BWBR0018643_2005-09-01_0 Regeling houdende de Nadere Regeling gedragstoezicht beleggingsinstellingen 2005 (Nadere Regeling gedragstoezicht beleggingsinstellingen 2005) Nadere Regeling gedragstoezicht beleggingsinstellingen 2005 De Autoriteit Financiële Markten, Gelet op de artikelen 8, vierde lid, 30, tweede lid, 31, derde lid, 33, 36, vierde lid, 41, zesde lid, 46, vierde lid, 47, vierde lid, 60, zesde lid en 61, vijfde lid van het Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005; Besluit: Paragraaf 1 Inleidende bepalingen Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. Autoriteit Financiële Markten: Stichting Autoriteit Financiële Markten; b. besluit: Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005; c. clearinginstelling: degene die zijn bedrijf maakt van het sluiten van overeenkomsten van koop en verkoop van financiële instrumenten met een centrale tegenpartij die optreedt als exclusieve wederpartij bij deze overeenkomsten, waarvan de bedingen die de kern van de prestaties aangeven overeenkomen met de bedingen die deel uitmaken van overeenkomsten, gesloten door derden, of door hemzelf in zijn hoedanigheid van partij, op een markt in financiële instrumenten en die in de laatstbedoelde overeenkomsten de kern van de prestaties aangeven; d. financiële instelling: een beheerder als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, een effecteninstelling als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, onder a, b of c, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf of een verzekeraar als bedoeld in artikel 1, onder c of d, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993. Paragraaf 2 Nadere regels ter uitvoering van artikel 8, vierde lid van het besluit, inzake de bedrijfsvoering Artikel 2 Administratieve organisatie en interne controle De beschrijving van de administratieve organisatie en het systeem van interne controle voorziet in: a. algemene beheersmaatregelen in de geautomatiseerde omgeving, de daarbij behorende beheerprocessen en de geprogrammeerde controles die zich richten op de betrouwbare werking van de gebruikte applicaties; b. een procedure die waarborgt dat de voor de intrinsieke waardebepaling gebruikte subadministraties ten minste één keer per maand worden aangesloten met de saldibalans en de daaruit voortvloeiende verschillen worden geanalyseerd en gecorrigeerd; c. procedures onder welke omstandigheden en op welke wijze een onjuist berekende intrinsieke waarde aan beleggers wordt gecompenseerd; d. een procedure die waarborgt dat een systematische vastlegging en archivering van wijzigingen van de voorwaarden plaatsvindt. Paragraaf 3 Nadere regels ter uitvoering van de artikelen 30, tweede lid, 31, derde lid, en 33 van het besluit, inzake integere bedrijfsvoering Artikel 3 Tegengaan van belangenverstrengeling 1 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder stelt beleid vast met betrekking tot de wijze waarop hij onderscheidenlijk zij de (schijn van) verstrengeling tegengaat van privé-belangen van bestuurders, van de personen die het beleid van de beheerder, beleggingsmaatschappij of de bewaarder mede bepalen, van zijn onderscheidenlijk haar personeelsleden of van andere personen die in opdracht van de beheerder, beleggingsmaatschappij of de bewaarder op structurele basis werkzaamheden voor hem onderscheidenlijk haar verrichten, met de belangen van de beheerder, beleggingsinstelling of de bewaarder, met die van de deelnemers in de beleggingsinstelling, van belangen van de deelnemers onderling of met de verstrengeling van belangen van de beheerder, beleggingsmaatschappij en de bewaarder onderling. 2 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder draagt zorg voor de uitwerking en implementatie van het beleid, bedoeld in het eerste lid, in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen. Deze procedures en maatregelen zijn geïntegreerd in de bedrijfsprocessen en dragen bij aan een integriteitsbewuste cultuur. Artikel 4 Deelnemeracceptatie & -bewaking 1 Voor zover een beheerder of beleggingsmaatschappij deelnemers accepteert, stelt de beheerder of beleggingsmaatschappij beleid vast ter zake van de acceptatie van deelnemers dat ten minste voldoet aan de in dit artikel bedoelde normen, waaronder het maken van onderscheid in risico’s die betrekking hebben op de identiteit, aard en achtergrond van de deelnemer en de afgenomen rechten van deelneming in beleggingsinstellingen. De beheerder of beleggingsmaatschappij hanteert objectieve, kenbare criteria ten aanzien van de risicoclassificaties. 2 Een beheerder of beleggingsmaatschappij draagt zorg voor de uitwerking en implementatie van het beleid, bedoeld in het eerste lid, in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen die betrekking hebben op de risicoclassificaties ten aanzien van de deelnemers en de rechten van deelneming in de beleggingsinstellingen. Deze procedures en maatregelen zijn geïntegreerd in de bedrijfsprocessen en dragen bij aan een integriteitsbewuste cultuur. 3 Een beheerder of beleggingsmaatschappij accepteert geen deelnemer indien hij onderscheidenlijk zij de identiteit, aard en achtergrond van de deelnemer niet afdoende heeft vastgesteld conform de organisatorische en administratieve procedures en maatregelen als bedoeld in het tweede lid. 4 Onverminderd het bepaalde bij en krachtens de Wet identificatie bij dienstverlening beschikt een beheerder of beleggingsmaatschappij over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen ter zake van de identificatie van deelnemers en van de verificatie daarvan. 5 Een beheerder of beleggingsmaatschappij beschikt over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen ter zake van de analyse van gegevens van deelnemers, mede in relatie tot de door de deelnemer afgenomen rechten van deelneming in beleggingsinstellingen, en ter zake van de detectie van afwijkende transactiepatronen. 6 De organisatorische en administratieve procedures en maatregelen zijn toegesneden op de onderscheiden risico’s waarbij geldt dat bij een groep met een hoger risico strengere procedures en maatregelen van kracht zijn. 7 Een beheerder of beleggingsmaatschappij draagt zorg voor de uitvoering en periodieke toetsing van het beleid, de organisatorische en administratieve procedures en maatregelen alsmede de interne voorschriften, bedoeld in het eerste tot en met het zesde lid. Dit omvat mede de documentatie ter zake van de acceptatie, indeling en bewaking van deelnemers in beleggingsinstellingen. Artikel 5 Behandeling van incidenten 1 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder stelt beleid vast ter zake van de omgang met incidenten als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van het besluit. 2 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder draagt zorg voor de uitwerking en implementatie van het beleid, bedoeld in het eerste lid, in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen. Deze procedures en maatregelen zijn geïntegreerd in de bedrijfsprocessen en dragen bij aan een integriteitsbewuste cultuur. 3 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder draagt zorg voor de administratieve vastlegging van incidenten. 4 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder neemt naar aanleiding van een incident passende maatregelen. 5 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder informeert de Autoriteit Financiële Markten onverwijld omtrent incidenten indien: a. aangifte van een incident bij justitiële autoriteiten zal plaatsvinden of is gedaan; b. het voortbestaan van de beheerder, de beleggingsmaatschappij of de bewaarder wordt bedreigd of zou kunnen worden bedreigd; c. sprake is van een ernstige tekortkoming in de opzet en werking van de maatregelen ter bevordering of handhaving van een integere bedrijfsvoering door de beheerder, de beleggingsmaatschappij of de bewaarder; d. mede gelet op verwachte publiciteit rekening behoort te worden gehouden met een ernstige mate van reputatieschade aan de beheerder, beleggingsinstelling of de bewaarder; of e. de ernst, de omvang of de overige omstandigheden van het incident in aanmerking genomen, de Autoriteit Financiële Markten in verband met haar toezichtstaak redelijkerwijs behoort te worden geïnformeerd. Artikel 6 De omgang met personeelsleden in integriteitsgevoelige functies 1 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder stelt beleid vast ter zake van integriteitsgevoelige functies als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel b, van het besluit. 2 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder stelt beleid vast ter zake van beoordeling van de betrouwbaarheid van een personeelslid in een integriteitsgevoelige functie. 3 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder draagt zorg voor de uitwerking en implementatie van het beleid, bedoeld in het eerste en tweede lid, in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen. Deze procedures en maatregelen zijn geïntegreerd in de bedrijfsprocessen en dragen bij aan een integriteitsbewuste cultuur. 4 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder hanteert organisatorische en administratieve procedures en maatregelen, met gebruikmaking van objectieve en kenbare criteria, om een functie te kwalificeren als een functie die een wezenlijk risico bevat voor de integere bedrijfsvoering van de beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder. 5 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder beschikt over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen om de betrouwbaarheid te beoordelen van een personeelslid dat de beheerder, de beleggingsmaatschappij of de bewaarder voornemens is te benoemen in een integriteitsgevoelige functie. 6 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder voert een zodanige administratie dat uit het dossier van een personeelslid dat is benoemd in een integriteitsgevoelige functie blijkt dat is voldaan aan het bepaalde in het vijfde lid. 7 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder is verantwoordelijk voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van degene die zich anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst jegens de beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder verbindt werkzaamheden in een integriteitsgevoelige functie te verrichten. 8 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder kan de beoordeling van de betrouwbaarheid overlaten aan de werkgever van de persoon, bedoeld in het zevende lid, onder de voorwaarde dat: a. de beheerder, de beleggingsmaatschappij of de bewaarder de administratieve en organisatorische procedures en maatregelen van de betrokken werkgever kent en heeft vastgesteld dat deze voldoen aan de eigen administratieve en organisatorische procedures en maatregelen; b. de beheerder, de beleggingsmaatschappij of de bewaarder zich door middel van contractuele voorwaarden het recht voorbehoudt dat door of namens de beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder een onderzoek wordt ingesteld naar de mate van naleving van de gedelegeerde werkzaamheden. 9 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder controleren onder alle omstandigheden zelf de identiteit van een persoon als bedoeld in het zevende lid. 10 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder waaraan over een (voormalig) personeelslid inlichtingen worden gevraagd ten behoeve van een andere financiële instelling, dient: a. schriftelijk te verklaren dat hij onderscheidenlijk zij geen aanleiding heeft om aan de betrouwbaarheid van het (voormalig) personeelslid te twijfelen; of b. indien daartoe aanleiding bestaat: schriftelijk inlichtingen te verstrekken en wel zodanig dat de verzoekende financiële instelling zich voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van de sollicitant een juist en zo volledig mogelijk beeld kan vormen omtrent het (voormalig) personeelslid. 11 Onverminderd het bepaalde in het tiende lid onthoudt een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder zich van het doen van uitspraken of het afgeven van verklaringen aangaande de betrouwbaarheid van een (voormalig) personeelslid indien hij onderscheidenlijk zij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat daarmee een onjuist beeld van de persoon wordt gegeven. Artikel 7 Toezicht op naleving van maatregelen Een beheerder, een beleggingsmaatschappij en een bewaarder dragen zorg voor het toezicht op de naleving van de artikelen 3 tot en met 6. Paragraaf 4 Nadere regels ter uitvoering van artikel 36, vierde lid, van het besluit, inzake reclame Artikel 8 Waarschuwingszinnen 1 In de reclame-uiting waarin verwachtingen omtrent de toekomst worden uitgesproken dan wel wordt gerefereerd aan in het verleden behaalde resultaten worden de volgende zinnen opgenomen: ‘De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.’ 2 De in het eerste lid aangegeven zinnen worden duidelijk leesbaar opgenomen in de directe nabijheid van de tekst waarop de zinnen betrekking hebben. 3 Indien de reclame-uiting op meerdere plaatsen verwachtingen omtrent de toekomst respectievelijk in het verleden behaalde resultaten vermeldt, worden, in afwijking van het tweede lid, de zinnen als bedoeld in het eerste lid éénmaal in de tekst opgenomen in de directe nabijheid van de eerste vermelding. 4 In afwijking van het eerste lid wordt in reclame-uitingen op radio en televisie op duidelijke wijze de volgende tekst opgenomen: “Loop geen onnodige risico, lees de financiële bijsluiter”’. Artikel 9 Historische rendementen Indien in een reclame-uiting werkelijke rendementscijfers worden gepresenteerd: a. wordt de referentieperiode vermeld; b. worden rendementscijfers die betrekking hebben op meerdere jaren teruggebracht tot een gemiddeld jaarrendement of als afzonderlijke jaarrendementen vermeld. Indien een gemiddeld jaarrendement over meer dan één jaar wordt gepresenteerd, wordt een meetperiode van minimaal drie jaar gehanteerd. Indien de beleggingsinstelling nog niet zo lang actief is, kan gerekend worden vanaf het moment van initiële uitgifte van deelnemingsrechten; c. kunnen resultaten over kortere perioden dan 12 maanden worden gepresenteerd, mits de presentatie geschiedt op consistente wijze en de resultaten niet worden geëxtrapoleerd naar rendementen op jaarbasis; d. wordt bij vergelijking van de resultaten met een vergelijkingsmaatstaf (benchmark) deze benchmark genoemd en is de referentieperiode van de benchmark gelijk aan de genoemde referentieperiode van de beleggingsinstelling; e. worden de rendementscijfers gepresenteerd in procenten waardeverandering van ofwel consequent de intrinsieke waarde dan wel consequent de beurswaarde per aandeel of participatie aan het begin van het boekjaar/de periode, rekening houdend met de uitkeringen aan aandeelhouders/participanten in de betreffende periode(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.