Regeling tegemoetkomingen leraren in opleiding en stagiairs 2005–2006 Regeling tegemoetkomingen leraren in opleiding en stagiairs 2005–2006 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Gelet op artikel 4 van de Wet overige OCenW subsidies, artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 2.2.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; Besluit Hoofdstuk 1 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: – De Minister: De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; – Bevoegd gezag: Het bevoegd gezag bedoeld in artikel 3, tweede of derde lid; – Leraar in opleiding: • de student, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3, achtste lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 33, negende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijsartikel VI of VII van de Wet van 5 juli 2001 (Staatsblad 2001, 352), of • de student die een opleiding volgt aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, leidend tot een getuigschrift als bedoeld in artikel 4.2.2., eerste lid, onder a of c van de Wet educatie en beroepsonderwijs, die, voorzover het niet betreft een universitaire lerarenopleiding, aan die opleiding tenminste 180 studiepunten heeft behaald dan wel binnen vier weken na benoeming of aanstelling als leraar in opleiding 180 studiepunten zal hebben behaald en die in het kader van die opleiding op basis van een leerarbeidsovereenkomst in educatie of beroepsonderwijs is benoemd of aangesteld. – De stagiair: De student die: • een opleiding volgt aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, leidend tot een getuigschrift dat bij of krachtens artikel 186 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 171 van de Wet op de expertisecentra, artikel 33, eerste lid, onder b van de Wet op het voortgezet onderwijs, of artikel 4.2.2., eerste lid, onder a of c van de Wet educatie en beroepsonderwijs, is aangewezen als bewijs van bekwaamheid voor het in die wetten bedoeld onderwijs en • aan die opleiding, voorzover het niet betreft een universitaire lerarenopleiding, tenminste 180 studiepunten heeft behaald dan wel binnen vier weken na aanvang van de stageactiviteiten 180 studiepunten zal hebben behaald en • in het kader van de praktische beroepsvoorbereiding voor die opleiding en op basis van een stageovereenkomst, stageactiviteiten verricht. – Leerarbeidsovereenkomst: Een overeenkomst die bestaat uit een arbeidsovereenkomst en een leerovereenkomst welke laatste gesloten wordt tussen drie partijen: de leraar in opleiding, het bevoegd gezag van de school/instelling waar de leraar in opleiding is benoemd of aangesteld en de instelling waaraan de leraar in opleiding is ingeschreven als student. – Stageovereenkomst: Een overeenkomst die gesloten wordt tussen drie partijen: de stagiair, het bevoegd gezag van de school/instelling waar de stagiair in het kader van de praktische beroepsvoorbereiding stageactiviteiten verricht en de instelling waaraan de stagiair is ingeschreven als student. – Tegemoetkoming: Een subsidie als bedoeld in artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies of een aanvullende bekostiging als bedoeld in artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 2.2.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Artikel 2 Doelomschrijving De Minister kent een tegemoetkoming toe in de kosten voor het begeleiden van een leraar in opleiding of een stagiair. Artikel 3 Aanvrager van de tegemoetkoming 1 Voor een tegemoetkoming kan in aanmerking komen het bevoegd gezag dat in het schooljaar 2005−2006 een of meer leraren in opleiding benoemt of aanstelt dan wel een of meer stagiairs gelegenheid biedt tot het verrichten van stageactiviteiten. 2 De tegemoetkoming is een subsidie voor het bevoegd gezag van: a. een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; b. een school/instelling voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school/instelling voor speciaal- en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; c. een school voor praktijkonderwijs zoals bedoeld in artikel 9 van het besluit RVC regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging. 3 De tegemoetkoming is een aanvullende bekostiging voor het bevoegd gezag van: a. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 5 van de Wet op het voortgezet onderwijs, met uitzondering van praktijkscholen met declaratiebekostiging zoals bedoeld in artikel 9 van het Besluit RVC. b. Een instelling voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie als bedoeld in artikel 1.3.1., een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Artikel 4 Beschikbaar bedrag Voor tegemoetkomingen op grond van deze regeling is maximaal een bedrag van € 5.200.000,− beschikbaar. Artikel 5 Hoogte van de tegemoetkoming De tegemoetkoming bedraagt eenmalig € 680,− per leraar in opleiding dan wel € 6,80 per dag voor een stagiair met dien verstande dat per stagiair in het schooljaar 2005−2006 maximaal recht bestaat op € 680,− ten behoeve van de begeleiding van stageactiviteiten ongeacht het aantal scholen of instellingen waar die activiteiten plaatsvinden. Hoofdstuk 2 Aanvraagprocedure Artikel 6 Aanvraagprocedure en vereisten Om voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5 in aanmerking te komen dient het bevoegd gezag een aanvraag in die, voor zover van toepassing, omvat: a. het administratienummer van het bevoegd gezag van de school/instelling; b. de naam en het adres van het bevoegd gezag; c. het brinnummer; d. het aantal leraren in opleiding dat in het schooljaar 2005−2006 is benoemd of aangesteld dan wel zal worden benoemd of aangesteld; e. het aantal stagiairs dat in het schooljaar 2005–2006 stage-activiteiten heeft verricht of gaan verrichten onder opgave van het aantal dagen; f. een verklaring van het bevoegd gezag waaruit blijkt dat dit zich ervan vergewist heeft dat: – voor betrokkene niet in hetzelfde schooljaar tegemoetkomingen zijn gevraagd voor begeleiding als leraar in opleiding én als stagiair en – met de aanvraag niet het in artikel 5 bedoelde maximaal beschikbaar bedrag voor begeleiding van een stagiair wordt overschreden; g. de contactpersoon onder vermelding van diens functie en het telefoonnummer waaronder deze contactpersoon bereikbaar is. Een aanvraag vindt uitsluitend plaats door middel van een volledig ingevuld en door het bevoegd gezag ondertekend aanvraagformulier met het kenmerk CFI-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.