BWBR0029969_2011-05-18_0 Besluit van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van 10 mei 2011, nr. DJZ/BR-0457/11, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006, Funding Leadership and Opportunities for Women (FLOW) Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006, Funding Leadership and Opportunities for Women (FLOW) De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Gelet op artikel 6 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken; Gelet op artikel 4.8 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006; Besluit: Artikel 1 Voor subsidieverlening op grond van artikel 4.8 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op de financiering van activiteiten op het gebied van de gelijke rechten en kansen van vrouwen en meisjes die strekken tot structurele armoedebestrijding gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels. Artikel 2 Voor subsidieverlening in het kader van Funding Leadership and Opportunities for Women geldt voor de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015 een subsidieplafond van € 70 miljoen. Artikel 3 1 Aanvragen voor een subsidie in het kader van Funding Leadership and Opportunities for Women worden ingediend vanaf het moment van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 29 juli
- 2 Aanvragen worden ingediend aan de hand van het daartoe door de Staatssecretaris vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.3Het aanvraagformulier is geplaatst op http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/subsidies-voor-ontwikkelingssamenwerking-en-europa/subsidies-maatschappelijke-organisaties. Artikel 4 De verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven de aanvragen die het beste voldoen aan die maatstaven het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Artikel 5 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het geplaatst wordt en vervalt met ingang van 1 januari 2016 met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend. Dit besluit zal met de bijlage, uitgezonderd de annexen, in de Staatscourant worden geplaatst. De annexen bij de bijlage zullen op internet, http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/subsidies-voor-ontwikkelingssamenwerking-en-europa/subsidies-maatschappelijke-organisaties worden geplaatst. De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,namens deze:de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking,J.M.G.Brandt Bijlage 1 Inleiding Funding Leadership and Opportunities for Women (FLOW) is een nieuw fonds van het Ministerie van Buitenlandse Zaken ten behoeve van de verbetering van de positie van vrouwen en meisjes. Ondanks afspraken wereldwijd over de rechten, kansen en veiligheid van vrouwen en meisjes, is de vooruitgang op dit terrein gering en is er op veel plaatsen nog steeds sprake van sekseongelijkheid. Dit is zowel vanuit een menselijk als vanuit een economisch- en stabiliteitsoogpunt ongewenst. Studies geven aan dat er de laatste jaren minder geld beschikbaar is gekomen voor organisaties die zich inzetten om de gelijke rechten en kansen van vrouwen en meisjes te bevorderen. Dit soort organisaties en initiatieven zijn tegelijk van groot belang om gendergelijkheid dichterbij te brengen. Zij vervullen een ’luis in de pels’ functie en stellen ongelijkheid en onrechtvaardigheid, waar vrouwen dagelijks mee te maken krijgen, aan de kaak. Het gaat immers om sociaal-culturele, economische en politieke veranderingsprocessen die niet alleen via de inzet van de overheid aan de bevolking kunnen worden overgebracht, maar die ook van binnenuit de maatschappij moeten komen. Daarnaast is aangetoond dat investeringen in vrouwen een positief effect hebben op economische groei, veiligheid en politieke stabiliteit4When a girl in the developing world receives seven or more years of education, she marries four years later and has 2.2 fewer children. (United Nations Population Fund, State of World Population 1990). When women and girls earn income, they reinvest 90 percent of it into their families, as compared to only 30 to 40 percent for a man. (Phil Borges, with foreword by Madeleine Albright, Women Empowered: Inspiring Change in the Emerging World [New York: Rizzoli, 2007], 13.): ‘smart economics’, ‘smart security’ en ‘smart politics’. Daar draagt FLOW aan bij. In 2008 is de voorloper van FLOW opgericht, het MDG3 fonds. Dit fonds heeft € 70 miljoen euro geïnvesteerd om gelijke rechten en kansen voor vrouwen en meisjes te bevorderen (2008–2011). Deze financiële injectie was een belangrijke bijdrage om de kloof tussen de maatschappelijke positie van mannen en vrouwen te verkleinen. In de eerste fase ontving het fonds 454 voorstellen waarvan er 45 zijn gehonoreerd. Deze 45 projecten hebben zichtbare resultaten behaald op het gebied van eigendoms- en erfrecht voor vrouwen, bevordering van werkgelegenheid en betere kansen op de arbeidsmarkt, deelname aan politiek en bestuur en de aanpak van geweld tegen vrouwen. Sinds de start heeft het MDG3 fonds een belangrijke en katalyserende werking op het versterken van de positie van vrouwen en voldoet daarmee aan een grote behoefte. Dat wordt internationaal erkend. De belangstelling voor en de bekendheid van dit initiatief is alleen maar toegenomen. De vraag naar financiering voor degelijke projecten ten behoeve van gendergelijkheid blijft bestaan. Een nieuwe impuls blijkt noodzakelijk om een volgende stap te zetten om zo de ongelijkheid, waar vrouwen en meisjes mee geconfronteerd worden, verder tegen te gaan. Continuering van dit beleid door middel van het installeren van FLOW met € 70 miljoen gedurende de periode van 2012–2015 is een logische stap. 1.1 Beleidsintensiveringen en landenprofielen De Focusbrief Ontwikkelingssamenwerking van 18 maart 2011 bevat de beleidsvoornemens van de regering voor Ontwikkelingssamenwerking5Kamerstukken II 2010/11, 32605, nr. 2.. Op basis van een analyse van de snel veranderende omstandigheden in de wereld die vanzelfsprekend ook gevolgen hebben voor ontwikkelingssamenwerking, worden in deze beleidsbrief vier thematische speerpunten voor de bilaterale ontwikkelingssamenwerking benoemd:
- Water
- Voedselzekerheid
- Veiligheid en rechtsorde
- Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR). Binnen deze speerpunten is gender een belangrijk dwarsdoorsnijdend thema. Daarnaast heeft de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken in bovengenoemde Focusbrief het aantal partnerlanden waar Nederland een ontwikkelingsrelatie mee onderhoudt, verminderd van 33 naar 15, ingedeeld naar drie landenprofielen6Profiel I landen: versneld realiseren van millennium ontwikkelingsdoelen staat centraal. De landen zijn overwegend politiek stabiel, beschikken in meer of mindere mate over gevestigde instituties, maar hebben met hardnekkige en grootschalige armoede te maken.Profiel II landen: het zwaartepunt in deze landen is de fragiliteit, ongelijkheid en conflictgevoeligheid. Deze landen kampen met een dominant veiligheidsprobleem.Profiel III landen: met deze landen onderhoudt Nederland een ‘brede relatie’. Zij hebben vooruitgang geboekt met millennium ontwikkelingsdoelen en pakken armoedebestrijding zelfstandig aan.. Voor een overzicht van de landen die onder de specifieke profielen vallen, wordt verwezen naar annex I: Landenlijsten. Het buitenlands beleid van de minister van Buitenlandse Zaken richt zich op het bevorderen van veiligheid, welvaart en mensenrechten. Dit sluit aan bij het streven van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken in het kader van Ontwikkelingssamenwerking naar een sterkere economische ontwikkeling als sleutel voor economische groei. Tevens vormen vrouwenrechten een belangrijk aandeel van mensenrechten wereldwijd. 2 Beleidsuitgangspunten van FLOW: Nederland vervult sinds de jaren ’80 internationaal een voortrekkersrol en heeft aanzien op het terrein van emancipatie. In diverse internationale statistieken heeft Nederland een toppositie op het terrein van emancipatie. Nederlandse internationale initiatieven op het terrein van gelijke rechten en kansen voor vrouwen en meisjes kunnen rekenen op een groot nationaal en internationaal draagvlak. Er is internationale consensus dat er een nauwe relatie bestaat tussen de effectiviteit van sociaal, economisch- en veiligheidsbeleid en de mate waarin vrouwen betrokken zijn bij de beleidsontwikkeling en er bij de beleidsontwikkeling rekening wordt gehouden met de effecten van het beleid op de positie van vrouwen en meisjes. Het streven naar gendergelijkheid is ‘smart economics’, ‘smart politics’ en ‘smart security’. De samenleving als geheel, ook op mondiale schaal wordt er veiliger, stabieler en welvarender door7SoS Hillary Clinton
(2010): ‘...Until women around the world are accorded their rights and afforded opportunities to participate fully in the lives of their societies, global progress and prosperity will have its own glass ceiling. We not only shortchange the world’s women, but we shortchange our world, when the potential that women represent goes untapped. ...... Gendergelijkheid heeft een brede impact en dient ook het Nederlands belang. Het is bovendien rechtvaardig wanneer vrouwen niet worden gediscrimineerd, maar hun rechten worden gerespecteerd en zij gelijke kansen krijgen. De Nederlandse regering wil zich internationaal blijven inzetten voor vrijheid, gelijke rechten en kansen voor iedereen ongeacht seksuele geaardheid, geloofsovertuiging, ras, geslacht, leeftijd, meningsuiting. 2.1 Doelstelling en beleidsthema’s van FLOW: De overkoepelende beleidsdoelstelling van FLOW is het leveren van een bijdrage aan structurele armoedebestrijding door de verbetering van gendergelijkheid en empowerment van vrouwen. Vrouwen en meisjes moeten wereldwijd gelijke rechten en kansen krijgen. Voor subsidiëring van activiteiten die hieraan bijdragen heeft de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken voor de periode 2012–2015 € 70 miljoen ter beschikking gesteld. Om voor subsidieverlening in aanmerking te kunnen komen dienen de aanvragende organisaties gevestigd te zijn in DAC landen of hun activiteiten in ontwikkelingslanden uit te voeren. Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie dienen de activiteiten betrekking te hebben op de volgende specifieke doelstellingen:
- Veiligheid, door beëindiging van geweld tegen vrouwen en actieve participatie van vrouwen in processen van vrede, veiligheid en wederopbouw;
- Samenhang: de mate waarin de activiteiten in de landen van uitvoering met elkaar samenhangen en, indien er sprake is van activiteiten uit verschillende van de categorieën, genoemd in criterium D.12, de mate waarin deze activiteiten met elkaar samenhangen. • Innovatief karakter: de mate waarin het voorstel vernieuwend is, in thematische zin, door verbeteringen in de gehanteerde interventiestrategie (verhoging van de effectiviteit van de programma’s) en door efficiencywinst in de uitvoering van de programma’s. • Contextanalyses: de mate waarin het voorstel, in het bijzonder de probleemstelling en doelstelling, is afgestemd op de uitkomsten van een analyse van de context. • Positie van de partners in het programma: de mate waarin het programma bijdraagt aan de institutionele capaciteitsopbouw van de partners in de landen van uitvoering en de mate waarin deze dan wel de doelgroep effectieve invloed hebben op de sturing van het programma. • Uitwerking van Outcomes, Outputs, Activiteiten en Middelen: de mate waarin het programma is uitgewerkt in outcomes, outputs, voorgenomen activiteiten en middelen en zijn voorzien van een helder verband tussen de te bereiken outputs en de daarvoor benodigde middelen. • Uitwerking van beoogde outcomes, outputs en middelen in SMART-systematiek: de mate waarin de outcomes en outputs en middelen Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden zijn uitgewerkt. • Risico’s, monitoring en bijsturing: de mate waarin sprake is van adequaat risicomanagement, bestaande uit een adequate risicoanalyse en een adequaat systeem voor monitoring en bijsturing, en de mate waarin de middelen zijn gewaarborgd die complementair aan de gevraagde subsidie nodig zijn voor de uitvoering van het programma. • Duurzaamheid: de mate waarin het programma een blijvend effect voor de uiteindelijke doelgroep heeft en bijdraagt aan de institutionele duurzaamheid van de partners en de eigen organisatie van de aanvrager.