verstrijken van de examentijd op de dan nog beschikbare tijd. 11 Na het verstrijken van de examentijd, geeft de examenleider de kandidaten instructie het werken te staken. De examenleider draagt zorg voor het verzamelen van alle examenmaterialen, de examenopgaven daaronder begrepen. Na controle van de examenbescheiden geeft de examenleider de kandidaten toestemming de examenlocatie te verlaten. Artikel 9 1 Het examen wordt uitsluitend schriftelijk afgelegd. 2 Het schriftelijk werk wordt gemaakt op papier, gewaarmerkt door de Citogroep. Artikel 10 De examenleider draagt zorg voor geheimhouding van de examenopgaven, ook na afsluiting van het examen. Artikel 11 1 In geval van onregelmatigheden informeert een surveillant de examenleider. 2 De examenleider kan, in geval een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het examen aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, deze de deelname of verdere deelname aan het examen ontzeggen. 3 De examenleider brengt over de gevallen van onregelmatigheid schriftelijk verslag uit aan de examencommissie. 4 De examencommissie kan de op die dag afgelegde examenonderdelen voor de betreffende kandidaat ongeldig verklaren. 5 De examencommissie kan in geval van onregelmatigheid een kandidaat voor bepaalde tijd van het examen uitsluiten. Artikel 12 1 De werkstukken van de kandidaten worden door de Citogroep aan een toets- en itemanalyse onderworpen. 2 Het werk van de kandidaten voor het examenonderdeel proces-verbaal wordt beoordeeld door onafhankelijke beoordelaars, met inachtneming van het door de examencommissie vastgestelde correctievoorschrift. 3 De namen van de kandidaten zijn de beoordelaars niet bekend. Hoofdstuk 4 Uitslag, herkansing, uitreiking getuigschrift Artikel 13 1 De uitslag voor elk examenonderdeel wordt uitgedrukt in het oordeel: voldoende/onvoldoende. 2 Uiterlijk 4 weken na het examen stelt de examencommissie voor elk examenonderdeel de cesuur vast. Artikel 14 1 De examencommissie stelt de uitslag van het examen vast met inachtneming van het bepaalde in artikel 13 van dit reglement. 2 De examencommissie stelt de kandidaat zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk acht weken na het examen schriftelijk in kennis van de uitslag en de behaalde score per examenonderdeel. 3 De kandidaat is voor het examen geslaagd indien voor beide examenonderdelen het oordeel 'voldoende' is vastgesteld. Artikel 15 1 Aan een kandidaat die voor beide examenonderdelen een voldoende heeft behaald, wordt namens de Minister, een door de voorzitter en de secretaris van de examencommissie getekend getuigschrift uitgereikt. Op het getuigschrift wordt de datum van afgifte vermeld. 2 Het getuigschrift is overeenkomstig het als bijlage bij dit reglement gevoegd model. Artikel 16 1 Een eerder behaald voldoende resultaat, gerekend vanaf de examendatum op een examenonderdeel, blijft geldig gedurende een termijn van negen maanden na het behaalde voldoende resultaat, behoudens het bepaalde in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.