← Nederland

Tijdelijk besluit Lex silencio positivo Dienstenrichtlijn

BWBR0026946_2009-12-28_0 Besluit van 17 december 2009 in verband met de uitvoering van artikel 13, vierde lid, van richtlijn nr. 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt (PbEU L 376) (Tijdelijk besluit Lex silencio positivo Dienstenrichtlijn) Tijdelijk besluit Lex silencio positivo Dienstenrichtlijn Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, mede namens Onze Minister van Economische Zaken, van 29 oktober 2009, nr. 5625673/09/6; Gelet op artikel 13, vierde lid, van richtlijn nr. 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt (PbEU L 376) en artikel 66, eerste lid, van de Dienstenwet; De Raad van State gehoord (advies van 2 december 2009, nr. W03.09.0446/II); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie, mede namens Onze Minister van Economische Zaken, van 14 december 2009, nr. 5633153/09/6; Hebben goedgevonden en verstaan: Artikel 1 1 Op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in de wettelijke voorschriften, opgenomen in de bijlage bij dit besluit, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. 2 Indien afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van een besluit omtrent verlening van een vergunning, is op de aanvraag ervan paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. 3 Op de aanvraag om een vergunning, ingesteld bij een verordening of ter uitvoering van een beschikking als bedoeld in artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Artikel 2 Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit Lex silencio positivo Dienstenrichtlijn. Artikel 3 Dit besluit treedt in werking met ingang van 28 december 2009 en vervalt met ingang van 1 januari

  1. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 27 december 2009, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage 17 december 2009 Beatrix De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin De Minister van Economische Zaken, M. J. A. van der Hoeven de vierentwintigste december 2009 De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin Bijlage Uitgezonderde vergunningstelsels A Vergunningstelsels die zijn uitgezonderd vanwege dwingende redenen van algemeen belang Ministerie van Justitie
  2. Artikel 2, eerste lid en tweede lid, van de Advocatenwet.
  3. Artikelen 9a, 9aa en 9b van de Advocatenwet.
  4. Artikel 12, eerste en vierde lid van de Advocatenwet.
  5. Artikel 4, onderdeel c juncto artikel 5, juncto artikel 6 van de Samenwerkingsverordening 1993, juncto artikel 28 van de Advocatenwet.
  6. Artikel 7 van de Samenwerkingsverordening 1993 juncto artikel 28 van de Advocatenwet.
  7. Artikel 9, tweede lid, van de Samenwerkingsverordening 1993 juncto artikel 28 van de Advocatenwet.
  8. Artikel 4, eerste lid, van de Stageverordening 1988 juncto artikel 4, eerste lid, van de Stageverordening 2005, juncto artikel 28 van de Advocatenwet.
  9. Artikel 4, tweede lid, van de Stageverordening 1988 juncto artikel 4, tweede lid, van de Stageverordening 2005, juncto artikel 28 van de Advocatenwet.
  10. Artikel 10, tweede lid, van de Stageverordening 1988 juncto artikel 10, tweede lid, van de Stageverordening 2005, juncto artikel 28 van de Advocatenwet.
  11. Artikel 4, vierde lid, van de Verordening op de praktijkrechtspersoon juncto artikel 28 van de Advocatenwet.
  12. Artikel 2, 3 en 4 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
  13. Artikel 2, 3b, en 4 van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.
  14. Artikel 5, vierde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.
  15. Artikel 7, eerste lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.
  16. Artikel 7, tweede en derde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.
  17. Artikel 9, derde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.
  18. Artikel 10, eerste lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.
  19. Artikel 20, tweede lid, van de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.
  20. Artikel 7, eerste en tweede lid, van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken.
  21. Artikel 10, eerste lid, van het Besluit bloedtest in strafzaken in geval van een ernstige besmettelijke ziekte. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  22. Artikel 45 van de Wet van 23 december 1988, tot vervanging van de Monumentenwet (Monumentenwet 1988). Ministerie van Verkeer en Waterstaat
  23. Artikel 52, zesde lid, van het Mijnbouwbesluit.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.