BWBR0017691_2006-12-15_0 Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 14 december 2004, Directie Arbeidsmarktbeleid Bijzondere Groepen, nr. ABG/GA/2004/85773, tot vaststelling van regels betreffende de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening alsmede de bepalingen betreffende de indicatie en herindicatie in het kader van genoemde wet in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Regeling uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken) Regeling uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Gelet op artikel 14, tweede lid, van de Wet sociale werkvoorziening, alsmede de artikelen 3, derde lid, 13, 15, eerste lid, onderdelen h, n en o, tweede lid, 17, eerste lid, 20, eerste lid, 23, eerste lid, en 26, tweede lid, van het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken, alsmede artikel 49, negende lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; Besluit: Hoofdstuk 1 Indicatie en herindicatie Artikel 1 Begripsbepalingen 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet sociale werkvoorziening; b. het besluit: het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken; c. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; d. college: college van burgemeester en wethouders. 2 In deze regeling wordt onder het college tevens verstaan het college dat: a. personen op de wachtlijst, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluit heeft staan waarvoor door het Rijk over het lopende subsidiejaar geen subsidie in het kader van de wet is verleend; b. één of meer dienstbetrekkingen is aangegaan dan wel één of meer begeleid werken plaatsen tot stand heeft doen komen met personen die behoren tot de doelgroep van de wet, maar voor wie door het Rijk over het lopende subsidiejaar geen subsidie in het kader van de wet is verleend. Artikel 2 Inschakeling deskundigen bij het onderzoek 1 Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit wordt zo nodig een arbeidsdeskundige, een arts of een psycholoog betrokken. 2 Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit vindt multidisciplinair overleg plaats met een team van deskundigen bestaande uit een arbeidsdeskundige, een arts en een psycholoog, indien: a. als gevolg van tegenstrijdige informatie van afzonderlijke deskundigen onduidelijkheid bestaat of de aanvrager al dan niet tot de doelgroep behoort, of b. anderszins bij de Centrale organisatie werk en inkomen gerede twijfel bestaat of de aanvrager al dan niet tot de doelgroep behoort. Artikel 3 Opleidings- en ervaringsniveau deskundigen 1 Een arbeidsdeskundige als bedoeld in artikel 2 is in het bezit van een getuigschrift arbeidsdeskundige van een op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek erkende instelling en beschikt over kennis en ervaring in de proces- en arbeidsanalyse. 2 Een arts als bedoeld in artikel 2 is ingeschreven in het register van Sociaal Geneeskundigen, tak arbeids- en bedrijfsgeneeskunde, dan wel tak verzekeringsgeneeskunde of het register sociale geneeskunde, hoofdstroom arbeid en gezondheid, van de Sociaal-Geneeskundige Registratiecommissie van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst. 3 Een psycholoog als bedoeld in artikel 2 lid staat ingeschreven als Psycholoog NIP in het register van het Nederlands Instituut van Psychologen, dan wel als gezondheidszorgpsycholoog in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, en beschikt over kennis en ervaring op het gebied van psychodiagnostiek. Artikel 4 Onverenigbare functies Een deskundige als bedoeld in artikel 2 kan niet tevens zijn: a. werknemer in dienst van een gemeente of lid van een college van burgemeester en wethouders of van een gemeenteraad werkzaam in hetzelfde werkgebied dat door de Centrale organisatie werk en inkomen is aangewezen voor de uitvoering van haar taak op grond van artikel 21a, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; b. werknemer in dienst van of bestuurslid werkend ten behoeve van een door een college voor de uitvoering van de wet aangewezen rechtspersoon; c. werknemer in dienst van of bestuurslid werkend ten behoeve van een door een college ingeschakelde begeleidingsorganisatie, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het besluit; d. werknemer in dienst van een interne of externe arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet, die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 14, derde lid, laatste volzin, van de Arbeidsomstandighedenwet in de sociale werkvoorziening van de gemeente; e. werknemer in dienst van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, werkzaam in hetzelfde werkgebied dat door de Centrale organisatie werk en inkomen is aangewezen voor de uitvoering van haar taak op grond van artikel 21a, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of lid van de Raad van bestuur of de Raad van advies van genoemd instituut. Hoofdstuk 2 Begeleid werken Artikel 5 Voorrangsruimte begeleid werken Voor de jaren 2005, 2006 en 2007 wordt het deel van de door het college van burgemeester en wethouders op te vullen ruimte, bedoeld in artikel 10 van het besluit, vastgesteld op 25% van de plaatsingen, waarbij ook personen die vanuit een dienstbetrekking begeleid werken aangaan worden meegerekend. Artikel 6 Begeleidingsorganisatie Het college van burgemeester en wethouders ziet erop toe dat een begeleidingsorganisatie: a. haar taken vervult met inachtneming van de stand van de wetenschap en die van de arbeids- en organisatiekunde; b. beschikt over voldoende opgeleide deskundigen die de arbeidsinpassing met inbegrip van de begeleiding op de werkplek verzorgen; c. de dienstverlening volgens een individueel begeleidingsplan uitvoert; d. regelmatig aan het college rapporteert over de inspanningen die zij heeft verricht om een begeleid werkenplaats te realiseren. Hoofdstuk 3 Financieel verdeelmodel Artikel 7 Factoren 1 De factor, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder h, van het besluit bedraagt voor het jaar 2005 : 1,0087 en voor de jaren 2006 en 2007:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.