Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 juli 2013, 2013-0000085564, houdende tijdelijk regels voor een tegemoetkoming voor musici en artiesten in verband met het inkomensverlies als gevolg van het vervallen van hun uitzonderingspositie in de Werkloosheidswet en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Tijdelijke regeling tegemoetkoming musici en artiesten WW en Wet WIA) Tijdelijke regeling tegemoetkoming musici en artiesten WW en Wet WIA De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies en 32d van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; Besluit: Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. tegemoetkoming: tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid; b. Minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; c. rechthebbende: rechthebbende als bedoeld in artikel 2; d. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; e. WW: Werkloosheidswet; f. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; g. WGA-uitkering: werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet WIA. Paragraaf 2 Het recht op tegemoetkoming Artikel 2 Rechthebbende 1 Rechthebbende op grond van deze regeling is degene die: a. recht zou hebben op een uitkering op grond van hoofdstuk II, paragraaf 1, van de WW, indien voldaan zou zijn aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 17 van de WW, en als werknemer in de 39 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van werkloosheid, in een onregelmatig arbeidspatroon uitsluitend of vrijwel uitsluitend als musicus of anderszins als artiest, dan wel als filmmedewerker arbeid in dienstbetrekking, in ten minste 16 kalenderweken ten minste één arbeidsuur per kalenderweek heeft; of b. recht heeft op een WGA-uitkering, maar niet voldoet aan de referte-eis, bedoeld in artikel 58 van de Wet WIA, en als werknemer in de 39 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag na de dag waarop het recht op loon op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of bezoldiging op grond van hoofdstuk IV, vierde afdeling, van de Ziektewet of het recht op ziekengeld op grond van artikel 29 van de Ziektewet is geëindigd, in een onregelmatig arbeidspatroon uitsluitend of vrijwel uitsluitend als musicus of anderszins als artiest, dan wel als filmmedewerker arbeid in dienstbetrekking, in ten minste 16 kalenderweken ten minste één arbeidsuur per kalenderweek heeft. 2 Gelijkgesteld aan de rechthebbende, bedoeld in het eerste lid, is de werknemer die de artiest of musicus, bedoeld in het eerste lid, in zijn optreden technisch heeft ondersteund in hetzelfde of nagenoeg hetzelfde arbeidspatroon. Artikel 3 Hoogte tegemoetkoming 1 De rechthebbende, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, heeft per maand recht op een tegemoetkoming ter hoogte van de uitkering zoals die zou zijn vastgesteld op grond van hoofdstuk II, paragraaf 5, van de Werkloosheidswet en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op 31 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.