Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 oktober 2008, nr. AI/AMF/08/23131, tot Vaststelling van de beleidsregels boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2008 Beleidsregels boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2008 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Besluit: Artikel 1 Bij de berekening van een boete als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen worden voor alle beboetbare feiten als uitgangspunt gehanteerd de normbedragen die zijn neergelegd in de ‘Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete Wet arbeid vreemdelingen’ die als bijlage bij deze beleidsregels is gevoegd. Artikel 2 Voor de werkgever als natuurlijk persoon wordt bij een gedraging in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen of artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht als uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen boete gehanteerd: 0,5 maal het boetenormbedrag. Dit uitgangspunt geldt alleen in gevallen waarin geen matiging van de boete op grond van artikel 7, 8, 9 of 10 wordt toegepast. Artikel 3 Indien sprake is van een gedraging in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen of artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en de boete wordt opgelegd aan een persoon bedoeld in artikel 18a, tweede lid aanhef en onder 2° van de Wet arbeid vreemdelingen, wordt als uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen boete gehanteerd: 0,5 maal het boetenormbedrag. Dit uitgangspunt geldt alleen in gevallen waarin geen matiging van de boete op grond van artikel 7, 8, 9 of 10 van deze Beleidsregels wordt toegepast. Artikel 4 Een gedraging in strijd met artikel 15, tweede én derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen wordt beboet alsof sprake was van slechts één beboetbaar feit per persoon ten aanzien van wie deze beboetbare feiten zijn begaan. Artikel 5 De totale bij een boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is van meer beboetbare feiten, uit de som van de per beboetbaar feit berekende boetebedragen. Artikel 6 De artikelen 19c en 19d, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen zijn van toepassing indien de aan de werkgever opgelegde boetes, voor zover het een rechtspersoon betreft, in een onderneming onherroepelijk zijn geworden. Artikel 7 1 Bij een gedraging in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen waarbij niet tevens ten aanzien van dezelfde of een andere vreemdeling een gedraging in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen of artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt geconstateerd, zal de boete worden gematigd tot € 1.500,– voor het totaal van deze beboetbare feiten. 2 Bij een gedraging in strijd met artikel 15, tweede of derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen waarbij niet tevens ten aanzien van dezelfde of een andere vreemdeling een gedraging in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen of artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt geconstateerd, zal de boete worden gematigd tot € 1.500,– voor het totaal van deze beboetbare feiten. 3 Indien sprake is van recidive wordt per beboetbaar feit een boete opgelegd waarbij de regels van artikel 19d, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen in acht worden genomen. Artikel 8 Bij de tewerkstelling van een kennismigrant als bedoeld in artikel 1d van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen, waarvoor nog geen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de vreemdelingenwet 2000 is aangevraagd, maar wel aan alle overige voorwaarden voor de tewerkstelling als kennismigrant is voldaan, wordt de boete voor de gedraging in strijd met artikel 2, eerste lid, Wet arbeid vreemdelingen, gematigd tot € 1.500 per beboetbaar feit. Artikel 9 1 Bij een gedraging in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen waarbij sprake is van tewerkstelling van een vreemdeling in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen en waarbij de betrokken dienstverlener binnen 2 weken na de constatering van het beboetbare feit alsnog volledig melding, als bedoeld in artikel 1e, tweede lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen doet van de desbetreffende arbeid, wordt de boete gematigd tot € 1.500,– voor het totaal van deze beboetbare feiten. 2 Bij een gedraging in strijd met artikel 15, eerste lid, Wet arbeid vreemdelingen waarbij sprake is van tewerkstelling van een vreemdeling in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen en waarbij de betrokken dienstverlener binnen 2 weken na de constatering van het beboetbare feit alsnog volledig melding als bedoeld in artikel 1e, tweede lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen doet van de desbetreffende arbeid, wordt de boete voor de gedraging in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, gematigd tot € 1.500,– voor het totaal van deze beboetbare feiten. 3 Bij een gedraging in strijd met artikel 15, tweede of derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen waarbij sprake is van tewerkstelling van een vreemdeling in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen en waarbij de betrokken dienstverlener binnen 2 weken na de constatering van het beboetbare feit alsnog volledig melding als bedoeld in artikel 1e, tweede lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen doet van de desbetreffende arbeid, wordt de boete voor de gedraging in strijd met artikel 15, tweede of derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, gematigd tot € 1.500,– voor het totaal van deze beboetbare feiten. 4 Indien sprake is van recidive wordt een boete opgelegd waarbij de regels van artikel 19d, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen in acht worden genomen Artikel 10 Indien de werkgever kan aantonen dat hij zich redelijkerwijze in voldoende mate heeft ingespannen om een gedraging in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen te voorkomen, kan de boete worden gematigd tot € 4000,– voor een rechtspersoon en tot € 2000,– voor een natuurlijke persoon per beboetbaar feit. Indien sprake is van een incidentele onzorgvuldigheid van administratieve aard bij de aanvraag van een tewerkstellingsvergunning kan de boete voor zowel een rechtspersoon als een natuurlijke persoon worden gematigd tot € 1500,– per beboetbaar feit. Artikel 11 De beleidsregels boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2007 (Stcrt. 2006, 250) worden ingetrokken. Artikel 12 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van dagtekening van de Staatscourant waarin het geplaatst is. Artikel 13 Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2008. Deze regeling zal met de toelichting (en de bijlage(n)) in de Staatscourant worden geplaatst. Den Haag 1 oktober 2008 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.P.H.Donner Bijlage Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete wet arbeid vreemdelingen Artikel Lid Beboetbaar feit Boete normbedrag 2 1 Het is een werkgever verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning; € 8.000 15 1 Indien de werkgever door een vreemdeling arbeid laat verrichten waarbij die arbeid feitelijk wordt verricht bij een andere werkgever, draagt de eerstgenoemde werkgever er bij aanvang van de arbeid onverwijld zorg voor dat de andere werkgever een afschrift van het document, bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, van de vreemdeling ontvangt; € 1.500 15 2 De werkgever die het afschrift van het document, bedoeld in het eerste lid ontvangt, stelt de identiteit van de vreemdeling vast aan de hand van het genoemde document en neemt het afschrift op in de administratie; € 1.500 15 3 De werkgever bedoeld in het tweede lid, bewaart het afschrift tot tenminste vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de arbeid door de vreemdeling is beëindigd. € 1.500 15 4 De vreemdeling verstrekt een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht aan de werkgever, die het afschrift van het document, bedoeld in het eerste lid, ontvangt, en stelt die werkgever in de gelegenheid een afschrift van dit document te maken € 150 18 2 Het door de werkgever niet naleven van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover het betreft het door de toezichthouder uitoefenen van bevoegdheden ter vaststelling van de identiteit van degene die voor de werkgever arbeid verricht of heeft verricht. € 8.000
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.