← Nederland

Regeling financiën hoger onderwijs

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juni 2008, nr. HO&S/CBV/2008/5214, houdende vaststelling van nadere regels vanwege financiering in het hoger onderwijs (Regeling financiën hoger onderwijs) Regeling financiën hoger onderwijs De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; Gelet op de artikelen 4.9, vierde lid, 4.10, 4.17, derde lid, 4.19, 4.20, vierde lid, 4.23, eerste en tweede lid, 4,25, vierde lid, 4.26, vijfde lid en 4.27, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, artikel 7 van het Besluit decentralisatie arbeidsvoorwaardenvorming academische ziekenhuizen en de artikelen 3.3, tweede lid, 7.43, vierde lid, 7.50, tweede lid, 7.51, zevende lid en 7.52, vijfde lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Besluit: Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: accreditatieorgaan: de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie, bedoeld in artikel 1 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs, met bijlage; Den Haag, 3 september 2003 (Trb. 2003, 167); afsluitend examen: het examen bedoeld in artikel 7.10 van de wet; besluit: het Uitvoeringsbesluit WHW 2008; examencommissie: de examencommissie, bedoeld in artikel 7.12, van de wet; hogeschool: hogeschool als bedoeld in onderdeel g van de bijlage van de wet; inspectie: de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht; kwaliteitsafspraken: kwaliteitsafspraken als bedoeld in het akkoord ‘Investeren in Onderwijskwaliteit, Kwaliteitsafspraken 2019–2024’, bijlage bij Kamerstukken II 2017/18, 31 288, nr. 621; kwaliteitsbekostiging: een aanvullende rijksbijdrage als bedoeld in artikel 2.6, vijfde lid, van de wet; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; persoonsgebonden nummer: burgerservicenummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, dan wel het door de minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 7.31e, derde lid; register onderwijsdeelnemers: het register bedoeld in artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers; studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar; universiteit: 1°. universiteit als bedoeld in de onderdelen a en b van de bijlage van de wet, 2°. de Open Universiteit, bedoeld in onderdeel h van de bijlage van de wet, en 3°. levensbeschouwelijke universiteit als bedoeld in onderdeel i van de bijlage van de wet; wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Paragraaf 2 Onderwijs Artikel 2 Factoren onderwijs 1 De factoren behorend bij het bekostigingsniveau, bedoeld in artikel 4.10, derde lid, van het besluit, zijn voor bacheloropleidingen en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs: a. voor een laag bekostigingsniveau: 1, b. voor een hoog bekostigingsniveau: 1,5, en c. voor een top bekostigingsniveau:

  1. 2 De factoren behorend bij het bekostigingsniveau, bedoeld in artikel 4.10, derde lid, van het besluit, zijn voor associate degree-opleidingen, bacheloropleidingen en masteropleidingen in het hoger beroepsonderwijs: a. voor een laag bekostigingsniveau: 1, b. voor een hoog bekostigingsniveau: 1,28, en c. voor een top bekostigingsniveau: 1,
  2. 3 De bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.
  3. van het besluit, behorend bij opleidingen of groepen van opleidingen, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 13 bij deze regeling. Artikel 3 Onderwijsopslag 1 De onderwijsopslag van een universiteit, bedoeld in artikel 4.11 van het besluit, bestaat uit: a. het bedrag, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende universiteit is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, en b. het percentage, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende universiteit is opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling. 2 De onderwijsopslag van een hogeschool, bedoeld in artikel 4.11 van het besluit, bestaat uit: a. het bedrag, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende hogeschool is opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling, en b. het percentage, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende hogeschool is opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling. Artikel 3a Historisch bestand hoger onderwijs 1 Voor de toepassing van artikel 4.3, zesde lid, van het besluit zijn de gegevens uit het register onderwijsdeelnemers vastgelegd in het historisch bestand hoger onderwijs onder het kenmerk 620668988284 aan de hand van de door instellingen aan het register onderwijsdeelnemers aangeleverde gegevens over de periode 1 september 1991 tot en met 30 september 2008 inzake getuigschriften, graden en inschrijvingen en daarmee gelijkgesteld met bekostigde inschrijvingen en bekostigde graden als bedoeld in het besluit. 2 Onverminderd het gestelde in artikel 4.3 zevende lid van het besluit zijn de gegevens, die op grond van artikel 4.3 zesde lid van het besluit zijn opgenomen in het historisch bestand hoger onderwijs, bedoeld in het eerste lid, niet meer te wijzigen na 16 april
  4. Artikel 3b Inschrijvingen met terugwerkende kracht Indien een inschrijving heeft plaatsgevonden in de maand oktober, heeft een instellingsbestuur niet de bevoegdheid die inschrijving met terugwerkende kracht te laten ingaan. Paragraaf 2a Beleidsregels kwaliteitsbekostiging Artikel 3c Reikwijdte Vervallen Artikel 3d Aanvraag- en beslistermijnen kwaliteitsbekostiging bij planbeoordeling Vervallen Artikel 3e Besluit kwaliteitsbekostiging bij planbeoordeling Vervallen Artikel 3f Aanvraag en beslistermijnen kwaliteitsbekostiging bij planrealisatie Vervallen Artikel 3g Besluit kwaliteitsbekostiging bij planrealisatie Vervallen Artikel 3h Berekening, verdeling en betaling bedrag Vervallen Artikel 3i Bedragen kwaliteitsbekostiging Vervallen Paragraaf 3 Onderzoek Artikel 4 Bedragen onderzoek 1 De bedragen, bedoeld in artikel 4.23, eerste lid, van het besluit, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 5 bij deze regeling. 2 De verdeling, bedoeld in artikel 4.23, tweede lid, van het besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 6 bij deze regeling. 3 De bedragen, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, van het besluit, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 9 bij deze regeling. 4 Het deel van het onderzoekdeel wo, bedoeld in artikel 4.20, eerste lid, van het besluit, is 12,42354%. 5 Het deel van het onderzoekdeel wo, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, van het besluit, is 16,44605%. 6 De bedragen, bedoeld in artikel 4.21, tweede lid, van het besluit, zijn € 91.421 voor een promotie en € 76.184 voor een ontwerperscertificaat. Paragraaf 4 Academische ziekenhuizen Artikel 5 Rentepercentage Het rentepercentage bedoeld in artikel 4.27, tweede lid, van het besluit is 5%. Artikel 6 Bedragen en percentages academische ziekenhuizen 1 Het bedrag, bedoeld in artikel 4.27, derde lid, onderdeel c, van het besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 7 bij deze regeling, onder de noemer bedragen. 2 De percentages, bedoeld in artikel 4.27, vierde lid, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling, onder de noemer percentages. 3 De investeringsbedragen, bedoeld in artikel 4.27, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling. Artikel 7 Toelage raad van toezicht academische ziekenhuizen Vervallen Paragraaf 5 Collegegeld Artikel 8 Consumentenprijsindex Vervallen Artikel 9 Bedragen wettelijk collegegeld Voor het in de volgende tabel genoemde studiejaar worden na de toepassing van artikelen 2.2, tweede lid, en 2.4a, tweede lid, van het besluit de volgende bedragen van het wettelijk collegegeld vastgesteld: Vorm wettelijk collegegeld Studiejaar 2024–2025 Studiejaar 2025–2026 Volledig wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van het besluit € 2.530 € 2.601 Gedeeltelijk wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.4a, eerste lid, van het besluit Minimumbedrag: € 1.506 Maximumbedrag: € 2.530 Minimumbedrag: € 1.548 Maximumbedrag: € 2.601 Paragraaf 6 Financiële ondersteuning en toelagen Artikel 10 Organisaties 1 Studentenorganisaties als bedoeld in artikel 3.3, tweede lid van de wet, zijn voor de werking van deze regeling Interstedelijk Studenten Overleg en Landelijke Studenten Vakbond, beide te Utrecht. 2 Organisaties kunnen tussen 1 april en 1 juni voorafgaande aan het desbetreffende studiejaar een verzoek indienen bij de minister om te worden aangewezen als politieke jongerenorganisatie of een landelijke organisatie als bedoeld in artikel 7.51k, van de wet. Bij dat verzoek dienen te worden bijgevoegd: a. de statuten of reglementen van de organisatie; b. een verklaring van een accountant waaruit blijkt dat de organisatie ten minste tweehonderd vijftig betalende leden, contribuanten of donateurs omvat, dan wel uit een samenwerkingsverband bestaat van instellingen, organisaties of rechtspersonen die samen ten minste tweehonderd vijftig betalende leden, contribuanten of donateurs omvatten; c. in het geval van een politieke jongerenorganisatie: de schriftelijke verklaring van de politieke partij, vertegenwoordigd in de beide Kamers der Staten Generaal, waaruit blijkt dat de desbetreffende organisatie met die politieke partij is gelieerd; d. een verklaring waaruit blijkt dat de desbetreffende organisatie voor het hoger onderwijs relevante activiteiten ontplooit. 3 Een organisatie, genoemd in het tweede lid, die aansluitend op een eerdere toekenning een verzoek indient, informeert de minister slechts over wijzigingen in de desbetreffende bescheiden. 4 De minister stelt de organisatie, bedoeld in het tweede lid uiterlijk op 15 juli voorafgaande aan het desbetreffende studiejaar in kennis van zijn beslissing. Artikel 11 Vertegenwoordigers 1 Het bestuur van een organisatie, bedoeld in artikel 10, wijst de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers aan die voor de financiële ondersteuning vanwege het daadwerkelijk vervullen van een bestuursfunctie tijdens een studiejaar in aanmerking komen, met inachtneming van artikel 7.51k van de wet en verstrekt aan de minister voor 1 november van het desbetreffende studiejaar de volgende gegevens over deze vertegenwoordiger of vertegenwoordigers: a. de naam, het adres en de woonplaats, alsmede de geboortedatum; b. een kopie van een identiteitsbewijs met daarop het burgerservice- of sofinummer; c. een bankafschrift met daarop het relevante banknummer; d. de gewenste subsidieperiode in maanden. 2 Financiële ondersteuning wordt gegeven tot ten hoogste het bedrag voor het gehele studiejaar voor vijf vertegenwoordigers van een organisatie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, en voor een vertegenwoordiger van maximaal veertig organisaties bedoeld in artikel 10, tweede lid. 3 Indien is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid en financiële ondersteuning wordt toegekend, maakt de minister deze beslissing aan de desbetreffende organisaties bekend en zendt van die bekendmaking een afschrift aan de vertegenwoordiger. 4 Het bestuur van een organisatie kan, in afwijking van het eerste lid, tussentijds de aanwijzing van een vertegenwoordiger intrekken. Van deze intrekking maakt het bestuur melding aan de minister. 5 Na een intrekking als bedoeld in het vierde lid, kan het bestuur van een organisatie in plaats van de vertegenwoordiger van wie de aanwijzing is ingetrokken, een nieuwe vertegenwoordiger aanwijzen. De aanwijzing van de nieuwe vertegenwoordiger geldt voor het resterende gedeelte van het desbetreffende studiejaar. Artikel 12 Aanspraak 1 De vertegenwoordiger heeft, behoudens het tweede lid, gedurende het tijdvak waarvoor de in artikel 11 bedoelde aanwijzing geldt, aanspraak op financiële ondersteuning. 2 Indien het bestuur van een organisatie na intrekking van de eerste aanwijzing een andere vertegenwoordiger aanwijst, heeft deze met ingang van de eerste volle maand na zijn aanwijzing aanspraak op financiële ondersteuning. Artikel 13 Hoogte van de aanspraak 1 De financiële ondersteuning is gelijk 115% van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een werknemer van 21 jaar of ouder bij een volledig dienstverband per maand. 2 De toekenning van de financiële ondersteuning vindt plaats per maand. Paragraaf 7 Persoonsgebonden nummer in het hoger onderwijs Artikel 14 Wijze van verstrekking Vervallen Artikel 15 Tijdstip van melding Vervallen Artikel 16 Gebruik van gegevens uit het basisregister onderwijs door minister en Inspectie Vervallen Paragraaf 8 Sectoroverstijgende opleidingen Artikel 17 Bekostiging sectoroverstijgende opleidingen ten laste van de begroting van het Ministerie van Economische Zaken Vervallen Paragraaf 8a Experimenten Artikel 18 Experiment prestatiebekostiging Vervallen Paragraaf 8b Aanvullende taken accreditatieorgaan in verband met kwaliteitsafspraken Artikel 18a 1 Het accreditatieorgaan heeft in aanvulling op artikel 5.2, vierde lid, van de wet tot taak: a. de minister te adviseren de aanvragen, bedoeld in de artikelen 4.30, eerste en tweede lid, en 4.32, derde lid, van het besluit; b. in 2022 de minister te adviseren of voldaan is aan de maatstaven, bedoeld in artikel 4.32, eerste lid, van het besluit; c. uiterlijk zes jaar na het besluit, bedoeld in artikel 3d, derde of zesde lid, de verwezenlijking te evalueren van de in de aanvraag in het vooruitzicht gestelde kwaliteit, bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, van het besluit, van een universiteit of hogeschool en daarover de minister te adviseren; d. een commissie van deskundigen in te stellen in het geval het: 1°. de advisering over een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, van het besluit betreft en de desbetreffende universiteit of hogeschool geen erkenning ITK als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de wet, heeft verkregen; 2°. de advisering over een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, van het besluit betreft en voor de desbetreffende instelling niet reeds een commissie van deskundigen is ingesteld in het kader van een instellingstoets kwaliteitszorg als bedoeld in artikel 5.23, eerste lid, van de wet; 3°. de advisering betreft over een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, tweede lid, van het besluit; 4°. de advisering betreft over een aanvraag als bedoeld in artikel 4.32, eerste en derde lid, van het besluit; e. het in 2020 of 2022 of op verzoek van de minister opmaken van een landelijk beeld van de stand van zaken van de kwaliteitsafspraken. 2 Het accreditatieorgaan stelt een toetsingsprotocol vast voor de advisering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. Het toetsingsprotocol wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de minister daarmee heeft ingestemd. Paragraaf 9 Slotbepalingen Artikel 19 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel 13, eerste lid, artikel 18, onderdelen d en f, en bijlage 12, onderdelen g, voor zover het betreft de vermelding van de Duitse bondsstaat, q, r en w, in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt, met uitzondering van artikel 5, eerste lid, terug tot en met 1 januari
  5. 2 Artikel 5, eerste lid, werkt terug tot en met 1 januari
  6. 3 Artikel 13, eerste lid treedt in werking met ingang van 1 september
  7. 4 Artikel 18, onderdelen d en f, treedt in werking met ingang van 1 september
  8. 5 Bijlage 12, onderdelen g, voor zover het betreft de vermelding van de Duitse bondsstaat, q, r en w, treedt in werking met ingang van 1 oktober
  9. Artikel 20 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiën hoger onderwijs. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H.A.Plasterk Bijlage 1 bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de regeling De bedragen onderwijsopslag universiteiten, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit Universiteit Kwaliteit Kwetsbare opleidingen Bijzondere voorzieningen Totaalbedrag 00DV Protestantse Theologische Universiteit € 0 € 0 € 329.343 € 329.343 21PB Universiteit Leiden € 0 € 3.134.629 € 2.561.703 € 5.696.332 21PC Rijksuniversiteit Groningen € 0 € 2.660.396 € 2.427.891 € 5.088.287 21PD Universiteit Utrecht € 0 € 9.295.487 € 2.866.097 € 12.161.584 21PE Erasmus Universiteit Rotterdam € 0 € 614.527 € 10.193.406 € 10.807.933 21PF Technische Universiteit Delft € 0 € 0 € 9.627.603 € 9.627.603 21PG Technische Universiteit Eindhoven € 0 € 0 € 941.464 € 941.464 21PH Universiteit Twente € 0 € 0 € 15.481.624 € 15.481.624 21PI Wageningen University € 0 € 0 € 834.438 € 834.438 21PJ Universiteit Maastricht € 0 € 764.742 € 3.592.073 € 4.356.815 21PK Universiteit van Amsterdam € 0 € 3.493.284 € 2.027.151 € 5.520.435 21PL Vrije Universiteit Amsterdam € 0 € 1.055.265 € 4.060.372 € 5.115.637 21PM Radboud Universiteit Nijmegen € 0 € 1.881.726 € 1.856.423 € 3.738.149 21PN Tilburg University € 0 € 669.151 € 1.194.867 € 1.864.018 21QO Theologische Universiteit Apeldoorn € 0 € 0 € 101.285 € 101.285 22NC Open Universiteit € 0 € 382.394 € 241.032 € 623.426 23BF Universiteit voor Humanistiek € 0 € 0 € 102.118 € 102.118 25AV Theologische Universiteit Utrecht € 0 € 0 € 29.536 € 29.536 Totaal € 0 € 23.951.601 € 58.468.426 € 82.420.027 Bijlage 2 bij artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de regeling Percentages onderwijsopslag universiteiten, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit Universiteit Percentage 00DV Protestantse Theologische Universiteit 0,44338% 21PB Universiteit Leiden 8,48962% 21PC Rijksuniversiteit Groningen 9,06204% 21PD Universiteit Utrecht 11,77187% 21PE Erasmus Universiteit Rotterdam 6,59767% 21PF Technische Universiteit Delft 11,08661% 21PG Technische Universiteit Eindhoven 5,85132% 21PH Universiteit Twente 5,15000% 21PI Wageningen University 4,70089% 21PJ Universiteit Maastricht 5,56984% 21PK Universiteit van Amsterdam 11,03198% 21PL Vrije Universiteit Amsterdam 7,63023% 21PM Radboud Universiteit Nijmegen 7,17230% 21PN Tilburg University 3,42933% 21QO Theologische Universiteit Apeldoorn 0,06736% 22NC Open Universiteit 1,74141% 23BF Universiteit voor Humanistiek 0,14940% 25AV Theologische Universiteit Utrecht 0,05476% Totaal 100,00000% Bijlage 3 bij artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de regeling De bedragen onderwijsopslag hogescholen, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit Hogeschool Kwaliteit Kwetsbare opleidingen Bijzondere voorzieningen Totaalbedrag 00IC Katholieke PABO Zwolle € 0 € 0 € 564.079 € 564.079 00MF Hogeschool voor de Kunsten Utrecht € 0 € 541.843 € 435.297 € 977.140 01VU Christelijke Hogeschool Windesheim € 0 € 0 € 5.001.275 € 5.001.275 02BY Gerrit Rietveld Academie € 0 € 1.170.924 € 153.988 € 1.324.912 02NR Hotelschool The Hague € 0 € 0 € 233.224 € 233.224 02NT Design Academy Eindhoven € 0 € 536.027 € 147.474 € 683.501 07GR Avans Hogeschool € 0 € 490.469 € 5.829.681 € 6.320.150 08OK Pedagogische Hogeschool De Kempel € 0 € 0 € 308.762 € 308.762 09OT Iselinge Hogeschool € 0 € 0 € 663.924 € 663.924 10IZ Marnix Academie € 0 € 0 € 390.824 € 390.824 14NI Codarts, Hogeschool voor de Kunsten € 0 € 895.640 € 190.019 € 1.085.659 15BK Driestar educatief € 0 € 0 € 956.984 € 956.984 21CW HAS Hogeschool € 0 € 0 € 2.062.378 € 2.062.378 21MI HZ University of Applied Sciences € 0 € 0 € 2.134.676 € 2.134.676 21QA Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten € 0 € 913.088 € 344.773 € 1.257.861 21RI Hogeschool Leiden € 0 € 147.228 € 1.737.146 € 1.884.374 21UG Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar € 0 € 0 € 504.355 € 504.355 21UI Breda University of Applied Sciences € 0 € 0 € 660.743 € 660.743 22HH Hogeschool Viaa € 0 € 0 € 454.529 € 454.529 22OJ Hogeschool Rotterdam € 0 € 1.160.445 € 4.654.505 € 5.814.950 23AH Saxion Hogeschool € 0 € 277.135 € 5.040.304 € 5.317.439 23KJ Hogeschool der Kunsten Den Haag € 0 € 848.144 € 190.304 € 1.038.448 25BA Christelijke Hogeschool Ede € 0 € 0 € 608.112 € 608.112 25BE Hanzehogeschool Groningen € 0 € 1.497.195 € 5.915.504 € 7.412.699 25DW Hogeschool Utrecht € 0 € 1.351.036 € 4.930.492 € 6.281.528 25JX Zuyd Hogeschool € 0 € 928.574 € 6.229.240 € 7.157.814 25KB Hogeschool van Arnhem en Nijmegen € 0 € 1.420.320 € 7.548.121 € 8.968.441 27NF ArtEZ € 0 € 1.465.593 € 393.169 € 1.858.762 27PZ Hogeschool INHolland € 0 € 762.123 € 2.919.308 € 3.681.431 27UM De Haagse Hogeschool € 0 € 0 € 2.759.094 € 2.759.094 28DN Hogeschool van Amsterdam € 0 € 0 € 5.450.989 € 5.450.989 30GB Fontys Hogeschool € 0 € 1.470.880 € 9.327.467 € 10.798.347 30HD Hogeschool Van Hall Larenstein € 0 € 0 € 1.681.793 € 1.681.793 30TX Aeres Hogeschool € 0 € 0 € 2.267.749 € 2.267.749 30VP Hogeschool Thomas More € 0 € 0 € 318.695 € 318.695 31FR NHL Stenden Hogeschool € 0 € 0 € 3.700.871 € 3.700.871 Totaal € 0 € 15.876.664 € 86.709.848 € 102.586.512 Bijlage 4 bij artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de regeling De percentages onderwijsopslag hogescholen, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit Hogeschool Percentage 00IC Katholieke PABO Zwolle 0,16422% 00MF Hogeschool voor de Kunsten Utrecht 2,37909% 01VU Christelijke Hogeschool Windesheim 3,85558% 02BY Gerrit Rietveld Academie 0,71344% 02NR Hotelschool The Hague 0,52374% 02NT Design Academy Eindhoven 0,36962% 07GR Avans Hogeschool 5,36709% 08OK Pedagogische Hogeschool De Kempel 0,21843% 09OT Iselinge Hogeschool 0,12838% 10IZ Marnix Academie 0,35269% 14NI Codarts, Hogeschool voor de Kunsten 1,71727% 15BK Driestar educatief 0,29214% 21CW HAS Hogeschool 1,08683% 21MI HZ University of Applied Sciences 1,01365% 21QA Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten 4,44755% 21RI Hogeschool Leiden 2,06027% 21UG Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar 0,29808% 21UI Breda University of Applied Sciences 1,15584% 22HH Hogeschool Viaa 0,33542% 22OJ Hogeschool Rotterdam 6,74273% 23AH Saxion Hogeschool 4,62944% 23KJ Hogeschool der Kunsten Den Haag 2,21495% 25BA Christelijke Hogeschool Ede 0,73557% 25BE Hanzehogeschool Groningen 5,98677% 25DW Hogeschool Utrecht 6,13955% 25JX Zuyd Hogeschool 4,17804% 25KB Hogeschool van Arnhem en Nijmegen 6,12434% 27NF ArtEZ 3,24493% 27PZ Hogeschool INHolland 6,10170% 27UM De Haagse Hogeschool 4,20300% 28DN Hogeschool van Amsterdam 7,20832% 30GB Fontys Hogeschool 8,93604% 30HD Hogeschool Van Hall Larenstein 1,59769% 30TX Aeres Hogeschool 1,01531% 30VP Hogeschool Thomas More 0,14404% 31FR NHL Stenden Hogeschool 4,31829% Totaal 100,00000% Bijlage 5 bij artikel 4, eerste lid, van de regeling De bedragen onderzoek universiteiten, bedoeld in artikel 4.23, eerste lid, van het besluit Universiteit Bedrag 00DV Protestantse Theologische Universiteit € 580.737 21PB Universiteit Leiden € 60.686.258 21PC Rijksuniversiteit Groningen € 50.583.461 21PD Universiteit Utrecht € 60.169.330 21PE Erasmus Universiteit Rotterdam € 48.135.903 21PF Technische Universiteit Delft € 48.197.415 21PG Technische Universiteit Eindhoven € 33.513.565 21PH Universiteit Twente € 33.239.165 21PI Wageningen University € 24.716.498 21PJ Universiteit Maastricht € 40.684.538 21PK Universiteit van Amsterdam € 53.881.028 21PL Vrije Universiteit Amsterdam € 49.236.336 21PM Radboud Universiteit Nijmegen € 49.985.229 21PN Tilburg University € 20.232.751 21QO Theologische Universiteit Apeldoorn € 580.737 22NC Open Universiteit € 4.389.543 23BF Universiteit voor Humanistiek € 2.903.687 25AV Theologische Universiteit Utrecht € 1.742.212 Totaal € 583.458.393 Bijlage 6 bij artikel 4, tweede lid, van de regeling De percentages voorziening onderzoek universiteiten, bedoeld in artikel 4.23, tweede lid, van het besluit Universiteit Percentage 00DV Protestantse Theologische Universiteit 0,24820% 21PB Universiteit Leiden 7,89101% 21PC Rijksuniversiteit Groningen 8,28732% 21PD Universiteit Utrecht 11,23083% 21PE Erasmus Universiteit Rotterdam 5,08934% 21PF Technische Universiteit Delft 14,04056% 21PG Technische Universiteit Eindhoven 7,09734% 21PH Universiteit Twente 5,89651% 21PI Wageningen University 7,97418% 21PJ Universiteit Maastricht 4,84680% 21PK Universiteit van Amsterdam 9,49922% 21PL Vrije Universiteit Amsterdam 7,35344% 21PM Radboud Universiteit Nijmegen 6,79535% 21PN Tilburg University 2,55901% 21QO Theologische Universiteit Apeldoorn 0,01128% 22NC Open Universiteit 1,02142% 23BF Universiteit voor Humanistiek 0,14015% 25AV Theologische Universiteit Kampen 0,01804% Totaal 100,00000% Bijlage 7 bij artikel 6 van de regeling Bedragen en percentages academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 4.27, derde lid, onder c, respectievelijk artikel 4.27, vierde lid, van het besluit Universiteit Bedrag Percentage 21PB Universiteit Leiden 0 12,39730% 21PC Rijksuniversiteit Groningen 0 12,84522% 21PD Universiteit Utrecht 0 13,69763% 21PE Erasmus Universiteit Rotterdam 0 13,35443% 21PJ Universiteit Maastricht 0 9,11353% 21PK Universiteit van Amsterdam 0 16,69170% 21PL Vrije Universiteit Amsterdam 0 10,87244% 21PM Radboud Universiteit Nijmegen 0 11,02775% Totaal 0 100,00000% Bijlage 8 bij artikel 6, van de regeling Investeringsbedragen academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 4.27, eerste lid onder a, van het besluit, per investeringsjaar universiteit 2000 2008 2009 2010 2011 21PB Universiteit Leiden € 78.408.876 € 4.741.483 € 5.566.058 € 5.713.494 € 7.598.710 21PC Rijksuniversiteit Groningen € 100.416.450 € 6.434.870 € 7.074.615 € 7.271.719 € 7.469.039 21PD Universiteit Utrecht € 94.028.801 € 9.144.289 € 8.531.154 € 8.778.004 € 9.025.089 21PE Erasmus Universiteit Rotterdam € 134.810.505 € 13.911.824 € 14.591.394 € 15.010.906 € 15.456.762 21PJ Universiteit Maastricht € 54.292.304 € 3.074.148 € 4.915.817 € 5.064.233 € 3.501.112 21PK Universiteit van Amsterdam € 78.618.899 € 9.144.289 € 8.531.154 € 8.778.004 € 9.025.089 21PL Vrije Universiteit Amsterdam € 64.656.533 € 5.835.671 € 6.112.260 € 6.284.843 € 6.457.607 21PM Radboud Universiteit Nijmegen € 161.862.435 € 11.827.655 € 12.510.625 € 12.855.360 € 13.226.423 universiteit 2012 2013 2014 2015 2016 21PB Universiteit Leiden € 6.060.720 € 6.025.500 € 8.129.295 € 8.373.174 € 8.624.369 21PC Rijksuniversiteit Groningen € 7.692.453 € 7.647.750 € 19.185.583 € 19.761.150 € 20.353.985 21PD Universiteit Utrecht € 9.272.384 € 9.218.500 € 12.221.926 € 12.588.584 € 12.966.241 21PE Erasmus Universiteit Rotterdam € 15.902.916 € 15.810.500 € 3.946.142 € 4.064.526 € 4.186.462 21PJ Universiteit Maastricht € 5.361.407 € 5.330.250 € 9.554.978 € 9.841.627 € 10.136.876 21PK Universiteit van Amsterdam € 9.272.384 € 9.218.500 € 8.112.969 € 8.356.358 € 8.607.048 21PL Vrije Universiteit Amsterdam € 6.630.532 € 6.592.000 € 10.712.669 € 11.034.049 € 11.365.070 21PM Radboud Universiteit Nijmegen € 13.597.770 € 13.518.750 € 3.699.042 € 3.810.013 € 3.924.314 universiteit 2017 2018 2019 2020 2021 21PB Universiteit Leiden € 8.883.100 € 9.149.593 € 13.766.975 € 14.179.984 € 14.605.384 21PC Rijksuniversiteit Groningen € 20.964.605 € 21.593.543 € 4.800.906 € 4.944.933 € 5.093.281 21PD Universiteit Utrecht € 13.355.228 € 13.755.885 € 12.295.484 € 12.664.348 € 13.044.279 21PE Erasmus Universiteit Rotterdam € 4.312.056 € 4.441.417 € 10.436.088 € 10.749.171 € 11.071.646 21PJ Universiteit Maastricht € 10.440.982 € 10.754.212 € 6.849.292 € 7.054.771 € 7.266.414 21PK Universiteit van Amsterdam € 8.865.260 € 9.131.218 € 27.650.616 € 28.480.135 € 29.334.539 21PL Vrije Universiteit Amsterdam € 11.706.022 € 12.057.203 € 3.640.397 € 3.749.609 € 3.862.097 21PM Radboud Universiteit Nijmegen € 4.042.043 € 4.163.304 € 8.158.008 € 8.402.748 € 8.654.831 universiteit 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 21PB Universiteit Leiden € 15.043.545 € 15.494.851 € 8.191.143 € 8.436.877 € 8.689.983 € 8.950.683 € 9.219.203 21PC Rijksuniversiteit Groningen € 5.246.080 € 5.403.462 € 14.347.219 € 14.777.636 € 15.220.965 € 15.677.594 € 16.147.921 21PD Universiteit Utrecht € 13.435.607 € 13.838.675 € 20.757.678 € 21.380.409 € 22.021.821 € 22.682.476 € 23.362.950 21PE Erasmus Universiteit Rotterdam € 11.403.795 € 11.745.909 € 13.889.329 € 14.306.009 € 14.735.189 € 15.177.245 € 15.632.562 21PJ Universiteit Maastricht € 7.484.406 € 7.708.939 € 2.340.326 € 2.410.536 € 2.482.852 € 2.557.338 € 2.634.058 21PK Universiteit van Amsterdam € 30.214.575 € 31.121.012 € 20.808.555 € 21.432.812 € 22.075.796 € 22.738.070 € 23.420.212 21PL Vrije Universiteit Amsterdam € 3.977.960 € 4.097.298 € 10.531.469 € 10.847.413 € 11.172.836 € 11.508.021 € 11.853.261 21PM Radboud Universiteit Nijmegen € 8.914.476 € 9.181.910 € 10.684.099 € 11.004.622 € 11.334.761 € 11.674.804 € 12.025.048 Bijlage 9 bij artikel 4, derde lid, van de regeling De bedragen ontwerp en ontwikkeling hogescholen, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, van het besluit Hogeschool Bedrag 00IC Katholieke PABO Zwolle € 413.584 00MF Hogeschool voor de Kunsten Utrecht € 2.911.246 01VU Christelijke Hogeschool Windesheim € 10.386.243 02BY Gerrit Rietveld Academie € 802.432 02NR Hotelschool The Hague € 1.241.412 02NT Design Academy Eindhoven € 544.336 07GR Avans Hogeschool € 13.393.306 08OK Pedagogische Hogeschool De Kempel € 571.530 09OT Iselinge Hogeschool € 309.180 10IZ Marnix Academie € 797.683 14NI Codarts, Hogeschool voor de Kunsten € 1.451.600 15BK Driestar educatief € 756.340 21CW HAS Hogeschool € 1.927.384 21MI HZ University of Applied Sciences € 2.332.656 21QA Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten € 3.880.983 21RI Hogeschool Leiden € 5.040.962 21UG Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar € 689.711 21UI Breda University of Applied Sciences € 2.976.385 22HH Hogeschool Viaa € 963.489 22OJ Hogeschool Rotterdam € 15.911.828 23AH Saxion Hogeschool € 10.954.619 23KJ Hogeschool der Kunsten Den Haag € 1.999.054 25BA Christelijke Hogeschool Ede € 1.920.592 25BE Hanzehogeschool Groningen € 12.384.296 25DW Hogeschool Utrecht € 14.663.759 25JX Zuyd Hogeschool € 7.475.000 25KB Hogeschool van Arnhem en Nijmegen € 14.579.162 27NF ArtEZ € 3.253.060 27PZ Hogeschool INHolland € 11.490.228 27UM De Haagse Hogeschool € 9.294.776 28DN Hogeschool van Amsterdam € 18.041.727 30GB Fontys Hogeschool € 18.611.445 30HD Hogeschool Van Hall Larenstein € 2.468.449 30TX Aeres Hogeschool € 1.981.547 30VP Hogeschool Thomas More € 496.827 31FR NHL Stenden Hogeschool € 9.682.689 Totaal € 206.599.518 Bijlage 10 bij artikel 3i, van de regeling Vervallen Bijlage 11 bij artikel 3i, van de regeling Vervallen Bijlage 12 bij artikel 14, tweede lid, van de regeling Vervallen Bijlage 13 bij artikel 2, derde lid, van de regeling A Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs CROHO onderdeel Economie (standaard niveau bekostiging ‘Laag’) Opleiding Niveau Ad Facilitair Eventmanagement Hoog Ad Facility Management Hoog Ad Hotel Management Hoog B Creative Business Hoog B European Studies Hoog B Facility Management Hoog B Food and Business Hoog B Hotel Management Hoog B Journalistiek Hoog B Internationale Communicatie en Talen Hoog CROHO onderdeel Gedrag en maatschappij (standaard niveau bekostiging ‘Laag’) Opleiding Niveau B Vaktherapie Hoog CROHO onderdeel Gezondheidszorg (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’) Opleiding Niveau Ad Management in de Zorg Laag Ad Zorg en Technologie Laag B Management in de Zorg Laag B Oefentherapie Cesar Laag B Opleiding voor Ergotherapie Laag B Opleiding voor Logopedie Laag B Opleiding tot Fysiotherapeut Laag B Opleiding tot Oefentherapeut Laag B Opleiding tot Verpleegkundige Laag B Voeding en Diëtetiek Laag B Tandprothetiek Top B Verloskunde Top B Mondzorgkunde Top M Advanced Nursing Practice Top M Physician Assistant Top CROHO onderdeel Landbouw en natuurlijke omgeving (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’) Opleiding Niveau B International Business Laag CROHO onderdeel Natuur (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’) Geen uitzonderingen. CROHO onderdeel Onderwijs (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’) Opleiding Niveau Ad Pedagogisch Educatief Professional Laag Ad Onderwijsondersteuner Omgangskunde Laag Ad Onderwijsondersteuner Gezondheidszorg en Welzijn Laag B Learning and Development in Organisations Laag B Opleiding tot leraar Basisonderwijs Laag B Opleiding tot leraar van de eerste graad in Lichamelijke Opvoeding Laag B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Aardrijkskunde Laag B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Algemene Economie Laag B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Bedrijfseconomie Laag B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Duits Laag B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Engels Laag B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Frans Laag B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Fries Laag B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Geschiedenis Laag B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Godsdienst Laag B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Gezondheidszorg en Welzijn Laag B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Maatschappijleer Laag B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Nederlands Laag B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in omgangskunde Laag B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Pedagogiek Laag B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Spaans Laag M Educational Needs Laag M Leraar Aardrijkskunde Laag M Leraar Algemene Economie Laag M Leraar Bedrijfseconomie Laag M Leraar Duits Laag M Leraar Engels Laag M Leraar Frans Laag M Leraar Fries Laag M Leraar Geschiedenis Laag M Leraar Godsdienst Laag M Leraar Maatschappijleer Laag M Leraar Nederlands Laag Ad Schrijftolk Top B Opleiding tot Leraar Nederlandse Gebarentaal (NGT) / Bacheloropleiding tot Tolk NGT Top CROHO onderdeel Recht (standaard niveau bekostiging ‘Laag’) Geen uitzonderingen. CROHO onderdeel Sectoroverstijgend (standaard niveau bekostiging ‘Laag’) Opleiding Niveau Subonderdeel: Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid Hoog CROHO onderdeel Taal en cultuur (standaard niveau bekostiging ‘Laag’) Opleiding Niveau Subonderdeel: opleidingen op het gebied van de kunst Hoog B Cultureel Erfgoed Hoog B Vertaalacademie Hoog M Applied Museum and Heritage Studies Hoog M Architectuur Hoog M Landschapsarchitectuur Hoog M Stedenbouw Hoog CROHO onderdeel Techniek (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’) Geen uitzonderingen. B Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het wetenschappelijk onderwijs CROHO onderdeel Economie (standaard niveau bekostiging ‘Laag’) Geen uitzonderingen. CROHO onderdeel Gedrag en maatschappij (standaard niveau bekostiging ‘Laag’) Opleiding Niveau M Environment and Resource Management Hoog M Environment and Society Studies Hoog CROHO onderdeel Gezondheidszorg (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’) Opleiding Niveau B Diergeneeskunde Top B Geneeskunde Top B Klinische Technologie (inclusief joint degree) Top B Tandheelkunde Top B Zorg, Gezondheid & Samenleving Top M Diergeneeskunde Top M Geneeskunde Top M Geneeskunde en Klinisch Onderzoek (research) Top M Geneeskunde, klinisch onderzoeker Top M Tandheelkunde Top M Technical Medicine (inclusief joint degree) Top CROHO onderdeel Landbouw en natuurlijke omgeving (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’) Geen uitzonderingen. CROHO onderdeel Natuur (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’) Opleiding Niveau B Farmacie Top M Farmacie Top CROHO onderdeel Onderwijs (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’) Geen uitzonderingen. CROHO onderdeel Recht (standaard niveau bekostiging ‘Laag’) Geen uitzonderingen. CROHO onderdeel Sectoroverstijgend (standaard niveau bekostiging ‘Laag’) Opleiding Niveau Subonderdeel: Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid Hoog CROHO onderdeel Taal en cultuur (standaard niveau bekostiging ‘Laag’) Geen uitzonderingen. CROHO onderdeel Techniek (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’) Geen uitzonderingen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.