Tijdelijke subsidieregeling VoortVarend Besparen 2009 Tijdelijke subsidieregeling VoortVarend Besparen 2009 De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, Gelet op de artikelen 2, onderdeel c, 3 en 4, van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat; Besluit: Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: binnenvaartonderneming: in Nederland gevestigde onderneming waarvan de hoofdactiviteiten bestaan uit het transport van goederen of personen over binnenwateren; dienstverlenende onderneming: privaatrechtelijke rechtspersoon die diensten verleent, verband houdend met het varen op of beheren van Nederlandse binnenwateren; technisch hulpmiddel: apparaat dat op een binnenvaartschip helpt bij het besparen van brandstof. Artikel 2 Doelgroep De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een binnenvaartonderneming of een dienstverlenende onderneming voor de aanschaf van een technisch hulpmiddel. Artikel 3 Voorwaarden De aanvrager komt in aanmerking voor subsidie indien: a. een technisch hulpmiddel is aangeschaft, zijnde: 1°. een brandstofverbruikmeter die het actuele verbruik van de motor(en) weergeeft, 2°. een geautomatiseerd routeplanningssysteem dat een snelheid adviseert die leidt tot een minimaal brandstofverbruik, afhankelijk van de vaaromstandigheden en het gewenste aankomsttijdstip, of 3°. een geautomatiseerd routeplanningssysteem dat de snelheid van het schip aanpast aan de vaaromstandigheden en aan het gewenste aankomsttijdstip, leidend tot een minimaal brandstofverbruik; b. de factuur voor de aanschaf van het technisch hulpmiddel bij de aanvraag tot subsidievaststelling niet ouder is dan vier maanden; en c. voor het binnenvaartschip nog niet eerder subsidie op grond van deze regeling of de Tijdelijke subsidieregeling VoortVarend Besparen is verstrekt. Artikel 4 Subsidiabele kosten Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen de gemaakte en betaalde kosten die rechtstreeks betrekking hebben op de aanschaf van technische hulpmiddelen. Artikel 5 Hoogte subsidie 1 De subsidie bedraagt maximaal 25 procent van de subsidiabele kosten met een maximum van: a. € 1.250,– voor een technisch hulpmiddel als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, onder 1°; b. € 2.000,– voor een technisch hulpmiddel als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, onder 2°; c. € 3.000,– voor een technisch hulpmiddel als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, onder 3°. 2 Als voor de aanschaf van het technisch hulpmiddel of een deel daarvan al eerder subsidie door een ander bestuursorgaan is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat de som van de subsidies niet groter is dan het bedrag dat op grond van deze regeling kan worden verstrekt. Artikel 6 Subsidieplafond 1 Het subsidieplafond voor 2009 bedraagt € 125.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.