← Nederland

Besluit vaststelling Subsidieprogramma Het Nieuwe Rijden 2005

BWBR0018001_2005-10-29_0 Besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat tot vaststelling van het Subsidieprogramma Het Nieuwe Rijden 2005 (Besluit vaststelling Subsidieprogramma Het Nieuwe Rijden 2005) Besluit vaststelling Subsidieprogramma Het Nieuwe Rijden 2005 De Minister van Verkeer en Waterstaat, Gelet op de artikelen 2, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer; Besluit: Artikel 1 Als subsidieprogramma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer wordt vastgesteld het Subsidieprogramma Het Nieuwe Rijden 2005, dat is opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit. Artikel 2 Als aanvraagformulier als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer wordt vastgesteld het aanvraagformulier Subsidieprogramma Het Nieuwe Rijden 2005, dat is opgenomen in bijlage 2 bij dit besluit. Artikel 3 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst. Artikel 4 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling Subsidieprogramma Het Nieuwe Rijden

  1. Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 2, die ter inzage wordt gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. De Minister van Verkeer en Waterstaat,K.M.H.Peijs Bijlage 1 als bedoeld in artikel 1 van het Besluit vaststelling Subsidieprogramma Het Nieuwe Rijden 2005 Vaststelling Subsidieprogramma Het Nieuwe Rijden 2005 §
  2. Inleiding Het Subsidieprogramma Het Nieuwe Rijden is een programma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer (Staatscourant 2 november 2001, nr. 213), hierna genoemd de subsidieregeling. Naast de voorwaarden en criteria zoals neergelegd in het subsidieprogramma zijn de voorwaarden en criteria zoals neergelegd in de subsidieregeling onverkort van toepassing. Doel van het Subsidieprogramma Het Nieuwe Rijden 2005 is het bevorderen van de rijstijl van Het Nieuwe Rijden door rijbewijsbezitters, het bevorderen van het gebruik van brandstofbesparende in-car apparatuur en het bevorderen van het rijden met een juiste bandenspanning. Hierdoor wordt een reductie van het brandstofverbruik en de CO2-emissie door het verkeer en vervoer op de weg beoogd. Opdrachtgever voor de uitvoering van het subsidieprogramma is de Minister van Verkeer en Waterstaat. Uitvoering vindt plaats met ondersteuning van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Het subsidieprogramma wordt uitgevoerd door SenterNovem. Het subsidieprogramma heeft een looptijd van 3 jaar (2005–2007). De rijstijl van Het Nieuwe Rijden biedt naast een aanzienlijke CO2-reductie (gemiddeld 10%) meer veiligheid, meer rijplezier, meer comfort en levert ook kostenbesparingen op doordat er sprake is van een lager brandstofverbruik, minder slijtage en lagere onderhouds- en schadekosten. Ook andere emissies dan die van CO2 en verkeerslawaai worden met de rijstijl teruggedrongen. De gewenste rijstijl kan worden ondersteund door het gebruik van brandstofbesparende in-car apparatuur zoals boordcomputers, brandstofverbruikmeters en snelheids- en toerentalbegrenzers, en een regelmatige controle van de bandenspanning. §
  3. Subsidiabele projecten
  4. Met betrekking tot de type projecten: Dit subsidieprogramma staat open voor investeringsprojecten, kennisoverdrachtprojecten en toepassingsprojecten als bedoeld in artikel 1 van de subsidieregeling.
  5. Met betrekking tot de subsidiabele onderwerpen Het subsidieprogramma ondersteunt projecten die zich richten op: a. Het bevorderen van de toepassing van de rijstijl van Het Nieuwe Rijden door rijbewijsbezitters. b. Het bevorderen van het gebruik van brandstofbesparende in-car apparatuur, die wordt genoemd in bijlage 1 bij dit subsidieprogramma. Projecten met betrekking tot investering en ingebruikname van in-car apparatuur komen alleen voor subsidie in aanmerking bij bestaande wagenparken. c. Het bevorderen van het regelmatig controleren en zonodig aanpassen van de bandenspanning van motorvoertuigen. §
  6. Subsidiebedrag
  7. De subsidie per project bedraagt maximaal € 200.000,–.
  8. Bij investerings- en toepassingsprojecten wordt de hoogte van het subsidiebedrag tevens bepaald door de subsidie-effectiviteit. De maximale waarde van de subsidie-effectiviteit bedraagt € 45,– per ton te vermijden CO2 over de gehele levensduur van de investering of het project.
  9. De in de subsidieregeling onder artikel 4, eerste lid, onder a en b, vermelde percentages worden met maximaal 10% bruto verhoogd indien de aanvrager geen onderneming drijft en het CO2-reductieproject niet tot doel heeft de levering, tegen vergoeding, van goederen en diensten. §
  10. Subsidiabele kosten In aanvulling op artikel 5 van de subsidieregeling geldt:
  11. Alleen kosten van additionele activiteiten (het project Het Nieuwe Rijden) ten opzichte van de gebruikelijke (bedrijfs)activiteiten behoren tot de subsidiabele projectkosten. Hiervoor wordt in de aanvraag de referentiesituatie op een zodanige manier beschreven, dat duidelijk wordt welke activiteiten van het project additioneel zijn.
  12. Indien het project bestaat uit het geven of volgen van rijstijltrainingen Het Nieuwe Rijden, behoort alleen het deel van de rijstijltrainingen, dat betrekking heeft op Het Nieuwe Rijden, tot de subsidiabele projectkosten.
  13. De met de opleiding tot gecertificeerd trainer Het Nieuwe Rijden gemoeide loonkosten behoren, in geval § 5, onderdeel 1b, van toepassing is, gedurende de looptijd van het project tot de subsidiabele projectkosten. De opleidingskosten komen niet in aanmerking voor subsidie.
  14. De met de training Het Nieuwe Rijden gemoeide loonkosten behoren, in geval § 5, onderdeel 1c, van toepassing is, gedurende de looptijd van het project tot de subsidiabele projectkosten. De trainingskosten komen niet in aanmerking voor subsidie.
  15. Indien het project bestaat uit het geven of volgen van rijstijltrainingen, behoren kosten voor werving van deelnemers alleen voor trainingen die qua inhoud en naamgeving volledig gericht zijn op Het Nieuwe Rijden, tot de subsidiabele projectkosten.
  16. Indien het project bestaat uit het geven of volgen van rijstijltrainingen, behoren kosten voor het geven van (extra) kortingen op trainingen, alleen tot de subsidiabele projectkosten, indien Het Nieuwe Rijden als onderdeel van de training bij de kortingsactie genoemd wordt.
  17. Indien als onderdeel van het project rijstijltrainingen Het Nieuwe Rijden op de weg worden gegeven, behoren de kosten voor aanschaf en inbouw van de apparatuur, die benodigd is om te voldoen aan het gestelde in § 5, onderdeel 2 onder d, gedurende de looptijd van het project tot de subsidiabele projectkosten. §
  18. Beoordelingscriteria
  19. Met betrekking tot de aanvrager(s) a. Het is aannemelijk dat de aanvrager, eventueel met behulp van derden, in staat is om de vereiste gegevens voor de berekening van de vermeden CO2-emissie aan te leveren. e. In afwijking van § 5, onderdeel 2d geldt dat, indien er geen of onvoldoende voertuigen met in-car apparatuur beschikbaar zijn of zodanig kunnen worden uitgerust, volstaan kan worden met het geven van toelichting op het brandstofverbruik tijdens en na het rijden door een trainer die met de cursist meerijdt. Dit wordt door de aanvrager in de projectbeschrijving bij de subsidieaanvraag aangegeven.
  20. Met betrekking tot de (potentiële) CO2-emissiereductie a. Een investeringsproject dient een CO2-reductie van ten minste 10 ton per jaar gemiddeld ten opzichte van de referentiesituatie over de technische levensduur van de voorziening op te leveren; Bijlage 2 Rijstijltips Het Nieuwe Rijden, zoals bedoeld in § 5, lid 2c Voor personenauto’s:
  21. Schakel zo vroeg mogelijk op naar een hogere versnelling. Voor benzineauto’s/LPG bij maximaal 2500 toeren, voor diesel bij maximaal 2000 toeren.
  22. Rij zo veel mogelijk met een gelijkmatige snelheid en een laag toerental in een zo hoog mogelijke versnelling.
  23. Kijk zo ver mogelijk vooruit en anticipeer op het overige verkeer.
  24. Ziet u dat u snelheid moet minderen of stoppen voor een verkeerslicht, laat dan tijdig gas los en laat de auto in de versnelling van dat moment uitrollen.
  25. Zet de motor ook af bij kortere stops. Zoals bij een openstaande brug, bij een spoorwegovergang, wanneer u iemand afhaalt, etc. Start u weer, doe dit dan zonder gas te geven.
  26. Controleer maandelijks de bandenspanning.
  27. Maak, indien mogelijk, gebruik van in-car apparatuur, zoals toerenteller, cruise control en boordcomputer. Voor vrachtauto’s en bussen: Voor vrachtauto’s gelden dezelfde rijstijltips als hierboven genoemd met uitzondering van de eerste. In plaats daarvan geldt:
  28. Schakel zo vlot mogelijk bij een zo laag mogelijk toerental naar een hogere versnelling. Bijlage 2 Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat te Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.