.2 Vervallen Artikel 2.3 Vervallen Artikel 2.4 Vervallen Artikel 2.5 Vervallen Artikel 2.6 Vervallen Artikel 2.7 Vervallen § 2 Het tijdstip van de kandidaatstelling Artikel 2.8 Vervallen § 3 De registratie van de aanduiding van een belangengroepering Artikel 2.9 Vervallen Artikel 2.10 Vervallen Artikel 2.11 Vervallen Artikel 2.12 Vervallen Artikel 2.13 Vervallen Artikel 2.14 Vervallen Artikel 2.15 Vervallen § 4 De inlevering van de kandidatenlijsten Artikel 2.16 Vervallen Artikel 2.17 Vervallen Artikel 2.18 Vervallen Artikel 2.19 Vervallen Artikel 2.20 Vervallen Artikel 2.21 Vervallen Artikel 2.22 Vervallen Artikel 2.23 Vervallen Artikel 2.24 Vervallen Artikel 2.25 Vervallen Artikel 2.26 Vervallen § 5 Het onderzoek van de kandidatenlijsten Artikel 2.27 Vervallen Artikel 2.28 Vervallen Artikel 2.29 Vervallen Artikel 2.30 Vervallen Artikel 2.31 Vervallen Artikel 2.32 Vervallen Artikel 2.33 Vervallen Artikel 2.34 Vervallen Artikel 2.35 Vervallen Artikel 2.36 Vervallen § 6 De verbinding van kandidatenlijsten tot een lijstencombinatie Artikel 2.37 Vervallen Artikel 2.38 Vervallen § 7 De nummering van de kandidatenlijsten Artikel 2.39 Vervallen Artikel 2.40 Vervallen Artikel 2.41 Vervallen Artikel 2.42 Vervallen § 8 De openbaarmaking van de kandidatenlijsten Artikel 2.43 Vervallen § 9 Algemene bepalingen omtrent de stemming Artikel 2.44 Vervallen Artikel 2.45 Vervallen Artikel 2.45a Vervallen Artikel 2.46 Vervallen Artikel 2.47 Vervallen Artikel 2.48 Vervallen § 10 De oproeping voor de stemming Artikel 2.49 Vervallen Artikel 2.50 Vervallen Artikel 2.51 Vervallen Artikel 2.52 Vervallen § 11 Stemmen per brief Artikel 2.53 Vervallen Artikel 2.54 Vervallen Artikel 2.54a Vervallen Artikel 2.55 Vervallen Artikel 2.56 Vervallen § 12 Stemmen per internet Artikel 2.57 Vervallen Artikel 2.58 Vervallen Artikel 2.59 Vervallen Artikel 2.60 Vervallen Artikel 2.61 Vervallen Artikel 2.62 Vervallen Artikel 2.63 Vervallen § 13 De stemopneming Artikel 2.64 Vervallen Artikel 2.65 Vervallen Artikel 2.66 Vervallen Artikel 2.66a Vervallen Artikel 2.67 Vervallen Artikel 2.67a Vervallen Artikel 2.68 Vervallen Artikel 2.69 Vervallen Artikel 2.70 Vervallen Artikel 2.71 Vervallen Artikel 2.72 Vervallen Artikel 2.73 Vervallen § 14 De vaststelling van de verkiezingsuitslag Artikel 2.74 Vervallen Artikel 2.75 Vervallen Artikel 2.76 Vervallen Artikel 2.77 Vervallen Artikel 2.78 Vervallen Artikel 2.79 Vervallen Artikel 2.80 Vervallen Artikel 2.81 Vervallen Artikel 2.82 Vervallen Artikel 2.83 Vervallen Artikel 2.84 Vervallen Artikel 2.85 Vervallen § 15 De toewijzing van de zetels aan de kandidaten Artikel 2.86 Vervallen Artikel 2.87 Vervallen Artikel 2.88 Vervallen § 16 De bekendmaking van de verkiezingsuitslag Artikel 2.89 Vervallen Artikel 2.90 Vervallen Artikel 2.91 Vervallen Artikel 2.92 Vervallen Artikel 2.93 Vervallen Artikel 2.94 Vervallen § 17 Het lidmaatschap Artikel 2.95 Vervallen Artikel 2.96 Vervallen Artikel 2.97 Vervallen Artikel 2.98 Vervallen Artikel 2.99 Vervallen Artikel 2.100 Vervallen Artikel 2.101 Vervallen Artikel 2.102 Vervallen Artikel 2.103 Vervallen Artikel 2.104 Vervallen Artikel 2.105 Vervallen Artikel 2.106 Vervallen Artikel 2.107 Vervallen § 18 De opvolging Artikel 2.108 Vervallen Artikel 2.109 Vervallen Artikel 2.110 Vervallen Artikel 2.111 Vervallen Artikel 2.112 Vervallen Artikel 2.113 Vervallen § 19 Einde van het lidmaatschap Artikel 2.114 Vervallen Artikel 2.115 Vervallen Artikel 2.116 Vervallen Artikel 2.117 Vervallen § 20 Tijdelijk ontslag en vervanging wegens zwangerschap en bevalling of ziekte Artikel 2.118 Vervallen Artikel 2.119 Vervallen Artikel 2.120 Vervallen § 21 Overige bepalingen Artikel 2.121 Vervallen Artikel 2.122 Vervallen Artikel 2.123 Vervallen Artikel 2.124 Vervallen Hoofdstuk 3 De rechtspositie van de leden van het waterschapsbestuur § 1 Begripsbepalingen Artikel 3.
Vergoedingen en tegemoetkoming leden algemeen bestuur Artikel 3.2 Vervallen Artikel 3.3 Vervallen Artikel 3.4 Vervallen Artikel 3.5 Vervallen Artikel 3.6 Vervallen Artikel 3.7 Vervallen Artikel 3.8 Vervallen Artikel 3.8aa Vervallen Artikel 3.8a Vervallen Artikel 3.9 Vervallen Artikel 3.9a Vervallen Artikel 3.10 Vervallen Artikel 3.10a Vervallen Artikel 3.10b Vervallen Artikel 3.10c Vervallen § 3 Bezoldiging en tegemoetkoming in kosten leden dagelijks bestuur waterschap Artikel 3.11 Vervallen Artikel 3.11a Vervallen Artikel 3.12 Vervallen Artikel 3.12a Vervallen Artikel 3.13 Vervallen Artikel 3.14 Vervallen Artikel 3.15 Vervallen Artikel 3.16 Vervallen Artikel 3.17 Vervallen § 4 Rechtspositie voorzitters waterschappen Artikel 3.18 Vervallen Artikel 3.19 Vervallen Artikel 3.20 Vervallen Artikel 3.21 Vervallen Artikel 3.22 Vervallen Artikel 3.23 Vervallen Artikel 3.24 Vervallen Artikel 3.25 Vervallen Artikel 3.26 Vervallen Artikel 3.26a Vervallen Artikel 3.27 Vervallen Artikel 3.28 Vervallen Artikel 3.29 Vervallen Artikel 3.30 Vervallen Artikel 3.31 Vervallen Artikel 3.32 Vervallen Artikel 3.33 Vervallen Artikel 3.34 Vervallen Artikel 3.35 Vervallen Artikel 3.36 Vervallen Artikel 3.37 Vervallen Artikel 3.38 Vervallen Artikel 3.39 Vervallen Artikel 3.40 Vervallen Artikel 3.41 Vervallen Hoofdstuk 4 De beleidsvoorbereiding en de verantwoording § 1 Algemene bepalingen Artikel 4.1 In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: begroting na wijziging: begroting zoals deze luidt na verwerking van alle door het algemeen bestuur lopende het begrotingsjaar vastgestelde begrotingswijzigingen; CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek; deelnemingen: participaties in een besloten of naamloze vennootschap, waarin het waterschap aandelen heeft; financiële positie: financiële positie als bedoeld in artikel 4.3, vierde lid; financiële rechtmatigheid: rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in overeenstemming met de begroting en met relevante wettelijke voorschriften, waaronder mede begrepen de waterschapsverordeningen; EMU-saldo: geraamde onderscheidenlijk gerealiseerde saldo van de ontvangsten en uitgaven van een waterschap, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie; kosten- en opbrengstsoorten: indeling waarmee de lasten en baten naar hun aard worden gerangschikt; kostendragers: indeling waarmee de nettokosten worden gerangschikt naar de taken die in het reglement aan het waterschap worden opgedragen of door het algemeen bestuur worden onderscheiden en waarvoor een aparte belasting wordt geheven; lastendruk: hoogte lastendruk van een meerpersoonshuishouden met een eigen woning in vergelijking met het landelijk gemiddelde; nettokosten: saldo van kosten en opbrengsten niet zijnde dekkingsmiddelen; nettoschuldquote: verhouding tussen de omvang van de nettoschuld en de totale belastingopbrengsten; netto-vlottende schuld: netto-vlottende schuld als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet financiering decentrale overheden; niet-effectieve positie: situatie waarin de onderliggende waarde en looptijd van een financieel derivaat niet overeenkomt met de financieringsbehoefte waar het derivaat betrekking op heeft; onduidelijkheid: oordeel van het dagelijks bestuur waaruit blijkt dat niet met zekerheid is vast te stellen of een bate, last of balansmutatie rechtmatig tot stand is gekomen; openbare lichamen: openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; programma: samenhangend geheel van activiteiten; rechtmatigheidsfout: bate, last of balansmutatie die niet rechtmatig tot stand is gekomen. Rechtmatigheidsfouten treden op bij financiële transacties, waarbij voor financiële beheershandelingen relevante wettelijke voorschriften niet juist zijn toegepast; rechtmatigheidsverantwoording: rechtmatigheidsverantwoording als bedoeld in artikel 4.64, tweede lid; rentetypische looptijd: rentetypische looptijd als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet financiering decentrale overheden; uitzettingen: tijdelijk aan derden toevertrouwde liquiditeiten tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen; vaste schuld: gezamenlijk bedrag als bedoeld in artikel 4.48, onderdeel c; verantwoordingsgrens: verantwoordingsgrens als bedoeld in artikel 4.64, derde lid; verbonden partij: verbonden partij als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid; weerstandsvermogen: relatie tussen: 1°. de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover het waterschap beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken, 2°. alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie; – wendbaarheid van de begroting: verhouding tussen de totale kapitaallasten en de totale bruto-exploitatiekosten. Artikel 4.2 1 Voor de meerjarenraming, de begroting, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie wordt een stelsel van baten en lasten gehanteerd. 2 De baten en lasten van het begrotingsjaar worden in de meerjarenraming, de begroting, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie opgenomen, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar leiden, onderscheidenlijk hebben geleid. 3 De baten en lasten worden geraamd dan wel verantwoord tot hun brutobedrag met uitzondering van de raming en realisatie van belastingopbrengsten. 4 Onder de baten en lasten wordt ook begrepen de over het eigen vermogen en de voorzieningen berekende bespaarde rente. 5 Onder de baten en lasten wordt ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting. Deze heffing wordt geraamd en verantwoord op basis van de fiscale grondslag. Artikel 4.3 1 De meerjarenraming, de begroting, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie geven volgens normen die voor het waterschap als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de ontwikkeling van de belastingopbrengst benodigd voor de taakuitoefening. In het bijzonder het algemeen bestuur moet in staat worden gesteld zich een zodanig oordeel te vormen. 2 De meerjarenraming, de begroting en de uitvoeringsinformatie daarbij en de toelichtingen geven duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie en de financiële rechtmatigheid. 3 De jaarstukken en de uitvoeringsinformatie daarbij en de toelichtingen geven getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar. 4 De financiële positie omvat de grootte en samenstelling van de baten en lasten over het begrotingsjaar, de activa en passiva aan het einde van het begrotingsjaar en de lasten en balansmutaties gedurende het begrotingsjaar. Artikel 4.4 1 De indeling van de begroting en van de jaarstukken is identiek. 2 Indien de indeling van de meerjarenraming, de begroting, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie afwijkt van die van het voorafgaande begrotingsjaar worden in de toelichting de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot de afwijking hebben geleid uiteengezet. Artikel 4.5 1 Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin het waterschap zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht en waarin het waterschap een bedrag ter beschikking heeft gesteld dat niet verhaalbaar is indien de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie haar verplichtingen niet nakomt. 2 Verbonden partijen worden niet geconsolideerd in de begroting en jaarstukken. § 2 De meerjarenraming en de toelichting Artikel 4.6 De meerjarenraming bevat voor het komende begrotingsjaar, alsmede voor tenminste de vier jaren volgend op het komende begrotingsjaar: a. de uiteenzetting van externe en interne ontwikkelingen, en uitgangspunten en normen, waarbij ten minste wordt ingegaan op: 1°. de externe en interne ontwikkelingen die relevant zijn voor het beleid van het waterschap, 2°. gehanteerde kwantitatieve uitgangspunten en normen voor lastenstijgingen, batenstijgingen dan wel lastendalingen of batendalingen die aan de geraamde bedragen ten grondslag liggen; b. het naar programma’s onderscheiden beleid dat door het waterschap zal worden gevoerd en de financiële gevolgen daarvan, waarbij per programma wordt ingegaan op de: 1°. doelstelling van het beleid, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten, 2°. wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken en de betrokkenheid hierbij van verbonden partijen, 3°. geraamde baten en lasten van het bestaande en het nieuwe beleid; c. de raming van de belastingenopbrengsten; d. de uiteenzetting van de financiële positie; e. de lopende en voorgenomen investeringen. Artikel 4.7 1 In de toelichting op de meerjarenraming wordt ten minste afzonderlijk aandacht besteed aan de: a. ontwikkeling van de waterschapsbelastingen in de komende jaren, mede in relatie tot de stand en het verloop van de bestemmingsreserves voor tariefsegalisatie als bedoeld in artikel 4.50, eerste lid, onderdeel b, in het kader van het begrotingsevenwicht in meerjarig perspectief; b. uiteenzetting van de financiële positie, waarbij wordt ingegaan op: 1°. de financiering, 2°. het weerstandsvermogen, waarbij wordt ingegaan op aard, stand en verloop van de algemene reserves en de voorzieningen, 3°. de kengetallen weerstandsvermogen, nettoschuldquote, EMU-saldo, wendbaarheid van de begroting en lastendruk, waarbij een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie plaatsvindt, 4°. een geprognosticeerde balans. 2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, onder 3°, door waterschappen worden berekend en in de meerjarenraming worden opgenomen. § 3 De begroting en de toelichting § 3.1 Algemeen Artikel 4.8 1 De begroting bestaat ten minste uit de: a. beleidsbegroting; b. financiële begroting. 2 De beleidsbegroting bestaat ten minste uit: a. de uiteenzetting van de externe en interne ontwikkelingen; b. het programmaplan; c. de raming van belastingopbrengsten en de toelichting; d. de in artikel 4.13 bedoelde paragrafen. 3 De financiële begroting bestaat ten minste uit: a. de uiteenzetting van de gehanteerde uitgangspunten en normen; b. het overzicht van baten en lasten en de toelichting; c. het overzicht van de voorgenomen investeringen en de toelichting; d. de geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar. § 3.2 Beleidsbegroting Artikel 4.9 De uiteenzetting van de externe en interne ontwikkelingen, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, onderdeel a, bevat een beschrijving van de ontwikkelingen sinds het vorig begrotingsjaar, waarbij ten minste wordt ingegaan op: a. externe en interne ontwikkelingen die zich sinds het vaststellen van de vorige begroting en de behandeling van de meerjarenraming hebben voorgedaan; b. de belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de meerjarenraming; c. de belangrijkste uitgangspunten en normen die aan de ramingen ten grondslag liggen; d. afwijkingen van de uitgangspunten en normen zoals deze voor de vorige begroting en de meerjarenraming zijn gehanteerd. Artikel 4.10 1 Het programmaplan, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, onderdeel b, bestaat ten minste uit: a. de te realiseren programma's; b. een overzicht van de dekkingsmiddelen; c. het bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting; d. het bedrag voor onvoorzien. 2 Het programmaplan bevat per programma de: a. doelstelling van het programma, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten daarvan; b. wijze waarop ernaar gestreefd zal worden de beoogde maatschappelijke effecten te bereiken en de betrokkenheid hierbij van verbonden partijen; c. raming van baten en lasten. 3 Het overzicht van de dekkingsmiddelen bevat ten minste: a. de belastingopbrengsten; b. de dividenden; c. het saldo van de financieringsfunctie; d. de overige algemene opbrengsten. 4 Het bedrag voor onvoorzien wordt geraamd voor de begroting in zijn geheel of per programma. Artikel 4.11 1 De raming van belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, onderdeel c, bevat de volgende kostendragers, tenzij de betreffende kostendrager bij het waterschap niet aan de orde is: a. watersysteembeheer; b. zuiveringsbeheer; c. wegenbeheer. 2 Een waterschap dat krachtens het provinciaal reglement is belast met een beheertaak die niet in het eerste lid wordt genoemd, kan ook deze taak als kostendrager in de begroting en de jaarstukken opnemen. 3 De raming van belastingopbrengsten geeft per kostendrager weer: a. de kosten die worden toegerekend; b. het bedrag voor onvoorzien; c. de gederfde opbrengst als gevolg van kwijtscheldingen en oninbaarverklaringen; d. de dividenden en de overige algemene opbrengsten; e. de verwachte opbrengsten uit belastingheffing, te bepalen aan de hand van het saldo van de onderdelen a tot en met d; f. de geraamde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. 4 Van de in het derde lid bedoelde bedragen worden zowel het geraamde bedrag van het begrotingsjaar, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar na wijziging, als het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar weergegeven. 5 De raming van belastingopbrengsten omvat de tarieven van de betreffende waterschapsbelastingen voor het begrotingsjaar, waarbij per tarief wordt vergeleken met het vorig begrotingsjaar en het voorvorig begrotingsjaar. 6 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de kostendragers. Artikel 4.12 In de toelichting op de raming van belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, onderdeel c, wordt ten minste ingegaan op: a. de objectieve, bedrijfseconomische criteria die zijn gehanteerd bij de toerekening van kosten aan de kostendragers; b. de kwantitatieve grondslagen die als onderdeel van de kostentoerekening zijn gehanteerd; c. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid; d. de oorzaken indien bij de kostendragers een aanmerkelijk verschil is tussen de raming van het begrotingsjaar en die van het vorig begrotingsjaar na wijziging; e. de mate van kostendekkendheid van de diverse belastingen, waarbij wordt ingegaan op de stand aan het begin, de mutaties en de stand aan het eind van het begrotingsjaar van de bestemmingsreserves voor tariefsegalisatie, bedoeld in artikel 4.50, eerste lid, onderdeel b; f. de geraamde belastingopbrengsten; g. de ontwikkeling van de tarieven; h. een aanduiding van de lastendruk die het gevolg is van de waterschapsbelastingen. Artikel 4.13 1 In de begroting worden in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. 2 De begroting bevat ten minste de volgende paragrafen: a. uiteenzetting van de financiële positie; b. assetmanagement; c. bedrijfsvoering; d. openbaarheid. 3 De begroting bevat voorts een paragraaf verbonden partijen indien dit bij het waterschap aan de orde is. Artikel 4.14 1 In de paragraaf uiteenzetting van de financiële positie, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel a, wordt ten minste afzonderlijke aandacht besteed aan: a. de financiering, waarbij wordt ingegaan op in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en wordt inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen wordt toegerekend en de financieringsbehoefte; b. het weerstandsvermogen en de risicobeheersing, waarbij tenminste ingegaan wordt op: 1°. een inventarisatie van de risico’s, 2°. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, 3°. het beleid omtrent de risico’s en de weerstandscapaciteit; c. de stand en het gespecificeerde verloop van de bestemmingsreserves, waarbij wordt ingegaan op het beroep dat op de bestemmingsreserves, bedoeld in artikel 4.50, eerste lid, onderdeel b, wordt gedaan in het kader van het begrotingsevenwicht in meerjarig perspectief; d. de stand en het gespecificeerde verloop van de overige bestemmingsreserves, waarbij wordt ingegaan op het beroep dat op de overige bestemmingsreserves, bedoeld in artikel 4.50, eerste lid, onderdeel c, wordt gedaan; e. de stand en het gespecificeerde verloop van de voorzieningen, waarbij wordt ingegaan op de bedragen die rechtstreeks aan voorzieningen worden onttrokken; f. de volgende kengetallen, waarbij een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie plaatsvindt: 1°. weerstandsvermogen, 2°. nettoschuldquote, 3°. EMU-saldo, 4°. wendbaarheid van de begroting, 5°. lastendruk. 2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen, genoemd in het eerste lid, onderdeel f, door waterschappen worden berekend en in de begroting worden opgenomen. Artikel 4.15 1 De paragraaf betreffende assetmanagement, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel b, bevat ten minste: a. waterkeringen en bijbehorende kunstwerken; b. watergangen, waterkwantiteitskunstwerken en gemalen; c. zuiveringtechnische werken; d. wegen, vaarwegen, havens en bijbehorende kunstwerken. 2 Met betrekking tot de onderdelen, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven: a. het beleidskader; b. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Artikel 4.16 De paragraaf betreffende de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel c, bevat ten minste: a. de stand van zaken van de bedrijfsvoering; b. de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering; c. informatie over de financiële rechtmatigheid; d. de maatregelen die worden ondernomen om rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden met betrekking tot de financiële rechtmatigheid te voorkomen. Artikel 4.17 1 De paragraaf betreffende de verbonden partijen, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel d, bevat ten minste de: a. visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen; b. lijst van verbonden partijen, die wordt onderverdeeld in: 1°. gemeenschappelijke regelingen, 2°. vennootschappen en coöperaties, 3°. stichtingen en verenigingen, 4°. overige verbonden partijen. 2 In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen: a. de wijze waarop het waterschap een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt; b. het belang dat het waterschap in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar; c. de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; d. de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar; e. de eventuele risico’s waarvoor de verbonden partij geen maatregelen heeft getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de verbonden partij en daardoor van betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van het waterschap. Artikel 4.17a De paragraaf betreffende openbaarheid, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel d, geeft ten minste inzicht in de beleidsvoornemens inzake de toepassing van de artikelen 3.1, 3.3, 3.3a en hoofdstuk 4 van de Wet open overheid en de wijze waarop toepassing is gegeven aan deze beleidsvoornemens. § 3.3 Financiële begroting Artikel 4.18 De uiteenzetting van de gehanteerde uitgangspunten en normen, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel a, bevat ten minste de: a. autonome salarisontwikkeling die is verdisconteerd; b. overige autonome loonkosten waarmee rekening is gehouden; c. overige uitgangspunten en de normen die voor lastenstijgingen en lastendalingen dan wel batenstijgingen en batendalingen zijn gehanteerd en die deels aan de geraamde bedragen ten grondslag liggen. Artikel 4.19 Het overzicht van baten en lasten, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel b, bevat: a. per programma of per programmaonderdeel de raming van de baten en lasten en het saldo daarvan; b. het overzicht van de geraamde dekkingsmiddelen, het geraamde bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting en het geraamde bedrag voor onvoorzien; c. het geraamde totaal saldo van baten en lasten, volgend uit de onderdelen a en b; d. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; e. het geraamde resultaat, volgend uit de onderdelen c en d. Artikel 4.20 In de besluiten tot wijziging van de begroting worden per programma en, indien aanwezig, per programmaonderdeel, de mutatie en het nieuwe geraamde bedrag vastgesteld. Artikel 4.21 De toelichting op het overzicht van baten en lasten, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel b, bevat ten minste: a. het geraamde bedrag van het begrotingsjaar, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar na wijziging, en het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar; b. de oorzaken in geval van aanmerkelijk verschil met de raming, respectievelijk de realisatie, van het vorig, respectievelijk voorvorig begrotingsjaar; c. een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma ten minste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd en de overige posten als een totaalbedrag kunnen worden opgenomen; d. een overzicht van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Artikel 4.22 1 Het overzicht van de voorgenomen investeringen, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel c, geeft de raming van de investeringen in het begrotingsjaar weer. 2 De toelichting op het overzicht van investeringen, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel c, bevat een totaaloverzicht van alle werken die aan het begin van het begrotingsjaar onderhanden zijn en die lopende het jaar worden gestart. Artikel 4.23 De geprognosticeerde balans, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel d, omvat de geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar. § 4 De jaarstukken en de toelichting § 4.1 Algemeen Artikel 4.24 1 De jaarstukken bestaan ten minste uit: a. het jaarverslag; b. de jaarrekening. 2 Het jaarverslag bestaat ten minste uit de: a. programmaverantwoording; b. realisatie van belastingopbrengsten en de toelichting; c. paragrafen. 3 De jaarrekening bestaat uit: a. het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting; b. het overzicht van gerealiseerde investeringen en de toelichting; c. de balans en de toelichting; d. de rechtmatigheidsverantwoording; e. de overige gegevens, waaronder de accountantsverklaring. § 4.2 Jaarverslag Artikel 4.25 1 De programmaverantwoording, bedoeld in artikel 4.24, tweede lid, onderdeel a, bestaat ten minste uit: a. de verantwoording over de realisatie van de programma’s; b. een overzicht van de gerealiseerde dekkingsmiddelen; c. het bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting; d. het inzicht in het gebruik van het geraamde bedrag voor onvoorzien. 2 De programmaverantwoording biedt per programma inzicht in de: a. mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd; b. wijze waarop getracht is de beoogde maatschappelijke effecten te bereiken, en de betrokkenheid hierbij van de verbonden partijen; c. gerealiseerde baten en lasten. Artikel 4.26 1 De realisatie van belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.24, tweede lid, onderdeel b, geeft per kostendrager weer: a. de gerealiseerde kosten die zijn toegerekend; b. de werkelijk kwijtgescholden en oninbaar verklaarde bedragen; c. de gerealiseerde dividenden en overige algemene opbrengsten; d. de gerealiseerde belastingopbrengsten; e. het gerealiseerde resultaat voor bestemming, volgend uit de onderdelen a tot en met d; f. de bestemming van het resultaat op basis van besluiten die zijn genomen tijdens het begrotingsjaar; g. het nog te bestemmen resultaat, met: 1°. in geval van een positief saldo, een voorstel voor de bestemming van dat saldo, en 2°. in geval van een negatief saldo, een voorstel voor de wijze waarop dit tekort zal worden gedekt; h. de werkelijke toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. 2 De realisatie van belastingopbrengsten bevat van de onderdelen, genoemd in het eerste lid, ook de ramingen uit de begroting en de begroting na wijziging. Artikel 4.27 De toelichting op de realisatie van belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.24, tweede lid, onderdeel b, bevat ten minste: a. voor alle onderdelen van artikel 4.26, eerste lid, een analyse van de afwijkingen tussen de realisatie en de begroting. b. de verantwoording met betrekking tot alle onderdelen als bedoeld in artikel 4.
.2 Vervallen Artikel 5.3 Vervallen Artikel 5.4 Vervallen Artikel 5.5 Vervallen Hoofdstuk 6 De waterschapsbelastingen § 1 Kostendelen Artikel 6.
.2 Vervallen Artikel 6.3 Vervallen Artikel 6.4 Vervallen Artikel 6.5 Vervallen Artikel 6.6 Vervallen Artikel 6.7 Vervallen Artikel 6.8 Vervallen Artikel 6.9 Vervallen Artikel 6.10 Vervallen Artikel 6.11 Vervallen § 2 Meting, bemonstering en analyse zuiveringsheffing Artikel 6.12 Vervallen § 3 Administratieve verplichtingen waterschapsbelastingen Artikel 6.13 In deze paragraaf wordt verstaan onder: inspecteur: de in artikel 123, derde lid, onderdeel b, van de wet, bedoelde ambtenaar van het waterschap. administratieplichtig: gehouden om op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat de gegevens die van belang zijn voor de heffing van de waterschapsbelastingen ten aanzien van de belastingplichtige, hieruit duidelijk blijken; informatieplichtig: gehouden om de gegevens en inlichtingen aan de inspecteur te verstrekken welke voor de heffing van waterschapsbelastingen ten aanzien van derden van belang kunnen zijn en gehouden de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan - zulks ter keuze van de inspecteur -– die van belang kunnen zijn voor de heffing van waterschapsbelastingen ten aanzien van derden, voor dit doel beschikbaar te stellen. Artikel 6.14 1 Administratieplichtig voor de toepassing van de zuiveringsheffing, bedoeld in artikel 122d, eerste lid, van de wet en de verontreinigingsheffing, bedoeld in artikel 7.2, tweede lid, van de Waterwet is: a. de heffingplichtige op wie artikel 122k van de wet of artikel 7.5, zesde lid, van de Waterwet in samenhang met artikel 122k van de wet van toepassing is. b. de heffingplichtige op wie artikel 122g, tweede lid, van de wet of 7.5, tweede lid, van de Waterwet van toepassing is. 2 De in het eerste lid bedoelde administratieplichtige is verplicht de gegevensdragers, die op basis van het eerste lid tot zijn administratie dienen te behoren, gedurende zeven jaren te bewaren. 3 De in het tweede lid bedoelde gegevensdragers dienen zodanig bewaard te worden dat controle daarvan door de inspecteur binnen redelijke termijn mogelijk is. De in het eerste lid bedoelde administratieplichtige verleent daartoe zijn medewerking. Artikel 6.15 De in artikel 6.14, eerste lid, bedoelde administratieplichtige die niet of niet volledig voldoet aan de vordering van de inspecteur om de in artikel 6.14 bedoelde gegevensdragers of de inhoud daarvan voor raadpleging beschikbaar te stellen, wordt voor de toepassing van artikel 25, zesde lid, en artikel 27e, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen geacht niet volledig te hebben voldaan aan de verplichting ingevolge artikel 52 van die wet, tenzij aannemelijk is dat het niet, dan wel niet volledig voldoen aan de vordering van de inspecteur het gevolg is van overmacht. Artikel 6.16 1 Informatieplichtig is: a. de eigenaar, de bezitter en de beperkt gerechtigde van een woonruimte of een bedrijfsruimte, voor zover dat voor de heffing van de waterschapbelastingen, bedoeld in de artikelen 117, eerste lid, aanhef en onderdeel a,122d, eerste lid, van de wet, of in artikel 7.2, tweede lid, van de Waterwet, van belang kan zijn, ter zake van de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van degene die het gebruik heeft van de woonruimte of bedrijfsruimte; b. de eigenaar of beheerder van een energiebedrijf en het administratiekantoor dat voor die persoon werkzaam is voor zover dat voor de heffing van de waterschapsbelasting, bedoeld in de artikelen 117, eerste lid, aanhef en onderdeel a, 122d, eerste lid, van de wet of in artikel 7.2, tweede lid, van de Waterwet, van belang kan zijn, ter zake van de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van degene die het gebruik heeft van een woonruimte of een bedrijfsruimte, die is aangesloten op voorzieningen van het energiebedrijf; c. de eigenaar of beheerder van een waterleidingbedrijf en het administratiekantoor dat voor die persoon werkzaam is voor zover dat voor de heffing van de waterschapsbelasting, bedoeld in de artikelen 117, eerste lid, aanhef en onderdeel a, 122d, eerste lid, van de wet of in artikel 7.2, tweede lid, van de Waterwet, van belang kan zijn, ter zake van naam-, adres- en woonplaatsgegevens en van de gegevens met betrekking tot de omvang van de geleverde hoeveelheid water, van degene die het gebruik heeft van een woonruimte of een bedrijfsruimte, die is aangesloten op voorzieningen van het waterleidingbedrijf; d. de aannemer, bedoeld in artikel 750, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, die een onroerende zaak tot stand heeft gebracht en heeft opgeleverd, voor zover dat voor de heffing van de waterschapsbelasting, bedoeld in artikel 115, eerste lid, onderdeel c, van de wet, van belang kan zijn, ter zake van de vervaardigingskosten van de tot stand gebrachte onroerende zaak. 2 Voor zover dit redelijkerwijs van belang is voor de uitvoering van dit besluit, gelden de in het eerste lid bedoelde verplichtingen ook buiten het gebied van het waterschap. 3 Informatieplichtig zijn slechts degenen die voor de heffing van rijksbelastingen administratieplichtig zijn. Artikel 6.17 1 Indien een belastingschuldige een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van kwijtschelding van waterschapbelastingen als bedoeld in artikel 144 van de wet zijn de colleges van burgemeester en wethouders, de rijksbelastingdienst en de Dienst Wegverkeer, bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994, desgevraagd gehouden kosteloos gegevens te verstrekken aan de dagelijkse besturen van de waterschappen in verband met de inkomens- en vermogenspositie van de belastingschuldige, ten behoeve van de beoordeling van deze aanvraag. 2 De Stichting Inlichtingenbureau is verwerker voor het verwerken van gegevens noodzakelijk voor het verlenen van deze kwijtschelding van waterschapsbelastingen die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of de in het eerste lid bedoelde instanties, op grond van enig wettelijk voorschrift worden verstrekt aan de dagelijkse besturen van de waterschappen. Hoofdstuk 7 Overgangsbepalingen en slotbepalingen § 1 Intrekking van andere regelingen Artikel 7.1 De Comptabiliteitsvoorschriften waterschappen worden ingetrokken met dien verstande dat zij op grond van artikel 98a van de wet, van toepassing blijven op de inrichting van de meerjarenraming, de begroting, de jaarverslaggeving, de uitvoeringsinformatie en de informatieverstrekking aan derden alsmede de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2008. Artikel 7.2 Het Besluit vergoedingen en tegemoetkoming leden algemeen bestuur waterschap wordt ingetrokken. Artikel 7.3 Het Besluit bezoldiging en tegemoetkoming in kosten leden dagelijks bestuur waterschap wordt ingetrokken. Artikel 7.4 Het Rechtspositiebesluit voorzitters waterschappen wordt ingetrokken. Artikel 7.5 Het Besluit administratieve verplichtingen waterschapsbelastingen wordt ingetrokken. § 2 Overgangsbepalingen Artikel 7.6 1 In afwijking van artikel 4.69, eerste lid, met inachtneming van artikel 4.68, tweede lid worden activa, die op 31 december 2008 tegen actuele waarde zijn gewaardeerd, volgens de op dat moment aanwezige boekwaarde gedurende de nog resterende afschrijvingsperiode afgeschreven. Gevormde herwaarderingsreserves dienen op de boekwaarde in mindering te worden gebracht. 2 In afwijking van artikel 4.68, eerste lid, worden alle activa waar voor 1 januari 2009 reserves op in mindering zijn gebracht op de waarde volgens de op 31 december 2008 aanwezige boekwaarde gedurende de nog resterende afschrijvingsperiode afgeschreven. Artikel 7.6a 1 In afwijking van de artikelen 4.38 en 4.39 mogen de artikelen 4.41 en 4.42 zoals die luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van het Besluit van 8 november 2023 houdende wijziging van het Waterschapsbesluit in verband met het actualiseren van de regels over beleidsvoorbereiding en verantwoording en de verdere uitwerking van de rechtmatigheidsverantwoording voor waterschappen (Stb. 2023, 424), worden toegepast gedurende maximaal vijf jaar na inwerkingtreding van voornoemd besluit. 2 In afwijking van artikel 4.74, vierde lid, mogen de gerealiseerde bedragen van het voorvorig begrotingsjaar, vóór het begrotingsjaar waarop dit besluit voor het eerst van toepassing is, volgens de regels zoals die luiden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 8 november 2023 houdende wijziging van het Waterschapsbesluit in verband met het actualiseren van de regels over beleidsvoorbereiding en verantwoording en de verdere uitwerking van de rechtmatigheidsverantwoording voor waterschappen (Stb. 2023, 424) in de begroting en de jaarrekening worden opgenomen. Artikel 7.6b 1 De artikelen 3.21, 3.29 en 3.30, zoals deze luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel VII, onderdelen D en G, van het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010, blijven van toepassing op de voorzitter die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit ingevolge artikel 3.31 kennis heeft gegeven aan het dagelijks bestuur dat hij wegens ziekte zijn ambt niet kan vervullen. 2 De artikelen 3.37 en 3.39, zoals deze luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel VII, onderdeel K, van het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010, blijven van toepassing op de voormalig voorzitter van wie het ontslag is ingegaan voor 27 februari 2010. Artikel 7.6c De bepalingen zoals die luidden voor inwerkingtreding van het besluit van 8 november 2023, houdende wijziging van het Waterschapsbesluit in verband met het actualiseren van de regels over beleidsvoorbereiding en verantwoording en de verdere uitwerking van de rechtmatigheidsverantwoording voor waterschappen (Stb. 2023, 424), blijven van toepassing op de meerjarenraming, begroting, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2024. § 3 Slotbepalingen Artikel 7.7 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Artikel 7.8 Dit besluit wordt aangehaald als: Waterschapsbesluit. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. 's-Gravenhage 29 november 2007 Beatrix De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, J. C. Huizinga-Heringa de achttiende december 2007 De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin Bijlage I model goedkeurende accountantsverklaring, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van het Waterschapsbesluit Vervallen Bijlage II goedkeuringstoleranties en strekking accountantsverklaringen, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, van het Waterschapsbesluit Vervallen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.