← Nederland

Regeling bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid en opslagpercentages PF/VF 2004-2005

BWBR0017050_2004-07-28_0 Regeling bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid en opslagpercentages PF/VF 2004-2005 Regeling bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid en opslagpercentages PF/VF 2004-2005 De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap, Gelet op: artikel 126 en 129 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 121 en 124 van de Wet op de expertisecentra en artikel 26 en 27 van het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging Besluit Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: basisschool: basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; speciale school voor basisonderwijs: speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; school voor speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra; school voor praktijkonderwijs: school voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging als bedoeld in artikel 9 van het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging; schoolgewicht: het schoolgewicht als bedoeld in artikel 15b van het Formatiebesluit WPO; cumi-leerlingen: eerlingen met een niet-Nederlandse culturele achter-grond als bedoeld in artikel 1 van het Formatiebesluit WPO, Formatiebesluit WEC en artikel 1 van de Regeling formatie en bekostiging praktijkscholen met declaratiebekostiging. Paragraaf 2 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid Artikel 2 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid Het bevoegd gezag van een basisschool, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs en school voor praktijkonderwijs maakt voor het schooljaar 2004 - 2005 aanspraak op bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid zoals in deze paragraaf aangegeven. Artikel 3 Omvang bekostiging voor basisscholen 1 De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid voor basisscholen bestaat uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule basisbedrag + A + B waarin: basisbedrag = € 3.797,24; A = het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 232,32; B = het schoolgewicht, vermenigvuldigd met € 232,

  1. 2 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor basisscholen met minder dan 145 leerlingen wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan: C = uitkomst van de formule: € 4.469,47 minus (het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 30,83). 3 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor basisscholen die op peildatum 1 oktober 2001 werden bezocht door 70% of meer leerlingen die met de factor 0,9 bijdroegen aan het schoolgewicht, wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan: D = (het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 105,88) plus (het schoolgewicht, vermenigvuldigd met € 131,32). 4 Tenzij in dit artikel anders wordt aangegeven, wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 121 van de WPO waarbij wordt uitgegaan van de gegevens die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het door de accountant geconstateerde leerlingaantal daarvan afwijkt, vindt een herberekening plaats van de omvang van de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid. Artikel 4 Omvang bekostiging voor speciale scholen voor basisonderwijs 1 De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid voor speciale scholen voor basisonderwijs bestaat uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule basisbedrag + A + B, waarin: basisbedrag = € 3.797,24; A = het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 380,31; B= het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 141,
  2. 2 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor speciale scholen voor basisonderwijs die op de peildatum 1 oktober 2001 werden bezocht door 50% of meer cumi-leerlingen, wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan: C = (het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 191,92) plus (het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 219,76). 3 Tenzij in dit artikel anders wordt aangegeven, wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 122, derde lid, van de WPO waarbij wordt uitgegaan van de gegevens die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het door de accountant geconstateerde leerlingaantal daarvan afwijkt, vindt een herberekening plaats van de omvang van de bekostiging voor personeels en arbeidsmarktbeleid. Artikel 5 Omvang bekostiging voor scholen voor praktijkonderwijs 1 De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid voor scholen voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging bestaat uit een bedrag dat gelijk is aan A+B, waarin: A = het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 397,75; B =het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 81,
  3. 2 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor scholen voor praktijkonderwijs die op peildatum 1 oktober 2001 werden bezocht door 50% of meer cumi-leerlingen, wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan: C =(het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 14,16) plus (het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 547,59). 3 Tenzij in dit artikel anders wordt aangegeven, wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 24 van het besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging waarbij wordt uitgegaan van de gegevens die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het door de accountant geconstateerde leerlingaantal daarvan afwijkt, vindt een herberekening plaats van de omvang van de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid. Artikel 6 Omvang bekostiging voor scholen voor speciaal onderwijs 1 De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid voor scholen voor speciaal onderwijs bestaat uit een bedrag dat gelijk is aan A+B+C, waarin: A = het aantal SO-leerlingen en VSO-leerlingen, vermenigvuldigd met de bedragen in de bijlage genoemd onder A; B = het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 110,31; C = het aantal ambulant begeleide leerlingen, vermenigvuldigd met € 154,
  4. 2 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor scholen voor speciaal onderwijs die op peildatum 1 oktober 2001 werden bezocht door 50% of meer cumi-leerlingen, wordt verhoogd met D, waarin D = (het aantal leerlingen vermenigvuldigd met het in de bijlage onder B genoemde bedrag) plus (het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 366,29) plus (het aantal ambulant begeleide leerlingen op teldatum 1-10-2002, vermenigvuldigd met € 79,38). 3 Wanneer het aantal ambulant begeleide leerlingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, op 1-10-2002 hoger was dan het aantal op 1-10-2003, wordt bij wijze van eenmalige overgangsregeling een extra bedrag toegekend ter hoogte van het verschil. 4 De in de bijlage onder A en B genoemde bedragen zijn afhankelijk van de onderwijssoort. 5 Bij de vaststelling van het aantal leerlingen ten behoeve van de berekening van A en D worden leerlingen op residentiële plaatsen niet meegeteld en wordt het aantal residentiële plaatsen geteld als leerling. 6 Tenzij in dit artikel anders wordt aangegeven, wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 118 van de WEC, waarbij wordt uitgegaan van de gegevens die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het door de accountant geconstateerde leerlingaantal daarvan afwijkt, vindt een herberekening plaats van de omvang van de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid. 7 Het bepaalde in de leden 1 tot en met 6 van dit artikel is niet van toepassing op de instellingen voor visueel gehandicapten. Artikel 7 Beschikking en betaling 1 Het bevoegd gezag ontvangt uiterlijk in oktober 2004 een beschikking waarin de op grond van deze regeling toegekende vergoeding is opgenomen. 2 De in de beschikking genoemde vergoeding wordt als volgt uitbetaald: in oktober 2004 26,75%, in november en december 2004 telkens 8,6 % en in januari tot en met juli 2005 telkens 8,15%. Paragraaf 3 Percentages vergoeding kosten voor vervanging en werkloosheids- en suppletie-uitkeringen Artikel 8 Vaststelling percentages vergoeding kosten voor vervanging Voor het schooljaar 2004-2005 is het percentage voor vervanging bedoeld in: a artikel 126 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 121 van de Wet op de expertisecentra: 8,00 %; b artikel 26 van het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging; 4,79 %. Artikel 9 Vaststelling percentages vergoeding kosten van werkloosheids- en suppletie-uitkeringen Voor het schooljaar 2004-2005 is het percentage voor werkloosheids - en suppletie-uitkeringen bedoeld in: a artikel 126 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 121 van de Wet op de expertisecentra: 1,82 %; b artikel 26 van het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging; 1,82%. Paragraaf 4 Slotbepalingen Artikel 10 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dagtekening van het Gele Katern waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 augustus
  5. Artikel 11 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid en opslagpercentages PF/VF 2004-
  6. Deze regeling zal met de toelichting en bijlage in het Gele katern worden geplaatst. Van deze plaatsing zal medede-ling worden gedaan in de Staatscourant. De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap, M.J.A. van derHoeven Bijlage (Deze bijlage behoort bij de regeling opslagpercentages PF/VF en bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid 2004-2005) WEC naar onderwijssoort

(1)Door de invoering van LGF zijn enkele benamingen gewijzigd ten opzichte van voorgaande publicaties over het schoolbudget. MGA01, MGA03, MGA04 en MGA07 zijn opgegaan in ”doof/zmlk”; MGB01, MGB02, MGB03 en MGB05 zijn opgegaan in ”sh/zmlk”; MGF01, MGF02, MGF03, MGF05, MGF07 en MGJ01 zijn opgegaan in ”lg/zmlk”; MGA02 valt onder ”doof”, MGA06 onder ”do/bl”, MGB06 onder ”sh”, MGF04 onder ”sh”, MGH01 onder ”cluster 4” en MGH02 onder ”lz3”. A (Bedrag per leerling alle scholen) SO doof per leerl 783,76 SO sh per leerl 550,90 SO esm per leerl 535,96 SO lg per leerl 664,28 SO lz3 per leerl 535,96 SO zmlk per leerl 535,96 SO-cluster 4 per leerl 550,90 SO doof/zmlk per leerl 1.171,00 SO do/bl per leerl 1.593,16 SO sh/zmlk per leerl 738,97 SO lg/zmlk per leerl 852,33 WEC naar onderwijssoort
(1)Door de invoering van LGF zijn enkele benamingen gewijzigd ten opzichte van voorgaande publicaties over het schoolbudget. MGA01, MGA03, MGA04 en MGA07 zijn opgegaan in ”doof/zmlk”; MGB01, MGB02, MGB03 en MGB05 zijn opgegaan in ”sh/zmlk”; MGF01, MGF02, MGF03, MGF05, MGF07 en MGJ01 zijn opgegaan in ”lg/zmlk”; MGA02 valt onder ”doof”, MGA06 onder ”do/bl”, MGB06 onder ”sh”, MGF04 onder ”sh”, MGH01 onder ”cluster 4” en MGH02 onder ”lz3”. A (Bedrag per leerling alle scholen) VSO doof per leerl 783,76 VSO sh per leerl 640,50 VSO lg per leerl 753,87 VSO lz3 per leerl 625,57 VSO zmlk per leerl 550,90 VSO cluster 4 per leerl 625,57 VSO doof/zmlk per leerl 1.171,00 VSO do/bl per leerl 1.593,16 VSO sh/zmlk per leerl 753,87 VSO lg/zmlk per leerl 867,26 SO+VSO cumi per cumi 110,31 SO + VSO ambulant per amb lrl 154,73 SO + VSO >50% cumi B ( 50% cumi) (V)SO doof per leerl 342,13 (V)SO sh per leerl 201,25 (V)SO esm per leerl 201,25 (V)SO lg per leerl 342,13 (V)SO lz3 per leerl 201,25 (V)SO zmlk per leerl 201,25 (V)SO-cluster 4 per leerl 201,25 (V)SO doof/zmlk per leerl 563,51 (V)SO do/bl per leerl 774,44 (V)SO sh/zmlk per leerl 342,13 (V)SO lg/zmlk per leerl 483,01

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.