← Nederland

Regeling advisering Inspectoraat-Generaal VROM

BWBR0017902_2005-02-25_0 Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 14 januari 2005, nr. MJZ2004128665, Directie Juridische Zaken Afdeling Wetgeving, houdende aanwijzing van categorieën van inrichtingen ten aanzien waarvan de inspecteur in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om vergunning (Regeling advisering Inspectoraat-Generaal VROM) Regeling advisering Inspectoraat-Generaal VROM De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Gelet op artikel 8.7, eerste lid, onder a, van de Wet milieubeheer; Besluit: Artikel 1 Als categorieën van inrichtingen ten aanzien waarvan de inspecteur in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om vergunning, worden aangewezen de categorieën van inrichtingen, bedoeld in de bijlage bij deze regeling. Artikel 2 Dit besluit treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop de wet van 22 oktober 2003 tot wijziging van diverse wetten in verband met de instelling van het Inspectoraat-Generaal VROM en ter verbetering van de doelmatigheid van gegevensverstrekking met het oog op toezicht (Stb. 2003, 449) in werking treedt. Artikel 3 Dit besluit wordt aangehaald als: Regeling advisering Inspectoraat-Generaal VROM. Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Den Haag 14 januari 2005 De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, S.M.Dekker Bijlage Bijlage, behorende bij artikel 1 In deze bijlage wordt verstaan onder: a. productie-, verwerkings-, waterverdampings- of smeltcapaciteit: 1°. in de vergunning voor de betrokken inrichting omschreven productie-, verwerkings-, waterverdampings- of smeltcapaciteit, onderscheidenlijk 2°. indien een vergunning geen omschrijving als bedoeld onder 1° bevat: maximale productie-, verwerkings-, waterverdampings- of smeltcapaciteit van de in de betrokken inrichting opgestelde installaties en voorzieningen; b. jaarproductie: totaal gerealiseerde productie over het kalenderjaar, voorafgaand aan het verslagjaar.

  1. Inrichtingen die behoren tot de categorieën van inrichtingen als genoemd onder: 2.6, onder b; 5.3, onder b; 6.2, onder a of b; 7.4; 8.2, onder a of b; 9.3, onder g of h; 11.3, onder c, onder 1°, 4° of 6°, of onder d; 12.2, onder a; 16.3, onder b; 24.2; 28.4, onder e of f, van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.
  2. Pomp- en distributiestations ten behoeve van aardolie- of aardgaswinning die behoren tot de categorie van inrichtingen, genoemd onder 1.3, onder a, van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.
  3. Electriciteitscentrales voor zover het betreft inrichtingen waarin brandstoffen worden verstookt in één of meerdere installaties, met in totaal een thermisch vermogen van 300 Mw of meer, waarbij onder thermisch vermogen wordt verstaan: warmte-inhoud van de maximale hoeveelheid brandstoffen die per tijdseenheid kan worden toegevoerd aan een stookinstallatie.
  4. Luchtvaartterreinen als bedoeld in artikel 1, onder g, van de Luchtvaartwet, die behoren tot de categorie van inrichtingen, genoemd onder 1.3, onder c, van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.
  5. Inrichtingen voor het vervaardigen van: a. organische chemicaliën, b. anorganische chemicaliën, of c. fosfaat-, stikstof- of kaliumhoudende meststoffen met een verwerkings- of productiecapaciteit van 100.000 ton of meer.
  6. Inrichtingen voor het vervaardigen van: a. producten voor gewasbescherming en biociden, b. farmaceutische producten, die via een chemisch of biologisch procédé totstandkomen, of c. explosieven, met een verwerkings- of productiecapaciteit van 20.000 ton per jaar of meer.
  7. Inrichtingen bestemd voor het bewerken of verwerken van chemische producten, met inbegrip van elastomeren, peroxiden, alkenen en stikstofverbindingen, met een productiecapaciteit van 50.000 ton per jaar of meer.
  8. Bierbrouwerijen die behoren tot de categorie van inrichtingen, genoemd onder 1.3, onder a of b, of onder 27.3, van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.
  9. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen, genoemd onder 9.3, onder a, van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer met een waterverdampingscapaciteit van 250.000 ton per jaar of meer.
  10. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen, genoemd onder 9.3, onder i, van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer met een productiecapaciteit van 25 ton per uur of meer.
  11. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen, genoemd onder 11.3, onder b, van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer met een capaciteit van 100.000 ton per jaar of meer.
  12. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen, genoemd onder 11.3, onder e, van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer met een smeltcapaciteit van 150.000 ton per jaar of meer.
  13. Inrichtingen voor de secundaire vervaardiging van non-ferrometalen of legeringen daarvan met een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer.
  14. Inrichtingen die behoren tot de categorieën van inrichtingen, genoemd onder 12.2, onder b, c, e, f of g, van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer met een productieoppervlak van 250.000 m2 of meer.
  15. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen, genoemd onder 12.2, onder d, van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer met een productieoppervlak van 250.000 m2 of meer.
  16. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen, genoemd onder 12.2, onder h, van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer: – voor het smelten van non-ferrometalen of legeringen daarvan met een productiecapaciteit van 15.000 ton per jaar of meer en een jaarproductie van 5.000 ton of meer, – voor het gieten van ijzer met een jaarproductie van 5.000 ton of meer, of – voor het gieten van non-ferrometalen met een jaarproductie van 4.000 ton of meer.
  17. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen, genoemd onder 12.2, onder i, van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer met een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer.
  18. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen, genoemd onder 13.3, onder a, van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer met een jaarproductie voor het vervaardigen of assembleren van 10.000 of meer automobielen of motoren voor automobielen.
  19. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen, genoemd onder 13.3, onder b, van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer voor zover het betreft scheepswerven met een doklengte van 200 meter of meer, waar straal- of conserveringswerkzaamheden in de open lucht plaatsvinden.
  20. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen, genoemd onder 16.1, onder a, van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, en die tevens behoren tot de categorie van inrichtingen, genoemd onder 1.3, onder b, van dat besluit.
  21. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen, genoemd onder 27.3 van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer met een capaciteit van 250.000 inwonerequivalenten of meer.
  22. Inrichtingen waarin zich een verbrandingsinstallatie bevindt als bedoeld in artikel 12, tweede lid, eerste volzin, van richtlijn nr. 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval (PbEG L 332).
  23. Inrichtingen als bedoeld in artikel 4 of aangewezen krachtens artikel 7 van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.