Richtlijn voor strafvordering en feitomschrijving- en luchtvaartwetgeving Richtlijn voor strafvordering en feitomschrijving- en luchtvaartwetgeving Achtergrond Deze richtlijn vervangt het in 1996 gepubliceerde Transactiebeleid inzake luchtvaartwetgeving. Sinds 1996 heeft zich een aantal belangrijke wijzigingen voorgedaan waardoor het Transactiebeleid wordt herzien. Deze herziening geschiedt om de navolgende redenen: – De conversie van de gulden naar euro per januari 2002. – De indexering van 1996 tot 2004, deze bedraagt 25%. – De naam van de Wet Luchtverkeer is gewijzigd in Wet luchtvaart. – De Luchtvaartwet wordt in een aantal deelprojecten vervangen door de Wet luchtvaart. – Een aantal onderwerpen, zoals de bewijzen van bevoegdheid en de bewijzen van luchtwaardigheid, is inmiddels opgenomen in de Wet luchtvaart. Samenvatting Deze richtlijn heeft uitsluitend betrekking op feiten, die niet voor een bestuursrechtelijke afdoening in aanmerking komen, dan wel waarbij verwacht mag worden dat het bestuursrechtelijke optreden niet het gewenste resultaat zal opleveren. De feitgecodeerde strafbare feiten in deze richtlijn kunnen in principe door middel van een OM-transactie worden afgedaan. In de praktijk geeft de Dienst Luchtvaartpolitie van het Korps Landelijke Politiediensten uitvoering aan de opsporing van de in deze richtlijn genoemde feitgecodeerde strafbare feiten. De landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie van het parket Haarlem, nevenvestiging Schiphol, is verantwoordelijk voor de coördinatie van de vervolging van luchtvaartzaken. Definities luchtvaartongeval: elk voorval dat samenhangt met het gebruik van een luchtvaartuig en plaatsvindt tussen het tijdstip waarop een persoon zich aan boord begeeft met het voornemen een vlucht uit te voeren en het tijdstip waarop alle personen die zich met dit voornemen aan boord hebben begeven, zijn uitgestapt, en waarbij: 1°. een persoon dodelijk of ernstig gewond raakt als gevolg van het zich in het luchtvaartuig bevinden, direct contact met een onderdeel van het luchtvaartuig, inclusief de onderdelen die van het luchtvaartuig zijn losgeraakt of directe blootstelling aan de uitlaatstroom van de reactoren, behalve wanneer de letsels een natuurlijke oorzaak hebben, door de persoon zelf of door anderen zijn toegebracht, of wanneer de letsels verstekelingen treffen die zich buiten de normale voor passagiers en het personeel bedoelde ruimten ophouden, of 2°. het luchtvaartuig schade of een structureel defect oploopt, waardoor afbreuk wordt gedaan aan zijn soliditeit, prestaties of vluchtkenmerken en die normaliter ingrijpende herstelwerkzaamheden of vervanging van het getroffen onderdeel noodzakelijk zouden maken, behalve wanneer het gaat om motorstoring of motorschade en de schade beperkt is tot de motor, de motorkap of motoronderdelen, dan wel om schade die beperkt is tot de propellers, de vleugelpunten, de antennes, de banden, de remmen, de stroomlijnkappen of tot deukjes of gaatjes in de vliegtuighuid, of 3°. het luchtvaartuig vermist wordt of volledig onbereikbaar is. incident: voorval, dat geen ongeval is, en dat samenhangt met het functioneren van een luchtvaartuig en afbreuk doet of zou kunnen doen aan een veilige vluchtuitvoering. ernstig incident: incident dat zich voordoet onder omstandigheden die erop wijzen dat bijna een luchtvaartongeval heeft plaatsgevonden. Pre-opsporing Met het toezicht op de naleving van de Luchtvaartwetgeving zijn de Divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en de Dienst Luchtvaartpolitie van het Korps Landelijke Politiediensten belast. Bestuursrechtelijke sancties worden namens de Minister van Verkeer en Waterstaat opgelegd door de Divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat. De Koninklijke Marechaussee kan namens de Minister van Justitie bestuursdwang toepassen op basis van art. 37t Luchtvaartwet (handhaving beveiliging burgerluchtvaart). De luchtvaartwetgeving biedt in principe voldoende ruimte om door middel van bestuursrechtelijke handhaving tegen de exploitant van een luchtvaartterrein en/of tegen de eigenaar van een luchtvaartuig op te treden. Deze richtlijn heeft uitsluitend betrekking op feiten die niet voor een bestuursrechtelijke sanctie in aanmerking komen, dan wel waarbij verwacht mag worden dat bestuurlijke handhaving niet het gewenste resultaat zal opleveren. Tussen de diverse handhavende instanties en het OM worden afspraken gemaakt wie in welke gevallen handhaaft. Opsporing Met de opsporing van strafbare feiten zijn in principe alle bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren belast. In de praktijk echter geeft de Dienst Luchtvaartpolitie uitvoering aan de opsporing van overtredingen uit de luchtvaartwetgeving. Alle strafbare feiten in de bijlage van deze richtlijn betreffen zogenaamde OM-feiten. Dit houdt in dat sprake is van niet-politie transigabele feiten; alléén het OM mag transacties aanbieden. De transactiebedragen zijn afgestemd op de doorsnee, voor transactie vatbare, overtredingen en misdrijven. Na constatering van een overtreding van de in de bijlage bij deze richtlijn genoemde feiten kan door de Luchtvaartpolitie een (verkort) procesverbaal worden opgemaakt dat elektronisch wordt aangeboden aan het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB). Het CJIB zendt, bij feiten waar een tarief is ingevuld, een transactievoorstel aan de verdachte. Indien de verdachte aan het transactievoorstel voldoet, is de zaak daarmee afgedaan. Bij niet-betaling zal het CJIB de zaak elektronisch overdragen aan de landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie. Als op de plaats van het tarief een * (asterisk) is vermeld is geen tarief vastgesteld omdat de overtreding aan de hand van het proces-verbaal individueel moet worden beoordeeld. In die gevallen draagt het CJIB de zaak ook over aan de landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie. Indien zich specifieke omstandigheden voordoen en een verkort proces-verbaal niet passend is, bijvoorbeeld bij recidive of bij ernstig gevaar, dan kan de Luchtvaartpolitie in overleg met de landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie besluiten hiervan af te zien. In dergelijke gevallen kan de verdachte worden gedagvaard en kan ter terechtzitting een ontzegging worden geëist van de bevoegdheid tot het verrichten van werkzaamheden als boordpersoneel aan boord van een luchtvaartuig of het geven van luchtverkeersdienstverlening. Indien sprake is van een luchtvaartongeval of ernstig incident kan nooit worden volstaan met een verkort proces-verbaal omdat de verdachte in die gevallen in principe wordt gedagvaard. Vervolging Landelijk gezien is het aantal luchtvaartzaken gering en is de afdoening hiervan, gelet op de specifieke kennis, niet eenvoudig van aard. De landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie is verantwoordelijk voor de coördinatie van de vervolging van luchtvaartzaken. Bij feiten waar geen tarief is vastgesteld of wanneer niet wordt ingegaan op het transactievoorstel wordt de zaak door het CJIB aan de landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie aangeleverd. De landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie beoordeelt alle luchtvaartzaken en voorziet deze van een afdoeningsadvies- een transactievoorstel en/of een dagvaarding - ten behoeve van het plaatselijke arrondissementsparket. De eis ter terechtzitting wordt vastgesteld aan de hand van het bij de feitcode behorende tarief + 20%. Door tussenkomst van de landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie wordt beoogd eenheid te brengen in het opsporings- en vervolgingsbeleid van het OM bij overtredingen van de luchtvaartwetgeving. Overgangsrecht De beleidsregels in deze richtlijn hebben gelding met ingang van de datum van inwerkingtreding. Tabel feitomschrijvingen luchtvaartwetgeving 2004 Feitnummers Nummers L 200 - L 232: Wet luchtvaart (Wlv) Nummers L 250 - L 257: Luchtvaartwet (LVW) Nummers L 300 - L 329: Luchtverkeersreglement (LVR) Nummers L 350 - L 362: Regeling Standaard Luchtverkeerscircuits Nummers L 400 - L 402: Beperkte of verboden gebieden Nummers L 450 - L 454: Regeling reclamesleepvliegen Nummers L 500 - L 503: Algemeen Luchthavenreglement Nummer L 550: Regeling luchtverkeersdienstverlening Nummers L 600 - 602: Regeling navigatie en telecominstallaties Nummers L 650 - 682: Regeling luchtvaartvertoningen Categorie indeling Categorie 1: straalvliegtuigen met een toegelaten totaalmassa van 6000 kg of meer; Categorie 2: propellorvliegtuigen met een toegelaten totaalmassa van 6000 kg of meer; Categorie 3: luchtvaartuigen met een maximaal toegelaten totaalmassa van minder dan 6000 kg (bedrijfsmatig en hefschroefvliegtuigen) Categorie 4: luchtvaartuigen met een maximaal toegelaten totaalmassa van minder dan 6000 kg (particulier en ballonnen) Categorie 5: overige Tabel feitomschrijvingen luchtvaartwetgeving 2004 Tarieven De tarieven zijn afgerond conform de richtlijn Kader voor strafvordering OM transactie Eis ter zitting € 65,00 € 75,00 € 130,00 € 150,00 € 280,00 € 330,00 € 550,00 € 650,00 € 850,00 € 1.000,00 € 1.100,00 € 1.300,00 € 1.700,00 € 2.000,00 € 2.500,00 € 3.000,00 € 2.800,00 € 3.300,00 € 4.200,00 € 5.000,00 Feitnr. Omschrijving Artikel Tarieftekst Tarief in Euro's per categorie 1 2 3 4 5 Wet luchtvaart (Wlv) O L 200 een luchtvaartuig bedienen zonder daarvoor geldig bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling (document is niet langer dan één jaar verlopen) 2.1,eerste lid Wlv 1700 1700 1100 550 * L 201 een luchtvaartuig bedienen zonder daarvoor geldig bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling (geen document of document is langer dan één jaar verlopen) 2.1,eerste lid Wlv dagvaarden i.v.m. ontzegging * * * * O L 202 een Nederlands burgerluchtvaartuig bedienen zonder een Nederlands of door erkende autoriteit afgegeven bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling (document is niet langer dan één jaar verlopen) 2.1, tweede lid Wlv onder a of b 1700 1700 1100 550 * L 203 een Nederlands burgerluchtvaartuig bedienen zonder een Nederlands of (JAA) erkende autoriteit afgegegeven bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling (geen document of document is langer dan één jaar verlopen) (JAA = Joint Aviation Authorities) 2.1, tweede lid Wlv onder a of b dagvaarden i.v.m. ontzegging * * * * O L 204 in het logboek onjuiste gegevens of onjuiste aantekeningen opnemen, doen opnemen of toelaten dat zij daarin worden opgenomen; 2.10, eerste lid onder a 550 550 280 130 O L 205 het logboek beschadigen of vernietigen, doen beschadigen of vernietigen dan wel toelaten, dat het wordt beschadigd of vernietigd 2,10, eerste lid onder b 550 550 280 130 O L 206 als eigenaar of houder een luchtvaartuig gebruiken dat niet is voorzien van nationaliteits- en inschrijvingskenmerk 3.1, eerste lid Wlv 1700 1700 1100 550 O L 207 als gezagvoerder een luchtvaartuig gebruiken dat niet is voorzien van een nationaliteits- en inschrijvingskenmerk 3.1, eerste lid Wlv 1100 1100 550 280 O L 208 als eigenaar of houder een luchtvaartuig gebruiken dat niet is voorzien van een bewijs van inschrijving 3.1, eerste lid Wlv 1700 1700 1100 550 O L 209 als gezagvoerder een luchtvaartuig gebruiken dat niet is voorzien van een bewijs van inschrijving 3.1, eerste lid Wlv 1100 1100 550 280 O L 210 als eigenaar of houder op een luchtvaartuig een ander kenmerk aanbrengen dan het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk 3.1, tweede lid onder a Wlv 1700 1700 1100 550 O L 211 op een luchtvaartuig een ander kenmerk aanbrengen dan het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk 3.1, tweede lid onder a Wlv 1100 1100 550 280 O L 212 als eigenaar of houder een luchtvaartuig gebruiken dan wel doen of laten gebruiken dat is voorzien van een vals nationaliteits- en inschrijvingskenmerk 3.1, tweede lid onder b Wlv 1700 1700 1100 550 O L 213 als gezagvoerder een luchtvaartuig gebruiken dat is voorzien van een vals nationaliteits- en inschrijvingskenmerk 3.1, tweede lid onder b Wlv 1100 1100 550 280 * L 214 een vlucht uitvoeren met een luchtvaartuig dat niet luchtwaardig is 3.8, eerste lid onder a Wlv dagvaarden ivm ontzegging (misdrijf) * * * * * L 215 een vlucht uitvoeren met een luchtvaartuig dat niet voorzien is van een geldig bewijs van luchtwaardigheid 3.8, eerste lid onder b Wlv dagvaarden ivm ontzegging (misdrijf) * * * * * L 216 handelen in strijd met de voorschriften of beperkingen van een bewijs van luchtwaardigheid 3.13, vierde lid Wlv dagvaarden ivm ontzegging (misdrijf) * * * * O L 217 een vlucht uitvoeren met een burgerluchtvaartuig dat niet is voorzien van een geldig voor dat luchtvaartuig afgegeven geluidscertificaat of passende verklaring 3.19a, eerste lid onder b Wlv 2800 1700 1100 550 O L 218 als houder van een Nederlands burgerluchtvaartuig er niet op toezien dat het luchtvaartuig zijn luchtwaardigheid behoudt 3.22 eerste lid onder a Wlv 2800 1700 1100 550 O L 219 als houder van een Nederlands burgerluchtvaartuig dat is voorzien van een voortstuwingsinstallatie er niet op toezien dat het luchtvaartuig blijft voldoen aan de geldende geluidseisen 3.22 tweede lid onder a Wlv 2800 1700 1100 550 O L 220 als gezagvoerder van een burgerluchtvaartuig niet de in de regeling documenten en bescheiden luchtvaart genoemde documenten meevoeren 4.8 Wlv 550 550 280 130 O L 221 een vlucht uitvoeren zonder dat een gezagvoerder is aangewezen 5.6 Wlv 1100 550 280 130 O L 222 als gezagvoerder niet voor aanvang van iedere vlucht kennis nemen van alle gegevens en inlichtingen die voor de uitvoering van de vlucht van belang zijn 5.8 Wlv 1700 1100 550 280 O L 223 geen vliegplan indienen voor aanvang van de vlucht waaraan verkeersleiding wordt gegeven 5.9 eerste lid Wlv 1700 1100 550 280 O L 224 zonder klaring een vlucht aanvangen waaraan luchtverkeersleiding wordt gegeven of een gedeelte daarvan uitvoeren 5.9 tweede lid Wlv 1700 1100 550 280 O L 225 als gezagvoerder de voorwaarden van de klaring niet nakomen 5.9 derde lid Wlv 1700 1100 550 280 O L 226 niet op eerste vordering een bewijs van bevoegdheid, een bewijs van gelijkstelling of een medische verklaring behoorlijk ter inzage afgeven 11.4, eerste lid Wlv 280 280 130 130 O L 227 als lid van het cabinepersoneel niet op eerste vordering medewerking verlenen aan voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht 11.4, tweede lid Wlv 130 130 130 O L 228 als lid van het cockpitpersoneel niet op eerste vordering medewerking verlenen aan voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht 11.4, tweede lid Wlv 550 550 280 130 O L 229 als luchtverkeersdienstverlener (luchtverkeersleider) niet op eerste vordering medewerking verlenen aan voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht 11.4, tweede lid ivm 11.8a Wlv 550 O L 230 als luchtverkeersdienstverlener (AFIS) niet op eerste vordering medewerking verlenen aan voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht 11.4, tweede lid ivm 11.8a Wlv 280 O L 231 als luchtverkeersdienstverlener (advies of inlichtingen tijdens de vlucht) niet op eerste vordering medewerking verlenen aan voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht 11.4, tweede lid ivm 11.8a Wlv 130 O L 232 als bedienaar van een grondstation of een mobiel station in de luchtvaart-mobiele band niet op eerste vordering medewerking verlenen aan voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht 11.4, tweede lid ivm 11.8a Wlv 130 Luchtvaartwet (LVW) O L 250 met een luchtvaartuig opstijgen anders dan van een luchtvaartterrein 14 eerste lid onder a LVW * * 1100 550 280 O L 251 met een luchtvaartuig doen opstijgen anders dan van een luchtvaartterrein 14 eerste lid onder a LVW * * 1100 550 280 O L 252 met een luchtvaartuig landen anders dan op een luchtvaartterrein 14 eerste lid onder b LVW * * 1100 550 280 O L 253 met een luchtvaartuig doen landen anders dan op een luchtvaartterrein 14 eerste lid onder b LVW * * 1100 550 280 O L 254 buiten de voorgeschreven dagen en tijdstippen een luchtvaartterrein gebruiken 34 lid 1 LVW jo. Besl. Aanwijz. luchtvaart-terrein 1700 1100 550 280 O L 255 circuit-, oefen-, proef- en lesvluchten uitvoeren zonder toestemming van de exploitant van het luchtvaartterrein 34 lid 1 LVW jo. Besl. Aanwijz. Luchtvaart-terrein 1700 1100 550 280 O L 256 niet de voorgeschreven baan gebruiken bij het doen opstijgen van een zweefvliegtuig met behulp van een sleepvliegtuig, dan wel bij het opstijgen van een motorsleepvliegtuig 34 lid 1 LVW jo. Besl. Aanw. Luchtvaart-terrein 550 280 O L 257 het maximum aantal bewegingen overschrijden 34 lid 1 LVW jo. Besl. Aanwijz. Luchtvaartterrein 1700 1100 550 280 Luchtverkeersreglement (LVR) O L 300 tijdens de vlucht voorwerpen of stoffen verwijderen 13 LVR 1100 550 O L 301 tijdens de vlucht luchtvaartuigen of andere voorwerpen slepen 14 LVR 550 280 O L 302 valschermsprongen uitvoeren vanuit een zich in het luchtruim bevindend luchtvaartuig; per sprong 15 LVR 280 O L 303 niet uitwijken naar rechts indien een ander luchtvaartuig wordt ingehaald 21 LVR * * 1100 550 O L 304 niet uitwijken voor luchtvaartuig dat bezig is te landen of zich bevindt in de laatste naderingsfase voor de landing 22 LVR * * 1100 550 * L 305 niet uitwijken voor luchtvaartuig dat bezig is te landen of zich bevindt in de laatste naderingsfase voor de landing, waardoor gevaar ontstaat 22 LVR dagvaarden i.v.m. ontzegging * * * * O L 306 niet uitwijken voor een zich lager bevindend luchtvaartuig, dat ook bezig is te landen 23 LVR * * 1100 550 * L 307 niet uitwijken voor een zich lager bevindend luchtvaartuig, dat ook bezig is te landen, waardoor gevaar ontstaat 23 LVR dagvaarden i.v.m. ontzegging * * * * O L 308 het door luchtvaartuigen gevormde luchtverkeerscircuit niet volgen dan wel vermijden 27, eerste lid onder b LVR * * 1100 550 O L 309 bij het invoegen in het luchtverkeerscircuit andere luchtvaartuigen die het luchtverkeerscircuit volgen hinderen 27, eerste lid onder c LVR * * 1700 1100 * L 310 bij het invoegen in het luchtverkeerscircuit andere luchtvaartuigen die het luchtverkeerscircuit volgen hinderen waardoor gevaar ontstaat 27, eerste lid onder c LVR dagvaarden i.v.m. ontzegging * * * * O L 311 in een luchtverkeerscircuit de bocht niet naar links maken tijdens het aanvliegen voor een landing en na het opstijgen 27, eerste lid onder d LVR * * 550 280 O L 312 geen vliegplan indienen voor aanvang van een IFR vlucht binnen lucht-verkeersdienstverleningsgebieden F of G 31, eerste lid onder a LVR 1700 1100 550 280 O L 313 geen vliegplan indienen voor aanvang van een internationale VFR-vlucht 31, eerste lid onder d LVR * * 550 280 O L 314 tijdens een gecontroleerde vlucht niet op de voorgeschreven wijze de positie melden 36 LVR 1700 1100 550 280 O L 315 tijdens een gecontroleerde vlucht de aangewezen radiofrequentie niet uitluisteren, dan wel geen tweezijdige radioverbinding tot stand brengen 38 LVR 1700 1100 550 280 O L 316 een VFR-vlucht uitvoeren onder zodanige weersomstandigheden dat het vliegzicht en de afstand van het luchtvaartuig tot de wolken kleiner is dan de voorgeschreven waarden 42 LVR * * 1100 550 O L 317 tijdens een VFR-vlucht landen of opstijgen van een luchtvaartterrein gelegen in een plaatselijk verkeersleidingsgebied, dan wel dit gebied binnen vliegen indien de wolkenbasis lager is dan 450 m (1500 voet) 43 LVR 1700 1700 1100 550 O L 318 tijdens een VFR-vlucht landen of opstijgen van een luchtvaartterrein gelegen in een plaatselijk verkeersleidingsgebied, dan wel dit gebied binnen vliegen indien het grondzicht minder is dan 5 kilometer 1700 1700 1100 550 O L 319 ongeacht de weersomstandigheden een VFR-vlucht uitvoeren buiten de daglichtperiode 44, eerste lid onder a LVR 1100 550 O L 320 ongeacht de weersomstandigheden een VFR-vlucht uitvoeren in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A 44, eerste lid onder b LVR 1700 1100 O L 321 VFR-vlucht uitvoeren beneden de voorgeschreven minimum vlieghoogte (tussen 100 - 50% van de voorgeschreven minimum vlieghoogte) 45 LVR 550 280 O L 322 VFR-vlucht uitvoeren beneden de voorgeschreven minimum vlieghoogte (tussen 50 - 25% van de voorgeschreven minimum vlieghoogte) 45 LVR 1100 550 * L 323 VFR-vlucht uitvoeren beneden de voorgeschreven minimum vlieghoogte (minder dan 25% van de voorgeschreven minimum vlieghoogte) 45 LVR dagvaarden ivm ontzegging * * * * O L 324 IFR-vlucht uitvoeren beneden de voorgeschreven vlieghoogte (tussen 100 - 50% van de voorgeschreven minimum vlieghoogte) 51 LVR * * 550 280 O L 325 IFR-vlucht uitvoeren beneden de voorgeschreven vlieghoogte (tussen 50 - 25% van de voorgeschreven minimum vlieghoogte) 51 LVR * * 1100 550 * L 326 IFR-vlucht uitvoeren beneden de voorgeschreven vlieghoogte (minder dan 25% van de voorgeschreven minimum vlieghoogte) 51 LVR dagvaarden ivm ontzegging * * * * O L 326 tijdens een niet gecontroleerde IFR-vlucht de aangewezen radiofrequentie niet uitluisteren, dan wel geen tweezijdige radioverbinding tot stand brengen, dan wel niet op de voorgeschreven wijze de positie melden 55 LVR 1700 1100 550 280 O L 327 als voetganger of bestuurder van een voertuig op een landingsterrein geen vrije doorgang verlenen aan een luchtvaartuig 58 onder a LVR 130 O L 328 als voetganger of bestuurder van een voertuig op een landingsterrein geen gevolg geven aan een door de exploitant gegeven aanwijzing 58 onder b LVR 130 O L 329 als voetganger of bestuurder van een voertuig op een gecontroleerd luchtvaartterrein geen gevolg geven aan een door de plaatselijke verkeersleidingsdienst gegeven aanwijzing 58 onder b LVR 130 Regeling standaard luchtverkeerscircuits (RSLC) O L 350 tegen de vliegrichting in het standaard luchtverkeerscircuit volgen 3 RSLC jo. 10 en 27 LVR ivm 5.5 Wlv 280 130 O L 351 tegen de vliegrichting in het standaard luchtverkeerscircuit volgen, waarbij hinder is ontstaan voor overig circuitverkeer 3 RSLC jo. 10 en 27 LVR ivm 5.5 Wlv 1100 550 * L 352 tegen de vliegrichting in het standaard luchtverkeerscircuit volgen, waarbij gevaar is ontstaan voor overig circuitverkeer 3 Reg. stand. lucht-verkeerscircuits jo. 10 en 27 LVR ivm 5.5 Wlv dagvaarden i.v.m. ontzegging * * O L 353 een ander luchtvaartuig inhalen binnen een luchtverkeerscircuit 4 RSLC jo. 10 en 27 LVR ivm 5.5 Wlv 280 130 O L 354 een ander luchtvaartuig inhalen binnen een luchtverkeerscircuit, waarbij hinder is ontstaan voor overig circuitverkeer 4 RSLC jo. 10 en 27 LVR ivm 5.5 Wlv 1100 550 * L 355 een ander luchtvaartuig inhalen binnen een luchtverkeerscircuit, waarbij gevaar is ontstaan voor overig circuitverkeer 4 RSLC jo. 10 en 27 LVR ivm 5.5 Wlv dagvaarden i.v.m. ontzegging * * O L 356 invoegen in het luchtverkeerscircuit anders dan op het rugwindbeen tegenover het midden van de landingsbaan 7 onder c. RSLC jo. 10 en 27 LVR ivm 5.5 Wlv 280 130 O L 357 invoegen in het luchtverkeerscircuit anders dan op het rugwindbeen tegenover het midden van de landingsbaan, waarbij hinder is ontstaan voor overig circuitverkeer 7 onder c. RSLC jo. 10 en 27 LVR ivm 5.5 Wlv 1100 550 * L 358 invoegen in het luchtverkeerscircuit anders dan op het rugwindbeen tegenover het midden van de landingsbaan, waarbij gevaar is ontstaan voor overig circuitverkeer 7 onder c. RSLC jo. 10 en 27 LVR ivm 5.5 Wlv dagvaarden i.v.m. ontzegging * * O L 359 overig circuitverkeer hinderen binnen een luchtverkeerscircuit tijdens een vlucht verband houdend met het aanhaken of afwerpen van een reclame sleepnet 9 onder b. RSLC jo. 10 en 27 LVR ivm 5.5 Wlv 1100 550 * L 360 gevaar veroorzaken voor overig circuitverkeer binnen een luchtverkeerscircuit tijdens een vlucht verband houdend met het aanhaken of afwerpen van een reclame sleepnet 9 onder b. Reg. stand. luchtverkeerscircuits jo. 10 en 27 LVR ivm 5.5 Wlv dagvaarden i.v.m. ontzegging * * O L 361 overig circuitverkeer hinderen binnen een luchtverkeerscircuit tijdens een gesimuleerde nood- of voorzorgslanding 9 onder d. RSLC jo. 10 en 27 LVR ivm 5.5 Wlv 1100 550 * L 362 gevaar veroorzaken voor overig circuitverkeer binnen een luchtverkeerscircuit tijdens een gesimuleerde nood- of voorzorgslanding 9 onder d. RSLC jo. 10 en 27 LVR ivm 5.5 Wlv dagvaarden i.v.m. ontzegging * * Beperkte of verboden gebieden O L 400 de burgerluchtvaart uitoefenen in het verboden gebied met een straal van 2 km om het Binnenhof bij de opening van de Staten-Generaal 1 Beschikking verboden gebied luchtvaart bij de opening van de Staten-Generaal ivm 5.10, eerste lid Wlv 1100 550 O L 401 burgerluchtvaart uitoefenen boven het paleis Huis ten Bosch, de paleizen Soestdijk en Drakensteijn, de paleizen Noordeinde en Noordeinde 66 en landgoed De Horsten 1 Besluit beperking burgerluchtvaart veiligheid Koninklijk Huis ivm 5.10, eerste lid Wlv 1100 550 O L 402 de burgerluchtvaart uitoefenen in een gebied waar dit is beperkt of verboden in verband met militaire oefeningen Regeling beperking of verbod burgerluchtvaart in bepaalde gebieden ivm militaire oefeningen ivm 5.10, tweede lid Wlv 1100 550 Regeling reclamesleepvliegen O L 450 een reclamesleepvlucht uitvoeren op zondag 3 Regeling reclame sleep vliegen ivm 76, eerste lid onder e LVW 1100 550 O L 451 een reclamesleepvlucht uitvoeren boven de bebouwing van de stad Amsterdam, Utrecht, Rotterdam of Den Haag op maandag t/m vrijdag tussen 08.00 uur en 18.00 uur lokale tijd 4 onder a Regeling reclame sleep vliegen ivm 76, eerste lid onder e LVW 1100 550 O L 452 een reclamesleepvlucht uitvoeren boven de bebouwing van de stad Amsterdam, Utrecht, Rotterdam of Den Haag op zaterdag tussen 10.00 uur en 18.00 uur lokale tijd 4 onder b Reg. Reclame sleep vliegen ivm 76, eerste lid onder e LVW 1100 550 O L 453 een reclamesleepvlucht uitvoeren boven Nederland tot 200 meter buiten de kustlijn beneden een hoogte van 425 meter (maar niet lager dan de voorgeschreven VFR -vlieghoogte) 7 Reg. Reclame sleep vliegen ivm 76, eerste lid onder e LVW 1100 550 O L 454 een reclamesleepvlucht uitvoeren boven Nederland tot 200 meter buiten de kustlijn beneden een hoogte van 425 meter (lager dan de voorgeschreven VFR- vlieghoogte) 7 Regeling reclame sleep vliegen ivm 76, eerste lid onder e LVW 1700 1100 Algemeen Luchthavenregelement O L 500 zich met een brandende pijp, sigaar of sigaret of ander brandend materiaal op het platform bevinden 4 eerste lid onder e Algemeen luchthavenreglement 130 O L 501 personen zonder begeleiding in of uit een vliegtuig met in werking zijnde motor laten stappen 13, eerste lid Algemeen Luchthavenreglement 280 280 280 O L 502 in een hangar een vliegtuigmotor of auxiliary power unit in bedrijf stellen of houden 14 Algemeen Luchthavenreglement 280 280 280 O L 503 tankwerkzaamheden verrichten bij een vliegtuig met een in bedrijf zijnde motor 19 onder a Algemeen luchthavenreglement ivm 132 RTL 550 550 550 Regeling luchtverkeersdienstverlening L 550 een VFR-vlucht uitvoeren in een Aerodrome Traffic Zone (ATZ) 7 lid 4 Reg. Luchtverkeersdienst-verlening ivm 5.5 Wlv 550 280 Regeling navigatie en telecominstallaties (RNTI) O L 600 IFR-vlucht uitvoeren met luchtvaartuig dat niet is uitgerust met een SSR-transponder met mode S 3 eerste lid onder e RNTI ivm 40 LVR 1700 1100 550 280 O L 601 VFR-vlucht uitvoeren binnen de Amsterdam FIR buiten klasse G gebieden met luchtvaartuig dat niet is voorzien van SSR transponder mode S of mode A en C 7 eerste lid RNTI ivm 40 LVR 1700 1100 550 280 O L 602 tijdens uitvoeren van een vlucht geen gebruik maken van SSR-transponder binnen de Amsterdam FIR met luchtvaarttuig dat voorzien is van SSR-transponder 8 onder a RNTI ivm 40 LVR 1700 1100 550 280 Regeling luchtvaartvertoningen O L 650 Als vertoningdirecteur tegelijkertijd als deelnemer deelnemen aan de luchtvaartvertoning waarvoor hij is aangewezen. 9, vijfde lid ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 651 Als vertoningdirecteur er geen zorg voor dragen dat de publiekgebieden worden beperkt tot één zijde van het vertoningterrein. 13 onder a ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 1100 O L 652 Als vertoningdirecteur toelaten dat publieksgebieden worden gelokaliseerd onder de in- en uitvliegsector van het vertoningterrein. 13 onder a ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 1100 O L 653 Als vertoningdirecteur er geen zorg voor dragen dat demonstratietoestellen en andere apparatuur, wanneer deze worden bijgetankt, ten minste 15 meter van het publiek verwijderd zijn. 13 onder e ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 654 Als vertoningdirecteur er geen zorg voor dragen dat wanneer ballonnen, luchtschepen of balloncilinders worden gevuld met waterstofgas, deze ten minste 40 meter van het publiek verwijderd zijn. 13 onder e ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 655 Als vertoningsdirecteur een deelnemer toelaten aan een luchtvaartvertoning die niet beschikt over een geldige vertoningslicentie 18, eerste lid ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 656 Als vertoningsdirecteur een deelnemer of demontstratietoestel toelaten tot een luchtvaartvertoning die niet is vermeld in het vertoningsprogramma.(niet zijnde deelnemers of demonstratietoestellen van gelijke soort en kwaliteit ter vervanging van de oorspronkelijk toegelaten personen of toestellen) 19 onder a ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 657 Als vertoningsdirecteur geen schriftelijke instructie opstellen 20, eerste lid ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 658 Als vertoningsdirecteur vertoningsvluchten laten uitvoeren beneden de minimum weersomstandigheden. 21, eerste lid ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 1100 O L 659 Als vertoningsdirecteur er geen zorg voor dragen dat de minimum scheidingsafstanden tussen vertoninglijn en publieklijn in acht worden genomen. (categorie A demonstratietoestellen) 22 onder a ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 660 Als vertoningsdirecteur er geen zorg voor dragen dat de hartlijn van de baan zich ten minste 75 meter van de publiekslijn bevindt.(categorie A demonstratietoestellen) 22 onder b ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 661 Als vertoningsdirecteur er geen zorg voor dragen dat zich meer dan 15 meter plus de halve spanwijdte dan wel halve rotordiameter bevindt tussen enig onderdeel van dat taxiënd demonstratietoestel en het publiek.(categorie A demonstratietoestellen) 22 onder c ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 662 Als vertoningsdirecteur er geen zorg voor dragen dat de minimum scheidingscriteria tussen de publieklijn en enig deel van het demonstratietoestel of hun verankeringpunten in acht wordt genomen. (categorie B demonstratietoestellen) 23, onder a ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 663 Als vertoningsdirecteur er geen zorg voor dragen dat er niet meer dan 35 demonstratietoestellen tegelijkertijd opstijgen. (categorie B demonstratietoestellen) 23, onder c ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 664 Als vertoningsdirecteur er geen zorg voor dragen dat per etmaal niet meer dan 70 demonstratietoestellen opstijgen. (categorie B demonstratietoestellen) 23, onder d ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 665 Als vertoningsdirecteur er geen zorg voor dragen dat het landingsgebied voor valschermspringers meer dan 15 meter van de publieklijn ligt. 24, eerste lid onder a ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 666 Als vertoningsdirecteur er geen zorg voor dragen dat propellers, straalmotoren of rotorbladen stilstaan binnen 250 meter van het doelgebied zolang een valschermspringer met zijn afdaling bezig is. 24, tweede lid ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 667 Als vertoningdirecteur er geen zorg voor dragen dat de minimale afstand tussen enerzijds publiek en anderzijds valschermzweeftoestellen, schermvliegtuigen, zeilvliegtuig, sleepkabel, lier of uitgevierde lierkabel ten minste 30 meter bedraagt. 25 onder d ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 668 Als deelnemer er geen zorg voor dragen dat er zich, buiten de bemanningsleden die essentieel zijn voor de vertoningsvlucht, geen andere personen aan boord van het demonstratietoestel bevinden. 32, eerste lid ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 550 O L 669 Als deelnemer met een demonstratietoestel boven het publiekgebied vliegen. 33 ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 1100 1100 550 O L 670 Als deelnemer met een vrije ballon beneden de toegestane hoogte boven het publiekgebied varen (onderschrijding 50% of meer) 33 onder d ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 671 Als deelnemer met een categorie A toestel de minimum scheidingsafstanden niet in acht nemen (onderschrijding 50% of meer) 34, eerste lid onder a ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 550 O L 672 Als deelnemer met een zeilvliegtuig of valschermzweeftoestel de minimum scheidingsafstanden niet in acht nemen (onderschrijding 50% of meer) 34, eerste lid onder a ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 280 O L 673 Als deelnemer met een categorie A toestel de vastgestelde minimum vlieghoogte niet in acht nemen (onderschrijding 50% of meer) 34, eerste lid onder b ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 550 O L 674 Als deelnemer met een zeilvliegtuig of valschermzweeftoestel de vastgestelde minimum vlieghoogte niet in acht nemen (onderschrijding 50% of meer) 34, eerste lid onder b ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 280 O L 675 Als deelnemer met een categorie A toestel met de uitvoering van het onderdeel beginnen voordat de minimumhoogte en/of minimumscheidingsafstand is bereikt (onderschrijding 50% of meer) 34, eerste lid onder c ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 550 O L 676 Als deelnemer met een zeilvliegtuig of valschermzweeftoestel met de uitvoering van het onderdeel beginnen voordat de minimumhoogte en/of minimumscheidingsafstand is bereikt (onderschrijding 50% of meer) 34, eerste lid onder c ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 280 O L 677 Als deelnemer met een categorie A toestel manoeuvre zodanig uitvoeren dat de vertoningslijn wordt overschreden 34, eerste lid onder d ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 280 280 O L 678 Als deelnemer van een demonstratietoestel aan de grond de propellers, straalmotoren of rotors in werking hebben binnen 250 meter van het doelgebied tijdens het onderdeel valschermspringen 35 onder a ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 550 O L 679 Als deelnemer van een demonstratietoestel aan de grond de propellers, straalmotoren of rotors in werking hebben indien een valschermspringer in de richting van zijn toestel zweeft 35 onder b ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 550 O L 680 Als deelnemer met een valschermzweeftoestel, schermvliegtuig of zeilvliegtuig binnen 30 meter van het publiekgebied vliegen 36, tweede lid ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 280 O L 681 Als luchtvaartterreininformatieverstrekker niet de vereiste ervaring hebben 37 ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550 O L 682 Als luchtvaartterreininformatieverstrekker geen informatie geven aan de deelnemer over calamiteiten op de grond of in de lucht die van belang zijn voor een veilige uitvoering van een onderdeel 38 onder d ivm 39 Regeling luchtvaartvertoningen 550
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.