Aanwijzing lichten van gedetineerden, TBS-gestelden en jeugdigen Aanwijzing lichten van gedetineerden, TBS-gestelden en jeugdigen Samenvatting Deze aanwijzing geeft regels voor het lichten van degenen die op last van de officier van justitie in het kader van de strafrechtstoepassing zijn geplaatst in een justitiële of niet-justitiële inrichting, waar diegene voorlopig is gehecht of in verband met de executie van een straf of maatregel verblijft. Achtergrond De officier van justitie kan opdracht geven tot lichten van degene die op last van de officier van justitie in het kader van de strafrechtstoepassing zijn geplaatst in een penitentiaire inrichting (PI), een huis van bewaring, een justitiële jeugdinrichting, een inrichting voor verpleging van terbeschikkinggestelden of een niet-justitiële inrichting waar iemand voorlopig is gehecht of in verband met de executie van een straf of maatregel verblijft.. Waar hierna wordt gesproken over ‘PI’ worden ook de overige genoemde inrichtingen en instellingen bedoeld, tenzij expliciet anders is vermeld. De in de PI geplaatste persoon wordt hierna aangeduid als ‘ingeslotene’. In deze aanwijzing wordt onder ‘lichten’ verstaan: het, op last van het Openbaar Ministerie, voor een korte tijd doen verlaten van een PI door een ingeslotene, gedurende welke tijd de betrokkene ter beschikking staat van een gerechtelijke autoriteit of de politie ten behoeve van de opsporing. Over het algemeen maakt lichten een inbreuk op het regime dat geldt bij de voorlopige hechtenis, de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, de TBS of PIJ. Lichten is onder bepaalde voorwaarden mogelijk. De aanwijzing geeft aan welke voorschriften in de te onderscheiden situaties in acht genomen moeten worden als de wens tot lichten bestaat. Bepalend hierbij is of het lichten verband houdt met een feit waarvoor de ingeslotene in de inrichting verblijft en of de ingeslotene instemt met het lichten. Afhankelijk van het antwoord op deze vragen kan worden volstaan met een lichtingsbevel of dient de officier van justitie een bevel maatregel in het belang van het onderzoek, inhoudende dat iemand tegen zijn wil wordt gelicht, te geven. Opsporing 1 Lichten algemeen Bij het lichten geldt het volgende: a. Lichten geschiedt op last van de officier van justitie ten behoeve van het onderzoek dat in zijn opdracht of in die van de rechter-commissaris (RC) dient plaats te vinden; b. Indien er zwaarwegende redenen zijn tegen het transport of verblijf elders (bijvoorbeeld ernstig vluchtgevaar, bijzondere veiligheidsmaatregelen of medische redenen), dient de wens tot lichten vooraf kenbaar te worden gemaakt aan de directeur van de inrichting; c. Door het lichten wordt de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming niet onderbroken; d. Er zijn passende maatregelen genomen om ontvluchten te voorkomen; e. Door de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis voor het nieuwe feit wordt de termijn voor het oude feit van rechtswege opgeschort. Lichten of horen in PI? Ten aanzien van alle categorieën ingeslotenen geldt: waar het redelijkerwijs mogelijk is om in de PI te horen moet die mogelijkheid zo veel mogelijk worden benut. Omstandigheden als de verwachte duur van het verhoor, de plicht of wens om het verhoor (audio/visueel) vast te leggen en de mate waarin de te horen ingeslotene met onderzoeksmateriaal moet worden geconfronteerd, kunnen maken dat het verhoor niet in de PI plaats vindt. Is het horen in de PI niet mogelijk, dan wel zeer bezwaarlijk, dan kan gelicht worden. In alle gevallen moeten eventuele verplichtingen voortvloeiend uit de Aanwijzing rechtsbijstand bij politieverhoor en de Aanwijzing auditief en audiovisueel registeren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten worden nageleefd. Duur lichten Uitgangspunt is dat het lichten zo kort mogelijk duurt.. Dat wil zeggen dat de ingeslotene dezelfde dag teruggebracht moet worden naar de inrichting of, in bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld als de afstand tussen de plaats van verhoor en de inrichting hiertoe noodzaakt, hoogstens één nacht, bij zeer grote afstand (meer dan honderd kilometer), twee nachten op het politiebureau verblijft. Inverzekeringstelling na lichten Als de gelichte persoon na het lichten in verzekering wordt gesteld, dan moet een kopie van de inverzekeringstelling onverwijld (per fax of e-mail) aan de PI worden gezonden in verband met het stopzetten of schorsen van de lopende executie. Indien de gelichte persoon ingesloten was voor een ander parket (zie ook paragraaf 3) dient tevens een afschrift van de inverzekeringstelling te worden gezonden naar de administratie van het andere parket. Lichtingsbevel versus bevel maatregel in het belang van het onderzoek De opdracht of toestemming van de officier aan de gerechtelijke autoriteit of de politie om iemand te lichten alsmede het daarop volgende (schriftelijk) verzoek aan de directeur van de inrichting om de ingeslotene mee te geven, wordt in de praktijk aangeduid met de term ‘lichtingsbevel’. De term ‘lichtingsbevel’ moet niet worden verward met de door de officier van justitie bevolen maatregel in het belang van het onderzoek, inhoudende dat iemand tegen zijn wil wordt gelicht (zie hierna onder 2.2). In alle gevallen waarin een ingeslotene wordt gelicht is een lichtingsbevel nodig. Slechts een enkele keer zal ook een bevel maatregel in het belang van het onderzoek door de officier van justitie worden gegeven. 2 Wanneer lichten? De volgende situaties moeten worden onderscheiden:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.