Startvergoeding en aanvullende bekostiging nieuwe scholen voortgezet onderwijs Startvergoeding en aanvullende bekostiging nieuwe scholen voortgezet onderwijs Inleiding Gebleken is dat de tot nu toe gehanteerde gedragslijn bij de toekenning van de startvergoeding en de aanvullende bekostiging voor nieuwe scholen voor voortgezet onderwijs niet geheel voldoet om startende scholen redelijkerwijs in staat te stellen zorg te dragen voor onderwijs. De vergoeding voor de aanloopkosten van deze scholen wordt daarom met ingang van 1 augustus 2001 aangepast. Tevens wordt met de bekendmaking van deze beleidsregel voldaan aan de vraag om de financiering van nieuwe scholen voor (nieuwe) besturen te verduidelijken. Sinds het schooljaar 1999-2000 zijn er voor het eerst sinds lange tijd in het voortgezet onderwijs weer geheel nieuwe scholen gesticht: scholen van bijvoorbeeld een onderwijsrichting die nog niet in de regio voorkwam, zoals het evangelisch onderwijs in Utrecht. Het gaat dus niet om scholendie ontstaan zijn door fusie, splitsing of door toevoeging van een onderwijssoort aan een scholengemeenschap. Redenen voor een afwijkende gedragslijn voor nieuwe scholen ten opzichte van bestaande scholen zijn o.a.: in het eerste schooljaar voldoet de procedure voor de reguliere bekostiging niet in verband met de t-1 systematiek; scholen in opbouw hebben minder mogelijkheden tot efficiënte groepsvorming, efficiënte klassendelers en zijn daardoor duurder; de scholen hebben nog geen mogelijkheden gehad om reserves op te bouwen; tevens is er sprake van extra materiële kosten. Bekostiging nieuwe scholen per 1 augustus 2001 Een nieuw te starten school in het voortgezet onderwijs ontvangt de volgende bekostiging: A Startvergoeding in het schooljaar voorafgaand aan de feitelijke start per 1-8 schooljaar t (jaar 0) Een nieuwe school ontvangt in het jaar voorafgaand aan de start een vergoeding waarvan de hoogte afhangt van het soort school: Personeelskosten (artikel 85a W.V.O.) in euro’s (prijspeil 1-8-2002): dir oop totaal cat. mavo 11.268,05 5.907,77 17.175,82 1Komt overeen met 1 fte dir en fte oop voor 2 maanden cat. vwo, havo en sgm. vwo/havo 13.448,51 5.907,77 19.356,28 1Komt overeen met 1 fte dir en fte oop voor 2 maanden cat. vbo en sgm. mavo/vbo 16.902,07 8.861,66 25.763,73 2Komt overeen met 1 fte directeur en 1 fte oop voor 3 maanden sgm. avo 26.609,91 11.815,54 38.425,45 3Komt overeen met 1 fte directeur en 1 fte oop voor 4 maanden sgm. breed 32.309,95 14.769,43 47.079,38 4Komt overeen met 1 fte directeur en 1 fte oop voor 5 maanden Deze bedragen worden geïndexeerd. Exploitatiekosten (artikel 10 Bekostigingsbesluit W.V.O.) Vier maanden materiële vergoeding op basis van de prognose van het aantal leerlingen in het eerste schooljaar. Voor deze vergoeding worden de normbedragen voor de leerjaren 1 en 2 gebruikt. Deze startvergoeding is éénmalig en wordt niet gecorrigeerd op basis van het feitelijke aantal leerlingen op 1 oktober van het eerste schooljaar. De school dient voor deze vergoeding (A) een opgave in te dienen bij Cfi/BVO van de prognose van het aantal leerlingen op 1 oktober van het eerste schooljaar (jaar t). Deze opgave kan ingediend worden nadat de goedkeuring van de start van de school is verleend in het kader van de planprocedure. De school ontvangt van Cfi vervolgens een individuele beschikking. De geïndexeerde bedragen worden in de beschikking vermeld. Aangezien deze beleidsregel met terugwerkende kracht wordt ingevoerd per 1 augustus 2001 ontvangen de scholen die op 1 augustus 2001 of op 1 augustus 2002 zijn gestart, een aangepaste beschikking. B Bekostiging eerste schooljaar (jaar
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.